Meneer M.D. werd geboren op 15 juli 1957 in Leuven en overleed op 29 september 2016 na een verblijf van ruim tien jaar in woonzorgcentrum Ofelia in Overijse. De begraving vond plaats op woensdag 5 oktober 2016 op de Leuvense stadsbegraafplaats. Dichter van dienst was Charles Ducal. Verslag door Peter Mangel Schots.

Een klein leven. Het was meer van toepassing geweest op het levensverhaal van meneer M.D. maar dan was het vast geen bestseller geworden. Nog geen zestig jaar en het is voorbij. De weinige flarden die ervan over zijn, volstaan amper om enkele paragrafen of een schamel hoofdstuk te vullen.

Het telefoontje komt zoals meestal van het OCMW Leuven. Ward deelt het overlijden mee van meneer M.D. Hij verbleef in Overijse, toch een twintigtal kilometer van Leuven, hoe dat zo kwam zou ik nog vernemen. Tot 1997 woonde hij in Leuven, dan enkele jaren in Herent, nadien weer even in Leuven, tot een beroerte hem trof in 2003. Zijn benen werden nadien nooit meer de oude, op den duur belandde hij in een rolstoel, alleen blijven wonen werd moeilijk. Hij werd onder toezicht geplaatst van het OCMW en kreeg een bewindvoerder.

Het is via die bewindvoerder dat ik toch iets te weten kom over M. maar het is niet veel. Zelfs een beroep wordt nergens vermeld. Vermoedelijk leefde hij van een uitkering, mogelijk werkte hij even in een beschutte werkplaats. Vermoedelijk, mogelijk… Niemand kan het bevestigen. Familie had M. niet. Getrouwd was hij niet. Vrienden kwamen er in huize Ofelia niet meer langs. Alleen de achtereenvolgende bewindvoerders, af en toe.

Overijse is dan ook niet echt bij de deur. Maar dat was de plek waar hij heen wilde na zijn hospitalisatie in 2003. Hij was in het ziekenhuis bevriend geraakt met een man die ook naar Ofelia ging. Zo kende hij toch iemand in zijn nieuwe verblijfplaats. Er was ook even sprake van de psychiatrie in plaats van een woonzorgcentrum, zo krijg ik te horen, maar dat bleek uiteindelijk niet nodig of wenselijk.

In Ofelia had M. aanvankelijk nog wat contact met enkele oude vrienden uit Herent. Op 1 mei ging hij zelf naar ginder, naar de jaarmarkt. Maar op den duur hield dat op. Vanaf dan zag hij nog alleen de mensen in het wzc en zijn bewindvoerder.

Toch leidde hij er een gelukkig bestaan, zo zeggen alle betrokkenen. Hij was goedgezind en tevreden. Een vriendelijke, beleefde man. Zijn pc was zijn kostbaarste bezit. Hij speelde er muziek mee voor zijn medebewoners van het wzc en via het internet had hij een venster op de wereld dat groter was dan dat van zijn kamer.
Aan zijn bewindvoerder vroeg hij nooit veel. Soms wat nieuwe kleren en materiaal voor zijn computer, vooral inkt en papier. Met zijn printer had M. een handeltje opgezet. Tegen een kleine vergoeding mocht iedereen bij hem komen printen. Voor de rest had hij niet meer nodig dan af en toe een biertje en een sigaret om gelukkig te zijn.

Het zijn de weinige feiten die ik kan overmaken aan Charles Ducal, die voor het eerst een Eenzame Uitvaart verzorgt.

Er zijn uitvaarten die eenzamer zijn dan die van M. want van huize Ofelia dagen er onverwacht vier mensen op. Een personeelslid, twee bewoners en een dame die de verjaardagen in het wzc een feestelijk tintje geeft.

In een bescheiden stoet gaat het van de hoofdingang naar het graf. Daar leidt de ceremoniemeester het afscheid in en geeft hij het woord aan Charles. Die vertelt kort wat over het leven van M. en leest dan zijn gedicht.

EENZAME UITVAART

Beste M,

Men noemt dit vreemde gesprek tussen ons,
die elkaar nooit eerder spraken, eenzame uitvaart:
jij die mij vraagt om een gedicht, om niet zomaar,
als een hond, te worden weggestopt onder de aarde.

Alsof je dood niet is bevolkt door zovelen die,
verdwenen uit je leven, wegzonken in je ogen,
en daarin slib werden, een humuslaag van doden,
die nu om je graf staan en die jij alleen kan zien.

Men zegt: het vlees woog zwaar, de geest te licht,
je voerde over eigen leven niet zelf het bewind,
zodat het wel lijkt alsof dit gedicht in allerijl
je dood een gezicht moet zien te geven.

Maar de dood is van jou, van jou alleen,
de vervlogen rook van je laatste sigaret,
de muziek die nu zwijgt in je pc, het wachten,
voorgoed, van je rolstoel naast je bed.

In je printer wacht nog één blad op de inkt.
Al is het wit en ongelezen, het is
volschreven. Onvervreemdbaar, jouw leven.

Iemand moet zorgen dat het wordt uitgeprint.

Dan leggen allen de hand op de kist als afscheidsgroet. De medewerkster van Ofelia wil nog iets kwijt: “We zullen hem hard missen.” M. moet in zijn omgeving graag gezien geweest zijn. Op een of andere manier had hij zijn rol in het leven in Ofelia. Ze lijkt vooral blij met de korte levensbeschrijving: “Het klopt volledig, meneer.”

Een klein leven hoeft geen leeg leven te zijn.