Mevrouw H.M. is geboren op 1 juni 1907 in Antwerpen en in woonzorgcentrum Vinck Heymans overleden op 20 augustus 2013. Haar uitvaart vond plaats op 23 augustus 2013 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Lies Van Gasse.

Mevrouw H.M. overleefde iedereen rond haar. Ze maakte bewust twee wereldoorlogen mee, trouwde, verloor haar man, betrok een kamer in een rusthuis, en overleed daar op de leeftijd van 106 jaar. Volgens de verpleging van woonzorgcentrum Vinck Heymans had ze geen kinderen. Wilde ze die niet, kon ze die niet, verloor ze die misschien? We weten het niet. De verpleegster die ik aan de telefoon heb, kan me nog wel vertellen over een zus die samen met mevrouw H.M. in 1991 het rusthuis binnenstapte, maar ondertussen al is overleden. Mevrouw H.M. bracht echter genoeg tijd in het woonzorgcentrum door om herinnerd te worden; ze dronk bijtijds graag een glaasje champagne en hield van Louis Neefs. Maar als de verpleging soms een plaatje van Neefs opzette, draaide mevrouw H.M. haar hoofd weg.
‘Was de herinnering misschien te emotioneel?’ zei de verpleegster aan de lijn. ‘Ze kon het niet uitleggen want ze was haar spraak verloren.’
‘Ze is dan ook erg oud geworden.’
‘Enkele maanden geleden was er nog een groot feestje voor haar verjaardag. Er kwamen zelfs enkele afgevaardigden om haar te feliciteren!’
Op internet zoek ik naar andere hoogbejaarde Antwerpenaren. Het is niet ondenkbaar dat mevrouw H.M. tot het selecte kransje van recordhouders behoort. Ik lees dat als je als oudste Belg te boek wil staan, je 111 op de teller moet hebben. In een oud krantenartikel lees ik dat de oudste Antwerpenaar 107 kaarsjes uitblies, maar die is ondertussen al overleden. Ik contacteer iemand met een uitgebreid archief die kan uitvissen of mevrouw H.M. potten heeft gebroken met haar leeftijd. Het is een magere troostprijs; speeches bij je 106 maar geen kat aan je graf.
Uiteindelijk komt de krant Het Laatste Nieuws op de proppen met meer informatie. Mevrouw H.M. blijkt de derde oudste Antwerpenaar te zijn. Er is nog iemand 106, die snel 107 wordt, maar de recordhouder op dit moment heeft de 107 al gehaald. Niemand doet beter in de metropool.
De dag van de asuitstrooiing van mevrouw H.M. staat er een klein artikel in de krant over haar uitvaart, en die middag duiken er dan toch nog twee bewoners van het rusthuis op. De twee dames krijgen de hulp van een drietal begeleiders, want erg mobiel zijn ze niet meer.
‘Ik zat altijd over haar aan tafel’, zegt de een. ‘Het is mijn plicht om naar haar uitvaart te komen, als ze geen kinderen of niemand meer had. Zo kan ze nog in gezelschap gaan.’ De andere dame verklaart dat God altijd bij mevrouw H.M. vertoefde: ‘Ons Jetje was niet alleen.’ Jetje, dus dat was de roepnaam van mevrouw H.M.
Onze kleine stoet beweegt zich achter de lijkwagen naar de tweede strooiweide in de dreef. Een cameraploegje draaft mee om alles in beeld te brengen – er zit nieuwswaarde in mevrouw H.M. Bij de strooiweide is er geen hellend vlak voor de rolstoel van een van de rusthuisbewoners. Ze wil het ritueel wel van op een afstand aanschouwen, maar ik bied aan mee haar rolstoel over de trapjes te tillen. Halverwege de beklimming zegt ze monter: ‘Jullie gaan me straks toch ook niet in de oven gooien, hein?’
Xavier heeft de urne al op de sokkel geplaatst wanneer iedereen verzameld is. Dennis neemt het woord: ‘We zijn samen gekomen om mevrouw H.M. weer toe te vertrouwen aan de natuur. We nemen afscheid op een manier die ons eigen hart ons ingeeft.’ Het is niet de eerste keer dat ik die zinnen hoor, maar elke keer ben ik verwonderd over de trefzekerheid van de woorden. Je mag hier de gekste bewegingen maken of dingen zeggen, als je je maar goed voelt bij de wijze waarop je afscheid neemt. Het is aan Lies Van Gasse om de spits af te bijten met een tekst gebaseerd op de tonen van Louis Neefs’ ‘Laat ons een bloem’. Maar ze zingt niet, ze spreekt zacht haar gedicht uit.

Dit is een lied voor haren die witten,
voor mensen die morgen een eeuwigheid zijn.
Dit is een lied voor de stem van champagne,
voor zussen die zingen, de stenen woestijn.

Dit is een lied voor uw man in de kamer,
voor stof op de daken, ooit ebbend als vloed.
U zag de straten, de keien verkleuren,
een jaar in de stad aaide zacht het gemoed.

Dit is een lied voor soldaten die kwamen,
voor denderend zand, voor een Schelde die spoot.
Nu zonder meer die herinnering vaal is,
lijkt het alsof ze verdampt met uw schoot.

Laat ons het stof
van de pannen af blazen.
Laat ons een boom,
laat ons zingen met twee.
Vergeet voor een keer
hoe de maan op de daken,
uw taal op ons valt,
als het zicht op de zee.

U breekt en u hakt en u boort door de bergen
U maakt elke heuvel van tijd aan u vast.
Reuzen van nu lijken dwergen van morgen.
Hier is geen taal, de maan zingt als een ei.

Zo zal dan morgen het leven verdwijnen
na jaren verstopt in gewapend beton.
We strooien het uit onder schijnende lichten,
geen mens die nog weet waar uw einde begon.

Dan strooit Xavier de as uit en kan iedereen de laatste groet brengen. De dame die geen rolstoel nodig heeft betreedt het gras en maakt grote bewegingen met haar armen – dag zegt ze, tot gauw – het is bijna een regendans. Of misschien is het een groot kruisteken dat ze maakt, zij was het die dacht dat God bij mevrouw H.M. was. Mijn drie witte rozen leg ik naast het grijze vlak in het gras, met een kleine buiging erbij.
De rusthuisbewoners worden gevraagd om nog enkele dingen over Jetje in de camera te zeggen. Vanavond zal het weinige dat we weten over mevrouw H.M. in loop op televisie worden herhaald, de hele nacht door. Ik wens Dennis en Xavier veel moed toe in deze warmte, met hun donkere zware pakken, en vraag of ze vandaag nog diensten moeten verzorgen.
‘Nog eentje.’
‘Nog eentje, en dan is het weekend,’ zeg ik.
Bij thuiskomst vind ik twee dode muisjes die de kat bracht. Met velletjes keukenpapier draag ik ze ten grave in de vuilnisbak.

Noot: Naast artikels in Het Laatste Nieuws en Gazet van Antwerpen kwam ook ATV een reportage draaien over mevrouw H.M. Deze is opnieuw te bekijken via deze link.

 

Voor gedicht: Lies Van Gasse
Voor verslag: Maarten Inghels