<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Eenzame Uitvaart</title>
	<atom:link href="http://www.eenzameuitvaart.be/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.eenzameuitvaart.be</link>
	<description>gedichten om niet meer te vergeten</description>
	<lastBuildDate>Mon, 16 Apr 2012 11:01:07 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 24, J.V.d.H.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/04/16/eenzame-uitvaart-nr-24-j-v-d-h/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/04/16/eenzame-uitvaart-nr-24-j-v-d-h/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 16 Apr 2012 07:46:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Joke van Leeuwen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=352</guid>
		<description><![CDATA[Meneer J.V.d.H. is op 29 juni 1924 geboren in Mechelen en in Borgerhout overleden op 11 maart 2012. Zijn uitvaart vond plaats op woensdagmiddag 11 april 2012 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Joke van Leeuwen. Soms vraag ik me af of ik niet minder onwillekeurig te werk moet gaan in de keuze van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote>
<p style="text-align: justify;">Meneer J.V.d.H. is op 29 juni 1924 geboren in Mechelen en in Borgerhout overleden op 11 maart 2012. Zijn uitvaart vond plaats op woensdagmiddag 11 april 2012 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Joke van Leeuwen.</p>
</blockquote>
<p style="text-align: justify;">Soms vraag ik me af of ik niet minder onwillekeurig te werk moet gaan in de keuze van een dichter voor een eenzame uitvaart. Dat ik aan de hand van de domiciliering van de onfortuinlijke eenzame er een dichter aan verbind die in hetzelfde district woont. Dat ik buren van ze maak. Punten op de kaart met elkaar verbind.<br />
Maar dat lukt niet altijd. De dichter die ik eerst opbelde voor de tweede eenzame uitvaart van woensdag 11 april plant met de kinderen weg te zijn, het is Paasvakantie. Dan Joke van Leeuwen proberen, die om een halve dag vraagt om haar planning te bekijken, en dan antwoordt dat ze een gedicht kan en wil schrijven.<span id="more-352"></span><br />
Het is enigszins treurig dat meerdere eenzame uitvaarten in één week meestal op één dag worden geplaatst, net na elkaar, als een rijtje dozen dat begraven moet, bandwerk. Ik heb even de tijd nodig om zo&#8217;n uitvaart te laten bezinken, me weer ergens aan op te warmen, maar zo zal het deze keer niet gaan.</p>
<p style="text-align: justify;">Nadat ik vruchteloos de buren van <a href="http://www.eenzameuitvaart.be/2012/04/15/eenzame-uitvaart-nr-23-h-mc-i/" target="_blank">mevrouw H. Mc I. voor eenzame uitvaart nr. 23</a> probeerde te bereiken, neem ik nu de tram naar Borgerhout, richting het huis van meneer J.V.d.H. Hij woonde buiten de ring, in de buurt van een park en een halte waar tram elf stopt, die ik ook vlakbij huis kan nemen. Vooraf had ik reeds een foto van het huis op Google Maps gezocht en ik zag een appartement, drie hoog, waarbij ik vermoedde dat hij de gelijkvloers bewoonde omdat er geen busnummer was meegedeeld. De netjes ommuurde voortuin zou ik echter nooit te zien krijgen want de tram houdt reeds halte op de Rooseveltplaats waarna de chauffeur via de intercom meedeelt dat hij en de tram niet verder rijden, alsook zijn collega’s, gelieve uit te stappen, een reden wordt niet gegeven.<br />
Ik besluit de volgende dag opnieuw te proberen maar dan komt er iets tussen en op zondag is het Pasen, dan kan ik de buren toch niet lastig vallen. Die buren houden niet van onverwachte gebeurtenissen, gok ik. Ze hebben een straatcomité dat een wijziging in het verkeersplan van hun straat probeert te verhinderen, iets met een blokkade tegen sluipverkeer. Op krantenwebsites vind ik enkele artikels waar ze allemaal samen op de foto gaan, met verontwaardigde gezichten. Ik zoom in op het groepsportret, misschien kan ik meneer J.v.D.H. spotten.<br />
Op maandag heb ik onverwacht veel werk, gaat het ook niet om langs te gaan en voor je het weet is het dinsdag, de dag voor de uitvaart en vraag ik Joke of het lukt. Ook zo werkt het, antwoordt ze, ik heb iets. Het hoeft niet echt dat ik nog langs ga, ze heeft al iets geschreven op basis van de foto, de naam en de mededeling dat het een ‘teraardebestelling’ is.</p>
<p style="text-align: justify;">Het is opnieuw droog als ik voor een tweede maal de begraafplaats opstap en Joke begroet die komt aangestapt. Er staat een wagen klaar waarin vier mensen zitten die niet van de Firma zijn.<br />
‘Mijn vader woonde boven hem,’ zegt de bestuurder die uitstapt. ‘Hij bezocht meneer af en toe.’ Buren dus, denk ik.<br />
‘Goed dat u er bent,’ zeg ik. ‘Dat er nog iemand is.’ Dus toch niet helemaal een eenzame uitvaart. Ik leg de zoon uit wat we komen doen, dat dit Joke is die een gedicht heeft geschreven voor meneer omdat ons was meegedeeld dat het een eenzame uitvaart betrof, die nu eigenlijk niet zo heel eenzaam is. Je kan moeilijk spreken over een halve eenzame uitvaart, vind ik, of over een heel erge eenzame uitvaart, het gaat steeds over iemand die bij leven erg weinig mensen tot zelfs niemand om zich heen had.<br />
‘We wisten helemaal niet wanneer de uitvaart zou doorgaan,’ zegt de zoon verontwaardigd. ‘We hebben zelf moeten rondbellen.’ Ik leg de zoon uit dat wanneer er geen familie word gevonden er geen rouwbrieven worden gedrukt of rondgestuurd. Later zal ceremoniemeester Etienne het nog eens herhalen tegen de zoon. Etienne met het witte baardje die de laatste tijd alle OCMW-uitvaarten verzorgt en wiens naam ik weer vergeten was, maar hij ook de mijne, het wordt ons standaardgrapje, we kunnen er om lachen als ik hem de geleende paraplu’s terug geef.<br />
Aangekomen aan perk W1 blijkt dat er nog bezoekers zijn opgedoken. ‘Een vriendin van J,’ legt de oude mevrouw uit. Haar dochter begeleidt haar en vraagt waarom het zo lang duurde eer de uitvaart doorging. Op elf maart gestorven, op elf april begraven.<br />
Etienne mag het weer uitleggen; dat men eerst op zoek gaat naar de familie of het geld van meneer V.d.H. voor de begrafeniskosten. Bij zijn uitleg maakt hij de hele tijd het universele geldgebaar met zijn vingers. De zoon van de bovenbuurman verklaart ook nog dat hij de politie heeft gebeld. Onomwonden vertelt hij dat meneer V.d.H. blijkbaar al vier dagen dood in zijn appartement lag. ‘In kots en stoelgang.’ Ik hoef deze details niet te weten. Soms voel ik me een inbreker in iemands leven.<br />
Ons kleine gezelschap stapt achter de kist naar het graf. De gravers zijn erin geslaagd in de korte tijd tussen de twee eenzame uitvaarten een nieuwe kuil te graven. Als de kist met mijn plantje op, gele krokussen dit keer, op schragen is gezet neemt Etienne het woord: ‘We zijn samengekomen om het leven van J.V.d.H. te gedenken, we staan stil bij de dierbare, wat hij voor ons heeft betekend, of voor anderen, iedereen doet dat op zijn of haar manier.’ Het gaat snel, zijn tekst. En net zoals de uitvaart van een uur ervoor begint het opnieuw te gieten. Paraplu’s gaan weer open, de regen roffelt tegen het opgespannen plastic, Joke leest haar gedicht met luide stem voor, gezicht naar ons toe gericht.</p>
<blockquote><p><strong>Voor J.V.d.H. (1924-2012)</strong></p>
<p>Dat raam waardoor u naar de groene voortuin keek<br />
met een verlegen muurtje afgezoomd. We zijn als gras,<br />
zegt men al eeuwen en zie ons groeien, kort geschoren<br />
worden, doorgaan. Waar moet uw moede stoel nu staan,<br />
die als een schoot nog steun bood, hoe verhulden de<br />
gordijnen wie u was, hielden uw spullen u gezelschap<br />
zonder iets te kunnen vragen.</p>
<p>Het heeft zich neergelegd, uw lichaam waarin ergens<br />
nog een jongen school die dacht aan wat er allemaal<br />
niet op zou komen dagen.</p></blockquote>
<p>‘En dan verlaten we nu het perk,’ zegt Etienne. De kist mogen we niet meer zien zakken, maar iedereen is opgelucht lijkt het, dat we uit de regen mogen. Ik denk aan het verlegen muurtje uit Joke’s gedicht, en het kort geschoren gras. Dat muurtje stond inderdaad op de foto. Zo’n muurtje dat de bezoekers of passanten zegt: tot hier, niet verder, dit is van ons.</p>
<blockquote>
<p style="text-align: justify;">Voor verslag: Maarten Inghels<br />
Voor gedicht: Joke van Leeuwen</p>
</blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/04/16/eenzame-uitvaart-nr-24-j-v-d-h/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 23, H. Mc I.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/04/15/eenzame-uitvaart-nr-23-h-mc-i/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/04/15/eenzame-uitvaart-nr-23-h-mc-i/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 15 Apr 2012 09:46:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Stijn Vranken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=347</guid>
		<description><![CDATA[Mevrouw H. Mc I. is op 21 augustus 1936 geboren in Hilversum, Nederland en in Antwerpen overleden op 21 maart 2012. Haar uitvaart vond plaats op woensdagmiddag 11 april 2012 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Stijn Vranken. Ik heb een afspraak met Stijn Vranken op de ochtend dat de Firma melding maakt van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote>
<p style="text-align: justify;">Mevrouw H. Mc I. is op 21 augustus 1936 geboren in Hilversum, Nederland en in Antwerpen overleden op 21 maart 2012. Haar uitvaart vond plaats op woensdagmiddag 11 april 2012 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Stijn Vranken.</p>
</blockquote>
<p style="text-align: justify;">Ik heb een afspraak met Stijn Vranken op de ochtend dat de Firma melding maakt van twee nieuwe eenzame uitvaarten, de week erop. Dat is handig, dan is de eerste alvast geregeld.<br />
