Meneer H.V.A. werd geboren op 25 februari 1932 in Aarschot en overleed op 20 augustus 2016 in het UZ Gasthuisberg in Leuven. Hij verbleef sinds 2011 in woonzorgcentrum De Wingerd in Rotselaar. De begraving vond plaats op woensdag 24 augustus 2016 op de Leuvense stadsbegraafplaats. Dichter van dienst was Alain Delmotte. Verslag door Peter Mangel Schots.

Een rustig weggetje in Rotselaar, op een boogscheut van Leuven. Je rijdt het zo voorbij als je over de grote baan komt. Auto’s kunnen er elkaar amper kruisen. Daar in het groen ligt wzc De Wingerd, helemaal anders dan de woonzorgcentra die ik in Leuven al bezocht. Moderner, meer uitnodigend – het is ook nog maar een tiental jaren geleden opgetrokken.

Het is bijna middag en heet, augustus schudt wat het nog aan warmte in zich heeft over de krimpende dagen uit. De Wingerd baadt in de zon, het wzc telt maar twee verdiepingen en lijkt bedrieglijk op een vakantiekolonie. Aan de hoofdingang van het gebouw zit een bewoonster in een rolstoel. Ik groet haar, maar ze merkt het niet.

Meneer HVA verbleef sinds 2011 in De Wingerd, vertelt de hoofdverpleegster. Voordien woonde hij in Leuven, maar met de leeftijd van tachtig in zicht lieten zijn benen het steeds meer afweten en was een opname de beste oplossing. Er was voor het overige niemand die voor meneer HVA kon zorgen. Kinderen had hij niet en hij was weduwnaar. Tweemaal weduwnaar. Zijn eerste vrouw overleed na acht huwelijk jaar bij een ongeval. Twaalf jaar later hertrouwde hij. Dertig jaar later overleed zijn tweede vrouw. Toen was er niemand meer, al kreeg hij toen hij nog thuis woonde weleens bezoek. En er waren een hond en een kat, die vonden in 2011 een onderkomen bij de poetsvrouw. Hij ging naar De Wingerd, er volgde niemand.

De nachtzuster, die meneer HVA het best heeft gekend, heeft twee A4’tjes volgeschreven met informatie en anekdotes. Ze schetsten een beeld van een tevreden oude man, voor wie goed werd gezorgd. Het begint zo: ‘Je was op de 1ste dag dat je hier waart wel blij met al die verpleegsters rond jou. Alleen was je verdrietig over je spullen die thuis stonden. Toen zijn we allemaal in de bres gesprongen voor je huisje leeg te maken.’
Meneer HVA was een sociaal man, altijd in voor een praatje, fervent voetballiefhebber die geen match miste op tv. Wie de uitslagen van het voorbije weekend wilde weten, hoefde het maar aan hem te vragen. En na het voetbal bekeek hij opgenomen series, soms tot na middernacht. Dan ging hij vaak nog naar het rooklokaal, voor een laatste sigaartje. Nu ja, gaan… Zijn benen lieten hem steeds meer in de steek en hij belandde in een rolstoel. Maar een effect op zijn humeur had dat niet.

Ik vraag aan de hoofdverpleegster of ze in zijn dossier iets kan terugvinden over zijn job, of andere dingen over het leven dat hij leidde vóór De Wingerd. Veel is er niet. Na zijn legerdienst begon hij te werken bij Fabricom in Mechelen. Hij legde laagspanningsleidingen. Daarna werkte hij even voor Sabena, als elektricien, en vervolgens 38 jaar voor de NMBS, waar zijn vader ook werkzaam was.

