Meneer L.K. is geboren op 3 januari 1939 te Fontaine-Au-Pire en in woonzorgcentrum Damiaan te Tremelo overleden op 18 april 2014. Zijn asuitstrooiing vond plaats op woensdag 14 mei 2014 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Max Temmerman.

‘We like to come in contact with namesake’s’, schrijft de zoon van meneer L.K. op een stamboomforum op internet. Hij schrijft over zijn vader L.K. en zijn grootvader U.K., van wie hij de mooie Poolse naam kreeg, en vraagt zich af of er nog familie is in Polen of elders.

Meneer L.K. is op 3 januari 1939 geboren te Fontaine-Au-Pire, een dorpje nabij de Franse stad Cambrai. Zijn ouders waren wellicht voor de nakende tweede Wereldoorlog van Polen gevlucht naar het warmere Frankrijk.

De verpleging van het woonzorgcentrum waar meneer L.K. de laatste jaren van zijn leven verbleef, bevestigt dat. ‘Hij is dan vanuit Frankrijk in België gesukkeld en werkte hier in de dokken en de binnenvaart. De laatste dertig jaar van zijn leven heeft hij het moeilijker gehad en belandde hij in psychiatrische afdelingen.’

‘En de zoon?’

‘Hij had vijf kinderen. In de laatste weken voor zijn sterven hebben we ze verzocht om langs te komen, wat ze hebben gedaan. Maar het contact kon niet meer hersteld worden, zijn mentale achterstand was al te groot.’

Het dossier van het OCMW is niet echt uitgebreid. Er is bekend dat hij schipper is, gescheiden, en dat hij in de Londenstraat aan de dokken in Antwerpen heeft gewoond. En ondanks het feit dat meneer L.K. in een woonzorgcentrum in Tremelo is gestorven, wordt zijn uitvaart georganiseerd door de stad Antwerpen. ‘Tremelo wil zijn uitvaart niet verzorgen, vandaar dat wij het doen.’

Polen, Fontaine-Au-Pire, Antwerpen, Tremelo – en zelfs na je dood word je heen-en-weer geslingerd.

Max Temmerman heeft gedicht geschreven, maar eerst krijgen we nog koffie in een achterafzaaltje van het crematorium. We hebben zojuist meneer L.G. van eenzame uitvaart nr. 59 uitgestrooid, nu moet de as van meneer L.K. in de strooiurne. De inhoud van het metalen blik in de grote urne overbrengen, doet drager Gert in een speciale kast met een afzuigkap.

‘Hier kunnen de dragers tussen diensten door ontspannen’, vertelt ceremonieleider Rik. In de ruimte staan enkele IKEA-kasten, een televisie, verschillende kranten, een koffieapparaat.

‘Hoe weten we dat ze de juiste as meegeven,’ vraagt Max.

‘Er gaat een vuurvast steentje met een nummer op mee in de oven,’ vertelt Gert die de afzuigkap afzet en de kast sluit. De urne is gevuld. ‘Dat nummer correspondeert met een naam.’

Daarna vertelt Gert dat er niet alleen fijn stof uit het vuur komt, nee, soms ook nog stukken schedel of beenderen, dat moet eerst nog in de verhakselaar vergruisd en vermalen worden. En dat dikke mensen veel beter branden dan dunne. ‘Met jouw magere lijf moeten ze het vuur dus oppoken,’ zegt Gert lachend tegen mij.

We zijn klaar en de koffie is op. Tijd voor de eenzame uitvaart van meneer L.K. waarvan we niet weten of hij dik of dun was, maar fijn stof is het zeker. Wanneer Max zijn gedicht heeft voorgedragen aan de strooiweide en Gert de as uitgooit op het gras, steekt er een felle wind op en blaast meneer L.K. hard in ons gezicht.

Lamento

Van alle seizoenen stelt de lente wat ons rest
het hardst op scherp. Zo weet wie in april sterft
of in mei meer dan wie ook wat hij allemaal verliest.
Donkere wolken kadreren nieuwe kleuren,

het groen dat altijd eerst schijnt te ontluiken
aan de meest verweerde bomen. U stelde de tijd zelf
op scherp. Seconden tikken extra luid nu, als
begrenzingen aan lege momenten.

Het heeft zo moeten zijn: geen gehuil weerklinkt,
verwensingen noch geroep maar ook aan uw graf
slaat de dood kleine wonden. Uw heengaan,
in deze lichtgevende maanden, schrijnt.