Meneer H.S. werd geboren in Luik op 14 april 1930 en overleed op woensdag 29 augustus 2018 in Leuven in woonzorgcentrum Booghuys. De asuitstrooiing vond plaats op dinsdag 4 september op de Leuvense stadsbegraafplaats. Dichter van dienst was Lieve Desmet. Verslag door Peter Mangel Schots.

Zo begint het bijna altijd: met een telefoontje. Op woensdagnamiddag hangt de begrafenisondernemer aan de lijn. Meneer H.S. is overleden en er zal zaterdag niemand op de uitvaart aanwezig zijn. Ik noteer de gegevens van meneer H.S. en vraag naar een contactpersoon in het woonzorgcentrum waar hij verbleef.
Nog voor ik de kans krijg om na te gaan wie van ons de uitvaart zal kunnen bijwonen, belt de begrafenisondernemer opnieuw. De datum is gewijzigd, de asuitstrooiing zal pas op dinsdag plaatsvinden. Meteen strekt zich een weidse zee van tijd uit. In vergelijking met de meeste eenzame uitvaarten, waarvoor we twee, drie dagen op voorhand gecontacteerd worden, is zes dagen een kleine eeuwigheid – wat dat in deze context ook moge betekenen.

Ik bel meteen naar Lien. Zij werkt voor Radio 1 en vroeg ons enkele weken geleden of ze een radioreportage mocht maken over De Eenzame Uitvaart, om die uit te zenden in de bezinningsmomenten rond Allerheiligen en Allerzielen. Het woord ‘geluk’ past hier niet echt, maar ze heeft wel dubbel meeval: dat er überhaupt nog een eenzame uitvaart plaatsvindt vóór 1 november én dat ze ruim de tijd heeft om haar reportage te maken.
Het is ook een eenzame uitvaart die je typisch zou kunnen noemen: iemand zonder kinderen, weduwnaar, zonder broers of zussen, die al een hele tijd in een rusthuis verblijft. Dan brokkelt het netwerk van vrienden en buren af en resten uiteindelijk nog verplegers, vrijwilligers, animatoren…
Meneer H.S. verbleef al sinds 2010 in het Booghuys, dat vasthangt – bijna letterlijk – aan wzc Remy. Hij werd 88 jaar geleden geboren in Luik, maar daar weet verder niemand wat over. Waren zijn ouders Luikenaars of Vlaamse arbeiders in de hoogovens? We hebben er het raden naar. Het was meneer S. alleszins niet aan te horen, hij was een Leuvenaar ‘zo rasecht als Onze-Lieve-Heer ze maakt’. Dat blijkt ook uit zijn hobby’s. Hij was voetbalfan en fervent supporter van het oude Stade Leuven, de voorloper van OHL. En hij was betrokken bij de Mannen van het Jaar, ook wel de Jaartallen genoemd, een unieke Leuvense traditie waarin de mannen van een bepaald geboortejaar zich vanaf hun veertigste verenigen. Meneer S. behoorde tot de Mannen van 1930 en was ooit erg actief binnen zijn Jaartal.
Directrice Els en hoofdverpleegster Diane vertellen me nog meer over meneer S. Een vriendelijke en goedlachse man. Twintig jaar lang werkte hij voor een bedrijf dat Belgasigaretten vervaardigde. Nadien zat hij even bij het leger en ten slotte ging hij aan de slag bij zijn stad, Leuven. Hij vertelde het graag: hoe hij de witte wegmarkeringen moest schilderen. Allemaal lijnen. Kaarsrecht, uiteraard.
In 2000 overleed de echtgenote van meneer S. Hij woonde een tijdje onder hetzelfde dak als de zus van zijn overleden vrouw, maar in 2010 werd hun huis onbewoonbaar verklaard en vonden de sociale diensten het raadzaam dat ze naar een woonzorgcentrum zouden gaan. Vanaf dan lopen de verhalen niet helemaal overeen, maar mogelijk groeiden schoonbroer en schoonzus uiteen. De ene verbleef in het Booghuys, de andere in Edouard Remy. De schoonzus van meneer S. overleed een paar jaar later. Ze had nog een nakomeling, maar die wenste niet bij de uitvaart aanwezig te zijn.

