Mevrouw I.C. werd geboren in Kessel-Lo op 18 juni 1942 en overleed daar op woensdag 30 augustus 2017 in woonzorgcentrum Ter Vlierbeke. De asuitstrooiing vond plaats op donderdag 7 september 2017 op begraafplaats Diestseveld. Dichter van dienst was Charles Ducal. Verslag door Peter Mangel Schots.

‘Zesenveertig.’
‘Ik!’
‘Tweeëntwintig.’
‘Ja!’
In de eetruimte van de gelijkvloerse verdieping in Ter Vlieberge zitten vier dames rond een tafel bingo te spelen. Het woonzorgcentrum ligt in het groen, de architectuur geeft een huiselijke indruk. Weinig rechte witte gangen, veel hoekjes en kantjes, het doet eerder aan een bijenkorf denken. Ik loop er bijna zelf in verloren.

‘Renke speelde ook geregeld’, zegt een van de verpleegsters. Renke, zo stond mevrouw I.C. hier bekend. Dat vond ze zelf fijn, als ze met haar echte naam werd aangesproken was ze boos.

Er was in het leven van mevrouw I.C. wel wat om boos over te zijn. Ze leed aan borderline en dat heeft haar leven getekend. Een sterk karakter, behulpzaam en gedienstig in de goede momenten, bars en bits op andere. Niet gemakkelijk voor haarzelf, evenmin voor haar omgeving. Die haakte op den duur af. Een na een verdwenen de mensen uit haar leven.

Terwijl de dames bingo spelen, razen aan de andere kant van de wereld orkanen over de planeet. In het Grote Citatenboek staat de versregel ‘Eenzaamheid is de ondoorgrondelijke rust van de storm.’ De stormen in het hoofd van mevrouw I.C. leidden tot haar eenzaamheid. Ik vraag me af of die eenzaamheid haar rust geschonken heeft.

Het leven had voor haar anders kunnen lopen. Ze heeft een echtgenoot gehad, was gescheiden. Ze had ook twee kinderen. Allemaal hadden ze al lang geleden afscheid genomen van hun vrouw of moeder. Het contact was definitief verbroken, de dood veranderde daar niks aan. Via een bewindvoerder of notaris zijn ze op de hoogte gebracht. Ze zullen niet bij de uitvaart aanwezig zijn, heeft iemand van de firma mij laten weten. Best mogelijk dus dat er buiten ons helemaal niemand zal zijn.

Niet alleen haar familie had afstand genomen. In het begin toen ze in het woonzorgcentrum verbleef, kwamen er nog vriendinnen op bezoek. Die deden weleens een boodschap voor haar of brachten nieuwe kleren voor haar mee. De hevige stemmingswisselingen van mevrouw I.C. – te wijten aan borderline en ook nog diabetes – verstoorden alle relaties.

De verpleegsters van Ter Vlierbeke sommen nog enkele feiten op. Mevrouw I.C. woonde vroeger op een flatje in Kessel-Lo. Vermoedelijk is ze altijd huisvrouw geweest. Ze ging maar tot haar veertiende naar school. In 2008 werd ze na een val al eens opgenomen, in wzc Remy. Maar daar ontsloeg ze zichzelf al na veertien dagen. De koffer gepakt en weg. Een sterk karakter…

Een jaar later werd ze weer na een val opnieuw opgenomen in Remy. Na drie maanden werd ze overgeplaatst naar Ter Vlierbeke. Op den duur belandde ze in een rolstoel en de laatste maanden was ze bedlegerig. De laatste weken ging ze fel achteruit en wilde ze ook nog amper eten.
Hoewel de neveneffecten van diabetes haar veel pijn bezorgden, weigerde ze vaak om pijnstillers te nemen. Ze kreeg morfinepleisters maar medicatie spuwde ze uit. De verpleegsters vertellen het allemaal met veel begrip en mededogen. Het was weleens worstelen met mevrouw I.C.

Toch blijft de herinnering aan een vrouw die levenslustig was, zich laafde aan muziek op radio en tv en liefst nog beide tegelijk. Ze hield van zoetigheden, een ‘pateke‘ op zijn tijd – voor zover dat met haar diabetes mogelijk was. Tot op het einde bleef ze ook redelijk scherp van geest.
En ze hield van mannen. Op minder heldere momenten sprak ze wel eens van een jongere man die haar mee uit zou komen nemen. En de jonge stagiair-verpleger mocht zeker op haar aandacht rekenen. Om die mannen te behagen wilde ze er graag goed uitzien. Op haar eigen en eigengereide manier: op een dag liet ze zich bij de kapper van het wzc een ‘broske‘ aanmeten.

Maar de mensen die er echt zouden moeten toe doen, waren dus uit haar leven verdwenen. Haar kinderen die ze niet wilde zien – en vice versa – maar van wie ze op haar kamer wel de geboortekaartjes bewaarde. Er waren blijkbaar ook nog een broer en een zus, die de voorgaande jaren overleden waren. Op die momenten was er weleens een neef of nicht langs geweest. Ze kwamen zelden of nooit een tweede keer.

Op de dag van de asuitstrooiing strijdt de herfst al voor zijn macht over de zomer. Onder een loden hemel verzamelen zich uiteindelijk meer mensen dan verwacht. Enkele vrouwen die ook familie hebben in Ter Vlierbeke, enkele neven en nichten en zelfs een paar mensen van haar schoonfamilie. Twee verpleegsters ook. Naar onze maatstaven is dat een overrompeling.
Uit enkele korte gesprekken blijkt dat het beeld dat we van I. hebben – niemand van hen noemt haar Renke – helemaal klopt. De anekdote dat ze weleens een Fanta probeerde te bietsen, wat met haar diabetes eigenlijk niet mocht, past helemaal in het plaatje.

Op de strooiweide leest Charles enkele levensfeiten van Renke voor, en dan zijn gedicht.

In memoriam I.C.

Men zegt over Renke: ze kon niet zwijgen,
een eigengereide, zelfzekere mond
die overstemde, gelijk wilde krijgen, en kreeg.
Ze had het hart, en ook de gal op de tong.

En nu wij hier staan, om haar uit te leiden,
en het aan ons is, het woord, denk ik:
we kunnen wellicht beter zwijgen,
we zijn tenslotte volstrekt onbekenden.

Voor anderen paraderen hier soms lange rijen.
Wat maakt het uit? Al stonden er honderd
te schreien, het raakte je niet, Renke.

Jij bent het die ons nu raakt, door te zwijgen,
en dat zwijgen overstemt ieder woord.
Wat een mens is, is bij leven niet te begrijpen.

Daarom staan wij hier. En buigen het hoofd.

Na het gedicht wordt er een minuut stilte bewaard.
Dan zijn er plots rozen.
Van wie de rozen komen, weten we niet. De man van de firma deelt ze uit en iedereen legt een roos op de rand van strooiweide. In het natte gras, waar de as van mevrouw I.C. wordt uitgestrooid, getuigen heldere bloemen met scherpe stekels van een leven dat is afgesloten.