Mevrouw H. Mc I. heeft een ietwat vreemde naam dat vooral komt door het tussenvoegsel, de Mc, uit te spreken als Mac. Met de hulp van Wikipedia kom ik nog te weten dat Mc het Goidelische woord voor ‘zoon’ is en in veel Ierse en Schotse namen wordt het gebruikt als voorvoegsel, gevolgd door het genitief van de naam van een legendarische voorouder, en ik klik door op Goidelische en leer dat het zoveel betekent als Gaelisch, een subgroep van de Keltische talen, en zo klik ik door en door op de blauwe hyperlinks, want dat is het leuke aan Wikipedia, het doorklikken tot je steeds verder van je oorspronkelijke zoekterm verwijderd bent, maar je eigenlijk niets nieuws bijleert, toch zeker niet iets over mevrouw H. Mc I. en haar vermoedelijk legendarische voorouders.</p>
<p><span id="more-347"></span></p>
<p>Ook Google levert niets op, behalve een mevrouw H. Mc I. in het telefoonboek van Canada. Zou mevrouw H. Mc I. geweten hebben dat ze een naamgenoot had in Quebec? Met Google Maps vind ik een foto van het huis van mevrouw Mc. I., die ik doormail naar Stijn. Het huis heeft twee verdiepingen en een zolder, opgetrokken uit gele baksteen. De rolluiken voor het raam op de gelijkvloers zijn gesloten. Onder het raam zie je tralies voor het raam van de kelder, die half onder de grond zit en half boven de stoep uitsteekt.<br />
Stijn mailt terug dat hij het een mooi huisje vindt. In werkelijkheid ziet het er echter een pak onverzorgder uit, merk ik wanneer ik mijn fiets tegen de tralies parkeer. De voordeur is verzegeld met een blauwe kleefband van de politie, zij hebben mevrouw gevonden. Op het plakkaatje op de bel staat boven de naam van mevrouw Mc I. een andere naam, ik vermoed van haar reeds overleden man, daar weten we niets over, er is opgegeven dat er geen familie bekend is, dat ze huisvrouw was, maar meer niet.<br />
Met die gegevens moeten we het doen want niemand van de buren is thuis. Links van het huis zit de vzw van een theatergezelschap, rechts is een appartementsblok waar niemand van de bewoners gehoor geeft aan de bel.<br />
Stijn zal later vertellen dat hij ontdekt heeft dat de naam van mevrouw Mc. I. van Ierse afkomst is, maar dat kan ver terug gaan want ze is geboren in Hilversum, Nederland.</p>
<p style="text-align: justify;">Bij vertrek op woensdag 11 april is er een heldere hemel en schijnt de zon aangenaam, bij aankomst op Schoonselhof is de lucht donker overtrokken.<br />
‘Het gaat onweren,’ zegt Stijn die haast gelijktijdig met mij de begraafplaats opkomt.<br />
‘Ik hoop vanavond pas,’ antwoord ik. ‘Of toch wanneer we hier weer vertrokken zijn.’ Ik ben er niet op gekleed en heb alleen maar een vest aan, geen al te dunne, maar het blijft een vest waar je niet mee in de regen moet lopen.<br />
‘Ik had je toch gemaild laarzen mee te nemen?’<br />
Vanaf dan is het wachten op de dragers en de corbillard en ondertussen met argusogen de nakende onweerswolken volgend. Ze zijn later dan verwacht, de dragers. Er komt een klein wit autootje van het merk Smart aan, ik twijfel even of de bestuurder bij het gezelschap hoort aangezien hij niet het karakteristieke pak draagt met de stropdas waar het logo op staat gedrukt. Maar hij stapt uit en verwittigt ons dat de dragers te laat zijn, er is een file vermoedt hij, een ongeval op de Ring, heeft hij op de radio gehoord.<br />
‘Als daar een ongeval gebeurt, ligt alles plat,’ zegt hij.<br />
Pas om twintig na twee draait de corbillard de begraafplaats op terwijl het normaal gezien om kwart voor twee verzamelen geblazen is.<br />
‘De tweede wagen met dragers komt er nog aan,’ zegt de man zonder zonder kostuum van de Firma. Hij vloekt op de laatkomers, dat ze er binnen vijf minuten gingen zijn maar nu al een kwartier verstreken is. ‘We zullen al achter de corbillard lopen naar het perk.’<br />
Daar zijn we snel, heel snel. Het nieuwe, tweede, perk W1 ligt veel dichter bij de ingang van de begraafplaats. Tot voor kort moesten we een hele weg te voet afleggen naar perk U aan de andere kant, meestal zwijgend in de stinkende gassen van de uitlaat, maar steeds een wandeling die deugd deed omdat het de uitvaart wat rekte, anders altijd zo kort. Heel af en toe mochten we meerijden in het kleine gele wagentje van ceremonieleider Bert, maar die is er nu niet bij en de laatste keer dat ik hem zag vertelde hij dat zijn wagen het begeven had, voorgoed.<br />
Bij perk W1 is het weer een tijd wachten op de tweede wagen, dat duurt weer een hele tijd. Het is ondertussen al bijna half drie en het begint zacht te druppelen. Ik denk aan de tweede eenzame uitvaart die om drie uur is gepland, dat wordt haasten straks, en het gaat allemaal al zo verdomd snel. De tweede wagen komt er aan en voor ik het weet staat de kist al op vier schouders en doet men teken te volgen naar de pas gegraven kuil, waar nog eens twee gravers van de stad staan te wachten.<br />
De kist staat op schragen, mijn plantje gaat uit het witte plastic zakje en zet ik op het hout. Een onbestemde soort, geel van kleur omdat het Paastijd is. Het is kleurrijker dan verwacht in het troosteloze decor van eenvoudige kist, bruine modderaarde, donkere hemel, bijna zwart.</p>
<blockquote><p><strong><br />
Voor H. Mc I.<br />
° Hilversum NL 21/8/1936, + Antwerpen 21/3/2012</strong></p>
<p>En je wil wijzen naar zijn thuiskomst<br />
maar dat lukt niet, je ziet alleen de hand<br />
die je hem schonk aan het einde van je arm.</p>
<p>En je vraagt je hand: ‘Wat nu?’<br />
En hij legt zich op je schouder, in je schoot,<br />
op de tafel.</p>
<p>En wijst naar jou. En telt, traag, tot één.<br />
Het is tijd, denk je. Al weet je maar al te goed<br />
niet precies waarvoor.</p>
<p>En je doet teken aan het raam: ‘Ik kom eraan.’<br />
En je wijst jezelf weg, want je weet<br />
niet goed waarheen.</p>
<p>Dus je blijft zitten. En gaat.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">We buigen en dan giet het plots. We stappen gehaast over de betonnen platen het perk uit en krijgen van één van de dragers twee paraplu’s met het logo van de Firma op.<br />
‘Die krijg je zo meteen terug,’ zeg ik. ‘Om drie uur ben ik er weer.’<br />
‘Met meneer hier,’ antwoordt hij, Stijn aanwijzend. De poule van dichters blijft soms vreemd voor hen, de wisselende stoet van dichters die om de beurt aantreden.<br />
‘Neen, om drie uur is er een andere dichter, met een ander gedicht.’<br />
Dan trekt de wind hard aan de paraplu’s. De regen valt met bakken uit de lucht en ik kan niet beletten dat mijn vestje nat wordt, niet veel, maar toch. Aan de uitgang nemen Stijn en ik gehaast afscheid. Ik wil in De Leuvenaar iets drinken en opwarmen, maar op woensdag is het café gesloten.</p>
<blockquote>
<p style="text-align: justify;">Voor gedicht: Stijn Vranken<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p>
</blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/04/15/eenzame-uitvaart-nr-23-h-mc-i/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 22, G.D.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/02/16/eenzame-uitvaart-nr-22-g-d/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/02/16/eenzame-uitvaart-nr-22-g-d/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 16 Feb 2012 15:35:39 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Maarten Inghels]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=330</guid>
		<description><![CDATA[Meneer G.D. is op 6 november 1950 geboren te Antwerpen en daar thuis overleden op 1 februari 2012. Zijn uitvaart vond plaats op woensdagmiddag 15 februari 2012 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Maarten Inghels Ik ben het verslag van eenzame uitvaart nr. 21 nog aan het uittikken als het mailtje van Renée binnenkomt [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote>
<p style="text-align: justify;">Meneer G.D. is op 6 november 1950 geboren te Antwerpen en daar thuis overleden op 1 februari 2012. Zijn uitvaart vond plaats op woensdagmiddag 15 februari 2012 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Maarten Inghels</p>
</blockquote>
<p style="text-align: justify;">Ik ben het verslag van eenzame uitvaart nr. 21 nog aan het uittikken als het mailtje van Renée binnenkomt met de boodschap dat de Firma volgende de week een nieuwe eenzame uitvaart zal verzorgen, op dinsdagmiddag 14 februari. Ik antwoord haar meteen dat ik zelf een gedicht zal schrijven voor meneer G.D., het was al een hele tijd geleden dat ik nog eens een uitvaart begeleidde met een gedicht, maar wanneer mijn mail met een woesh-geluidje in het mapje ‘verzonden berichten’ belandt realiseer ik me dat ik op 14 februari een optreden voor 400 leerlingen van een middelbare school zou verzorgen. Na een telefoontje en wat gekras in agenda&#8217;s komen we overeen de uitvaart te verlaten naar woensdag 15 februari, zelfde uur, zelfde plek.<span id="more-330"></span></p>
<p style="text-align: justify;">Behalve dat meneer G.D. thuis was overleden zijn er verder geen gegevens bekend. Ik tik zijn straatnaam in op Google Street View en kan zijn huis in 3D bekijken, inzoomen op de brievenbus zonder de belettering te kunnen lezen. Voor de deur staat een fiets tegen een boompje en een lege kinderwagen. Er loopt niemand op straat. Het haalt eigenlijk niets uit; het adres opzoeken en de foto’s van de witte gevel bekijken want het huis ziet er in de realiteit toch altijd een tikkeltje anders uit – al was het maar omdat het een nieuw seizoen is en er een ander licht op schijnt.</p>
<p style="text-align: justify;">Het huisje ligt in de Antwerpse buurt Schijnpoort, mij bijna geheel onbekend. Die ene keer buiten beschouwing gelaten dat ik met de bus door de buurt ben gereden en aan de tankstations na de brug getuige was van een staaltje verkeersagressie waarbij een kwade autobestuurder de bus staande hield en de ruitenwissers vernielde. Ik weet niet zo goed waar Schijnpoort begint of eindigt, maar ik neem tram twaalf bij het Coninckplein in Antwerpen Noord waarbij deze in een slingerbeweging via het Stuivenbergplein en sociale woonblokken naar Park Spoor Noord rijdt, het bruggetje onder de spoorweg neemt waar ik moet afstappen aan de twee tankstations.</p>
