<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>De Eenzame Uitvaart</title>
	<atom:link href="http://www.eenzameuitvaart.be/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.eenzameuitvaart.be</link>
	<description>gedichten om niet meer te vergeten</description>
	<lastBuildDate>Fri, 24 May 2013 07:43:29 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.5.1</generator>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 39, G.B</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/05/24/eenzame-uitvaart-nr-39-g-b/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/05/24/eenzame-uitvaart-nr-39-g-b/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 24 May 2013 07:43:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Stijn Vranken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=543</guid>
		<description><![CDATA[Meneer G.B. is op 9 mei 1936 geboren te Antwerpen en daar thuis overleden op 6 mei 2013. Zijn uitvaart vond plaats in de vroege ochtend van 22 mei 2013 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Stijn Vranken. Ik ga in op het aanbod van Stijn om in zijn auto te wachten tot de [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>Meneer G.B. is op 9 mei 1936 geboren te Antwerpen en daar thuis overleden op 6 mei 2013. Zijn uitvaart vond plaats in de vroege ochtend van 22 mei 2013 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Stijn Vranken.</p></blockquote>
<p>Ik ga in op het aanbod van Stijn om in zijn auto te wachten tot de uitvaart van meneer G.B. van start gaat.<br />
&#8216;Hier is het warmer&#8217;, zegt hij terwijl ik me op de achterbank wurm. Het barre lenteweer houdt al een tijdlang aan &#8211; men spreekt van de slechtste lente in veertig jaar.<br />
&#8216;Echt begrafenisweer&#8217;, zegt Stijn terwijl hij de radio stiller draait.<br />
Zoals de eskimo&#8217;s volgens de geruchten duizenden woorden zouden hebben voor sneeuw, hebben wij er beslist een aantal voor regen. Ik overloop in mijn hoofd de woorden die mijn dialect of taal beschikbaar stelt om het over regen te hebben. Duveltjeskermis, oude wijven, pijpestelen regen, een vlaag, miezeren, motregen, &#8216;t zevert… Teleurstellend kom ik maar op een zevental woorden. <span id="more-543"></span><br />
Ik vertel Stijn over de buurvrouw van meneer G.B., die na twee keer aanbellen via de intercom antwoordde. Haar hond kefte luid op de achtergrond, wat deels haar antwoorden overstemde. Ze wilde me te woord staan, en even later ging de voordeur open. Ze had een grijze trui met vlekken aan, die ooit wit moet zijn geweest, en op haar kin en wangen zag ik stoppels wit haar, zeg ik tegen Stijn, als van een baard die om de week wordt getrimd. Ik gaf mijn plaatsvervangende schaamte voor dit troosteloze en marginale tafereel toe.<br />
&#8216;Hoe lang was de baard?&#8217; vraagt Stijn.<br />
&#8216;Ongeveer zo lang als die van mij&#8217;, antwoord ik.<br />
&#8216;Je weet nooit of zoiets door onverschilligheid komt, of dat ze het gewoonweg niet ziét.&#8217; Nadat ik mijn moed bij de buurvrouw herwonnen had, vroeg ik haar uit over meneer G.B., maar ze wist enkel te vertellen dat hij &#8216;nogal ziekelijk was&#8217; en &#8216;slecht te been&#8217;. Er was nog een zeker Jeanine, een kennis van in het café, die af en toe bij hem op bezoek kwam &#8211; meer kon ze niet vertellen. Ik hoorde haar hond op de bovenverdieping verontwaardigd blaffen.<br />
&#8216;Dat zie je vaak bij mensen die het niet zo breed hebben,&#8217; zegt Stijn. &#8216;Zelfs al is het een extra mond om te voederen, nemen ze toch die hond.&#8217;<br />
&#8216;Die oordeelt niet wanneer je er tegen praat.&#8217;</p>
<p>Ik had afscheid genomen van de buurvrouw en me geëxcuseerd voor haar tijd die ik in beslag had genomen.<br />
Bij nummer 79, het huis van meneer G.B. belde ik ook aan, en na lang wachten deed een man met een Aziatisch uiterlijk de deur open. Hij kwam recht uit zijn bed, dat zag ik zo. Een nachtbaantje, gokte ik. Nederlands of Engels was hij niet machtig, maar mits wat gebarentaal van zijn kant kon hij verstaanbaar maken dat meneer G.B. in het kamertje op de gelijkvloers had gewoond. Hij wees de deur in de trappengang aan, de gordijnen aan de straatkant waren gesloten. Van buitenaf leek het een erg kleine kamer, maar dat is niet zo verwonderlijk in deze buurt, op een boogscheut van ziekenhuis Stuivenberg in Antwerpen Noord, waar je niet bepaald de chiqueste villa&#8217;s tegenkomt.<br />
Zacht motregende het. Ik maakte mijn fiets los van de boom voor het huis van meneer G.B., en besloot het café te zoeken waar vriendin Jeanine misschien aan een koffietje zat. Ik zag alleen een gesloten voetbalcafé dat eerder op een verdacht gokkantoor leek. Het begon harder te regenen, waardoor ik besloot weer naar huis te keren.<br />
&#8216;Maar ook zonder het verhaal van de buurvrouw en het café was ik al aan het gedicht begonnen&#8217;, zegt Stijn. Een lijkwagen komt Schoonselhof opgereden. We zijn compleet. Ik open de autodeur op een kier en steek vragend mijn duim op naar Etienne die in de auto zit. Hij wijst naar de brede laan, richting perk W1 &#8211; we kunnen meteen doorrijden.<br />
Onderweg naar het perk neem ik alvast mijn drie rozen in de hand, en onderdruk ik een geeuw vanwege het vroege uur. De dragers staan te dralen bij de open kofferruimte van de corbillard, kijken elkaar aan alsof ze zich ervan willen vergewissen dat het de juiste kist is.<br />
&#8216;Het is nogal een zware&#8217;, zegt Etienne als hij op me toestapt om een hand te geven. De dragers schuiven de kist een eind uit de wagen en heffen hem dan met veel moeite op de schouders. Halverwege het pad naar het perk wankelen de vier dragers, lijkt de zware kist te gaan schuiven, maar er gebeurt niets. Hun grip is stevig. De aarde op perk W1 is verzopen, er staan grote plassen tussen de graven.<br />
De kist van de schouders naar de schragen verplaatsen is nog een hachelijk manoeuvre, even lijkt het mis te lopen, maar dan ligt de zware meneer G.B. stil. Mijn drie rozen gaan op het deksel, alsook een bloemstukje met lint.<br />
&#8216;Vrienden van Pimpelhof&#8217;, leest Etienne van het lint voor. &#8216;Een dame van in de zeventig heeft dit besteld. Zelf kon ze niet komen.&#8217;<br />
&#8216;Pimpelhof is waarschijnlijk het café dat ik niet vond&#8217;, zeg ik. &#8216;Het café van Jeanine.&#8217; Thuis zal ik &#8216;Pimpelhof&#8217; googelen, en inderdaad, het café ligt in een dwarsstraat. Op een website lees ik: &#8220;Gezellige sfeer met toffe muziek in een bruine kroeg waar het altijd feest is. In de wintermaanden speciaal op zaterdagen open voor mensen met koude voeten vanaf 14u.&#8221;<br />
Altijd feest, en bloemen als je dood bent.<br />
Etienne doet teken dat de dienst kan beginnen.</p>
<div title="Page 1">
<div>
<div>
<blockquote><p><strong>Niet iets</strong></p>
<p>Ik weet het zeker, misschien is wat ons<br />
de ene dag niet en de andere plots wel doet bestaan,</p>
<p>misschien is wat ons uit stof opwaait<br />
tot wat we bij voldoende zichtbaarheid elkaar noemen,</p>
<p>misschien is wat licht geen tijd geeft,<br />
tijd geen ruimte en ons geen kans zonder droom,</p>
<p>misschien is alles wat ons een leven lang optilt<br />
boven de put die deze bol is</p>
<p>niet iets om zomaar te geloven.</p></blockquote>
</div>
</div>
</div>
<p>Stijn leest luid voor, met de benen in spreidstand voor de kist. Halverwege zijn gedicht gaat er een gsm af van één van de grafmakers, een luid technodeuntje, waardoor de graver wegloopt van de kuil.<br />
&#8216;Dan kunnen we nu, samen, groeten&#8217;, zegt Etienne. Stijn, Etienne en ik gaan in een halve maan rond de kist staan en buigen het bovenlichaam. Nadat de dragers met veel moeite de kist aan rolluiktouwen in de kuil laten zakken &#8211; met een bonk raakt de kist de bodem &#8211; lopen ze handenschuddend naar ons toe. Davy en Dennis laten hun roodverbrande vingers aan me zien, waar het touw in heeft gesneden. &#8216;Die was zwaar&#8217;, schudt Davy het hoofd.<br />
Ik schud hun pijnlijke handen en neem afscheid. Stijn wil me een lift geven naar het centrum, dus mag ik weer op de achterbank, net achter de bijzitterszetel waar nu een gloednieuw kinderzitje gemonteerd staat &#8211; nog geen drie weken in gebruik. Ik feliciteer hem met het mooie nieuws. Een nieuw licht dat zijn huis is binnengeglipt, een klein hoopje leven, waar hij nu naar terugkeert, na een ochtend van regen en dood.</p>
<blockquote><p>Voor gedicht: Stijn Vranken<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/05/24/eenzame-uitvaart-nr-39-g-b/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 37, J.D. &amp; nr. 38, A.H.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/05/13/eenzame-uitvaart-nr-37-j-d-nr-38-a-h/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/05/13/eenzame-uitvaart-nr-37-j-d-nr-38-a-h/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 13 May 2013 12:55:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Joke van Leeuwen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=535</guid>
		<description><![CDATA[Meneer J.D. is in Antwerpen geboren op 19 september 1950 en daar thuis overleden op 9 april 2013. Zijn uitvaart vond plaats op woensdag 8 mei 2013 op begraafplaats Schoonselhof. Geen dichter van dienst. Mevrouw A.H. is op 28 februari 1928 geboren te Zele en in haar woonst in Berchem overleden op 31 januari 2013. [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>Meneer J.D. is in Antwerpen geboren op 19 september 1950 en daar thuis overleden op 9 april 2013. Zijn uitvaart vond plaats op woensdag 8 mei 2013 op begraafplaats Schoonselhof. Geen dichter van dienst.</p>
<p>Mevrouw A.H. is op 28 februari 1928 geboren te Zele en in haar woonst in Berchem overleden op 31 januari 2013. Haar uitvaart vond plaats op woensdag 8 mei 2013 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Joke van Leeuwen.</p></blockquote>
<p>Vijf witte rozen en een palmblad, met een reepje aluminiumfolie aan de steeltjes bij elkaar gehouden, bungelen in mijn hand wanneer ik een half uur te vroeg begraafplaats Schoonselhof opstap. Er staat al een wagen van de Firma, met daarin de drager met rossig sluik haar, en de ronde, kleine man met het Waaslandse dialect aan het stuur. Ik sta voorovergebogen aan het open raampje aan zijn kant.<br />
&#8216;Ik kom voor mevrouw A.H.&#8217; zeg ik, met de rozen wijzend naar de kist in de kofferruimte.<br />
