Meneer J.V. is geboren op 19 maart 1934 te Borgerhout en in zijn woning gevonden op 5 mei 2014. Zijn asuitstrooiing vond plaats op woensdag 21 mei 2014 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Andy Fierens.

Meneer J.V. is thuis overleden tussen 15 april en 5 mei – laat men mij weten. Wie hem heeft gevonden, wordt er niet bij verteld. Een achterdochtige buurman? Een deurwaarder? De man die de elektriciteitsmeters komt noteren?

Zijn appartement is in de Willem Elsschotstraat, in een van de grote woontorens op Linkeroever. Met Google Maps heb ik mij een beeld van zijn buurt proberen vormen want ik was niet in de mogelijkheid om langs te gaan.

Op de foto’s van Google Maps loop ik tussen de torens, over de parking, ik zie de groendienst aan het werk bij de struiken, ik zie de honderden ramen. Meneer J.V. moet enige tijd dood thuis hebben gelegen, ergens achter een raam.

Er ligt nog een dossier bij het OCMW dat ik doorspeel aan dichter Andy Fierens. Er is niet veel bekend; er werden geen familieleden of kennissen gevonden. In zijn dossier staat wel vermeld dat hij erg graag wandelde en naar buiten ging. Hij was een ex-dakloze. Heimwee naar de buitenlucht. En dan toch nog eenzaam binnen sterven.

Andy staat al te wachten voor het crematorium als ik kom aangewandeld. Gert is er, en een andere, nieuwe, drager die zich voorstelt als ceremonieleider. Hij vervangt vanmiddag Rik. Zal ik de uitvaart kort inleiden, vraagt de nieuwe. Dat lijkt ons uitstekend.

Uiteindelijk voegt hij er nog een tekstje van Toon Hermans aan toe: ‘Sterven doe je niet ineens, maar elke dag een beetje’. Dat kan misschien wel kloppen, voor de ex-dakloze meneer J.V. die 81 werd. Een leven lang buiten lopen, een leven lang sterven.

Voor J.V. (1934 – 2014)

Wie dakloos is telt blindelings manieren
van eenzaam zijn. De tijd is zijn juk. Iedere
dag neemt hij wat hij vindt in somber licht
in de wetenschap dat elk hier een nergens is.

De blik dwaalt vermoeid tussen hemel en
aarde. Zoals een ster in een baan beweegt tot ze
uitdooft zonder ooit een bestemming te bereiken.
Jij wist er alles van: patience spelen en achterblijven
met de dame van herinnering en de heer van hoop.

Zo doorkruiste je woestijnen van twijfel. Tot je
toch een plek vond die de jouwe wilde zijn. Je
kreeg weer een gezicht, een stem, een naam. Je
kon trots zijn maar toch bleef het knagen. Steeds
weer wilde je naar buiten gaan. Sterren tellen.
En huilen. Een leven lang huilen naar de maan.

Na het uitstrooien vliegen drie eksters aan die over elkaar heen buitelen, bekvechten en gulzig pikken in het gras, naar meneer J.V. zijn as.