<p style="text-align: justify;">Voor het rode tunneltje zie ik de uitvergrote prent van Suske en Wiske hangen die over de Schijnpoort handelt en thuisgekomen zal ik ontdekken wanneer ik voor het eerst iets over de wijk Schijnpoort heb gehoord. In het stripalbum ‘De 7 schaken’ komt de Schijnpoort voor als de buurt waar Willy Vandersteen school liep en het Stuivenbergplein als de plek waar hij is geboren. Als ik verder googel ontdek ik dat Station Antwerpen-Schijnpoort een goederenstation is en dat er een loods is met draaibanken en een wasstraat waarin passagierstreinen worden schoongemaakt om ze nadien om te vormen tot nieuwe treinen.</p>
<p style="text-align: justify;">De dooi heeft zich ingezet en de straten zijn goed nat. Je moet al heel erg goed kijken waar er nog een plek ijs zit. De straat waar meneer G.D. heeft gewoond zit gekneld tussen de spoorweg en de Slachthuislaan, een soort van ongelukkig eilandje omgeven door tramlijnen, drukke verbindingswegen, tankstations en lelijke winkels met nutteloze prularia. Ik ben al op veel troosteloze plekken in de stad geweest maar dit straatje is in combinatie met de regen misschien wel het droevigste wat ik al heb gezien. Zijn huis is onderverdeeld in een 9A waar hij woonde en een 9B, elk met een deur en drie verdiepingen, zes kleine appartementen onder één dak.</p>
<p style="text-align: justify;">Bij meneer G.D. moet ik niet aanbellen maar als ik voor zijn deur staat komt bij 9B een zwarte man buiten die ik aanspreek in de veronderstelling dat hij een buurman moet zijn. Het is moeilijk praten vanwege zijn gebrekkige kennis van het Nederlands maar als ik met gebaren uitleg dat meneer D. is overleden en ik een woordje zal uitleggen op zijn begrafenis knikt hij heftig en wijst naar het raam op de gelijkvloers van 9A. ‘Ja, dood, dead,’ zegt hij luid maar meer dan dat de buurman is overleden weet hij ook niet. Als ik met de combinatie ‘begrafenis, funeral, uitvaart’ mijn reden van bezoek tracht te verklaren, dat ik wil weten of iemand meneer D. goed gekend heeft, antwoordt hij enkel met ‘Dead, dood’. Pas als ik met enkele oneerbiedige armbewegingen het wat volgens mij universele beeld van aarde en een kuil is uitbeeld, begrijpt hij me en verwijst hij me door naar 9B waar de huisbaas schijnt te wonen. Hij belt drie maal voor me aan maar niemand doet open. De behulpzame buurman beaamt wat ik al begrepen had, de huisbaas is niet thuis of heeft geen zin in een praatje met één van zijn huurders, en zegt dan dat ik moet terugkomen.</p>
<p style="text-align: justify;">Ik besluit in plaats van de tram te nemen naar huis te wandelen, altans een groot stuk daarvan. Langs Park Spoor Noord zie ik een eenzame jogger in de regen en de eindeloze treinen met containers. Meer dan de helft van de containers draagt het opschrift China Shipping, de andere met illustere afkortingen. Het geluid van de voorbijdenderende goederentreinen moet haast de hele dag door klinken. Thuisgekomen zoek ik het telefoonnummer van de huisbaas op in de Witte Gids maar ik vind het nergens.</p>
<p style="text-align: justify;">Op de dag van de uitvaart van meneer G.D. regent het een hele dag en staat er een strakke wind. Met tram 24 aangekomen op Schoonselhof koop ik drie witte rozen bij één van de drie bloemenwinkels. Ik probeer elke keer af te wisselen van bloemist om het eerlijk te houden maar nu merk ik dat de drie rozen de helft goedkoper zijn dan bij de concurrent er naast. Ik vraag of er een cellofaantje rond kan maar de bloemiste vraagt of het bloemen zijn ‘om te leggen’. ‘Dan is het niet verstandig om voor cellofaan te kiezen aangezien ze dan door verstikking sneller stikken.’ Ik antwoord haar dat ze voor een ander papiertje mag kiezen waarna ze de bloemen haast vakkundig de nek omwringt door het papier tot een soort van waaier te vouwen en te nieten.</p>
<p style="text-align: justify;">‘En dit is nog beter voor het milieu ook,’ zeg ik. ‘Zo zonder het plastic.’ Ik denk aan mijn tante die niet graag heeft dat je bloemen met aluminiumsnippers of cellofaantjes mee de kuil inwerpt, slecht voor de natuur, het vergaat niet, of moeilijk.</p>
<p style="text-align: justify;">Op begraafplaats Schoonselhof is er al één corbillard, een gloednieuw model dat een beetje op de kruising tussen de pausmobiel en een uit de hand gelopen gezinswagen lijkt. Ze staan ter hoogte van het nieuwe perk W1 waar meneer D. zal worden begraven maar ze komen even aangereden om me in te lichten dat ze wachten op een tweede corbillard. ‘Deze heeft namelijk geen kist mee,’ zegt Dennis met het lange zwarte haar. Hij vraagt of ik een paraplu moet hebben maar die sla ik af. Ik wacht wel in het schuilhuisje op de tweede wagen.</p>
<p style="text-align: justify;">De tweede corbillard blijkt ceremoniemeester Bert mee te vervoeren, wie ik een hartelijke hand schud, het is immers lang geleden dat hij er nog eens bij was, en de drager met het keurige witte baardje wiens naam ik niet meer wist vorige week. ‘Etienne,’ zegt hij. Etienne, prent ik me in, Etienne, niet meer vergeten. We delen paraplus met het logo van de Firma op aangezien het harder is gaan regenen, maar het is een heel gevecht ze recht te houden in de stevige wind. Bert wilt geen paraplu want hij heeft een hoed: ‘Een hoed uit Rome, gekregen van de paus.’ Later zal hij me het binnenwerk tonen waar in het Latijn het bewijs staat gedrukt.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Heel vreemd,’ zegt Etienne. ‘Als ik buiten moet zijn stopt het normaal gezien altijd met regenen. Ik heb twee hondjes en als ik die moet uitlaten stopt het meteen met regenen.’ Etienne is ondanks de regen die niet wil stoppen nu hij buiten staat in een vrolijke bui totdat we de corbillard die nog even een formulier bij de administratie moet gaan afgeven een vreemde route zien nemen. Etienne fulmineert vanop afstand tegen de chauffeur die ‘een nieuwe is en altijd zijn eigen goesting wil doen’, ook onder dragers bestaat er klaarblijkelijk een hierarchie. Wanneer de corbillard met de kist eindelijk aan komt rijden bij perk W1 slaat Etienne met het handvat tegen het koetswerk van de wagen. ‘Stoppen,’ roept Etienne. ‘Draaien!’</p>
<p style="text-align: justify;">‘Meneer is een buitengewoon formaat,’ zegt hij tegen mij. ‘Boven de honderdvijftig kilogram.’ De nieuweling zal de corbillard achteruit het perk oprijden, zo dicht mogelijk bij de lijn graven. ‘Zover krijgen we hem niet getild.’ Zijn overgewicht is misschien een verklaring voor de jonge leeftijd waarop meneer D. stierf. Het gaat steeds harder regenen en na ingewikkelde manoeuvres op de drassige ondergrond krijgen ze de corbillard tot bij de graven. Dan is het nog even onderhands tillen met vijf dragers en een graver, zelfs Bert tilt mee, ondanks zijn versleten schouder. De kist is aanzienlijk breder en ook de gouden bouten en handvaten zijn massiever. Voor de kist op schragen met iedereen er wat verspreid rond, lees ik mijn gedicht voor meneer G.D. voor:</p>
<blockquote><p><strong>TOT ZOVER<br />
</strong><em>Voor G.D. (1950 – 2012)</em></p>
<p>Tot zover zijn er niet meer gegevens<br />
bekend dan uw naam, geen familie<br />
waartegen u kon vertellen over de</p>
<p>eindeloze treinen van China Shipping,<br />
het schaatsnieuws in uw laatste dagen.<br />
Niemand om in s- of achtbanen omwegen</p>
<p>mee te maken tot de koude in uw botten<br />
tocht, om foto&#8217;s te tonen van een snoepreisje<br />
dat u ooit ondernam &#8211; ik gok aldoor.</p>
<p>Wat moet ik dan vertellen over wie<br />
ik niet eerder heb ontmoet, een adres<br />
dat ik nooit eerder bezocht. Stamelend,</p>
<p>zonder idee over wat uw ogen vochtig<br />
hield, wie u troostend vast nam bij<br />
wat de dooi nog boven water bracht.</p>
<p>Dus moet het maar met mijn schamele<br />
smalltalk: de straat is weer ijsvrij, men<br />
houdt uw gordijnen dicht, tot zover.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Mijn in vier gevouwen vel papier gaat mee het graf in en wordt onder een bout vast gezet. Dan is met een extra lint weer tillen geblazen om de kist uitgebalanceerd de kuil in te laten zakken. Ik bedenk dat ik laatste tijd te veel kisten heb zien zakken in een kuil natte aarde. De laatste twee maanden kan ik ze niet meer op één hand tellen en vanochtend kreeg ik opnieuw een sms’je dat berichtte over iemands dierbare die stierf. Dit tempo is moeilijk wennen.</p>
<p style="text-align: justify;">Ik geef mijn paraplu terug aan Etienne en groet hem. Ik wijs hem op twee eenden die opvliegen, maar neen, het zijn niet de fazanten of patrijzen die hij hier miste. Hij vloekt en slaat met zijn paraplu weer op de wagen die de nieuweling stuurt. ‘Ze moeten het nog leren,’ zegt hij.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Ja,’ zeg ik. ‘We moeten het nog leren.’</p>
<blockquote>
<p style="text-align: justify;">Voor gedicht en verslag: Maarten Inghels</p>
</blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/02/16/eenzame-uitvaart-nr-22-g-d/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 21, P.D.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/02/11/eenzame-uitvaart-nr-2-p-d/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/02/11/eenzame-uitvaart-nr-2-p-d/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 11 Feb 2012 18:14:34 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Lies Van Gasse]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=318</guid>
