Mevrouw I.M. werd geboren in Aarschot op 27 september 1938 en overleed op donderdag 31 mei 2018 in Leuven in woonzorgcentrum Edouard Remy, waar ze sinds enkele maanden verbleef. De asuitstrooiing vond plaats op dinsdag 5 juni 2018 op de Leuvense stadsbegraafplaats. Dichter van dienst was Herlinda Vekemans. Verslag door Peter Mangel Schots.

Het is met een tussenpoos van nog geen uur dat de twee berichten binnenlopen, eentje van de begrafenisondernemer, eentje van het OCMW in Leuven. Ze melden beide dat er een eenzame uitvaart zit aan te komen. Het is ergens geruststellend dat de alertheid voor eenzame uitvaarten nog altijd aanwezig is, ook al dateert de vorige in Leuven – gelukkig – alweer van een halfjaar geleden.
Dit keer gaat het om mevrouw I.M. – pas later, wanneer ik nadenk over woorden om haar nagedachtenis vast te leggen, valt me de ironie in van die initialen.
I.M.
In Memoriam.
Dat is precies wat we gaan doen: haar herdenken, nog even de spots zetten op een leven dat zelf is uitgedoofd.
Veel kom ik dit keer niet over haar te weten. In wzc Remy verbleef ze nog maar sinds januari. Voordien woonde ze op een serviceflat in Heverlee. Haar man overleed twaalf jaar geleden.

Toch probeert de hoofdverpleegkundige een zo goed mogelijk beeld te schetsen van mevrouw I.M. Ze was dementerend, diepgaande gesprekken zijn er met haar allicht niet gevoerd. Maar ondanks die dementie bleek mevrouw I.M. de nodige humor te bezitten. Een kwinkslag hier en daar. Of iemand, wiens naam in de mist van haar hoofd niet oplichtte, anders benoemen. Zo was er een mannelijke verpleegkundige die volgens haar sprekend geleek op Marcske uit F.C. De Kampioenen. Dat moeten op zijn minst lichtpuntjes in haar laatste dagen zijn geweest.
Naar de vorige 79 jaren van haar leven hebben we het raden. Enkele elementen wijzen erop dat ze het vast niet makkelijk gehad heeft. Een groot gezin, de oorlogsjaren. En er is een dochter, die door haar familie werd opgevoed. Ook naar die omstandigheden kunnen we alleen raden. Met die dochter, haar enige kind, moet het contact al lang geleden verbroken zijn. Zij, noch iemand anders, wordt op de uitvaart verwacht.
Nog één extra feit weet de hoofdverpleegster op te diepen: mevrouw I.M. was zelf verpleegster. Ze had haar opleiding genoten in Mechelen en een tijd in Pellenberg gewerkt. Alles wijst erop: mevrouw I.M. heeft in haar leven veel gangen gezien. Veel ziekenhuiswit.

De straten waar ik op dinsdagmiddag 5 juni door loop – na een verhuis mijn nieuwe route naar de stadsbegraafplaats – spelen die ziekenhuisgangen na. Links en rechts de anonieme deuren van de stad en in de lucht het gebroken wit van een betrokken zoele dag.

Herlinda is al aanwezig op het kerkhof, Alain is met haar meegekomen, en ook de vertrouwde man in het zwarte pak is er al. We wachten nog tien minuten, tot het vooropgestelde uur van de uitvaart is aangetikt en we ervan uit kunnen gaan dat er niemand meer onverwacht zal opdagen.
Alleen een kat trippelt langs. Ze verbergt zich onder de corbillard en we zijn alle vier even getroffen door de speelse aanwezigheid. Een laagje ijs dat plots gebroken wordt.

Langzaam richten we onze stappen naar de strooiweide. Daar leest Herlinda haar gedicht.

Herfstkind in een rij van zeven
een huis en erf vol stemmen,
gelach, geloop, geroep
hinkelen, touwtje springen, zakdoek leggen
en een wereldoorlog in je poppentijd

Ziekenhuizen gingen je hele leven mee
Was er toen nog tijd over naast bedden maken
koorts meten en bedpannen legen?
Hoeveel zieken sprak je al die jaren,
hun klachten verzacht, hun kussens opgeschud
Waren zij het die je dagen als netjes gestreken zakdoeken
in de lade legden?

Was het rustoord een terugkeer naar de tijd van toen?
Verbaasde het je dat mannen nu ook verpleegden
en je kwinkslagen behendig terugkaatsten?
Hoe hing je leven zo in gangen rond?

Herfstkind in een rij van zeven
gelach, geloop, geroep, ziekenhuizen, zakdoeken, klachten en kwinkslagen
Alles in de lade gelegd,
lang op een kiertje gelaten
en uiteindelijk stil dichtgedaan

Dan strooit de kerkhofopzichter voorzichtig de assen uit. Een grijze rechthoek, gelijk een zerk.
De man van de begrafenisondernemer zegt ons tot ziens en voegt er filosofisch aan toe: ‘Jullie zijn de enigen tegen wie ik dat kan zeggen.’

Nadien praten we nog even na met fotografe Joke, die de plechtigheid vanop een discrete afstand gevolgd heeft. Ze maakt er een reportage over voor het Vlaams-Turkse literaire tijdschrift Akrostis, dat een nummer wijdt aan rituelen.
Toen Herlinda haar gedicht voorlas, is er nog een man opgedoken, vertelt Joke. Hij had mevrouw I.M. gekend, maar dichterbij komen wilde hij niet. Hij verdween ook weer snel van zodra de plechtigheid voorbij was. We vragen of hij toevallig wat geleek op Marcske uit F.C. De Kampioenen. Joke kijkt even verrast en antwoordt dan: ‘Ja, nu je het zegt, daar had hij wat van weg…’