&#8216;Nee, dit is meneer J.D.&#8217; Eerst moet meneer J.D. nog de grond in, mevrouw A.H. zijn ze ondertussen nog aan het kisten. Meneer J.D. lag al twee maanden in de koelcel van ziekenhuis Stuivenberg. Het is onduidelijk waarom er zoveel tijd overging eer de uitvaart kon plaatsnemen, zegt de kleinste drager. Renée heeft ook geen melding gemaakt van de uitvaart van meneer J.D.<span id="more-535"></span><br />
De lucht trekt donker samen.<br />
&#8216;Ik denk dat je collega&#8217;s aan het wachten zijn tot het begint te regenen&#8217;, merk ik op. Hij moet lachen. Zijn collega stapt uit om een overjas uit de achterruimte van de corbillard te halen. Ik gluur langs de gordijntjes naar de kist met meneer J.D. Aan de zijkant van de wagen zitten nog ouderwetse zilverkleurige ornamenten.<br />
&#8216;Ze zullen er binnen vijf minuten zijn&#8217;, zegt de kleinste terwijl hij uitstapt. Ik sta aan de stoeprand te kijken naar een Canadese gans die in de borders tussen de uitbloeiende paasbloemen scharrelt. Het is een groot en log beest, dat ons even aankijkt en zich dan weer naar de grond richt.<br />
Ik zie het klein appartementje waar mevrouw A.H. woonde weer voor me, in een straat ingesloten tussen twee spoorwegen vlakbij het station van Berchem. Toen ik voor haar deur stond, vloog een sportvliegtuigje op van het nabijgelegen vliegveld van Deurne. Het scheerde laag over de huizen waardoor ik de vleugels kon zien trillen. Als ik weer voor me uitkeek, zag ik de afgebladderde gevel, het vuilnis in de gemeenschappelijke trappenhal en de brievenbussen dichtgekleefd met zwarte tape. Voor het raam op een bovenverdieping stond nog een plant, maar de meeste appartementen in deze drie verdiepingen tellende blokken vertoonden geen teken van leven. Op het gelijkvloers kon ik een kamer binnenkijken. Een gelige matras op de vloer, een kabel die uit de muur was getrokken. Mevrouw A.H. woonde één hoog, maar daar waren de gordijnen gesloten. Vergeefs heb ik alle deurbellen ingedrukt, maar nergens kreeg ik gehoor. Op het naamplaatje van mevrouw A.H. stond ook de naam van meneer of mevrouw De Winter, maar volgens de burgerlijke stand is ze ongehuwd gebleven, en er was verder geen familie bekend. Een koppel met twee kinderen fietste rinkelend voorbij, maar verder was er niemand te zien.<br />
Mevrouw A.H. werd hier op 31 januari door de politie aangetroffen. Aangezien er twijfel was over de doodsoorzaak, werd het parket ingeschakeld. Die brachten het lichaam over naar het UZ Edegem waar het meer dan drie maanden in de koelcel werd bewaard. Al op 5 februari gaf het parket het lichaam weer vrij, en kon worden overgegaan tot begraving, maar het duurde tot de laatste week van april vooraleer deze opdracht werd doorgegeven aan OCMW Antwerpen. Waarom die opdracht zo lang op zich heeft laten wachten, is voor Renée een raadsel, schrijft ze. Ze sluit haar mail af met: &#8216;Etienne zal er terug bij zijn.&#8217; Die had namelijk last van zijn rug en lag een tijdlang buiten strijd.<br />
De gans trippelt gakkend weg als een tweede lijkwagen de begraafplaats opdraait.<br />
&#8216;Een prachtig dier&#8217;, zegt de drager, waarna hij weer in de corbillard stapt en met zijn collega&#8217;s naar perk W1 rijdt. Ik besluit ook de uitvaart van meneer J.D. bij te wonen, aangezien er geen familie of vrienden opduiken. Er is dan wel geen gedicht, ik heb de vijf witte rozen voor mevrouw A.H. nog. Zij krijgt het gedicht, hij haar rozen &#8211; zo zullen ze naast elkaar liggen.<br />
Etienne en Dennis stappen uit de tweede lijkwagen en meneer J.D. wordt op de schouders van de dragers gehesen en naar het perk gedragen. Hun armen broederlijk in elkaar gehaakt, hun oren tegen de kist. Bij wijze van rustpunt en om de rolluiktouwen door de handvatten te steken, wordt de kist even op de schragen geplaatst. Dennis vraagt aan de grafmaker of die thuis een zonnebank heeft staan omdat hij zo bruin ziet.<br />
&#8216;Ik werk buiten, en ik moet geen lange zwarte jas zoals jullie dragen&#8217;, antwoordt die.<br />
&#8216;Waarschijnlijk heb je daarjuist een schep zand tegen je gezicht gekregen&#8217;, zegt Etienne. De dragers lachen en heffen de kist gelijkmatig op. Er is door de grafmakers een gat gegraven waar drie kisten in kunnen, waarmee ook het einde van deze rij op het perk is bereikt. Morgen moet een nieuwe rij opengespit worden. De vijf dragers en de gebruinde grafmaker staan rond de kuil en buigen het bovenlichaam. Ik volg met mijn hoofd, een klein knikje voor meneer J.D.<br />
Later zal ik per mail van Renée te weten komen dat meneer J.D. gescheiden was, maar nog vier kinderen had. Aangezien zijzelf kort met vakantie was, hadden haar collega&#8217;s deze uitvaart geregeld. Zij gingen er van uit dat de kinderen de begrafenis van meneer J.D. zouden bijwonen.</p>
<p>Bij het verlaten van het perk zie ik aan de ingang in de verte iemand staan.<br />
&#8216;Is dat Joke?&#8217; vraag ik aan Etienne. Hij plaatst zijn hand boven zijn ogen.<br />
&#8216;Nee, dat is een man, die naast zijn auto staat. Maar op het bankje zit nog iemand, met een groene paraplu.&#8217;<br />
Joke ziet me aankomen en trekt haar groene paraplu weer dicht. Ik voel nog geen regen, maar ik kan fout zitten. Ik leg uit dat ik al op het perk was, en ongepland de uitvaart van meneer J.D. heb bijgewoond. We wandelen naar perk W1 waar Dennis alvast het houten bordje met de naam van mevrouw A.H. op naar de kuil brengt.<br />
&#8216;Kunnen we?&#8217; vraagt Etienne.<br />
&#8216;We zijn compleet, denk ik&#8217;, antwoord ik. Nu gaat de kist van mevrouw A.H. op dezelfde schouders. Ik denk aan de autopsie die haar lichaam heeft ondergaan. Bij Renée had ik nog gepolst of er uitsluitsel was over de doodsoorzaak, of ik mocht weten aan wat mevrouw juist gestorven was. Maar inzage in de papieren was niet mogelijk, zei Renée, die waren verzegeld. Ook zij mogen van niets weten. Hier gaat mevrouw A.H., gestorven aan iets, nu wonende in het niets.</p>
<blockquote><p><strong>Voor A.H.</strong></p>
<p>U bent gevonden en het was te laat.<br />
U bent gevonden en u bent verloren.<br />
Niemand mag horen wat er is gebeurd<br />
of niet gebeurd. De informatie, heet het,<br />
is verzegeld. Een trein reed dichtbij door,<br />
een vliegtuigje steeg op. De wereld lijkt<br />
door uw vertrek niet in het minst</p>
<p>ontregeld. We strooien woorden op<br />
de aarde. Onvermogen ligt daar nu.<br />
Verglijden. Een tijdelijke woning had u<br />
in een lege straat. U bent gevonden.<br />
Maar te laat.</p></blockquote>
<p>Joke leest luid en krachtig haar gedicht voor. De dragers luisteren aandachtig. Ik ben diep in gedachten verzonken, en schrik op wanneer de dragers, met de kist tussen hen in aan touwen bungelend, vragen of mijn rozen op de kist mogen blijven liggen. Ja, doe maar, zeg ik, tot ik besef dat ze best boven de grond mogen blijven. Onder de grond heeft weinig zin. Ik was van plan de bloemen bij meneer J.D. te leggen, maar door de grappenmakerij bij zijn korte ceremonie ben ik ze vergeten. Te laat, alles is te laat, mevrouw A.H. wordt al neergelegd naast meneer J.D.<br />
Als we afscheid hebben genomen van de dragers onder de roze bloesemboom, die met elke windstoot zijn bloemblaadjes verliest, wandelen Joke en ik naar de uitgang. We zwijgen lang en horen alleen de kikkers luid kwaken in de sloot. Ik moet denken aan het vliegtuigje dat een figurantenrol had in Joke&#8217;s gedicht. Ik had haar helemaal niets verteld over het vliegtuigje met trillende vleugels, helemaal niets.<br />
De lift die ze aanbiedt, sla ik af. Ook al begint het hevig te regenen.</p>
<blockquote><p>Voor gedicht: Joke van Leeuwen<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/05/13/eenzame-uitvaart-nr-37-j-d-nr-38-a-h/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 36, W.D.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/04/19/eenzame-uitvaart-nr-36-w-d/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/04/19/eenzame-uitvaart-nr-36-w-d/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 19 Apr 2013 07:14:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Maarten Inghels]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=516</guid>
		<description><![CDATA[Meneer W.D. is op 15 juni 1940 geboren te Antwerpen en in zijn woonst gevonden op 4 april 2013. Zijn uitvaart vond plaats op 17 april 2013 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Maarten Inghels Al meer dan vier jaar hebben we enkel contact via mail, maar vandaag zal ik haar ontmoeten; Renée. Renée [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>Meneer W.D. is op 15 juni 1940 geboren te Antwerpen en in zijn woonst gevonden op 4 april 2013. Zijn uitvaart vond plaats op 17 april 2013 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Maarten Inghels</p></blockquote>
<p>Al meer dan vier jaar hebben we enkel contact via mail, maar vandaag zal ik haar ontmoeten; Renée.</p>
<p>Renée van de Firma had kort de gegevens van meneer W.D. via mail gedicteerd. De uitvaart zal vrijwel meteen na die van mevrouw F.D.S. plaatsvinden, waarvoor Lies Van Gasse een gedicht schreef. Mijn bevestiging van goede ontvangst volgde, waarna Renée schreef dat ze aanwezig zal zijn op de uitvaart van W.D. Ze volgt de verslagen op de website, een spaarzame keer hebben we elkaar aan de lijn gehad, ze zal wel iets opvangen via de dragers die terugkeren van de dienst, maar nu zal ze er een keer bij zijn om met eigen ogen te zien wat we daar doen. Waarom bij meneer W.D., nu pas, weet ik niet, maar het is best fijn elkaar een keer te zien, in levende lijve, op een uitvaart.<br />
W.D. was ongehuwd, had zover bekend geen familie, en woonde in een appartement in Deurne, net over de ring. Renée laat nog weten dat op moment van schrijven er nog geen zekerheid is of het een natuurlijk overlijden, dan wel een verdacht overlijden is geweest. Hij was al een tijdje overleden toen men hem vond.<span id="more-516"></span></p>
<p>Op zaterdag neem ik tram 24, deze keer niet in de richting van Schoonselhof maar de andere kant op, om de buren van W.D. een bezoekje te brengen. Ik mis de eerste halte voorbij de ring omdat ik verzonken zit in mijn boek, stap de tweede halte af en wandel het stuk langs de steenweg terug. Het appartement van meneer W.D. staat achteraan in de woonwijk, tegen het park Rivierenhof aan, net voorbij het Xaveriuscollege. Op de gelijkvloers zit een apotheek, wat verderop een frituur, maar beide zijn gesloten.<br />
Een man komt het appartementsgebouw uitgelopen. Ik houd hem staande en vraag of hij meneer W.D. heeft gekend. &#8220;Hij was uw buurman&#8221;. Nee, sorry, zegt hij. Die naam is een bel en een deur, maar verder weet hij van niets.<br />