		<description><![CDATA[Mevrouw P.D. is op 15 november 1936 geboren te Antwerpen en in RVT St. Anna overleden op 28 januari 2012. Haar uitvaart vond plaats op begraafplaats Schoonselhof in de ochtend van maandag 6 februari 2012. Dichter van dienst was Lies Van Gasse. De dag voor de uitvaart van mijn grootvader rolde de mail van het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p><strong></strong>Mevrouw P.D. is op 15 november 1936 geboren te Antwerpen en in RVT St. Anna overleden op 28 januari 2012. Haar uitvaart vond plaats op begraafplaats Schoonselhof in de ochtend van maandag 6 februari 2012. Dichter van dienst was Lies Van Gasse.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">De dag voor de uitvaart van mijn grootvader rolde de mail van het uitvaartbedrijf binnen die melding maakte van een nieuwe eenzame uitvaart. Wat al dagen het nieuws beheerst, houdt ook ons in de ban: de extreme koudegolf die het land bevriest. We stampen onze voeten warm op het kerkhof naast de Basiliek van Edegem en herhalen nogmaals dat hij niet van sneeuw of koude hield, dat het misschien goed is dat hij nu is gegaan; liefdevol ingeslapen voor de koude op zijn deur sloeg, de ijsplekken hem nog meer aan het wankelen brachten. <span id="more-318"></span>Bij min vijftien graden moet het snel gaan voor de begrafenisondernemer, de grond bevriest. Er is nog tijd voor een kort woordje aan het graf, desgewenst kan men even het hout vasthouden van de eenvoudige kist die hij had verzocht – zelfs de handvatten zijn er afgeschroefd -, maar dan strompelen we langs het pad naar de koffietafel. In een in kilometers en omstreken bekende zaal waarin al een eeuw wordt gelachen en gehuild in het clichématige decor van verkleurd bloemenbehang en houten lambrisering aan de muren, grote potten sanseveria&#8217;s voor de ramen en anonieme schilderwerken. Er was veel volk, zeggen we tegen elkaar. &#8216;De mensen kwamen zeggen dat het een mooie dienst was.&#8217; Dat was zo, het was een mooie dienst geworden waarin we persoonlijke dingen vertelden, onze zorgvuldig gekozen muziekstukken werden gedraaid waaronder een walsje van Brahms ergens tussen die en die tekst. Zodat de mensen bij het luisteren van &#8216;Walz in As groot, Opus 73&#8242; even, niet erg lang, nog geen minuut en een half, konden stilstaan bij het leven of bij zijn dood of bij de verwarming in de kerk die niet goed leek te werken.<br />
De Dali-achtige figuur die in de authentieke Vlaamse zaal zwijgzaam de koffie schenkt en de manden met pistolets aanvult zal mevrouw P.D. niet krijgen na haar uitvaart. Ik sms&#8217;te Lies Van Gasse met de vraag of zij een gedicht kan schrijven voor de eerste eenzame uitvaart van dit slecht gestarte nieuwe jaar. Mijn hoofd staat er niet naar en ook op de volgende dag, wanneer de sneeuw met stevige vlagen de stad toedekt en de grootste monsterfile creëert, zit de eenzame uitvaart van mevrouw P.D. ver in het achterhoofd maar op zaterdag denk ik eraan te bellen naar het rusthuis waar ze is overleden. Van de uitvaartfirma kreeg ik enkel te horen dat ‘mevrouw totaal geen familie heeft en ook nooit bezoek kreeg’ en dat ze was gescheiden.</p>
<p style="text-align: justify;">Uit ervaring weet ik dat het verplegend personeel in een rusthuis vaak ook niet meer weet dan de haarkleur en of mevrouw of meneer al dan niet in een rolstoel zat. Maar deze keer heb ik meer geluk. Het diensthoofd van de afdeling waar mevrouw P.D. lag vraagt me om tien minuten later terug te bellen wanneer ze een lijstje heeft klaargemaakt en dat lijstje blijkt nog erg lang te zijn. Ze somt heel wat op en geeft me de tijd om het punt per punt netjes te noteren in mijn zakagenda. Mevrouw P.D. luisterde erg graag naar muziek en hield, zo lang als het kon, van dansen. Mevrouw was een verwoede poetsvrouw en stond er zelfs op de bureaus van de verpleegsters te kuisen. Mevrouw had een sterk karakter, wist wat ze wilde maar was altijd heel vriendelijk. Mevrouw droeg geen nachtjaponnen zonder bloemenprint op want daar hield ze van, van bloemen, en nog het liefst in de kleur lila. En mevrouw had geen enkel grijs haar, ze had al haar zwarte haren nog en niet eens gekleurd!<br />
Van haar verleden of beroepsactiviteiten heeft het diensthoofd geen weet en ik vergeet te vragen waarom ze nooit een bezoek kreeg, maar wanneer ik de telefoon neerleg besef ik dat dit een onzinnige vraag is; waarom iemand geen bezoek kreeg. Als ik alles naar Lies wil doorbellen krijg ik de voicemail dus spreek ik alles netjes in na de pieptoon maar binnen de minuut belt ze zelf terug en herhaal ik alle puntjes nog een keer terwijl Lies aan de andere kant noteert. Nu ik de checklist van mevrouw P.D. nog eens opdreun vormt er zich in mijn hoofd al een zwierig portret: een dansende dame in een bloemenjapon met ravenzwart haar.</p>
<p style="text-align: justify;">Op maandag neem tram 24 naar Schoonselhof en arriveer om twintig voor tien aan terminus Schoonselhof waar ik in één van de bloemenzaken nog drie witte rozen koop voor mevrouw P.D. Lies staat al klaar aan de poort van de begraafplaats en merkt op dat ik misschien drie purperen rozen had kunnen kopen. Op de graven ligt nog een mooi sneeuwtapijt, in tegenstelling tot de binnenstad waar alleen nog maar grijze klonters herinneren aan wat was. Her en der zie je voetsporen van vogels en konijnen en ik zeg dat je mooi op de grachten zou kunnen schaatsen.<br />
De man met het keurig onderhouden witte baardje op de kin doet deze dienst maar ik heb zijn naam niet onthouden of hij heeft die nooit meegedeeld. Hij vertelt dat hij de laatste maanden geen fazanten of patrijzen meer ziet en vermoedens heeft dat er stropers actief zijn op de immense begraafplaats.<br />
&#8216;De poort is &#8216;s nachts gesloten voor voertuigen maar langs het zijpoortje kan je altijd binnen. Koppeltjes komen hier &#8216;s nachts ook vaak. In de zomer, nu is het te koud.&#8217; Lies zegt dat ze zich die gezelligheid onder koppeltjes op kerkhoven toch niet kan inbeelden. De man met het baardje is de enige die uit zijn wagen is gestapt, de andere dragers blijven in de warmte van de corbillard zitten.<br />
&#8216;Ik verzorg nu bijna alleen maar OCMW-uitvaarten&#8217; vertelt hij. &#8216;Die zijn veel aangenamer om te doen.&#8217;<br />
&#8216;Aangenamer?&#8217;<br />
&#8216;Veel grappiger ook. Uitvaarten met veel volk en trammelant doe ik ook wel eens graag, maar de uitvaarten die we voor het OCMW verzorgen zijn gemoedelijker. Laatst deed ik er één waarbij het nichtje van de overledene de hele weg naar het graf moppen heeft zitten tappen.&#8217; Ik verwacht dat er nu één van die grappen de revue zal passeren maar dat gebeurt niet. De bestelwagen met twee extra dragers komt aan en we besluiten met drie achter de corbillard te volgen naar het nieuwe perk. Onderweg tracht ik tegen de felle witte achtergrond fazanten te spotten die de jacht hebben overleefd.<br />
&#8216;Perk U ligt vol dus zijn we met een nieuw moeten starten: W1,&#8217; zegt hij. &#8216;En het gaat snel, op twee weken ligt er al bijna een lijn vol.&#8217; Een nieuw jaar, een nieuwe rij.<br />
Aangekomen bij het perk en de kist op schragen gaan mijn bloemen op het deksel en doet de man met het baardje teken dat het aan ons is. Ik gebaar dat ik niets te vertellen heb maar dat Lies meteen kan overgaan op het voordragen van haar gedicht. Bij haar lezing die in volume erg gedempt lijkt door de sneeuw staar ik naar de eenvoudige kist met het deksel waarin bijna identiek dezelfde gouden bouten zijn gedraaid als bij de kist van mijn grootvader, maar bij deze kist zijn de handvatten bewaard gebleven.</p>
<blockquote><p>De winter kwam als een hinde<br />
en het dal trok.<br />
We zongen voor het onbeschutte.</p>
<p>Uw man sliep als een boom<br />
in een ander huis.<br />
Toch verkleurden uw haren niet.</p>
<p>U had een scheur in het hart.<br />
Niemand kwam ze lijmen.</p>
<p>Dus nu, voor u,<br />
nu het zand bergt<br />
en de weg niet meer te snijden is,</p>
<p>spoel ik uw kist<br />
naar een ander leven.</p>
<p>U vindt er bloemen op tapijten<br />
en dansende japonnen.<br />
U veegt het water uit de gang.</p>
<p>U kiest uw vorm van regen,<br />
ziet de netten en de tijd<br />
om langzaam in te vallen.</p>
<p>U krijgt een eigen huis, dat zacht is,<br />
een warmte die om u past.</p>
<p>U wacht niet meer, al jaren.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">&#8216;Dat ging snel,&#8217; zeg ik als we het perk verlaten. &#8216;Sneller dan anders lijkt het.&#8217; Misschien is het de koude die ons ongemerkt aanspoort sneller te handelen.<br />
&#8216;Goed, dat was het,&#8217; zegt de man met het baardje. &#8216;Misschien zie ik u hier nog eens terug.&#8217; Hij lacht gebaart naar het poortje, de struiken en wat bomen. Ik lach en antwoord:<br />
&#8216;Dan hoop ik u niet tegen te komen.&#8217;<br />
Bij aankomst aan de terminus is café De Leuvenaar nog gesloten dus besluiten Lies en ik een koffie te drinken in het stadscentrum.</p>
<blockquote>
<p style="text-align: justify;">Voor gedicht: Lies Van Gasse<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p>
</blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2012/02/11/eenzame-uitvaart-nr-2-p-d/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 20, R.G.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/12/09/eenzame-uitvaart-nr-20-r-g/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/12/09/eenzame-uitvaart-nr-20-r-g/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 09 Dec 2011 12:36:26 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Andy Fierens]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=307</guid>
		<description><![CDATA[R.G. is op 10 augustus 1956 geboren te Merksem en in zijn woning in Antwerpen overleden op 25 november 2011. Zijn uitvaart vond plaats op begraafplaats Schoonselhof in de vroege ochtend van donderdag 8 december. Dichter van dienst was Andy Fierens. De stad Antwerpen deint langs alle kanten een beetje uit, vloeit over in buitenwijken [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p><strong></strong>R.G. is op 10 augustus 1956 geboren te Merksem en in zijn woning in Antwerpen overleden op 25 november 2011. Zijn uitvaart vond plaats op begraafplaats Schoonselhof in de vroege ochtend van donderdag 8 december. Dichter van dienst was Andy Fierens.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">De stad Antwerpen deint langs alle kanten een beetje uit, vloeit over in buitenwijken en havenkwartieren, of je botst stoemelings op de autostrade, de ring of de Schelde. Maar deze keer moet ik echt in de laatste straat van de stad zijn, met daarachter niets meer. Alleen velden, natuurgebied dat is gegroeid op de door olieraffinaderijen vervuilde grond, waarop ‘s zomers enkele festivals op worden georganiseerd. Men plant er de bouw van een voetbalstadion maar tot het zo ver is blijft dit straatje – eigenlijk niet meer dan een parking met een verzameling aan vuilcontainers en twee hoge appartementsblokken – een soort appendix van de stad. Je kan het gemakkelijk vergeten, of wegknippen.<span id="more-307"></span></p>