Dat is het. Een beroep, een handjevol werkgevers, twee overleden echtgenotes. In het geheugen van de mensen die hem op het eind gekend hebben, leeft hij alleen verder als een bejaarde man, een rokende voetballiefhebber in een rolstoel. Het beeld dat van meneer HVA blijft, is dat van de laatste vijf jaren. Het is een gemis. Ik vraag me af hoe hij daarvoor was. Die tachtig jaren waarin hij gelachen, gehuild, gevloekt en bemind heeft. Wat deed hij ’s avonds na zijn dagtaak? Las hij soms een boek? Hoe vierde hij zijn verjaardagen, en die van zijn echtgenotes? Ging hij op zondag in alle vroegte naar de bakker? Er is niemand om zich dat te herinneren.

Enkele weken voor zijn overlijden zou meneer HVA voor onderzoek naar het ziekenhuis gaan, maar acute problemen bespoedigden zijn opname in Gasthuisberg. Er bleek geen genezing meer mogelijk. Na enkele dagen van palliatieve zorgen sliep hij in.

Ik bedank de hoofdverpleegster voor haar tijd en vouw de papieren van de nachtzuster op. Nuttige info voor Alain, die het gedicht voor de uitvaart zal schrijven. Er zijn maar 24 uren meer.
Aan de ingang van De Wingerd zitten twee bewoners in een rolstoel, een man en een vrouw. De man rookt. Het had zomaar meneer HVA kunnen zijn.

Ook een middag later, op de dag van de begrafenis, is het bloedheet. De geklede lange broeken plakken aan de dijen. Bij het wachten wordt de schaduw van een boom opgezocht. Het brengt welkome verkoeling. Gezeten op een bankje verzucht de man van de Firma dat je op die manier best honderd jaar zou kunnen worden.
Er dagen drie mensen op van het woonzorgcentrum: de nog jonge directeur en twee vrijwilligers die meneer HVA gekend hebben. Ze vonden het een aangename man en willen hem een laatste groet brengen.
Bij het graf leest Alain zijn gedicht.

TOCH NOG BEZOEK
Voor HVA

1.

Al konden je benen het niet meer aan, het schijnt dat je met goed humeur het rusthuis hebt opgevrolijkt.

Nee, je deed niet moeilijk: je had aan wat bestaan genoeg. Aan voetbal en aan soaps.

Aan veel breedte om je heen had je geen behoefte. Je hield het klein zoals je van binnen was – en niets meer.

Je bedankte dat je enkel nog dat niets meer te verliezen had. Klein was je groot genoeg.

2.

Als weduwnaar was je tot tweemaal toe volmaakt. En in je laatste jaren – even volmaakt – ontving je nooit bezoek.

Of het was de tocht. Als je raam en de deur van je kamer openstonden.

Welkom.

3.

Wellicht tegen elk doktersadvies in, bleef je meedogenloos roken. Op die manier had je nog wat aan dat zitten in een rolstoel: je kon vergeten.

Elke gedachte, elke herinnering ging gestaag in je sigarettenrook op. Met een glimlach wou je misschien wel met die rook mee.

4.

Zo dat is dan je leven geweest. Je kleren en je spullen, ze komen wel terecht. Jij, niet meer.

Het is snikheet zomer. Toch nog bezoek: je mag het grote Niets ontvangen. Neem hiervoor voorzichtig alle tijd.

Alain plooit het blad in vieren en legt het op de kist, met een steen erop tegen de bries. De twee vrijwilligers, dames op leeftijd, lezen nog een ceremoniële tekst voor. Het is pakkend. Iedereen heeft het gevoel dat hij of zij daar nodig is. Voor meneer HVA. De directeur toont zich achteraf zelfs even verrast dat meneer HVA nog maar een vijftal jaar in De Wingerd verbleef. Hij hoorde er zo helemaal bij.

Graag had ik besloten met de vaststelling dat er na de begrafenis een flink onweer losbarstte, de lucht uiteenscheurde door de bliksem en de regen bij bakken stroomde. Niets van dat alles. De zon blijft in het zenit, de zomer perst er nog even alles uit. De terrassen zitten vol met de levenden die op dit moment niet aan de doden denken.