Maandagvoormiddag spreek ik met Lien. Hoog in het abdijpark van Keizersberg worden we omringd door stilte. Beneden in de stad is het de roezigste dag van het jaar. De kroegen zijn in alle vroegte geopend om de Jaarmarkt te vieren. Op het Sint-Jacobsplein is de beestenmarkt en de veeprijskamp volop aan de gang, in de Diestsestraat zingen Sergio en Sam Gooris op geïmproviseerde podia aan de volkscafés.
Op de Keizersberg is er hooguit het getjilp van vogels te horen, of de gedempte stappen van een wandelaar en zijn hond.
We praten over het ontstaan en de evolutie van De Eenzame Uitvaart, over onze werkwijze, over statistieken en enkele individuele gevallen. Maar vooral ook over het waarom, het belang van rituelen, de dienstbaarheid aan de maatschappij. En over wat het met ons doet, hoe het ons alle zeven ook een beetje verandert en wat een voorrecht we het vinden dit te mogen doen. Lien zal de uitvaart bijwonen, maar in alle discretie, en alleen vooraf en nadien opnamen maken, om het serene moment niet te verstoren.

De dag nadien, kort voor de uitvaart, gaan we nog eens spreken met Els, met Diane en met animator Ralph. Ze vertellen over het dagelijks leven in het woonzorgcentrum, en over meneer H.S. Een zachtaardige, rustige man. Heel aangenaam voor de verpleging, iemand die oprecht dankbaar was voor alles wat je voor hem deed. Hij hield van sociaal contact, genoot van een babbel en vertelde graag vanuit zijn eigen leefwereld. En hij had humor, die zelfs in zijn laatste pijnlijke dagen de kop opstak. Ze gaan hem na al die jaren missen, hun meneer.

Tegen drie uur gaan we naar de stadsbegraafplaats. Lieve is er al, de lijkwagen staat ook gereed.
De weemoed van het personeel in het wzc was niet gespeeld: Diane en Brigitte, de oudsten van de afdeling, hebben zich kunnen vrijmaken. Ze proberen dat altijd te doen, zeggen ze, vaak offeren ze er wat van hun vrije tijd voor op. Er worden herinneringen uitgewisseld aan meneer H.S.
We laten hen voorgaan achter de lijkwagen. Wanneer op de strooiweide de urne op zijn sokkel is geplaatst, brengt Lieve haar poëtische saluut.

Afscheid in Leuven

Ik dwars de witte volle lijnen
die jij trok voor deze eeuwenoude stad
waar we nooit een eigen kind springlevend,
toch moet er iemand zijn dacht ik, zo op het einde.

In deze stad van jaartallen, bier en brein
iemand zijn die misbaar
maakt : een laatste zwaai, een schouder
schuift onder de kist, iemand
die deze datum,
en naar een zakdoek grist.

Ik dwars de witte volle lijnen in deze stad
en sta hier met wat excuus, een mal
gedicht. Ik zocht vergeefs een ander woord
voor vondeling, maar dan voor op dit eind

Waar de as uitgestrooid mag worden? Diane en Brigitte krijgen de keuze, ze wijzen een plekje aan in de schaduw van een boom. De kerkhofbeheerder opent de urne vlak boven de grond en strijkt grijze strepen in het gras. Dan houden we een minuut stilte.

Het is Diane die als eerste weer spreekt. Met een glimlach die enkele tranen wegduwt, zegt ze tegen de kerkhofbeheerder dat meneer H. zijn lijnen indertijd toch wat mooier recht trok. Een laatste complimentje aan de overledene.