<p style="text-align: justify;">Op maandagochtend 5 december krijg ik bericht van de Firma dat er na een lange stilte weer een eenzame uitvaart zal plaatsvinden. Meneer R.G. werd door de politie in zijn appartement aangetroffen, hij was ongehuwd. De mail sluit gewoontegetrouw af met ‘verder geen gegevens bekend’.</p>
<p style="text-align: justify;">Na een antwoord van mijn kant met de mededeling dat dichter Andy Fierens een gedicht zal schrijven en de uitvaart zal bijwonen, krijg ik het contactgegevens van de betrokken hoofdinspecteur van de politie en het nummer van het proces-verbaal dat deze heeft opgesteld. De hoofdinspecteur is op maandag echter niet aanwezig, krijg ik te horen van één van zijn collega’s. En officieel mag deze ook niets mededelen over meneer R.G. of wie dan ook omwille van het beroepsgeheim.</p>
<p style="text-align: justify;">Ik had toch graag iets meer informatie verkregen over meneer G. Lag hij al lang op zijn appartement, waren er geen foto’s, hobby’s die meneer nog heeft gehad? De inspecteur van dienst belooft mijn vraag door te spelen aan de hoofdinspecteur en tipt me te rade te gaan bij de rechtbank om inzage te vragen in het proces verbaal. Maar ook daar zal ik bot vangen. Inzage in een dossier moet schriftelijk aangevraagd worden en een toestemming van de procureur des Konings kan tot vijf werkdagen op zich laten wachten.</p>
<p style="text-align: justify;">Ik weet ook niet of ik dat allemaal wel wil: alle details kennen omtrent zijn overlijden. Alleen wat karaktertrekken van R.G. zou handig zijn voor het schrijven van het gedicht, of een korte opsomming van eventuele hobby’s. Er is volgens mij een grens aan het wroeten in iemands leven om hem middels een gedicht een gezicht te geven, maar waar die lijn ligt is telkens weer aftasten.</p>
<p style="text-align: justify;">Ik besluit langs het appartement van de onfortuinlijke meneer G. te fietsen, misschien waren er nog buren in zijn plotse verdwijning geïnteresseerd. Via Google Street View, de net gelanceerde service waarmee je via je computer door de straten van een stad kan wandelen, bekijk ik ter voorbereiding de twee blokken al even. Aan het huisnummer kan ik afleiden dat R.G. op de derde verdieping woonde maar als ik in de hoogte scroll wordt de gevel vaag. Het cameraatje van Google filmde blijkbaar niet in de hoogte. Voor het gebouw loopt een in het zwart gesluierde Marokkaanse vrouw die een kinderwagen voortduwt. Ze kijkt verbaasd in de lens van Google maar haar gezicht is wazig. Dat moet zo van Google, we mogen niemand herkennen.</p>
<p style="text-align: justify;">Misschien wandelde meneer R.G. wel ergens rond, toen het wagentje van Google door Antwerpen reed. Werd hij gecapteerd wanneer hij een blokje om liep of naar de winkel ging en zo vereeuwigd met een screenshot in het decor van een straat. Zo weet ik dat als ik naar het adres van mijn ouders surf er een vrouw met geblurd gezicht kromgebogen de brievenbus leegmaakt. Ik weet dat het mijn moeder is want er zou nooit een wildvreemde hun brievenbus leegmaken. Maar ik kan onmogelijk alle straten in Google Street View afdweilen op zoek naar de mogelijke beeltenis van meneer R.G.</p>
<p style="text-align: justify;">Als ik aankom bij het appartement van meneer R.G. staat de gesluierde Marokkaanse vrouw uiteraard niet meer op de stoep. Wel heel veel andere vrouwen die allemaal kinderwagens voort duwen of jengelende kinderen meetrekken aan de hand. In de brievenbus van meneer R.G. ligt een reclameblaadje van Aldi bovenaan, ik kan het zien door de brede gleuf. Na te hebben aangebeld bij drie van zijn buren krijg ik bij de vierde pas gehoor. Ja, mevrouw weet dat meneer G. gestorven is. Wacht, zegt ze, ik kom even tot beneden.</p>
<p style="text-align: justify;">De buurvrouw blijft steeds op een tweetal meter bij me vandaan staan. Wanneer ik dichterbij wil komen, deinst ze achteruit. Ze loopt tegen de zestig aan, bedenk ik me.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Ja, meneer is overleden.’</p>
<p style="text-align: justify;">‘U kende hem niet?’ vraag ik.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Neen, hij was erg eenzaam,’ antwoordt ze.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Maar u heeft hem nooit gesproken?’</p>
<p style="text-align: justify;">‘Neen hij leefde teruggetrokken. Eenmaal per week kwam de poetsvrouw langs en die kreeg geen gehoor. Toen hebben ze de sociale dienst erbij geroepen en de politie. Hij is in zijn bed gevonden en was blijkbaar de dag ervoor gestorven,’ zegt de buurvrouw. Meer kom ik niet te weten. ‘s Avonds belt de hoofdinspecteur me op, hij heeft mijn boodschap goed ontvangen. Vriendelijk legt hij me uit dat meneer G. niet veel spullen bezat, enkel een tafel, wat stoelen, een zetel en een bed. De hoofdinspecteur kan weinig meer vertellen maar zegt volgende week het appartement opnieuw te bezoeken, ditmaal in gezelschap van de vrederechter. Maar dat is te laat.</p>
<p style="text-align: justify;">De dag voor de uitvaart keer ik met Andy Fierens nog eens terug naar het appartement. Onderaan is de Woonhaven gevestigd, de dienst die sociale woningen verleent en meneer R.G. gekend moeten hebben. Er staat echter een wachtrij van meer dan dertig personen maar bij toeval kunnen we iemand aanspreken die net het kantoor verlaat. Hij geeft ons het nummer van de persoon bij de sociale dienst die contact zou hebben gehad met meneer R.G. Maar als ik die wat later opbel herinnert hij zich alleen dat hij een sociale woning voor meneer G. heeft voorzien en men hem heeft helpen verhuizen. Zijn vorige woning was verwaarloosd geraakt.</p>
<p style="text-align: justify;">We weten, na alle vergeefse moeite, nog steeds erg weinig over meneer R.G. Dat hij sober leefde en naar een sociale woning was verhuisd, om daar zonder het bezoek van familie of vrienden te sterven. Op donderdagochtend 8 december, ik vertrek thuis wanneer het nog donker is en kom op Schoonselhof aan om vijf voor negen, is het zijn begraving en zullen we merken dat we op zulke momenten nog het best iets te weten komen over de persoon die we laatste groet brengen.</p>
<p style="text-align: justify;">Het is ongewoon vroeg voor een uitvaart, omdat ze er nog vier anderen hebben die dag doen ze deze voor de dag echt op gang is gekomen, en de sfeer is uitgelaten bij aankomst van de dragers aan de hoofdingang van Schoonselhof. De eerste man die uit de bestelwagen stapt vertelt dat ze met te weinig zijn om de kist te dragen die er zo aankomt in de lijkwagen.</p>
<p style="text-align: justify;">‘En dus hebben we een probleempje,’ zegt hij. ‘Meneer was nogal zwaar.’</p>
<p style="text-align: justify;">‘We moeten meedragen?’</p>
<p style="text-align: justify;">‘Dat zal een optie zijn. Vier dragers plus jullie twee maakt zes en dat zou moeten lukken.’ Dan komt de wagen met de kist aangereden. Verbeelden we het ons of zakt de achterkant van de wagen echt wat naar beneden?</p>
<p style="text-align: justify;">‘De smalste mag meerijden met de corbillard, de dikste met de bestelwagen.’ Stilzwijgend nemen we onze posities in. Als ik naast de twee andere dragers vooraan in de corbillard kruip merk ik op dat het de eerste maal is dat ik in zo’n wagen meerijd.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Het is niet erg om vooraan te zitten. Als je je in de laadbak bevindt heb je een probleem,’ merkt de chauffeur laconiek op. Vooraan zit het verduiveld krap voor de benen. Aangekomen op het perk waar meneer R.G. zal worden begraven staan de twee gravers al klaar. Er wordt beslist om het rolkarretje te gebruiken dat één van de gravers heeft ontworpen en gelast en hij wordt daar nogmaals uitvoerig voor gecomplimenteerd. De kist is zwaar tillen en geraakt met veel gedoe op het karretje.</p>
<p style="text-align: justify;">Aan de grafkuil aangekomen wordt met veel organisatie een plan uitgedokterd om de kist eerst op de schragen te krijgen, tijd te creëren voor het gedicht en de armen uit te laten rusten, om dan de kist naar zijn laatste bestemming te laten zakken. Als de combinatie van dragers en gravers de hachelijke onderneming start schiet Andy te hulp om de kist zonder slag of stoot op de steunen te krijgen. Mijn drie witte rozen in cellofaanfolie gaan op de kist.</p>
<blockquote><p><strong>EENZAAM, VERLATEN EN ALLEEN</strong></p>
<p>Men wist mij weinig te vertellen over jou, ik onthou je<br />
als een Crusoe wiens leven schipbreuk leed en die<br />
aanspoelde in een antwerpse flat. Je poetsvrouw<br />
heette Vrijdag. Verder kwam er geen kat.</p>
<p>55 jaren, herleid tot één wankele seconde die in het schip<br />
van zijn kist aanvangt te verdwalen in de tijd.</p>
<p>Wat kan ik nu nog doen? Ik heb je niets te bieden.<br />
Tenzij misschien – stel dat ik voor jou een ander bestaan<br />
verzin, een nieuwe kans. Fantaseren hoe het mooier kan,<br />
wie doet dat niet?</p>
<p>Voor mezelf bijvoorbeeld, denk ik dan: stel dat ik je vader<br />
was, dan nam ik je op mijn schoot. Als vriend gaf ik je<br />
mijn schouder. Als vrouw mijn trouwe mond.</p>
<p>Wie wil jij zijn? Hoeveel kansen heeft iemand nodig?<br />
Eén? Tien? Ik moet geen foto zien om te weten hoe het was,<br />
zo’n eiland op drie hoog, helemaal voor jou. Een kinderdroom.<br />
Maar in grote mensentaal betekent het eenzaam, verlaten<br />
en alleen.</p>