&#8220;U moet bij de oude concierge zijn, die woont hier nog, die kent iedereen.&#8221; Ik krijg een naam en loop de inkomhal in. Het appartement is goed onderhouden, nette tegels, ingewerkte lampjes, hier en daar een kunstwerk aan de muur, of iets wat daarvoor moet doorgaan. Door de gleuf van de brievenbus van meneer W.D. zie ik een ziekenhuisrekening liggen. Boven de deurbelletjes zit het oog van een camera, dat loenst naar alle kanten. De oud-concierge zegt naar beneden te komen. Het lampje boven het oog brandt en de zoemer van de deur gaat af, ik word doorgesluisd naar de tweede inkomhal die uitkijkt op de lift.<br />
De oud-concierge is niet zo heel oud en kan me vriendelijk en vastberaden vertellen dat hij W.D. niet heeft gekend. Alleszins niet genoeg. Wel eens op de gang gezien, zelfs een paar keer.<br />
&#8220;Hij lag al een tijdje dood op zijn kamer&#8221;, probeer ik. Het blijft even stil.<br />
&#8220;Wel, het is een groot gebouw.&#8221; Dat wil ik tegenspreken, maar ik houd mijn mond. &#8220;U moet maar eens proberen bij deze mevrouw, die kende hem misschien.&#8221; We lopen samen naar de deurbelletjes in de eerste inkomhal waar ik op een nieuw knopje druk. Niemand geeft gehoor.</p>
<p>Op internet vind ik nog een man met dezelfde naam die al zijn duiven verkoopt wegens &#8216;stopzetten van de hobby&#8217;, maar die woont  in een ander dorp. Er is ook een brandweerman op rust, wiens foto enkele keren verschijnt op een website van de club van Antwerpse brandweermannen, maar ik vind nergens een link met Deurne, met de meneer W.D. waarnaar ik op zoek ben, dus besluit het gedicht op een andere manier aan te pakken.</p>
<p>Ik lees verder in mijn boek op het bankje naast de ingang van de begraafplaats, terwijl de kale ceremoniemeester rond zijn kleine auto ijsbeert. We wachten op de corbillard met meneer W.D. Er draait een auto Schoonselhof op.<br />
&#8220;Dat is Renée&#8221;, zegt de ceremoniemeester.<br />
Renée en ik schudden handen en glimlachen. Donkerblond haar in halve krullen, boven een zwart mantelpak, zoals het hoort in dit bedrijf. Ik zeg dat ik zelf een gedicht heb geschreven. Er was geen andere dichter beschikbaar; de een was met vakantie, de ander verwacht een kind en kan best stilstaan bij het leven. Renée had nog via mail laten weten dat het een natuurlijk overlijden betrof, aangezien er via justitie geen andere doodsoorzaak was meegegeven.<br />
&#8220;Het is alweer van februari geleden dat er nog eenzame uitvaarten waren, en nu plots twee&#8221;, zeg ik.<br />
&#8220;Ik vergelijk het soms met het overlijden van baby&#8217;s. Als we een pasgeboren kindje moeten begraven, zijn we er geheid zeker van dat er nog een paar volgen. Het komt in golven.&#8221; Dat verhaal slik ik even door.<br />
&#8220;Doet Etienne nog uitvaarten?&#8221; Hem heb ik sinds kerst al niet meer gezien.<br />
&#8220;Ik heb hem gisteren nog aan de lijn gehad. Hij heeft nog steeds last van zijn rug.&#8221;<br />
Een paar minuten voor één uur zegt de ceremoniemeester dat we van start kunnen gaan. Ik mag in zijn autootje meerijden tot aan het perk.<br />
Nieuwe kuil, nieuwe bloemen, weer drie rozen.</p>
<blockquote><p><strong>WELKOM</strong></p>
<p>Dagelijks de honderden jongeren onder het raam, joelend<br />
van lessenaar naar Blackberry, popelend om de toekomst.</p>
<p>Buurman A en B op de gang, hun voetstappen op dure tegels,<br />
een tas boodschappen begluur je door het spiekgaatje van de deur,</p>
<p style="padding-left: 120px;">Welkom, prevel je.</p>
<p>Een vrouw komt om pijnstillers bij de apotheek onder jou. Laatavond-<br />
gasten bij de frituur in de straat, lantaarns springen aan. Je hoofd barst.</p>
<p>Ik ben zelf gaan zien: het park, de school, de winkels &#8211; ze zwijgen niet.<br />
De wolk van vlees schuift onverbiddelijk voorbij, vrolijk zingend</p>
<p>en zorgeloos, jouw gezicht vol gesprekken ontziend. Leg je nu<br />
zacht neer bij de oorverdovende stilte die je niet hebt verdiend.</p></blockquote>
<p>Het blijft stil na mijn voordracht. Het gedicht wordt onder een schroef van het deksel gedraaid, naast mijn rozen. De vier dragers tillen de kist boven de kuil en laten hem zakken met de rolluiktouwen. Buiging. Renée stapt naar het graf en laat op haar beurt haar hoofd zakken. We verlaten het perk.<br />
&#8220;Een mooi gedicht&#8221;, zegt Renée na een lange stilte. &#8220;Wil je een lift naar het centrum?&#8221; Die lift neem ik dankbaar aan.<br />
&#8220;Dat je dit al lang doet&#8221;, zegt ze. Ja, antwoord ik. Ik heb er niet echt bij stilgestaan dat het nooit ophoudt. Dat we moeten doorgaan.<br />
&#8220;Tot ik op een dag uit Antwerpen trek en ver weg ga wonen&#8221;, zeg ik. &#8220;Nog het liefst op een onbewoond eiland.&#8221;<br />
&#8220;Dat zijn dagdromen,&#8221; zegt ze. We schieten allebei in de lach. Ik vraag of ze haar werk graag doet.<br />
&#8220;Ja hoor, al dertien jaar. Vooral de wachtdienst. Bij de mensen langs gaan, de uitvaart regelen. Ze tevreden stellen. Alleen &#8216;s nachts uit bed gebeld worden, went niet.&#8221;<br />
Ze zet me af aan het Sint-Vincentiusziekenhuis waar ik de tram kan nemen. Tot de volgende mail, zeg ik.</p>
<blockquote><p>Voor verslag en gedicht: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/04/19/eenzame-uitvaart-nr-36-w-d/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 35, F.D.S.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/04/18/eenzame-uitvaart-nr-35-f-d-s/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/04/18/eenzame-uitvaart-nr-35-f-d-s/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 18 Apr 2013 13:18:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Lies Van Gasse]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=512</guid>
		<description><![CDATA[Mevrouw F.D.S. is op 4 april 1932 geboren te Aalst en in haar woonst overleden op 9 april 2013. Haar uitvaart vond plaats op 17 april 2013 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Lies Van Gasse. Vanaf mijn huis is het maar een paar straten ver fietsen, hoogstens vijf minuten op de pedalen, en [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>Mevrouw F.D.S. is op 4 april 1932 geboren te Aalst en in haar woonst overleden op 9 april 2013. Haar uitvaart vond plaats op 17 april 2013 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Lies Van Gasse.</p></blockquote>
<p>Vanaf mijn huis is het maar een paar straten ver fietsen, hoogstens vijf minuten op de pedalen, en toch is het een wereld van verschil. De Paardenmarkt op, de Leien over, kort de Vondelstraat in naar Sint-Jansplein, de Sint-Gummarusstraat door, om linksaf de Dambruggestraat in te fietsen en vrijwel meteen aan de rechterhand de Van Kerckhovenstraat te vinden. Het zijn niet alleen de vele kleurrijke winkels die je een ander universum in trekken, de koffiesalons, maar ook de luid toeterende auto&#8217;s waarvan de bestuurders soms plots beslissen om in het midden van de straat de motor uit te schakelen, de raampjes open te draaien, of een tapijt door de kofferruimte op de achterbank willen trekken.<span id="more-512"></span><br />
De Van Kerckhovenstraat is niet anders. Veel mensen op straat, sommige Marokkaanse mannen klusteren een tijdlang samen in een groepje op het trottoir, iemand vertrekt, een ander komt erbij, voortdurend verandert de samenstelling van vorm en gezicht, terwijl vier Marokkaanse vrouwen op een bankje verderop sfynxen uitbeelden, met de slippen van hun hoofddoeken wiegend in de wind.<br />
Ik hang mijn fiets vast aan een boom voor de middelste van de drie grote woonblokken, waarvan ik weet dat mevrouw F.D.S. er haar laatste dagen sleet. Renée van de Firma kondigde het zo aan: &#8216;Het is weer een tijdje geleden, sinds februari, maar er is een nieuwe eenzame uitvaart. Volgens het Sociaal Centrum is er geen familie bekend.&#8217; Ik loop naar de uiterst rechtse ingang van de middelste woonblok waar ik al meteen op een Marokkaanse man bots, die een soort witte wikkelrok draag. Ik vraag hem of hij toevallig mevrouw F.D.S heeft gekend, wie niet waagt, wint niets, de woonblok torent met zijn tientallen appartementen dan wel hoog uit, maar je weet nooit. De man wijst druk op de deurbellen, krijgt dan telefoon en loopt luid roepend met zijn mobieltje tegen het oor gedrukt de inkomhal weer uit.<br />
Ik bel aan bij het belletje naast dat van mevrouw F.D.S., dat van de buurman vermoed ik, en ik heb geluk. De man is thuis en wil me te woord staan. De intercom doet het wel niet naar behoren, zeg ik, er komt veel lawaai van de trappenhallen en buiten, ik hoor hem haast niet. Hij gebiedt me naar boven te komen, negende verdieping. Omdat de lift niet meteen komt, besluit ik de trappen te nemen, wat ik onmiddelijk betreur als ik de afgebladderde muren zie en met mijn lange benen met moeite over het braaksel op de trappen tussen verdieping 7 en 8 kan stappen.<br />
De buurman staat bovenaan de trap en steekt meteen van wal als ik op zijn verdieping sta. &#8220;Ze had nog een vriendin in één van de appartementen hiernaast. Met haar ging ze soms naar de markt, een koffietje drinken achteraf, ge kent dat wel. De dochter van die vriendin deed de andere boodschappen.&#8221; Hij heeft geen naam van de vriendin, geen huisnummer, en zelf zag hij mevrouw F.D.S. maar sporadisch op de gang. &#8220;Maar als ik de buren zie zal ik hen zeggen dat de uitvaart woensdag plaatsvindt.&#8221; Het is niet zeker of ze aanwezig zullen zijn, dus blijft het voorlopig een eenzame uitvaart.<br />
Met deze karige informatie moet Lies Van Gasse het doen, denk ik als ik met grote sprongen op de trappen weer afdaal naar de uitgang. Ik steek een sigaret op om de nare geur die zich in mijn neus heeft genesteld, te verdoezelen.</p>
<p>Vrijwel meteen als ik begraafplaats Schoonselhof opstap, volgt een zwarte wagen die zich parkeert naast het bankje waar ik me neerzet. Twee van de vier inzittenden stappen uit om een sigaret te roken, beiden in trainingpak. Wat later sukkelt een oude dame van de achterbank op de graskant, en ook zij steekt een sigaret op. Zouden het de buren zijn?<br />
Lies komt met de fiets aan, haar jas vooraan in het mandje. Het is mooi lenteweer, de zon gaat zodadelijk doorbreken, dat voorspellen we. Het kale hoofd van de ceremonieleider is onbekend, ik heb hem nog nooit bij een eenzame uitvaart gezien.<br />
&#8220;Ik leid het filiaal van de Firma in Bornem, maar af en toe steek ik een handje toe in Antwerpen.&#8221; We praten over het wedervaren van de eenzame uitvaarten.<br />
