Mevrouw J.M. werd op 28 maart 1934 geboren in Arendonk en overleed op 7 december 2015 in Leuven. Ze verbleef in woonzorgcentrum Edouard Remy en had geen nabestaanden. De asuitstrooiing vond plaats op dinsdag 15 december 2015 op de Leuvense stadsbegraafplaats. Dichter van dienst was Paul Bogaert. Verslag door Peter Mangel Schots.

Kort na de vijfde eenzame uitvaart in Leuven komt de melding van nummer zes. Het lijkt of ze in Leuven telkens in duo voorkomen. De eerste twee kwamen vlak na elkaar, de twee daarop ook. Nu weer.

Het was onverwacht dat mevrouw M. is heengegaan, vertelt verpleegster Vanessa van het woonzorgcentrum Edouard Remy. Net voor het weekend werd ze onwel en was ze naar het ziekenhuis gevoerd. In de nacht van maandag op dinsdag overleed ze daar. Er was niemand bij haar. Twee dagen later zijn er geen nabestaanden gevonden en rinkelt bij mij de telefoon.

Mevrouw M. kwam in Remy terecht na een eerdere hospitalisatie. Ze was slecht te been, viel af en toe en achtte het zelf raadzaam om naar een woonzorgcentrum te verhuizen. Dan kwam ze ook weer wat onder de mensen, want familie had ze niet. Nooit getrouwd geweest, geen kinderen.
Niet dat ze zich op Remy veel onder de andere bewoners mengde, ze zat het liefst op haar kamer te breien en te naaien. Met de deur open, de va-et-vient op de gang zorgde voor genoeg verstrooiing. Heel de dag was ze met handwerk bezig: kleren verstellen, knopen aannaaien, zomen leggen… Een beroep staat niet in haar dossier vermeld, maar wie haar in de weer zag met naald en draad zou kunnen denken dat ze naaister was geweest. Een buurvrouw bracht haar in het begin geregeld wat wol en daar breide ze dan sjaals mee voor het goede doel, voor arme kinderen. Maar het laatste jaar is die buurvrouw niet meer langs geweest. Niemand weet waarom, maar jong was ze ook niet meer…
Voor de rest kreeg mevrouw M. geen bezoek. De verpleegsters vroegen haar ’s maandags wel geregeld of er misschien iemand voor haar was geweest, maar het antwoord was altijd neen. Bij het opruimen van de kamer vonden ze een kaartje van een nicht, met een adres in Nederland. Op vrijdag vertrekt er nog een rouwbrief naar het noorden, vertelt Vanessa, maar de uitvaart is al op dinsdag. Er is ook nog een kerstkaartje van vorig jaar, met enkele voornamen op maar geen verdere gegevens.

Ze zijn wel geschrokken in Remy, dat het zo snel is gegaan. Mevrouw M. stelde het eigenlijk nog heel goed. Ze zat wel in een rolstoel, want stappen met een rollator lukte niet zo goed meer. Maar in die rolstoel ging ze mee op uitstap, bijvoorbeeld naar de Carrefour, waar de bewoners van Remy persoonlijke boodschappen kunnen doen. Dan kocht ze altijd druiven en Prince Fourré, haar lievelingskoeken. En achteraf gingen ze eten in de Lunch Garden.
Het was een heel vriendelijke dame, zegt Vanessa, heel dankbaar ook. Wel een beetje teruggetrokken, de meeste activiteiten vond ze te druk. Al nam ze toevallig de week voor haar overlijden nog een keer deel aan een turnnamiddag. Vanuit haar rolstoel natuurlijk.

Dat beeld wordt ons ook opgehangen door Dominique, die al op het kerkhof aanwezig is wanneer Paul en ik arriveren. Dominique had tot voor kort familie in Remy, sprong daar bij als vrijwilliger en blijft die nobele taak ook nu nog op zich nemen. Bewoners helpen met het eten, tijd maken voor een babbel, van die dingen. Een tijdje geleden werd er een verjaardag gevierd in Remy. Mevrouw M. bleef aanvankelijk op haar kamer, maar Dominique wist haar te overtuigen om toch mee een stuk taart te komen eten. En zodra ze overtuigd was, genoot ze er ook van, vertelt hij. Toen hij hoorde dat ze overleden was, besloot hij om naar de uitvaart te gaan.

We wachten een kwartiertje tot een andere plechtigheid op de strooiweide afgerond is en stappen dan met ons drieën achter de lijkwagen. De urne wordt op een sokkel in de strooiweide geplaatst, de man van de Firma zegt een kort woordje en dan is het aan Paul.

Voor mevrouw J.M.

Jongens en meisjes zullen in het openbaar
mikado uw priemen misbruiken,
uw priemen verbuigen, kijk eens hoe sterk!
De tijd in het handwerk zullen ze later pas zien.
Hoeveel sjaals zijn er nodig?

Ooit schuift iemand in een kringloopwinkel
stijf en stram een naaidoos open, vervliegt er
de likeur van Prince-koek en druif.
Hoeveel sjaals kan de wereld gebruiken?

Patrones van het protocol van de wirwar,
geef ons het sjaaltotaal:
het getik maal het gepriegel
(min de restjes en tekorten) plus de franjes
heen en weer in kilometer.

Ter plaatse, rust,
waar de tel kwijt niet erg is
en mensen passeren.

We groeten de urne. Of we een voorkeur hebben waar de asuitstrooiing precies moet gebeuren, vraagt de man van de Firma. Dominique kiest een mooi hoekje uit, langs de haag en een struik. ‘In het rusthuis zat ze ook altijd aan de hoek van de tafel, dat was haar plekje.’ Waar de as kleur geeft aan het gras, blijft hij nog even enkele woorden prevelen.

Bij het afscheid bedankt Dominique ons. Dat het zo mooi is wat we doen. Ik verwoord wat Paul en ik op dat moment allebei denken: ‘Wat jij doet, Dominique, is nog veel waardevoller en mooier.’ Hij zegt dat hij het zal blijven doen, en zijn vrouw ook. Voor veel mensen zullen zij een steun en een troost zijn.