<p>“Waar ga je heen?” zal ik vragen als ik je tegenkom,<br />
deinend in een gedachte of een slapeloze nacht.<br />
En dan vaar ik een stukje met je mee.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Eén van de gravers pinkt een traan weg met zijn gehandschoende vinger en zegt hij het gedicht ontzettend ontroerend vindt. Er wordt instemmend geknikt maar de gedachten zijn toch vooral al bij meneer R.G. en zijn onvoorwachte gewicht. Een kist in buitengewoon formaat op schragen krijgen is al één zaak, deze met twee touwen naar beneden laten zakken is een veel gewaagdere karwei. Maar het lukt. We buigen nog een laatste keer het hoofd voor meneer R.G. waarna we het perk verlaten en de drager met het verzorgde witte baardje vertelt over een zaak in het verleden waarbij commotie was ontstaan bij het kisten van een zwaar persoon.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Ik moest in het ziekenhuis zijn om het lichaam op te halen. In het deurgat achter mij stonden drie verpleegstertjes die niet durfden binnenkomen. De persoon op tafel was zo zwaar dat ik al lachend opmerkte dat ze meneer toch echt wel eerst hadden mogen aflaten,’ vertelt hij. ‘Zoals een ballonnetje.’ Zijn collega’s lachen. Het is duidelijk een verhaal dat al lang meegaat.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Maar die verpleegsters waren zo gechoqueerd dat ze naar de directie stapten en toen is er veel trammelant ontstaan.’ Ik moet lachen.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Humor moet kunnen,’ zeg ik. Ik wordt uitgenodigd om weer plaats te nemen in de corbillard voor een lift naar de ingang van Schoonselhof. Met onze benen in een deuk vertelt de chauffeur verder over het begraven van ‘buitengewone maten’. ‘Lichamen die ze in de diepvries stoppen,’ vertelt hij. ‘Die passen achteraf soms niet meer in de kist.’</p>
<p style="text-align: justify;">‘Diepvries?’ vraag ik. De koelcel ken ik.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Als we personen hebben die al in ontbinding zijn kunnen deze niet in de koelcel maar moeten ze in de diepvries. Maar wanneer hun arm nog geplooid is dan steekt de elleboog te ver uit en past deze niet in de kist. En dan moeten we, alleen omdat de elleboog uitsteekt en het lichaam is bevroren, naar buitengewone kistformaten grijpen.’</p>
<p style="text-align: justify;">‘Dat wist ik niet,’ antwoord ik.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Soms vragen we om de lichamen voor ze in de diepvries gaan samen te binden zodat er niets uitsteekt en dan kunnen ze zo, hup, de diepvries uit en de kist in.’ Als we aan de uitgang komen rijden ze haast door en kan ik nog net zeggen dat ik niet mee ga naar de volgende uitvaart. Tot de volgende, zeggen ze. En: bedankt. Café De Leuvenaar is op dit vroege uur nog gesloten.</p>
<blockquote><p>Voor gedicht: Andy Fierens<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/12/09/eenzame-uitvaart-nr-20-r-g/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 19, A.V.D.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/23/eenzame-uitvaart-nr-19-a-v-d/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/23/eenzame-uitvaart-nr-19-a-v-d/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 23 Sep 2011 14:25:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Jan Aelberts]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=299</guid>
		<description><![CDATA[Mevrouw A.V.D. is geboren op 29 oktober 1919 en in RVT Vinck Heymans te Antwerpen overleden op 26 augustus 2011. Haar uitvaart vond plaats op 13 september 2011 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Jan Aelberts. Elke uitvaart kent dezelfde aanloop; een telefoontje van Maarten, wat later een e-mail met een handvol gegevens, meestal [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>Mevrouw A.V.D. is geboren op 29 oktober 1919 en in RVT Vinck Heymans te Antwerpen overleden op 26 augustus 2011. Haar uitvaart vond plaats op 13 september 2011 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Jan Aelberts.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Elke uitvaart kent dezelfde aanloop; een telefoontje van Maarten, wat later een e-mail met een handvol gegevens, meestal twee datums en verder niet zoveel. Als je in één van die e-mails zo’n leven samengevat ziet is een zeker idee van troosteloosheid moeilijk te onderdrukken. Ook van mevrouw A.V.D. is weinig bekend. Ze zou ooit een café gehad hebben en ze lachte graag, maar wie niet.<br />
Na zo’n e-mail volgt het schrijven van een gedicht, laat meestal, na het andere werk. <span id="more-299"></span>De dag van de uitvaart neem ik steeds de trein in Gent, volgt een treinreis van 44 minuten en een tramrit van 18 minuten, waarna ik om 14u55 aankom bij het Schoonselhof. De laatste halte van tram 24. Ver moet je de symboliek in Antwerpen nooit zoeken. Er is een weg die me gevaarlijk lijkt en aan de overkant is er een enkel café, de Leuvenaar, dat weinig indruk op me maakt, maar waar bij gebrek aan alternatieven na afloop toch soms een glas gedronken werd. Dit keer niet, tenslotte is Maarten met vakantie. Daarmee is ook het aantal aanwezigen op de uitvaart gehalveerd. Dragers en gravers niet meegerekend, uiteraard.<br />
De afwezigheid van Maarten maakt ook dat ik zelf een plantje meeneem uit Gent. De naam ervan ken ik niet, maar de bloemen zijn paars. Tussen Lokeren en Antwerpen-Zuid vraagt een vrouw van dertig – een schatting – naar de reden van dat plantje en ik vertel haar over de Eenzame Uitvaart en ze vindt het triest en mooi en wenst me veel succes. Vervolgens leest ze verder in een Dag Allemaal. Op de cover prijkt de baby van een wielrenner, een vrouw, ontevreden over haar maagring, en een dementerende Guido Horckmans.<br />
‘Hoe is het met Guido Horckmans?’, vraag ik de vrouw.<br />
‘Hij dementeert’, zegt ze.<br />
Of hoe essentie en banaliteit elkaar kruisen. Ik besluit snel het gesprek. Even later stap ik af in Antwerpen-Zuid, waar tram 24 al op me wacht. De lucht is grijs, het is een dag van niks. Wanneer ik 18 minuten later het Schoonselhof betreed begroet de zoon van de begrafenisondernemer me. Hij is nog jong, maar duidelijk is al dat hij het bedrijf ooit zal overnemen. Hij houdt van de stiel. Terwijl we de wagen in statige passen volgen, hebben we het over uitvaarten op zee. Die vinden plaats voor de kust van Oostende, op een oude vissersboot. Het is een mooie ervaring, zegt hij, en het is jammer dat niet meer mensen ervoor kiezen. De zee, het lijkt me een uitstekend graf.<br />
De ondernemer en zijn dragers, wat verderop vier gemeentelijke doodgravers, één ervan leunend op zijn spade en ik, we staan allemaal rond de kist van mevrouw A.V.D. Ik hoop dat ze een goed leven had. Vervolgens draag ik voor en buigen we. De kist wordt neergelaten en later toegedekt. Het naamloze plantje zal erbij worden gezet. Wanneer we het Schoonselhof verlaten breekt de zon door. Dat is vaker zo.</p>
<blockquote><p>Hier stapelt geen mens nog blonde wolken,<br />
dirigeert niemand een zwarte spreeuwendans,<br />
hier barst geen lach los in de verte<br />
die zich verspreidt over het land.</p>
<p>Hier is niemand die een vuist maakt<br />
naar de hemel<br />
of vloekend huiswaarts gaat.</p>
<p>Slechts de horizon gewassen<br />
in een starre, grijze lucht.</p>
<p>En u</p>
<p>verbeeld als kist, vier dragers,<br />
een stuk leven dat zich zo<br />
nog één keer opricht in wat woorden<br />
en zich dan tot grond bekeert.</p></blockquote>
<blockquote><p>Voor gedicht en verslag: Jan Aelberts</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/23/eenzame-uitvaart-nr-19-a-v-d/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 18, P.C.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/22/eenzame-uitvaart-nr-18-p-c/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/22/eenzame-uitvaart-nr-18-p-c/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 22 Sep 2011 09:24:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=291</guid>
		<description><![CDATA[P.C. is op 5 oktober 1953 geboren en overleed in Antwerpen op 27 augustus 2011. Zijn uitvaart vond plaats op begraafplaats Schoonselhof op dinsdag 13 september 2011 om 14u. Er was niemand aanwezig. Net voor ik op vakantie wilde vertrekken kreeg ik van de uitvaartondernemer een melding van de asuitstrooing van meneer J.V.D., die had [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>P.C. is op 5 oktober 1953 geboren en overleed in Antwerpen op 27 augustus 2011. Zijn uitvaart vond plaats op begraafplaats Schoonselhof op dinsdag 13 september 2011 om 14u. Er was niemand aanwezig.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Net voor ik op vakantie wilde vertrekken kreeg ik van de uitvaartondernemer een melding van de asuitstrooing van meneer J.V.D., die had blijkbaar nog een laatste wilsbeschikking opgesteld. Toen ik achthonderd km verwijderd zat van Antwerpen kwam er nog een mail met informatie over de eenzame uitvaart van meneer R.C., in Charleroi geboren maar in Antwerpen overleden. Joke van Leeuwen en Stijn Vranken verzorgden respectievelijk deze uitvaarten met een gedicht. Het was zes maanden stil geweest rond De Eenzame Uitvaart, niemand leek eenzaam te sterven, wat goed nieuws was, maar dan ging ik op vakantie met een stapel nog te lezen boeken en liep het blijkbaar anders. <span id="more-291"></span>Van F. Starik had ik vooraf nog de leestip gekregen om ‘Rood’ van Uwe Timm te lezen, over een begrafenisredenaar die tobt over een nieuwe liefde, zijn politieke verleden en een overleden vriend. Onder een notenboom heb ik één passage onderstreept:</p>
<p style="text-align: justify;">“Neen, zei de oudste doodgraver, in de zomer is het meestal vrij rustig. Ik zeg altijd: als de dokters met vakantie zijn, hebben wij minder werk. Slechte tijden.”</p>