&#8220;Vorige week moest ik een pasgeboren kindje begraven&#8221;, zegt hij. &#8220;Om tien uur waren enkel de grootouders in het auditorium aanwezig. Geen ouders, niemand anders te zien. Om twintig na tien nog altijd niemand. Half elf, idem.<br />
Ik kreeg een telefoonnummer van die grootouders, van het café waar ze dikwijls zaten. Ik bel die cafébaas op. Maar meneer, zegt die, start alstublieft met die uitvaart, de ouders zitten hier in het café, volledig onder de drugs, daar is geen land mee te bezeilen.<br />
Die ouders waren dus niet op de begrafenis van hun pasgeboren kind!&#8221;, verzucht de kale ceremonieleider.<br />
De achterdeur van de zwarte wagen gaat open, en de vierde persoon stapt uit. Een kleine dame op sportschoenen komt naar ons toegelopen.<br />
&#8220;Ik heb F.D.S. nog gekend&#8221;, zegt ze. &#8220;Ik deed boodschappen voor haar.&#8221; De andere mevrouw op de achterbank is haar tante, zegt ze, die heeft mevrouw ook nog gekend. En haar moeder was de buurvrouw die met F.D.S. naar de markt ging. Maar die is verhinderd, die ligt in het ziekenhuis.<br />
&#8220;Ze heeft nog een zoon en twee dochters&#8217;, zegt ze verontwaardigd. &#8216;Maar die willen geen contact meer, die willen zelfs niet naar de begrafenis komen.&#8221; Er is dus toch nog familie denk ik.<br />
&#8220;Maar wat goed dat u toch bent gekomen&#8221;, antwoordt de ceremonieleider. Ik leg mevrouw uit dat er een dichter aanwezig is met een voor de gelegenheid geschreven gedicht voor F.D.S., en of dat mag worden voorgedragen. Ze is in de war en knikt ja en nee tegelijk, het is allemaal goed voor haar, ze wil hier niet zijn om mevrouw F.D.S. te begraven, ze wil gewoon weer boodschappen voor haar doen, naar haar appartement lopen met zware tassen.</p>
<p>Om vijf voor twaalf staan we bij perk W1. De vrouw en de man in trainingpak blijven in de zwarte wagen zitten, de kleine en de oudere dame stappen voorzichtig uit. Hun verhaal gaat onverstoord verder, tot aan de kist op schragen, vaak in onafgewerkte, hakkelende zinnen, die getuigen van een ontevredenheid met de dood. De ceremonieleider brengt hen tot rust met zalvende woorden, dat we dankbaar moeten zijn voor wat we van de overledene kregen, en dat de dichter een woord van afscheid heeft voorbereid. Ik kijk naar beneden tijdens haar voordracht, en zie verfdruppels op de schoenen van Lies. Ze moet zo meteen weer gaan lesgeven aan kinderen, weet ik, tekenles.</p>
<blockquote><p>Wanneer de nacht onder het ijs komt,<br />
het gras door krokussen gescheiden,<br />
wanneer als een blok een lichaam</p>
<p>en wanneer,<br />
geschranst als een plat akkoord,<br />
de wanden, het staketsel,</p>
<p>wanneer een zacht gewicht,<br />
als in overmacht, en wanneer<br />
ondergesneeuwd, een hand zo schraal,</p>
<p>dan nemen wij er twee<br />
en houden vast.</p>
<p>Op een berm van graven<br />
bent u woordloos ontstaan.</p>
<p>Zwijgend gaan wij onder.</p></blockquote>
<p>Lies leest haar gedicht snel en zacht voor, met de twee dames naar haar toegebogen. Als haar laatste woorden voor mevrouw F.D.S. zijn uitgesproken, gaat de verontwaardiging van de twee dames in een hogere versnelling. De ceremonieleider doet teken dat ze mogen groeten. Er gaan bloemen op de kist, een kruisteken wordt geslagen, en dan trippelen ze het perk weer af. Lies en ik blijven staan tot we de kist in de kuil zien zakken. Zwijgend.</p>
<blockquote><p>Voor verslag: Maarten Inghels<br />
Voor gedicht: Lies Van Gasse</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/04/18/eenzame-uitvaart-nr-35-f-d-s/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 34, G.D.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/02/14/eenzame-uitvaart-nr-34-g-d/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/02/14/eenzame-uitvaart-nr-34-g-d/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 14 Feb 2013 13:08:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Bernard Dewulf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=498</guid>
		<description><![CDATA[Meneer G.D. is op 29 april 1936 geboren te Ledeberg en in zijn woonst gevonden op 25 januari 2013. Zijn uitvaart vond plaats op dinsdagmiddag 12 februari 2013 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Bernard Dewulf. Ik herinner me het artikel op de website van Gazet van Antwerpen nog goed, en later las ik in [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>Meneer G.D. is op 29 april 1936 geboren te Ledeberg en in zijn woonst gevonden op 25 januari 2013. Zijn uitvaart vond plaats op dinsdagmiddag 12 februari 2013 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Bernard Dewulf.</p></blockquote>
<p>Ik herinner me het artikel op de website van Gazet van Antwerpen nog goed, en later las ik in de papieren krant nog een keer het hele stuk dat spreekt over een man, enige tijd geleden overleden in zijn appartement vlak bij ziekenhuis Stuivenberg, die volledig is opgegeten door de ratten. De politie trof enkel nog een skelet aan. “In heel mijn carrière heb ik dit nog nooit meegemaakt”, liet de wetsdokter optekenen. “De pest had kunnen uitbreken”, zei het Disaster Victim Identification van de federale politie. De man hield bij leven enkele ratjes in een kooi, maar die waren na zijn overleden zo snel gaan paren dat de politie tientallen beesten ‘van het lijk moest wegtrappen’, had ik in het artikel gelezen. Volgens de journalist viel de flatbewoner ‘ten prooi’ aan ratten. Op een week tijd was zijn lichaam weg.<span id="more-498"></span></p>
<p>Het gebeurt niet vaak dat ik over een overledene in de krant lees, en denk: ja, dit wordt wellicht een eenzame uitvaart. We hadden de dakloze man die op een bankje op Linkeroever in slaap viel en nooit meer wakker werd (een vijftal regels in de krant), de Vietnamees die een mummie werd (heel wat krantenstukken en nationale televisie), en nu is er de &#8216;rattenman&#8217;, zoals hij wordt genoemd. Sensationeel nieuws dat de mensen doet huiveren en ongelovig het hoofd schudden, en al helemaal bij de woorden; &#8216;in verre staat van ontbinding&#8217;.</p>
<p>Gazet van Antwerpen publiceerde ook nog een kaderstukje over eerdere gevallen van &#8216;eenzaam overlijden&#8217;. Een vrouw in Zagreb lag naar schatting 42 jaar dood in haar zetel voor het televisietoestel &#8211; buren dachten dat ze verhuisd was. En dan is er nog het verhaal van een man uit het gehucht Minnertsga in Friesland die vier jaar lang onder een tochtend zolderraam had liggen rotten. Hij woonde samen met twee zusters en twee broers. Na een avondmaaltijd was hij naar zijn kamer gegaan met de mededeling: &#8216;Ik ga naar boven, laat me met rust&#8217;. Zijn familieleden hadden die wens trouw gerespecteerd.</p>
<p>De &#8216;rattenman&#8217; heeft een veel mooiere naam: meneer G.D. en hij is de derde bejaarde die we dit jaar ten grave dragen. Of beter; zijn asse verspreiden. Het stoffelijk overschot werd naar het militair hospitaal in Neder-over-Heembeek overgebracht, om de natuurlijke doodsoorzaak en tijdstip van overlijden vast te stellen. Dat natuurlijk overlijden werd later in de week vastgesteld, waarna tot crematie is overgegaan. Ik bezorg Bernard Dewulf de gegevens van G.D. &#8211; hij zal een gedicht schrijven. Er is niet veel meer bekend dan zijn naam, 71 jaar, en het verhaal van de ratten. Renée van de Firma laat weten dat er pers aanwezig kan zijn, gezien de eerdere berichtgeving. Volgens haar zou het &#8216;een mooi gebaar zijn mocht u daar een gedicht voor kunnen voorzien&#8217;.</p>
<p>En ja hoor; anderhalf uur voor de uitvaart van G.D. krijg ik een mailtje van een journalist van Het Laatste Nieuws met de vraag of er een dichter aanwezig zal zijn, en of hij vooraf enkele vragen mag stellen voor de krant. In principe laten we geen pers toe bij een uitvaart, en al zeker geen camera&#8217;s, maar bij dit verhaal is het onvermijdelijk dat er een journalist opduikt. Om half drie arriveer ik aan de funeraria op begraafplaats Schoonselhof, het was een tocht door de bijtende vrieskou, en even later komt ook de journalist van Het Laatste Nieuws aan &#8211; notitieblok in de aanslag. Hij vertelt dat zijn kleine buurtonderzoek bij de apotheker, de buren en de huisbaas niet veel heeft opgeleverd. Er is geen familie bekend van meneer G.D., geen vrienden, geen kennissen. Op zijn brievenbus staat nog een tweede naam: meneer Van Liefde. De huisbaas bevestigde dat er een tijdlang een man met die naam bij G.D. woonde, maar die is al weer een tijd geleden vertrokken. Zijn naam beloofde nochtans veel goeds.</p>
<p>De twee dragers arriveren, zij parkeren zich alvast in de buurt van de strooiweide, en wat later komt Bernard aan. Het is nog wachten op de fotograaf van de krant, hij is verkeerdelijk langs de andere ingang de begraafplaats opgereden. In tussentijd vraagt Bernard hoe het met me gaat, of &#8216;De eenzame uitvaart&#8217; niet wat veel wordt, dat hij het moeilijk had met het schrijven van zijn gedicht, vertelt hij er nog bij, waarop ik antwoord dat het vreemd is om een onbekende man zijn uitvaart te verzorgen op je verjaardag; ik word vandaag vijfentwintig, ik vier dat ik een kwarteeuw rondwandel tussen de levenden. Gelukkig heb ik niet veel met verjaardagen, zeker op deze dag op de begraafplaats waarbij de vrieskou als een mes in je wangen kerft &#8211; of is het omdat ik nog geen taart heb gehad?</p>
<p>We wandelen naar de corbillard met gordijntjes achter de ruiten, en de fotograaf komt in zijn witte auto aan gescheurd. Om twintig na drie wordt het tijd om met de korte ceremonie van start te gaan. Meneer Van Liefde verwachten we niet meer. Zwijgend wandelen we achter de corbillard naar de strooiweide, vijftien meter verder, terwijl de fotograaf als een zoemende mug om Bernard, de drager en mij heen cirkelt. Op het ritme van zijn fototoestel, klik klik klikklikklik, stappen we de trappen naar de weide op, gaan we in een halve cirkel om de urne staan, en heeft Bernard het laatste woord voor meneer G.D., terwijl het geklik van het fototoestel onverstoord verder gaat.</p>
<blockquote><p><strong>Niemand</strong></p>
<p>is de stille<br />
die van niemand hoorde<br />
dat hij bestond,</p>
<p>de spoorloze<br />
die niemand opzocht<br />
waar hij was,</p>
<p>de onzichtbare<br />
die niemand zag<br />
terwijl hij naar ons keek,</p>
<p>de ontelbare<br />
op wie niemand rekende<br />
om mee te tellen,</p>
<p>de sprakeloze<br />
aan de dove muren<br />
van ons burengeluid,</p>
<p>de onvindbare<br />
achter de blinden<br />
van de stad</p>
<p>de levenloze<br />
die alleen voor zijn ratten<br />
nog leefde,</p>
<p>een vermoeden<br />
