Meneer J.P. is geboren op 17 april 1945 te Antwerpen en in het Sint-Erasmusziekenhuis te Borgerhout overleden op 15 september 2013. Zijn uitvaart vond plaats op dinsdag 24 september 2013 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Joke van Leeuwen.

‘Ze is jarig vandaag, Joke van Leeuwen’, zegt Dennis als we op het bankje naast het crematorium wachten. Mevrouw M.K. is net uitgestrooid, en nu wachten we drie kwartier tot het volgende uur ingaat en we eenzame uitvaart nr. 45 verzorgen, die van meneer J.P. We hebben onze jasjes uitgetrokken, mouwen opgerold, sigaretten opgestoken. De zon brandt fel. ‘Het stond in Gazet van Antwerpen vandaag.’
‘Dat rubriekje op pagina twee, met beroemdheden die jarig zijn?’
‘Ja. Elke ochtend lees ik voor wie jarig is, en dan moet de rest raden hoe oud zij of hij wordt. Soms zitten ze er wel veertig jaar naast.’ Hoe oud Joke van Leeuwen vandaag wordt, zijn ze alweer vergeten. Maar ze vinden het toevallig, haar gezicht vanochtend nog bij een kop koffie in de krant, en zo meteen hier, tussen hen in. Want zij heeft een gedicht voor de uitvaart van meneer J.P. geschreven.
Meneer J.P. is overleden in het ziekenhuis, maar sleet zijn dagen voornamelijk in een serviceflat aan het einde van de Turnhoutsebaan, nog net binnen de Ring rond Antwerpen. Op het bureau dat onderaan de serviceflats is gevestigd, kon de mevrouw die de administratie verzorgd niet veel meer vertellen dan dat meneer J.P. een eenzaat was die graag op zijn kamer bleef. Herhaaldelijk had men hem uitgenodigd om eens beneden in de kantine iets te komen eten met de andere bewoners, maar zelfs een eenvoudig drankje sloeg hij af.
De mevrouw van de administratie verwijst me door naar de dienst Gezinszorg die twee dagen in de week een verpleeghulp naar meneer J.P. stuurden. Na mijn telefoontje met Gezinszorg, belt de verpleeghulp mij een paar uur later al op.
‘Ja, ik heb meneer J.P. goed gekend. Ik kwam er tenslotte al zeven jaar lang.’
‘En kan u mij iets meer vertellen over hem?’
‘Hij had nog ergens een zus, maar daar had hij al dertig jaar geen contact meer mee. Hij had nochtans een erg goede inborst, wilde het altijd naar mijn zin maken als ik kwam.’
‘Weet u soms nog wat hij voor werk vroeger deed?’
‘Daar vertelde hij niet veel over. Maar ik weet wel dat hij kelner in een restaurant is geweest. Hij was ook nogal begaan met zijn overleden moeder die negentig jaar is geworden. Zijn appartement hing vol met foto’s van haar.’ Ik bedank haar voor de informatie en beloof dat we er een mooie uitvaart van zullen maken.
‘Ik wilde graag gekomen. Ik wist dat hij niemand meer had, maar ik kan me onmogelijk vrijmaken.’

Om tien voor drie kan ik Joke een gelukkige verjaardag toewensen, ondanks de omstandigheden.
‘Het is een gewone werkdag,’ zegt ze nuchter. ‘Hoe ouder je wordt, hoe minder je het viert.’ En op die werkdag, om vier in de middag, maken we ons klaar om de laatste groet te brengen aan meneer J.P., 68 jaar geworden, van goede inborst. Een zoon die zijn moeder miste.
We trekken onze jasjes weer aan, doven de peuken onder onze schoenzolen en gaan achter de corbillard klaar staan. Xavier stapt in en start de motor. Zwijgend wandelen we naar de tweede strooiweide.

VOOR J.P. (1945-2013)

U was uw moeder toegewijd,
u deelde drinken rond en eten,
het welkom op de mat geschreven
die sleet omdat de dingen slijten.
Dit was de u gegeven tijd.

U moet het hebben kunnen horen
dicht bij uw woning, op de Ring
als was het onverschilligheid:
dat doorgaan in een vlucht naar voren,
dat onophoudelijk passeren.

U was een zoon. Dit was een leven.
Een totterdood proberen.

Als Xavier de as in langzame slingerbewegingen over het gras verspreidt, zie ik de stofwolk omhoog komen, Xavier zijn ogen halfdicht houden, de mond toe. Daar gaat meneer J.P., een zoon die nooit meer jarig is.

Voor gedicht: Joke van Leeuwen
Voor verslag: Maarten Inghels