<p style="text-align: justify;">Natuurlijk zijn het geen slechte tijden, maar de grillige willekeur van de dood in bepaalde maanden verbaasde niet alleen mij maar ook de uitvaartondernemer. We hadden eerder al een mailconversatie gehad over de stilte tussen januari en de zomer, over het uitblijven van eenzame uitvaarten in het voorjaar, en dat al gedurende twee jaar. Maar uiteraard valt daar niets achter te zoeken, het is een merkwaardige vaststelling die weer mank loopt bij elke eenzame dode die in de rij wordt bijgelegd.</p>
<p style="text-align: justify;">En dan, nadat <a href="http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/06/eenzame-uitvaart-nr-16-j-v-d/">eenzame uitvaart nr. 16</a> en <a href="http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/13/eenzame-uitvaart-nr-17-r-c/">nr. 17</a> geregeld waren, verscheen er nog een mailtje van de uitvaartondernemer in mijn INBOX met de mededeling dat ik ‘misschien vroeger op vakantie had moeten gaan’. Er zouden nog twee extra uitvaarten worden ingelast op dinsdag 13 september. Eén om 13u45, die van meneer P.C., en één om 14u45, voor mevrouw A.V.D. Netjes ingepland, met een uurtje tussen, zodat de lijkwagen de tijd had om weer naar het centrum te rijden om de volgende kist in te laden. Bij de informatie over mevrouw A.V.D. staat er een telefoonnummer van het rusthuis Vinck Heymans waar ze is overleden. Na door de receptie te zijn doorverbonden met twee verpleegsters die mevrouw V.D. hebben gekend, de één al wat beter dan de andere, krijg ik een iets persoonlijker beeld van haar.</p>
<p style="text-align: justify;">Ze zou in Nederland geboren zijn als een plezante dame die graag grapjes maakte. In Antwerpen bezat ze twee bars, maar waar die zich bevonden of onder welke naam ze opereerde, wisten ze niet. Ze was gescheiden maar hield nog contact met haar schoonzus, tot deze enkele jaren geleden overleed. Ik belde de gegevens door naar Jan Aelberts die het gedicht zou schrijven en voorlezen op Eenzame Uitvaart nr. 19.</p>
<p style="text-align: justify;">Mijn provider liet ondertussen middels een tekstbericht weten dat mijn telefoonrekening tegen de maximumgrens van 100 euro opliep. Ik moet een bericht met een code naar een nummer sms’en, waarna ik weer volop gebruik zou kunnen maken van hun diensten. Het totaalbedrag zou op mijn factuur verschijnen. Ik stuurde de code en bereidde Eenzame Uitvaart nr. 18 voor. Er was immers al een tijd verstreken, de uitvaart kwam dichterbij, meneer P.C. had lang genoeg in de koelcel gelegen.</p>
<p style="text-align: justify;">Naar meneer P.C. was het lastiger zoeken. Er was dan wel een telefoonnummer van het Sociaal Centrum van de Antwerpse wijk Luchtbal, maar de assistente had meneer C. niet persoonlijk gekend, enkel zijn overlijdensdossier opgesteld. Op Google Maps zie ik dat hij niet ver van mij woont, maar langs zijn huis gaan kan ik niet. Volgens de sociaal assistente had meneer nog een vriend die in het ziekenhuis lag, maar ze wist niet of hij al op de hoogte was gebracht van het overlijden van P.C. Ik vroeg, omdat ik in het buitenland zat, of zij de vriend in het ziekenhuis op de hoogte kon brengen van praktische informatie omtrent de uitvaart op dinsdag 13 september, om 14u, op begraafplaats Schoonselhof. We namen afscheid aan de telefoon en ze beloofde dat ze het zou doen, de vriend opsporen, en me terugbellen indien ze hem verwittigd had.</p>
<p style="text-align: justify;">Dat telefoontje kwam er niet. Meneer P.C. ging een eenzame uitvaart tegemoet, zonder dichter of gedicht deze keer. Op dinsdag 13 september, om 14u, dronk ik een glas op hem, achthonder kilometer verderop. Op mijn hand tel ik de akelige nummers, zestien, zeventien, achtien en negentien. Ze volgen elkaar veel te snel op.</p>
<blockquote><p>Voor verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/22/eenzame-uitvaart-nr-18-p-c/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 17, R.C.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/13/eenzame-uitvaart-nr-17-r-c/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/13/eenzame-uitvaart-nr-17-r-c/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 13 Sep 2011 08:08:06 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Stijn Vranken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=281</guid>
		<description><![CDATA[R.C. is op 12 maart 1929 geboren te Charleroi en overleden in Antwerpen op 29 augustus 2011. Meneer R.C. werd begraven op maandag 12 september 2011 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Stijn Vranken. Veel niet Vaag soms hoe het was, steeds duidelijker nooit hoe het zal. Veel weten wij niet. Hoeveel waarvan en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>R.C. is op 12 maart 1929 geboren te Charleroi en overleden in Antwerpen op  29 augustus 2011. Meneer R.C. werd begraven op maandag 12 september  2011 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Stijn Vranken.</p></blockquote>
<p><span id="more-281"></span></p>
<blockquote><p><strong>Veel niet</strong></p>
<p>Vaag soms hoe het was, steeds<br />
duidelijker nooit hoe het zal.</p>
<p>Veel weten wij niet.</p>
<p>Hoeveel waarvan en voor wie,<br />
waarom en wanneer dan, wij,<br />
toeschouwers van het onzichtbare,<br />
verstokte bedenkers van de eeuwigheid.</p>
<p>Veel kunnen wij niet.</p>
<p>Enkele dagen dit lichaam besturen,<br />
deze aarde bestaan, daarop al eens<br />
de hemel beramen. En wachten, allemaal<br />
samen apart in kamers op elkaar of iets.</p>
<p>Of niet. Veel niet.</p>
<p>Geloven, reddeloos, en ongehoord<br />
ophouden.</p>
<p>&nbsp;</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Dit is een verslag van iets wat vooral niet gebeurd is.</p>
<p style="text-align: justify;">Wat wel. Een ruime hoeveelheid wind stond op z’n plaats, ietwat voortvarende wolken dreven voorbij, en het wilde natuurlijk regenen, maar wist niet goed hoe hard. Een typisch Belgische voormiddag van het genre zozo.</p>
<p style="text-align: justify;">Dan wij. Paraat. De vorm in z’n hemd. Beleefd en met respect en wat nog al. Links de kloeke dragers van de eeuwigheid in spaanderplaat, rechts de zwartgenagelde dichters van het laatste gat. Daartussen en tegen de wind in wachtend op zijn rol: ondergetekende, souffleur van de zoveelste stilte.<br />
Figuranten rond een onbekende hoofdrolspeler. De hele slotscène duurde exact zeven minuten. Cut.</p>
<p style="text-align: justify;">R.C. Tweeëntachtig jaar. Geboren in Charleroi, in eigen bed overleden te Antwerpen, Lange Lozanastraat. C. Een naam met West-Vlaamse roots, zo blijkt. Charleroi, West-Vlaanderen, er vallen probleemloos verhalen te verzinnen. Mij is het al eender. En dan natuurlijk Google Maps, sattelietbeeldmodus. Lange Lozanastraat nummer zoveel. Enter. Het levert zoals gewenst weinig op: het dak van een groot appartementsblok. Kamers op elkaar. Meer dan voldoende.<br />
Ik had in de omgeving van zijn laatste woonplaats op zoek kunnen gaan naar meer sporen. Een café. Een kapper. Een bakker. Verhalen, vlekken. Ik heb het niet gedaan. Geen enkel behoefte aan de laatste roddelrandjes van iemands bestaan. Dit draait niet om zijn leven. Dit draait zelfs amper om zijn dood. Dit draait om de dood, in één van zijn meest grijnzende, door onszelf geschapen gedaantes. De tekst moet koud zijn, beslis ik alweer. Zacht, maar koud.</p>
<p style="text-align: justify;">Misschien nog dit: op de bodem van de put lag een bedje van stro.</p>
<blockquote><p>Voor verslag: Stijn Vranken, 12 september 2011</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/13/eenzame-uitvaart-nr-17-r-c/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 16, J.V.D.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/06/eenzame-uitvaart-nr-16-j-v-d/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/06/eenzame-uitvaart-nr-16-j-v-d/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 06 Sep 2011 20:06:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Joke van Leeuwen]]></category>
		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=270</guid>
		<description><![CDATA[J.V.D. is op 26 januari 1932 geboren te Antwerpen en daar overleden op 25 augustus 2011. Meneer J.V.D. werd uitgestrooid op dinsdag 6 september 2011 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Joke van Leeuwen. Ik vervang de onvervangbare Maarten die op vakantie is. Het lukt me niet van tevoren bij de buren van de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>J.V.D. is op 26 januari 1932 geboren te Antwerpen en daar overleden op 25 augustus 2011. Meneer J.V.D. werd uitgestrooid op dinsdag 6 september 2011 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Joke van Leeuwen.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Ik vervang de onvervangbare Maarten die op vakantie is. Het lukt me niet van tevoren bij de buren van de heer J.V.D in zijn serviceflat aan te kloppen. Wel bel ik naar het OCMW-centrum dat de uitvaart doorgaf. De vrouw die ik aan de lijn moet krijgen is op verlof, een andere doet zeer haar best en is uiterst vriendelijk en behulpzaam, maar kan niet meer over hem vertellen dan wat ik al weet.<span id="more-270"></span></p>
<p style="text-align: justify;">De heer J.V.D moet een wilsbeschikking hebben gehad, want hij wil gecremeerd worden. Dit is de tweede keer dat ik een asverstrooiing meemaak, ook de allereerste Eenzame Uitvaart was een asverstrooiing. Toen stond ik tegen de koude harde wind in voor te lezen. Nu druilt de regen. Een kille septemberdag.</p>
<p style="text-align: justify;">Ik besluit op weg naar het crematorium langs het dienstencentrum te rijden waar hij woonde. Het is een redelijk modern gebouw, er zitten negenenvijftig woningen in en het ligt dichtbij een winkelcentrum.</p>
<p style="text-align: justify;">Terwijl ik op het Schoonselhof met een bosje witte rozen de aankomst van de begrafenisauto opwacht, blijkt die er al te zijn. Achterin staat de kleine urn met veel ruimte eromheen. Wanneer de auto zich in beweging zet en ik er samen met een man van de begrafenisonderneming achteraan loop, komt er nog  iemand. Het is de naaste buurman van de heer J.V.D. Met ons drieën betreden we het plein voor het strooiveld. Ik breng mijn gedicht (waaraan ik hier één regel heb veranderd).</p>