dat wij ten slotte verstrooien<br />
als een gerucht,</p>
<p>een niemand<br />
die iemand werd<br />
omdat hij niemand was.</p></blockquote>
<p>We groeten, één voor één; Bernard, ikzelf, de journalist en dan komt de fotograaf nog haastig aangelopen, hij wil ook nog even zijn respect betuigen. Het fototoestel hangt niet meer om zijn nek. De urne wordt van de sokkel gehaald en de drager stapt de weide op. &#8216;Hier?&#8217; vraagt hij aan zijn collega als hij bij een lege plek in het gras staat. Hij strooit de asse uit. Het is niet veel; de overblijfselen van het skelet die zijn herleid tot een grove korrel. De drager vraagt of ik mijn drie paarse roosjes, die ik voor de uitvaart had gekocht, bij de grijze asse wil neerleggen. Bij het betreden van het gras kijk ik goed uit dat ik nergens verkeerd stap. Het is een raster met looppaadjes &#8211; olifantenpaadjes worden die ingesleten wandelroutes wel eens genoemd. We nemen afscheid en ik zeg een borrel te gaan drinken; op de dood van meneer G.D. en op die vijfentwintig jaar dat ik al leef.</p>
<p>Terwijl ik dit verslag de dag na de uitvaart uittik ligt de krant Het Laatste Nieuws naast me. De krantenkop buiten beschouwing gelaten &#8211; &#8216;Eenzaam afscheid van rattenman&#8217; &#8211; is het een mooi artikel dat een laatste keer verteld over het leven van meneer G.D., met een quote uit het gedicht van Dewulf: &#8220;Een niemand die iemand werd omdat hij een niemand was.&#8221;</p>
<blockquote><p>Voor gedicht: Bernard Dewulf<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/02/14/eenzame-uitvaart-nr-34-g-d/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 33, W.d.V.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/02/04/eenzame-uitvaart-nr-33-w-d-v/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/02/04/eenzame-uitvaart-nr-33-w-d-v/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 04 Feb 2013 14:09:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Andy Fierens]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=481</guid>
		<description><![CDATA[Meneer W.d.V. is op 4 maart 1938 geboren te Lokeren en in ziekenhuis Stuivenberg overleden op 16 januari 2013. Zijn uitvaart vond plaats op vrijdagmiddag 25 januari 2013 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Andy Fierens. Inmiddels, nu de asverspreiding van meneer F.S. achter de rug is, heeft café De Leuvenaar zijn deuren geopend [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>Meneer W.d.V. is op 4 maart 1938 geboren te Lokeren en in ziekenhuis Stuivenberg overleden op 16 januari 2013. Zijn uitvaart vond plaats op vrijdagmiddag 25 januari 2013 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Andy Fierens.</p></blockquote>
<p>Inmiddels, nu de asverspreiding van meneer F.S. achter de rug is, heeft café De Leuvenaar zijn deuren geopend en kan ik opwarmen met koffie en een droog koekje. In een uurtje vindt de tweede uitvaart op deze steenkoude vrijdag plaats: de begrafenis van meneer W.d.V. De dichter van dienst, Andy Fierens, belt me op om te melden dat hij zich al aan de ingang van de begraafplaats bevindt. Hij sluit aan in De Leuvenaar waar het nog steeds verboden is de oude caféhond Patat te voederen, en we overlopen het leven van meneer d.V. waarover we erg weinig weten.<span id="more-481"></span></p>
<p>Hij woonde aan een plein in Borgerhout, met een kerkje en veel parkeerplaats voor de deur. Een vrij modern huis, onderderverdeeld in drie appartementen, met op de gelijkvloers zijn stekje – de rolluiken gesloten. Met koude handen van het fietsen had ik aangebeld bij de bovenbuur. Die kwam uit het raam hangen, sigaret in de hand. Nee, hij wist niets af van W. Plots was hij dood. Ze kenden elkaar niet, hadden geen noemenswaardig contact, verder geen nieuws. We weten niet aan wat hij in het ziekenhuis overleed en ook Google levert niet meer op dan een honderdtal naamgenoten. Ik vind een rouwbrief van een iets oudere W.d.V., ook afkomstig uit Lokeren, die enkele maanden geleden in hetzelfde ziekenhuis overleed. Maar die was getrouwd met een Mathilde, had een handvol kinderen, een kroost klein- en achterkleinkinderen, werd uitgestrooid op Schoonselhof. Ze hadden zo van leven kunnen ruilen, bij de geboorte van wieg gewisseld, en misschien had niemand het gemerkt.</p>
<p>Andy en ik stappen de begraafplaats op waar drie corbillards van de Firma ons opwachten. ‘Het lijkt wel het autosalon,’ zeg ik tegen de drager die er ook was bij de asverspreiding van meneer F.S.<br />
‘We hebben er zo nog twee,’ antwoordt hij. Hij wijst naar perk W1 waar we moeten zijn. ‘Er is nog een andere uitvaart aan de gang, dus we moeten even wachten.’</p>
<p>Als iets na één uur de andere begrafenis is afgelopen, worden de motoren van de drie corbillards gestart en lopen Andy en ik in een wolk van uitlaatgassen tussen de wagens naar het perk, waar de kist op de schouders wordt gehesen. Als we het besneeuwde perk betreden zijn de gravers nog druk doende de kuil van de vorige dicht te scheppen, de graafmachine staat te draaien, en ze spreken met de dragers af zelf de kist te laten zakken als de vorige put dicht is. Dragers en gravers gaan in een halve maan rond de kist met mijn drie rode roosjes op staan en Andy leest voor.</p>
<blockquote><p><strong>WINTER</strong><br />
<em>voor W.d.V. (1938 – 2013)</em></p>
<p>de wereld is bevroren en ook de tijd<br />
de branding staart versteend naar het land<br />
vogels hangen hoog gepind tussen blauw<br />
en porseleinen wolken</p>
<p>melkwit was de hand die jou heeft aangeraakt<br />
en wegdroeg op een bed van watte en wanten</p>
<p>een scherpe wind berispt de mensen om je lot<br />
terwijl de hartslag van al wat buiten leeft stokt<br />
de egels treuren als verkrampte vuisten<br />
hazen mediteren met de oren plat<br />
en de takken dragen tot ijs gestolde tranen<br />
die rijpen blijven tot ze barsten van verdriet</p>
<p>een tapijt van sneeuwkristallen draagt je naam<br />
die wij fluisterend blijven herhalen tot je aanvangt<br />
te verdampen onder de warmte van ons spreken</p></blockquote>
<p>‘Mooi zo,’ zegt de drager. ‘Mag ik het gedicht houden?’ De heren van de Firma hebben aandachtig geluisterd. Andy overhandigt zijn A-viertje waarna we afscheid nemen. We keren terug naar café De Leuvenaar waar we onze tassen hebben achtergelaten, en bestellen de ‘dagverse goulashsoep’, terwijl Patat naast ons zit. Aan een deurstijl van het café hangt een overlijdensbericht:</p>
<blockquote><p><strong>Willy De Groot BVBA<br />
</strong>Sanitair-Centrale verwarming<br />
1983 &#8211; 2013<br />
Beste klanten, na 30 jaar is de BVBA Willy De Groot wegens gezondheidsredenen ten grave gedragen.Wij danken u langs deze weg voor het jarenlange vertrouwen.<em id="__mceDel"></em><em id="__mceDel"> </em></p></blockquote>
<p>Voor gedicht: Andy Fierens<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/02/04/eenzame-uitvaart-nr-33-w-d-v/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 32, F.S.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/01/27/eenzame-uitvaart-nr-32-f-s/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/01/27/eenzame-uitvaart-nr-32-f-s/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 27 Jan 2013 12:43:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Maarten Inghels]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=470</guid>
		<description><![CDATA[Meneer F.S. is op 1 oktober 1934 geboren te Hemiksem en in verzorgingstehuis Sint-Anna in Berchem overleden op 9 januari 2013. Zijn asuitstrooing vond plaats op vrijdagmiddag 25 januari 2013 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Maarten Inghels. Begraafplaats Schoonselhof toont het mooist na een ferme sneeuwbui. Om die reden vind ik het niet [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>Meneer F.S. is op 1 oktober 1934 geboren te Hemiksem en in verzorgingstehuis Sint-Anna in Berchem overleden op 9 januari 2013. Zijn asuitstrooing vond plaats op vrijdagmiddag 25 januari 2013 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Maarten Inghels.</p></blockquote>
<p>Begraafplaats Schoonselhof toont het mooist na een ferme sneeuwbui. Om die reden vind ik het niet bepaald erg om stampvoetend van de kou een uur te vroeg de begraafplaats te betreden. Het sneeuwtapijt is ingedeukt door voetstappen, sporen van vogels en konijnen. Als ik de boom bij perk W1 nader en mijn smartphone uit mijn zak neem om een foto te nemen van het tafereel &#8211; kale boom, twee dikke duiven in de kern, de scheve zerken op de achtergrond &#8211; vliegen de vogels op. De grachten rond het perk zijn bevroren, maar verschillende bordjes verbieden het schaatsen. Op mijn wandeling naar het crematorium aan de andere kant van de begraafplaats, zie ik een troep taterende eenden rond een wak in het ijs zitten, nog meer opvliegende vogels, maar geen mens is te bespeuren, zelfs niet in of rond het oude kasteeltje op het midden van mijn route.<span id="more-470"></span><br />
Meneer F.S. wordt vandaag uitgestrooid. Volgens het mailtje van de Firma heet het dan: ‘asverspreiding’. Als laatste nabestaande verspreiden we de asse van F.S. over de aarde. F.S. lag al iets meer dan twee weken in de koelcel, maar daarvoor verbleef hij in rust- en verzorgingstehuis Sint-Anna in Berchem. Ik had de dag voor de uitvaart het nummer van Sint-Anna gedraaid, maar kreeg steeds hetzelfde bandje te horen: ‘Uw correspondent wordt opgeroepen’, en bedenk dat ik erg ongelegen bel: het is middaguur en alle bewoners moeten hun eten krijgen, de verpleging gaat rond met dampende plateaus en kan de telefoon niet opnemen. Net als ik de hoorn wil neerleggen krijg ik toch iemand aan de lijn, mijn correspondent, en ik word doorgeschakeld naar de afdeling waar meneer F.S. lag. De verpleegster die me te woord staat, weet aardig wat te vertellen over hem. “Hij was een rustig man waarmee je niet veel contact had. Hij bleef het liefst op zijn kamer en volgde de uitslagen van voetbalploeg Beerschot op het Kiel in Antwerpen. Eén keer per jaar deed hij mee aan de Tour de France.”<br />
Hij was nog erg vief als hij elke keer de Tour de France reed, wil ik lachend zeggen, maar ik houd mijn mond. Wellicht vertoont Sint-Anne elk jaar de wielerwedstrijd in de kantine voor de geïnteresseerden en kwam F.S. voor zoiets nog uit zijn kamer. Iemand die van sport hield &#8211; met die gegevens ben ik wat.<br />
