P.C. is op 5 oktober 1953 geboren en overleed in Antwerpen op 27 augustus 2011. Zijn uitvaart vond plaats op begraafplaats Schoonselhof op dinsdag 13 september 2011 om 14u. Er was niemand aanwezig.

Net voor ik op vakantie wilde vertrekken kreeg ik van de uitvaartondernemer een melding van de asuitstrooing van meneer J.V.D., die had blijkbaar nog een laatste wilsbeschikking opgesteld. Toen ik achthonderd km verwijderd zat van Antwerpen kwam er nog een mail met informatie over de eenzame uitvaart van meneer R.C., in Charleroi geboren maar in Antwerpen overleden. Joke van Leeuwen en Stijn Vranken verzorgden respectievelijk deze uitvaarten met een gedicht. Het was zes maanden stil geweest rond De Eenzame Uitvaart, niemand leek eenzaam te sterven, wat goed nieuws was, maar dan ging ik op vakantie met een stapel nog te lezen boeken en liep het blijkbaar anders. Van F. Starik had ik vooraf nog de leestip gekregen om ‘Rood’ van Uwe Timm te lezen, over een begrafenisredenaar die tobt over een nieuwe liefde, zijn politieke verleden en een overleden vriend. Onder een notenboom heb ik één passage onderstreept:

“Neen, zei de oudste doodgraver, in de zomer is het meestal vrij rustig. Ik zeg altijd: als de dokters met vakantie zijn, hebben wij minder werk. Slechte tijden.”

Natuurlijk zijn het geen slechte tijden, maar de grillige willekeur van de dood in bepaalde maanden verbaasde niet alleen mij maar ook de uitvaartondernemer. We hadden eerder al een mailconversatie gehad over de stilte tussen januari en de zomer, over het uitblijven van eenzame uitvaarten in het voorjaar, en dat al gedurende twee jaar. Maar uiteraard valt daar niets achter te zoeken, het is een merkwaardige vaststelling die weer mank loopt bij elke eenzame dode die in de rij wordt bijgelegd.

En dan, nadat eenzame uitvaart nr. 16 en nr. 17 geregeld waren, verscheen er nog een mailtje van de uitvaartondernemer in mijn INBOX met de mededeling dat ik ‘misschien vroeger op vakantie had moeten gaan’. Er zouden nog twee extra uitvaarten worden ingelast op dinsdag 13 september. Eén om 13u45, die van meneer P.C., en één om 14u45, voor mevrouw A.V.D. Netjes ingepland, met een uurtje tussen, zodat de lijkwagen de tijd had om weer naar het centrum te rijden om de volgende kist in te laden. Bij de informatie over mevrouw A.V.D. staat er een telefoonnummer van het rusthuis Vinck Heymans waar ze is overleden. Na door de receptie te zijn doorverbonden met twee verpleegsters die mevrouw V.D. hebben gekend, de één al wat beter dan de andere, krijg ik een iets persoonlijker beeld van haar.

Ze zou in Nederland geboren zijn als een plezante dame die graag grapjes maakte. In Antwerpen bezat ze twee bars, maar waar die zich bevonden of onder welke naam ze opereerde, wisten ze niet. Ze was gescheiden maar hield nog contact met haar schoonzus, tot deze enkele jaren geleden overleed. Ik belde de gegevens door naar Jan Aelberts die het gedicht zou schrijven en voorlezen op Eenzame Uitvaart nr. 19.

Mijn provider liet ondertussen middels een tekstbericht weten dat mijn telefoonrekening tegen de maximumgrens van 100 euro opliep. Ik moet een bericht met een code naar een nummer sms’en, waarna ik weer volop gebruik zou kunnen maken van hun diensten. Het totaalbedrag zou op mijn factuur verschijnen. Ik stuurde de code en bereidde Eenzame Uitvaart nr. 18 voor. Er was immers al een tijd verstreken, de uitvaart kwam dichterbij, meneer P.C. had lang genoeg in de koelcel gelegen.

Naar meneer P.C. was het lastiger zoeken. Er was dan wel een telefoonnummer van het Sociaal Centrum van de Antwerpse wijk Luchtbal, maar de assistente had meneer C. niet persoonlijk gekend, enkel zijn overlijdensdossier opgesteld. Op Google Maps zie ik dat hij niet ver van mij woont, maar langs zijn huis gaan kan ik niet. Volgens de sociaal assistente had meneer nog een vriend die in het ziekenhuis lag, maar ze wist niet of hij al op de hoogte was gebracht van het overlijden van P.C. Ik vroeg, omdat ik in het buitenland zat, of zij de vriend in het ziekenhuis op de hoogte kon brengen van praktische informatie omtrent de uitvaart op dinsdag 13 september, om 14u, op begraafplaats Schoonselhof. We namen afscheid aan de telefoon en ze beloofde dat ze het zou doen, de vriend opsporen, en me terugbellen indien ze hem verwittigd had.

Dat telefoontje kwam er niet. Meneer P.C. ging een eenzame uitvaart tegemoet, zonder dichter of gedicht deze keer. Op dinsdag 13 september, om 14u, dronk ik een glas op hem, achthonder kilometer verderop. Op mijn hand tel ik de akelige nummers, zestien, zeventien, achtien en negentien. Ze volgen elkaar veel te snel op.

Voor verslag: Maarten Inghels