Meneer F.O. is geboren op 21 december 1922 in Berchem en in het woonzorgcentrum St. Anna te Berchem overleden op 8 maart 2014. Zijn begrafenis vond plaats op vrijdag 21 maart 2014 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Andy Fierens.

Meneer F.O. kreeg nooit bezoek. Dat zegt de verpleegster die ik na vier keer doorschakelen aan de lijn krijg. Het woonzorgcentrum St. Anna in Berchem kent meneer F.O. al geruime tijd en in al die jaren kreeg hij nooit bezoek.
‘Het is een schoolmeester geweest,’ zegt de verpleegster. ‘Hij was begaafd, een heel slimme man. Hij sprak hier soms Frans en Nederlands door elkaar.’ Dat hij soms Frans en Nederlands door elkaar sprak, vervolgt de verpleegster, kan ook een gevolg zijn van zijn hoge ouderdom. Hij kon het dan wel heel goed uitleggen, maar in die laatste winters drukte hij zich regelmatig ietwat ongelukkig uit tegen de verpleging.
‘Ik ben een beetje gezet van figuur,’ zegt de verpleegster. ‘En dan kwam hij nogal raar uit de hoek. Hij kende nog maar weinig schaamte en maakte opmerkingen over mijn struise lichaam. Maar altijd grappig verwoord.
Op andere momenten had hij soms moeite met aandacht te vragen. Dan riep hij luidkeels. Dat ging door merg en been.’
‘Weet u of meneer getrouwd was?’
‘Nee. Hij had wel een heel goede band met zijn moederke. Meneer F.O. woonde nog heel lang thuis. Ik denk dat hij altijd jonkman is gebleven.’
‘Jonkman.’
‘Vrijgezel.’

 

Bij het verzamelen aan de lijkwagen, maken dichter Andy Fierens en ik kennis met de bedrijfsleider van de Nieuwe Firma. Rick is er ook bij, en twee andere dragers die ik nog niet bij naam ken. Walter stelt zich voor als de uitvaartondernemer. Een grote kale man, die ons meteen twee zwarte paraplu’s van de Firma cadeau doet. Het is zacht aan het druppelen. Ik houd mijn oranje paraplu naar boven, ooit gekregen van een bank.
‘Deze oranje is wat ongepast van kleur misschien.’ De twee zwarte paraplu’s van de Firma zijn extra breed – zodat de familie er mee onder kan – en dragen aan de zijkant het logo van de Firma. ‘Ik maak inderdaad liever reclame voor een uitvaartonderneming, dan voor een bank.’
Tijd voor de uitvaart van meneer F.O. Mét of zonder paraplu. De kist gaat op vier schouders, Walter draagt zelf mee. De grafmaker draagt het houten kruis met het metalen naamplaatje op. Ik weet van de verpleging dat meneer F.O. niet katholiek was. Jammer van het kruis, maar de Nieuwe Firma had beloofd aan nieuwe naamborden te werken. Die zijn voor de volgende keer. Wanneer de kist op schragen gaat, gaan de vier medewerkers van de Firma een eindje verder staan om de ceremonie aan Andy en mij over te laten.

Aan de goden maakte jij geen woorden vuil.
Ook wij negeren ze, we herinneren ons alleen

de verhalen en de kwinkslagen die je deelde
met de wereld. En op het einde met de muren

van je kamer waarlangs je vingers gleden over
braille van mortel. De deurmat vergaarde stof,

de dagen flirtten met versleten namen en konden
niet meer kiezen tussen heden en vergeten. We

herinneren ons alleen de man die je was, iemand
die de taal deed bruisen. Tot de woorden begonnen

af te brokkelen en moederloos als rauwe klanken
door de gangen spookten tussen leven en verleden.

Dit is geen graf. Dit is een nieuw verhaal. En dit is wat
wij ons zullen herinneren. Hoe je praat, hoe je lacht,

hoe je slaapt onder een deken van grazende wolken

Ik heb mijn drie witte rozen nog in mijn hand, heb ze niet op de kist gelegd, we zullen pas groeten als de kist al in de kuil ligt. We buigen allemaal tegelijk, kort, door het bovenlichaam even naar voor te laten hangen. Ik leg mijn rozen in de aarde naast de kuil en doe teken aan de grafmaker – de bloemen zijn voor op het graf.
Bij het verlaten van het perk bedanken we Walter en Rick en de andere medewerkers van de Firma nogmaals voor de paraplu’s – ook al zijn de wolken aan het wegtrekken en zie je een paar postzegels blauwe lucht. Achter de rug van de kraaien zie ik de graafmachine een grote hap aarde nemen, waarna hij naar de kuil zwenkt.