Maar in de mail van de Firma spreekt men ook nog van een vriend Stan, die op de hoogte is gebracht van plaats en tijdstip van de uitvaart. Ook hem bel ik op. Dat gesprek loopt iets verwarrender: Stan verstaat me slecht en laat zijn vrouw aan de lijn komen. Ik leg mevrouw uit wie ik ben, wat ik van plan ben te doen op de uitvaart van F.S., en of zij niet geïnteresseerd zijn om de asuitstrooing bij te wonen.<br />
Nee, ze komen niet.<br />
En kan u me dan iets vertellen over meneer F.S.? Zodat we de uitvaart kunnen opluisteren met een persoonlijke tekst? Mevrouw geeft het gsm-toestel terug aan de hardhorige Stan en ik hoor haar luid roepen dat hij ‘iets moet vertellen over F. Over zijn leven. Voor de uitvaart.’ Wat volgt is een opsommende lijst van karaktertrekken en hobby’s die in toon en dialect aanzienlijk verschillen met het verhaal van Sint-Anna. ‘F. was nooit getrouwd en woonde bij zijn moeder. Het was een brave mens, maar kwam soms wekenlang niet thuis. Als hij terug kwam was hij altijd <em>poepezat</em>.’ Ik moet even grinniken om het woord ‘poepezat’, maar herpak me snel en vraag:<br />
‘En mag ik vragen hoe u meneer F.S. kende?’<br />
‘Ik was getrouwd met zijn zuster, maar die is al gestorven in 1985.’ Dat maakt Stan tot de zwager van F.S. Ik kan opmaken dat ze elkaar niet meer gezien of gesproken hebben sinds ’85, en achtentwintig jaar zonder contact is een lange tijd. Een tijd die je niet altijd opvult met denken aan je schoonbroer, en daarna het bijwonen van zijn uitvaart. Meneer F.S. hield vroeger van een uitstap af en toe, en ik bedenk dat het een moeilijke periode moet zijn geweest in het rusthuis. Vastgekluisterd in je kamer, in het bed, zonder de dwaaltochten die hij in zijn jongere jaren ondernam.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het is druk aan het crematorium op begraafplaats Schoonselhof. Aan de hoofdingang rijden wagens af en aan, die brengen rouwenden in het zwart die voorzichtig over de ijslaag schuifelen, en gelijktijdig spuwt de zij-ingang een stroom bezoekers uit, op het tempo van de rook uit de schoorsteen van het ovengebouw een tiental meter verder. Om tien voor twaalf rijdt de wagen van de Firma voor. Door de achterruitjes zie ik de urne staan en de drager zegt door het open raampje dat ik voorin naast hem mag komen zitten – het is nog wachten op zijn collega. Het is lekker warm in de wagen. We zien de vele rouwenden haastig de borders opsnellen om op tijd de dienst van hun geliefde familielid, collega, kennis bij te wonen. Als de tweede drager arriveert zijn we compleet. Voor deze klus zijn twee dragers best genoeg. In feite zou het één man ook moeten lukken om de urne op de strooiweide uit te schudden, maar twee dragers is voor de vorm, dat siert, en ik ben nummer drie met een gedicht in het borstzakje van mijn vest. Ik tast even of het er nog zit.<br />
Op de trappen voor de strooiweide ligt een rij aan boeketten en kransen klaar voor een volgende uitstrooiing en even wordt er gelachen om een mogelijke diefstal; we zouden er zo eentje kunnen meepikken. Dat doen we niet. De urne die wat gelijkt op zo’n strooivat met een zeefje onderin voor bloemsuiker op wafels of een ander dessert, wordt op een sokkel geplaatst, met mijn drie rode roosjes ernaast. We knikken naar elkaar en ik ga over tot het voordragen van het gedicht.</p>
<blockquote><p><strong>SINDS DIE OKTOBERNACHT IN &#8217;34</strong><br />
<em>Voor F.V. (1938-2013)</em></p>
<p>Sinds die oktobernacht in &#8217;34 is het niet onmogelijk<br />
dat u talloze rondes van de Tour de France won. Evengoed<br />
bent u in vele cafés doelman van de glazen geweest;<br />
tackelaar van de lever en koning in transfers. Na voetbal<br />
het misschien nog als schaatser geprobeerd, op het magerste<br />
ijs waaronder een hoopvolle, nieuwe wereld lag. Dat moet<br />
een reden zijn waarom u zo vaak wekenlang van huis wegbleef.</p>
<p>Ik weet het niet.</p>
<p>Misschien lag u wel gewoon op een harde matras; al luchtfietsend<br />
medailles halen voor uw moeder, uw vroeg ontvallen zus,<br />
uw zwager Stan – ingevette kuiten &amp; met een kwak brillantine<br />
onder de denkbeeldige helm.</p>
<p>Alleszins heeft u de laatste meet bereikt, geen trofee<br />
neemt men u nog af. U moet weten dat het vandaag alweer<br />
de stenen uit de grond vriest: geen sporter houdt het dan nog vol.</p></blockquote>
<p>Wat volgt is een eigenaardig tafereel. De drager loopt langs een smal paadje, dat door voorgaand wandelverkeer in de sneeuw is gesleten, naar het midden van de ondergesneeuwde weide en schudt daar voorzichtig de bus leeg. De grijze asse wordt zorgvuldig in een vierkant op de sneeuw uitgestort. En dat beeld zal ik niet snel vergeten; dat meneer F.S. een grijs vierkantje wordt op het witte veld, naast zeven of acht andere asplekken, allemaal varierend in grijswaarde, alsof de ene mens wat donkerder van inborst was dan de andere.</p>
<p>&nbsp;</p>
<blockquote><p>Voor gedicht en verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2013/01/27/eenzame-uitvaart-nr-32-f-s/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 31, F.S.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/12/19/eenzame-uitvaart-nr-31-f-s/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/12/19/eenzame-uitvaart-nr-31-f-s/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 19 Dec 2012 10:23:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Lies Van Gasse]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=457</guid>
		<description><![CDATA[Meneer F.S. is op 26 oktober 1938 geboren te Mechelen en in zijn woonst in Antwerpen overleden op 27 november 2012. Zijn uitvaart vond plaats op donderdagochtend 13 december 2012 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Lies Van Gasse. Na de eenzame uitvaart van P.V.H. op dinsdag krijgen we er plots twee uitvaarten bij [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>Meneer F.S. is op 26 oktober 1938 geboren te Mechelen en in zijn woonst in Antwerpen overleden op 27 november 2012. Zijn uitvaart vond plaats op donderdagochtend 13 december 2012 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Lies Van Gasse.</p></blockquote>
<p>Na de eenzame uitvaart van P.V.H. op dinsdag krijgen we er plots twee uitvaarten bij op donderdag. Twee mannen. Na de uitvaart van meneer V.H. eet ik een croque monsieur in Grand Café Den Tir, waar de hele tijd een frisse wind naar binnen waait, ondanks de twee tochtdeuren, en daarna ga ik op pad om iets meer te weten te komen over de levenswandel van F.S. Die woonde op ‘t Kiel net om de hoek van de tearoom. Op het adres zijn een groot aantal appartementen gevestigd, een laagbouw van maar drie hoog, met in het midden een binnentuin. De architectuur heeft wat weg van de jaren 50, en de appartementen zijn opgetrokken uit stenen die je niet vaak meer ziet, verbonden met overdekte balkons waar je de hele blok met binnentuin rond kan lopen. In de binnentuin is het mooi en stil, het heeft iets intiems als ik daar sta, en lijkt in het niets op de andere woonblokken waarin sociale woningen zijn gevestigd.<span id="more-457"></span></p>
<p>Ik sta een foto te nemen van de gaanderijen als ik gestommel achter me hoor, waar een deur opengaat. Een grote man, lang haar met brilletje op de punt van zijn neus, vraagt of hij me kan helpen. Ik leg kort uit wie ik ben, wat ik kom doen.</p>
<p>‘Ja ja, wij hebben F.S. gekend. Mijn moeder woont hier, ziet u’, legt hij uit. Ik maak op dat hij ook in één van de appartementen woont. In dat van zijn moeder, of een ander. Achter hem kan ik via de open voordeur de eenvoudige woning inkijken. ‘Mijn moeder zag een schim en daarom kwam ik buiten kijken.’</p>
<p>‘Wat toevallig dat ik de juiste buurman tref’, zeg ik. Ik vraag hem of hij wat meer kan vertellen over meneer S.</p>
<p>‘Hij was dertig jaar lang vrachtwagenchauffeur, vaak voor lange afstanden in het buitenland. Rookte veel en had met zijn zittend beroep algauw last van dichtgeslibte aderen in zijn benen. Onderging dit jaar nog een operatie, maar dat heeft niet mogen helpen. Zijn toestand ging achteruit.’</p>
<p>‘En kende u hem persoonlijk goed?’</p>
<p>‘Hij was knorrig joviaal. F. had nog een zoon in Boom, maar dat contact verliep slecht.’ Die zoon zal niet aanwezig zijn. F.S. lag ook alweer veertien dagen in het mortuarium van Ziekenhuis Middelheim, waar niemand hem is komen groeten. Ik druk de buurman op het hart dat hij naar de uitvaart kan komen, donderdag om tien uur in de ochtend, en hij zegt dat te zullen proberen, misschien met zijn moeder erbij, of enkele andere buren.</p>
<p>‘U ziet, deze blok appartementen willen ze afbreken’, zegt hij. ‘En dat zou een heel spijtige zaak zijn. Hier heerst een ontzettend cohesie tussen de mensen, we kennen en helpen elkaar.’ Ik antwoord dat ik het alvast een erg mooi gebouw vind.</p>
<p>‘Nog door een of andere neef van Le Corbusier gebouwd’, zegt hij. ‘Althans, dat hebben ze mij verteld.’ We nemen afscheid en ik neem een tram richting de stad, waar ik langs de woonst van P.V.H. wil passeren. P.V.H., met dezelfde initialen als die van uitvaart nr. 30, zal donderdag om twaalf uur worden begraven, en komt zo naast vrachtwagenchauffeur F.S. te liggen.</p>
<p>P.V.H. betrok een gelijkvloerse sociale woning in de Lange Batterijstraat. Pas na enig wachten krijg ik gehoor op mijn aanbellen bij de buurvrouw. Zij wenst niet lastig te worden gevallen met vragen over meneer V.H. Ze komt uit het ziekenhuis, heeft een heupoperatie ondergaan, staat nu in de badkamer, en weet niets over P.V.H. Als ik weer naar mijn fiets wandel, passeer ik het bureau van sociaal centrum De Balans en besluit even te informeren of zij meneer hebben gekend. Dat hebben de mevrouwen aan de balie, en ze verwijzen me door naar het verzorgingstehuis om de hoek.</p>
<p>Op het secretariaat kennen ze P.V.H. beter, hij kwam regelmatig biljarten in het centrum. Even later staat een vriend van hem naast me:</p>
<p>‘Ik ben al veertig jaar een hele goede kameraad van P.’, zegt de man. ‘Hij had veel hobby&#8217;s.’ Wat volgt is een opeenvolging van die hobby’s: biljarten, maar ook boogschieten, enzovoort. Hij weet nog niets van de uitvaart af, dus ik licht hem uitvoerig in. Hij plant met het vaste biljartgroepje te gaan, ‘allemaal goede vrienden’, en ik breng mijn deelneming over. Stijn Vranken had ik gevraagd om een gedicht te schrijven voor meneer V.H., maar die bel ik af. Lies Van Gasse zal nog wel een gedicht schrijven voor F.S., want ik heb geen uitsluitsel dat de buren zullen opdagen. Soms is het alsof ik achter een dispatch zit en ik in plaats van taxi’s naar de juiste reiziger stuur, een dichter verbind aan een stadsgenoot.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Het is fijn om te merken dat er drie buren zijn opgedoken voor de uitvaart van F.S. De man met het lange haar die ik eerder die week had gesproken, en twee andere buurmannen &#8211; waarvan er eentje begrafenisanekdotes blijft opdissen. Het is wachten op Lies Van Gasse, maar ondertussen heeft de ceremonieleider van dienst nog een mededeling.</p>
<p>‘Aangezien meneer S. al een tijdje in in de diepvries van het mortuarium lag, en men hem in een verkeerde houding heeft opgeborgen, geraakte hij niet helemaal in de kist. Het deksel ging maar aan een kant dicht. Maar wees gerust, Het staat niet helemaal open, en we hebben er een lakentje over gelegd.’</p>
<p>‘Gewoonlijk steekt u ze dan toch in een kist van groter formaat’, vraag ik. Het is mij bekend van eerdere uitvaarten, wanneer het ingevroren lijk met een uitstekende arm niet in een gewone kist past, het in een kist met buitengewone maten gaat.</p>
<p>‘Niet meer voorradig deze ochtend.’ Ik kijk naar de drie buurmannen, die zijn plots wat stiller. Geen begrafenisanekdotes meer. Wachten op Lies die er nog steeds niet is. Ik bel haar op en krijg te horen dat ze onderweg is, het is niet ver meer, ze is met de fiets. Precies om tien uur draait ze de begraafplaats op. Ze legt een slot om haar fiets en sluit meteen aan bij de korte stoet achter de corbillard. De ceremoniemeester verwittigt haar nog even over de ongewone situatie, en dan arriveren we bij perk W1.</p>
<p>De kist gaat op vier mannenschouders en dan komt de ongewone situatie in beeld. Zoals beloofd ligt een wit lakentje op de kist, maar ze staat toch iets verder open dan ik vermoedde. Als meneer S. op de schragen wordt geplaatst, glijdt het lakentje even weg en zie ik hem door de brede kier liggen. Er zit nog een lijkzak rond, en het lakentje wordt gauw weer over de houten planken gedrapeerd, maar tijdens de voordracht van Lies krijg ik het beeld maar niet van me afgeschud; de halfopen kist, het deksel op een brede kier, alsof de dode nog even dag komt zeggen.</p>
<blockquote><p>U liep op lange afstand,<br />
rookte veel. De weg<br />
was dichtgeslibd.</p>
<p>Toen ging u liggen,<br />
argeloos.</p>
<p>Aderen knorden hard.<br />
Een buurman legde hand<br />
en torste.</p>
<p>En toen, de bloemen van uw arm<br />
die dag, het licht hing lam,<br />
de knop die het behang ontsierde</p>
<p>en ook, elk been bewoog,<br />
het was een ingemaakt lawaai<br />
als krijsen onder water</p>
<p>en toen,<br />
het klikken van de cijferkast,<br />
dat kroop van nacht naar land.</p>
<p>U inhaleerde diep.</p>
<p>We leven in een blokkendoos,<br />
we torsen onze vracht.</p></blockquote>
<p>Dan houdt de ceremoniemeester nog een kort woordje; dat we nu definitief afscheid zullen nemen van meneer F.S., hij nu zal rusten op zijn laatste plek, we hem volgens ons eigen geloof of gebruik een laatste groet kunnen brengen. Als Lies, de drie buren en ikzelf de laatste eer hebben gebracht, gaat de kist met het lakentje de kuil in. Mijn drie witte rozen, heideplantjes zouden nu onmiddellijk doodvriezen, blijven op het witte laken liggen en gaan mee onder de grond. Ik wens de dragers een mooi eindejaar, voor mocht ik ze niet meer zien, en tot in 2013. Een nieuw jaar, een nieuw begin.</p>
<blockquote><p>Voor gedicht: Lies Van Gasse<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/12/19/eenzame-uitvaart-nr-31-f-s/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 30, P.V.H.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/12/18/eenzame-uitvaart-nr-30-p-v-h/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/12/18/eenzame-uitvaart-nr-30-p-v-h/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 18 Dec 2012 11:05:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Joke van Leeuwen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=450</guid>
		<description><![CDATA[Meneer P.V.H. is op 28 juni 1965 geboren in Lier en in zijn woonst in Antwerpen overleden op 7 november 2012. Zijn uitvaart vond plaats op dinsdagmiddag 11 december 2012 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Joke van Leeuwen. Ik ben onderweg naar Antwerpen Linkeroever waar meneer V.H. enige tijd geleden is gevonden. Enige [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>Meneer P.V.H. is op 28 juni 1965 geboren in Lier en in zijn woonst in Antwerpen overleden op 7 november 2012. Zijn uitvaart vond plaats op dinsdagmiddag 11 december 2012 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Joke van Leeuwen.</p></blockquote>
<p>Ik ben onderweg naar Antwerpen Linkeroever waar meneer V.H. enige tijd geleden is gevonden. Enige tijd, omdat P.V.H. al een maand in het mortuarium van het Universitair Ziekenhuis in Edegem ligt. Pas wanneer men bij de burgerlijke stand de aangifte van overlijden ontdekte zonder dat er een uitvaartondernemer aan verbonden was, werd de Firma ingeschakeld. Die deed navraag bij het UZ Edegem waar men bevestigde dat er de laatste maand niemand naar het lijk heeft geïnformeerd. Verder is er niets bekend over de achtergrond van P.V.H. Het OCMW gaf groen licht voor de uitvaart.<span id="more-450"></span></p>
<p>Het is een mooie dag; straalblauwe lucht en goed koud. Met mijn fiets manoeuvreer ik tussen de kerststalletjes op de Grote Markt die voor het eerst geopend zijn. Tussen de houten chalets hangt de geur van braadworst en glühwein. Het is verschrikkelijk druk in de binnenstad dus geraak ik maar moeizaam vooruit. Tot aan de voetgangerstunnel, met die enorme kooi die me 31 meter onder de grond voert, waar ik in een rechte lijn naar Linkeroever kan fietsen.</p>
<p>Het lijkt nog kouder te zijn op de andere oever. Voor mij staan de sociale woonblokken als monsterlijke blokkendozen. Ik fiets tussen de gebouwen door, af en toe de hoogte inkijkend, schotelantennes tellend. Zelfs bij deze temperaturen hangt er wasgoed op de balkons buiten. Als ik bij de drie blokken kom die in C-formatie staan opgesteld, zie ik de enorme bouwput in hun midden. Drie kranen, ijzeren hekken om de modderstroom af te schermen en containers. Een scheur in de aarde die de bewoners nog verder van elkaar weg drijft.</p>
<p>Als ik met mijn fiets aan de hand een modderig paadje richting één van de blokkentorens bewandel, zie ik een kind van zijn step vallen. De jongen is ongeveer dertien jaar oud, maar schreeuwt luid om aandacht. Zijn broer komt aanhollen, waarna het slachtoffer om ijs vraagt. Hij klemt zijn handen om zijn knie, daar zal de blauwe plek verschijnen, waarschijnlijk niet eens zo heel groot. Ik loop verder door naar de ingang die feestelijk is versierd met kerstmannen en wintertekeningen. Vlakbij het portaal zet ik mijn fiets op slot.</p>
<p>Het is even zoeken, maar dan heb ik het systeem in de woontorens door. Eerst moet ik het huisnummer van meneer V.H. op de brievenbus vinden, waar het correspondeert met een code voor de deurbel. Nr. 1/89 wordt zo B09. Elke toren blijkt opgedeeld te zijn in tien verticale stroken &#8211; A tot en met J -, waarbij elke strook vijftien verdiepingen telt. P.V.H. woonde dus negen hoog, in de tweede strook van links te tellen. Zo vind ik zijn deurbel en bel ik onder en boven zijn naam aan. Niemand geeft gehoor aan mijn gebel dus probeer ik het bij de twee namen op B07 en B11. Pas dan wordt me duidelijk dat ik bij de verkeerde mensen zit, zij wonen immers één of twee hoog boven of onder P. Ik moet bij nummers A09 en C09 die op dezelfde gang wonen zijn.</p>
<p>Bij de vijfde buurman, op A09, heb ik beet en kraakt de intercom. Ik leg uit wie ik ben, wat ik kom doen, en vraag naar meneer V.H.</p>
<p>‘Geen idee, meneer’, hoor ik. ‘Wij hadden geen contact met elkaar. Hij had nog wel een zus die af en toe op bezoek kwam. Cynthia heette ze, geloof ik.’</p>
<p>‘Weet u hoe ik ze kan bereiken?’</p>
<p>‘Dan moet u maar eens bij de politie horen.’ Het gesprek is afgerond. Als ik de inkomhal verlaat zijn de twee jongens weg. Voor ik de straat uitrijd om weer de voetgangerstunnel in te duiken, neem ik nog enkele foto’s van de hoogbouw, voor Joke van Leeuwen die een gedicht zal schrijven. Thuis zal ik naar de Firma mailen dat er nog ergens een zus rondloopt van P., maar zeker weten we dat niet. En het is al zaterdag, dinsdag is de uitvaart. Een waterkans dat Cynthia nog gevonden wordt. Tenslotte ligt meneer V.H. al een maand in het mortuarium en er heeft niemand naar hem gevraagd.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Ik ben drie kwartier te vroeg op begraafplaats Schoonselhof. Na het debacle met de trams die maar niet wilden komen bij de laatste uitvaart ben ik op tijd vertrokken, en kan ik stampvoetend van de kou de perken bezoeken. Nog even de rijen graven op W1 aflopend, namen tellend en verbinden aan de dichter die een gedicht voor hem of haar schreef. De plantjes purperen heide, zoals ik er nu opnieuw drie potjes van bij heb, zijn allemaal stuk gevroren. De gravers planten ze ook maar zelden in de grond, en als ze het doen is het met het plastic potje er nog aan.</p>
<p>De bestelwagen van de Firma stop voor W1 en ik verlaat het perk. Drager Davy is er.</p>
<p>‘Ik zie je vaak in de stad lopen’, zegt hij. ‘Woon je in het centrum?’</p>
<p>‘Ja.’ We schudden handen en ik leg uit waar ik woon.</p>
<p>‘Dan zijn we bijna buren’, zegt Davy. ‘De kist komt er zo aan.’</p>
<p>‘Joke van Leeuwen is de dichter vandaag.’</p>
<p>‘Ik dacht dat jullie gingen stoppen.’ Wat volgt is een opsomming van geruchten dat we zouden ophouden met De Eenzame Uitvaart. In de sector van uitvaartondernemers, crematoria, OCMW-diensten zijn we onderhand al bekend, en men meent dat het project is afgelopen. Ik stel hem gerust.</p>
<p>‘Ook in 2013 gaan we gewoon door.’ We praten over het nieuwe stadscollege dat zich bekend zal maken. Een nieuwe burgemeester, een nieuw bestuursakkoord, een nieuwe schepen van Sociale Zaken. Op het moment dat wij op Schoonselhof staan, stelt men nieuwe schepenen aan.</p>
<p>‘Hout vasthouden.’</p>
<p>‘Toch bizar dat er plots zoveel eenzame uitvaarten zijn’, zeg ik. ‘Drie deze week.’</p>
<p>‘Typisch voor het jaareinde’, antwoordt Davy. ‘En het aantal OCMW-uitvaarten blijft maar stijgen door de crisis. Van de zeven uitvaarten die we vandaag verzorgen, zijn er vijf van het OCMW bij.’ Hij vertelt over meneer V.H. die al een maand in het mortuarium ligt: ‘Ongelooflijk dat men dat niet heeft opgemerkt. Maar zij hebben dan ook zoveel koelcellen.’</p>
<p>‘Over welke aantallen gaat het dan?’</p>
<p>‘UZ Edegem niet zoveel als Middelheim, want die kunnen er zeker een twintigtal leggen’, zegt Davy. ‘Wij ook hoor. In ons filiaal in Aarstelaar toch zeker al een twaalftal.’ Met gepaste trots somt hij de capaciteiten op van de verschillende filialen van de firma. Ik zeg even naar de ingang te willen lopen want daar wacht Joke van Leeuwen me misschien op. Als ik de laan uitwandel draait de corbillard de begraafplaats op. Ik zie Joke staan, met de blik strak naar de ingang van Schoonselhof. Ik verwelkom haar, waarna we samen achter de corbillard naar perk W1 lopen, waar Davy met zijn twee collega’s een erehaag vormen. De kist gaat op de schouders en we betreden het perk. De balen stro liggen klaar op de aarde waar de volgende overledenen in moeten.</p>
<blockquote><p><strong>VOOR P.V.H. (1965-2012)</strong></p>
<p>Immense kast vol mensen. U op de negende.<br />
Zon, regen en een bouwput voor de deur.<br />
Als lentekind geboren, die daar een herfstdood stierf.</p>
<p>Had u geen vat dan op een wereld die zo dwingen<br />
kan dat u niet meer van zingen wist? Wat ging er mis<br />
dat buren vreemden, deuren dicht? Er zijn er</p>
<p>zo veel met uw voornaam, achternaam. Ben ik<br />
mijn broeders hoeder? De stad is vol van licht,<br />
feest moet het wezen, zot doen, wolkjes adem lachen,</p>
<p>feest. De ingang van het flatgebouw dat u bewoonde<br />
is versierd. Een kinderlijke sneeuwman. Wit.<br />
Dit lot van wie hier mens geweest.</p></blockquote>
<p>Joke leest luid en duidelijk naar de kist gericht, met een van mijn drie purperen heideplantjes op het deksel. Ik zie de kerstversiering op de deuren van het flatgebouw weer voor me, de lachende kerstman, de groene boom. Na het gedicht mogen we groeten en zien we hoe de kist wordt neergelaten. Het moet koud zijn aan de handen, de snijdende linten waarmee de dragers P. laten zakken in de bevroren grond. Als Joke en ik afscheid hebben genomen neem ik de tram naar ‘t Kiel om iets te eten in Grand Café Den Tir, een nieuwerwetse tearoom waar bejaarde vrouwen in grote bontjassen onophoudelijk binnen schuifelen. Na de lunch moet ik weer op pad, er zijn twee nieuwe eenzame uitvaarten aanstaande donderdag. Wat voor mensen de overledenen waren, is nu nog onduidelijk. Of ze lentekinderen waren, herfstmensen, of ze nog van zingen wisten.</p>
<blockquote><p>Voor gedicht: Joke van Leeuwen<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/12/18/eenzame-uitvaart-nr-30-p-v-h/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 29, N.H.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/12/03/eenzame-uitvaart-nr-29-n-h/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/12/03/eenzame-uitvaart-nr-29-n-h/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 03 Dec 2012 09:36:22 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Jan Aelberts]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=430</guid>
		<description><![CDATA[Mevrouw N.H. is op 12 juni 1918 geboren in Watergraafsmeer in Nederland en in Antwerpen overleden op 20 november 2012. Haar uitvaart vond plaats op woensdagmiddag 28 november 2012 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Jan Aelberts. In het café waar ik regelmatig kom passeerde dagelijks een vijftiger, nogal kort en gedrongen van uiterlijk, [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>Mevrouw N.H. is op 12 juni 1918 geboren in Watergraafsmeer in Nederland en in Antwerpen overleden op 20 november 2012. Haar uitvaart vond plaats op woensdagmiddag 28 november 2012 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Jan Aelberts.</p></blockquote>
<p>In het café waar ik regelmatig kom passeerde dagelijks een vijftiger, nogal kort en gedrongen van uiterlijk, die altijd een glas Duvel bestelde. Soms werden het er twee, maar nooit meer. Hij droeg altijd een tablet met zich mee, waarop hij via het draadloze netwerk filmpjes zat te kijken van al lang vervlogen televisieprogramma’s. Met de koptelefoon op zat hij te gniffelen om gedateerde sketches. Een paar weken op rij bestelde hij plots witte port, hij was humeurig, en ik ving op dat hij een drankprobleem had. Wanneer de alcohol hem te veel benevelde keerde hij met de tablet onder de arm naar huis om in afzondering verder te drinken. Te beschaamd om zich dronken in het openbaar te vertonen.</p>
<p>Plots dook hij niet meer op.<span id="more-430"></span></p>
<p>Het tafeltje aan het raam waar hij altijd zat, bleef een tijdlang leeg. Op de dag dat ik een mailtje van de firma kreeg dat melding maakte van een nieuwe eenzame uitvaart, vertelde de barvrouw dat men hem dood had aangetroffen in zijn appartement enkele huizen verderop.</p>
<p>Maar we gaan mevrouw N.H. wegdragen. Ze kwam uit Watergraafsmeer in Nederland, in het stadsdeel Oost in Amsterdam, waar ik een keer was geweest. In het bijzonder op de Nieuwe Oosterbegraafplaats, in het Nederlands Uitvaartmuseum Tot Zover, waar het boek <em>Een steek diep</em> van F. Starik werd voorgesteld met verslagen en gedichten van De Eenzame Uitvaart in Amsterdam. Geen idee of mevrouw H. ergens bij de Oosterbegraafplaats was opgegroeid, net na de eerste Wereldoorlog. We weten wel dat ze naar Antwerpen is getrokken, getrouwd is met een man die al lang onder de zoden ligt. N.H. dementeerde en verbleef lange tijd in het Woon- en Zorgcentrum Onze-Lieve-Vrouw van Antwerpen. Wanneer ik de verpleegster aan de lijn krijg kan ze vertellen dat mevrouw H. ‘een hele lieve vrouw was, maar wist wat ze wilde. Een pittig karakter.’ Op de website van het Woon- en Zorgcentrum kan je ‘fan’ worden van hun Facebookpagina en de bevindingen over het dagelijkse soepje in de ‘thuiskrant’ lezen: “algemeen ervaart men dat de soep minder zout is, een enkele keer is het nog een probleem.” Veel foto’s van ouderen in de krant, maar geen idee hoe ik mevrouw H. vind. Ik stuur een bericht naar een vriend met wie ik op het moment van de uitvaart had afgesproken. Zijn naam streep ik door in mijn agenda, waarna ik in telegramstijl ‘EU 29, 14u. N.H.’ noteer.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Anderhalf uur op voorhand trek ik de deur achter me dicht om koers te zetten richting Schoonselhof. Zelfs met die planning kom ik nog te laat merk ik. Na een korte tramrit richting halte Nationale Bank strand ik op een perron waar het openbaar vervoer maar in één richting pendelt, de verkeerde. Er doet zich een staking voor aan het knooppunt Rooseveltplaats waardoor alle trams en bussen in een fuik vastzitten. Na drie kwartier wachten merk ik dat het half twee is geworden, dat ik op een half uur nooit de begraafplaats haal, zelfs niet als tram 24 nu meteen zou aankomen. Ik steek de straat over en ga aan het verkeerslicht met een opgerold magazine zwaaien naar de voorbijrijdende auto&#8217;s, maar de vier passerende taxi&#8217;s vervoeren allemaal al iemand. Ondertussen bel ik de twee taxicentrales op waarvan ik de nummers in mijn telefoon heb zitten maar de wachttijden lopen op tot meer dan een half uur. ‘Je kan beter wachten tot er iemand voorbij rijdt,’ zegt Taxi Berchem. De vijfde taxi is een leeg busje dat voor me wil stoppen.</p>
<p>‘Net een vijftal russen afgezet op de Belgiëlei en de centrale zei me meteen naar hier te komen, dat iemand snel een taxi zocht aan de Nationale Bank, dus ik reed meteen door, na die Russen,’ ratelt de taxichauffeur. Daarna vertelt hij in rap tempo verder over de koude temperatuur die komt opsteken, de vijf russen, de staking van het openbaar vervoer. We halen het hoor, stelt hij me gerust als ik naar het klokje op zijn dashboard kijk. Het is twintig voor twee. Ik bel Jan Aelberts op die ook in een taxi blijkt te zitten, hij is er zo. We rijden onder het nieuwe gerechtsgebouw de autosnelweg op. Maar voor een kort stukje, tot aan afrit Hoboken, waar we die ellenlange steenweg op moeten.</p>
<p>‘Zag je dat?’ roept de taxichauffeur. ‘Die jongen op de fiets stal een stuk fruit van dat kraampje!’ Ik zie twee jongens op de fiets naast ons op het voetpad rijden.</p>
<p>‘Zonder te stoppen kon hij zo een stuk fruit nemen’, gaat de chauffeur vol bewondering verder. Hij moet lachen. Precies om tien voor twee kan ik de chauffeur vragen de taxi aan de kant te zetten bij één van de bloemenwinkels aan de terminus. Ik kan nog twee potjes purperen heide kopen voor ik Schoonselhof opstap. Jan staat te roken en Bert is er ook. Bert heeft een nieuwe wagen in bruikleen gekregen. Een witte Smart met het logo van de Firma op. Zijn vorig autootje is al lange tijd stuk.</p>
<p>‘Ik kan straks één iemand terug mee naar de stad vervoeren’, zegt Bert. ‘Maar dan zit de auto vol.’ Hij kijkt op zijn horloge, het is vijf voor twee. ‘We kunnen alvast vertrekken richting het perk. Er is toch niemand meer waar we op moeten wachten?’ Ik knik bevestigend. Zacht pratend wandelen Jan en ik achter de corbillard naar perk W1. Ik zie dat alle plaatsnaambordjes zijn vernieuwd. Waar het vroeger eenvoudige houten plaatjes waren, wijzen kunststoffen pijlen je nu de weg. Ik vond de vorige mooier. Bert steekt ons met zijn wit autootje voorbij.</p>
<p>De uitvaart is kort en krachtig. De kist gaat op schragen, mijn potjes heide aan het magere voeteinde van mevrouw H. en Bert buigt met zijn hoofd als teken dat Jan mag overgaan tot het voordragen van het gedicht.</p>
<blockquote><p>November is het en de dagen<br />
schreeuwen om veel meer licht<br />
en veel meer wereld</p>
<p>Want alles is kleiner nu<br />
Ook u<br />
verdween als muziek<br />
op dit eeuwig zinkend schip</p>
<p>Van alle vrienden<br />
zocht alleen de nacht u op,<br />
walsend door de kamer, zingend<br />
in gedachten: ga mee</p>
<p>Lang hebt u gezwegen, gewacht<br />
zonder te bewegen<br />
op een verse lading licht</p>
<p>En toch:<br />
Eenzaamheid maakt weerloos</p>
<p>Dus zei u laatst tot de nacht<br />
“Kom, blijf nog even,<br />
we hebben alle tijd”</p></blockquote>
<p>Al wandelend nemen Bert en ik afscheid van elkaar. Jan en ik slaan de lift voor één persoon af en wandelen het perk uit. Café De Leuvenaar is dicht, dus moeten we naar het café aan de overkant, dat geheel in het luchtvaartthema staat. Aan het plafond is een halve vleugel bevestigd, aan de muren hangen borden met nummers van fictieve gates. We bestellen twee biertjes terwijl een grijze poes rond onze benen dartelt. Met een prachtige vacht trippelt hij nieuwsgierig langs ons tafeltje, rond onze benen. ‘Hij is verloren gelopen’, zegt de cafébaas. ‘Hij stond plots voor onze deur.’ Klagerig miauwt de kat. In afwachting van de taxi die we hebben besteld nemen we nog twee biertjes. We hebben alle tijd.</p>
<blockquote><p>Voor gedicht: Jan Aelberts<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/12/03/eenzame-uitvaart-nr-29-n-h/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