<blockquote><p><strong>GEDICHT VOOR J.V.D (1932-2011)</strong></p>
<p>Gekregen als begin: een voornaam, achternaam.<br />
Zo leren lopen op twee benen. Vanzelf wordt wie<br />
een leven heeft eerst groot, dan oud. Hij was<br />
verpleger voor zijn brood, zeg aan wiens bed.</p>
<p>Zijn namennaam, die langzaam dunne code werd,<br />
zal ik die eens hard roepen op dit gras?<br />
Of in een brievenbus met toch alleen reclame?<br />
Tegen het licht in de lantaarnpalen?</p>
<p>En dan vertalen naar bekend van toen en daar?<br />
Of schrijven in het zand, bij eb, met een gejut stuk hout?<br />
(Dan neemt de vloed hem mee, de zee van namen in<br />
waar hoge golven ze dag in dag uit herhalen.)</p>
<p>&nbsp;</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Ik eindig met het noemen van zijn naam. Dan wordt de as uitgestrooid, in een rechthoek, ik leg er mijn roosjes op en we brengen een laatste groet. Wanneer we op de terugweg zijn, komt er nog iemand aangefietst, het is de overbuurman van de heer J.V.D.. Hij was de verkeerde kant op gestuurd. We besluiten nog eens mee te gaan zodat ook hij de laatste eer kan bewijzen. Hij kende de heer J.V.D. een jaar en er was een prettig contact. Terwijl hij weer op zijn fiets stapt loop ik met de andere buurman terug. Die is twee jaar jonger dan J.V.D., zegt hij. En hij vertelt dat J.V.D. in de verpleging werkte, in het Stuivenbergziekenhuis. Hij had geen kinderen, hij zou een zuster in Amerika hebben, maar dat is niet zeker. Hij klaagde nooit, ze hadden niet het idee dat er wat met hem was. Opeens werd hij met een ambulance opgehaald en niet veel later hoorden ze van zijn dood.</p>
<p style="text-align: justify;">Als ik de weg op rijd, zie ik de naaste buurman in de drenzende regen naar de tram wandelen. Ik bied hem een lift aan, ik weet nu waar hij woont. Hij vertelt dat hij op scheepswerven in de metaal werkte. Hij  kende de heer J.V.D. al vijf jaar, en het was een vriendschappelijk contact.</p>
<p style="text-align: justify;">Wat goed dat die twee er waren, dat geeft toch het gevoel dat hij weliswaar geen familie om zich heen had, maar wel naaste buren op wie hij kon rekenen.</p>
<blockquote><p>Voor gedicht en verslag: Joke van Leeuwen</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/06/eenzame-uitvaart-nr-16-j-v-d/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 15, L.L.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/02/22/eenzame-uitvaart-nr-15-l-l/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/02/22/eenzame-uitvaart-nr-15-l-l/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 22 Feb 2011 14:15:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Jan Aelberts]]></category>
		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=254</guid>
		<description><![CDATA[L.L. is op 9 augustus 1938 geboren te Kapellen en overleed in zijn woonst te Antwerpen op 11 februari 2011. Meneer L.L. werd begraven op maandag 21 februari 2011 op begraafplaats Schoonselhof. L.L. laat een echtgenoot na die lijdt aan dementie Dichter van dienst was Jan Aelberts. ‘Vrouw (72) 3 weken opgesloten bij lijk van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote style="text-align: justify;"><p>L.L. is op 9 augustus 1938 geboren te Kapellen en overleed in zijn woonst te Antwerpen op 11 februari 2011. Meneer L.L. werd begraven op maandag 21 februari 2011 op begraafplaats Schoonselhof. L.L. laat een echtgenoot na die lijdt aan dementie<br />
Dichter van dienst was Jan Aelberts.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">‘Vrouw (72) 3 weken opgesloten bij lijk van haar man’ kopte de voorpagina van de Gazet van Antwerpen op 15 februari. Ik stond in een broodjeszaak en bladerde door naar pagina 2 waar het achtergrondverhaal de volledige pagina kreeg. De vrouw leed aan dementie en heeft meer dan drie weken opgesloten gezeten bij het lichaam van haar overleden man in hun appartement. Bij het artikel stond een grote foto van het appartementsgebouw, opnieuw één van de grote sociale woonblokken die men in de rand van Antwerpen vindt. Op dat moment vermoedde ik niet dat het om een eenzame uitvaart zou gaan, er was immers nog zijn vrouw, die volgens de krant Celine heette, en in het nieuwsitem in het Nieuws van die avond kwamen ook enkele getuigenissen van bezorgde buren aan het woord.<span id="more-254"></span></p>
<p style="text-align: justify;">Toch kreeg ik enkele dagen later een mailtje van de uitvaartondernemer dat meneer L.L., door de buren kortweg Lou genoemd, een burgerlijke begraving kreeg dankzij tussenkomst van het OCMW. In het mailtje heette zijn vrouw plots niet meer Celine maar krijgt ze een andere naam toebedeeld. Ik informeerde of zijn echtgenote, ondanks haar ziekte, de begrafenis niet ging bijwonen en of niemand zich had aangediend als nabestaanden, maar het antwoord was kort en bondig; niemand had interesse getoond op de uitvaart aanwezig te zijn. Naderhand werd het ook wel duidelijk dat iemand die door haar vergevorderde dementie niet merkt dat haar man al drie weken dood was, ook niet het besef of de noodzaak zal hebben te rouwen aan het graf. Ik vraag me af waar de echtgenote met de twee namen nu naartoe is, wat er nog in haar hoofd spookt, of ze in een helder moment nog aan Lou kan denken.</p>
<p style="text-align: justify;">Uit het archief diep ik het artikel uit de krant weer op. Men ontdekte het tragische verhaal door de ongeruste buren die de deur van het appartement hadden ingebeukt. Ze hadden eerder al ’s nachts geklop gehoord maar beseften niet dat de vrouw op die manier de aandacht probeerde te trekken. Voor de televisiecamera getuigt een buur dat hij eerder al eens was gaan aanbellen bij meneer Lou maar dat hij mevrouw had horen roepen dat ze de deur niet open kreeg. De buurman dacht daardoor dat alles in orde was en voegde eraan toe dat Lou de enige was waartegen hij nog eens praatte bij het ledigen van de brievenbus. Dat mevrouw het appartement niet kon verlaten had voornamelijk te maken met het speciale slot waarmee de buitendeur was uitgerust, dat moest verhinderen dat de demente vrouw wegliep. Het parket werd ingeschakeld en het labo kwam ter plaatse maar niets wees op kwaad opzet, zei de woordvoerder. Het gaat om een tragische gebeurtenis, benadrukte hij.</p>
<p style="text-align: justify;">Men vraagt zich af hoe de vrouw kon overleven, in die laatste weken. Het rolwagentje vol boodschappen stond onaangeroerd in de gang, en niets wees erop dat mevrouw had gegeten. Bij aankomst in het appartement besefte ze niet wat er aan de hand was en sprak ze over een pop die in de slaapkamer lag, zonder te beseffen dat het haar echtgenoot was die naast het bed lag. Na de getuigenissen van de buren schakelt de nieuwslezer over naar een gelijkaardig tragisch verhaal in Antwerpen uit het verleden, dat van <a href="http://www.eenzameuitvaart.be/2010/11/17/eenzame-uitvaart-nr-13-n-v-k/" target="_blank">Nguyen Van Kham</a>, waarbij de organisatie Familiehulp in enkele seconden mag vaststellen dat de vereenzaming in onze maatschappij sterk toeneemt.</p>
<p style="text-align: justify;">Ik stuur een berichtje naar Jan Aelberts en vraag of hij beschikbaar is om een passend gedicht voor meneer L.L. te schrijven. Later zal ik hem nog de artikels die over meneer L.L. zijn verschenen doorsturen en eraan toevoegen dat Lou zijn enige hobby en vrije tijd het herstellen van oude computers was. Maar voornamelijk stond hij in voor de verzorging van zijn vrouw, ze waren onafscheidelijk. Die oude computers stonden verzameld in de kelderruimte van het appartementsgebouw, maar dieven stalen een week na de lugubere vondst de inboedel.</p>
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">Na het aankopen van drie plantjes witte heide wandel ik begraafplaats Schoonselhof op waar reeds een busje van de uitvaartondernemer stationair draait. Twee dragers warmen zich in de wagen op, ze knikken naar mij. Op het busje staat een fleurige rode roos geschilderd. Ik ben een half uur te vroeg maar algauw draait het rode autootje van Bert het park op en mag bij hem in de wagen wachten op het lijk, zegt hij.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Ik mag toch lijk zeggen’, vraagt hij. ‘Sommigen vinden dat misschien oneerbiedig, maar zo heet het nu eenmaal.’ Enkele minuten later arriveert ook de lijkwagen en is het wachten op Jan, die liet weten dat hij vertraging had met de trein. Bert vertelt over de tijd voordat hij als gepensioneerde ceremoniemeester werd bij de uitvaartonderneming, hij was aangesloten bij de gebroeders Norbertijnen en later werkte hij in dienst van een parochie in Antwerpen bij een priester die nu wordt getipt als nieuwe bisschop.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Hij werkt in de lijn van aartsbisschop Léonard,’ zegt Bert. ‘Iets waar ik minder voeling mee heb.’</p>
<p style="text-align: justify;">‘Conservatief,’ merk ik op.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Behoudsgezind,’ zegt hij. ‘Liever zeggen we behoudsgezind.’</p>
<p style="text-align: justify;">Op het radiootje in de wagen zie ik dat Jan om 13u58 arriveert. ‘Perfect op tijd,’ zegt Bert. We laten hem instappen en rijden naar het perk. Bij de ronde punten die overal zijn aangelegd op begraafplaats Schoonselhof zal Bert zich aan de verkeersregels houden, belooft hij, en tegen de wijzers van de klok in rijden. Zo geeft hij aan de lijkwagen een kans om ons in te halen en voorop te laten rijden, maar de lijkwagen blijft ondanks onze geste achter onze auto rijden.</p>
<p style="text-align: justify;">Als we aankomen bij het perk wordt de kist op vier schouders naar het graf gedragen en op schragen gezet. Bert doet teken dat Jan zijn gedicht mag voordragen:</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p>Ze sprak van een pop in de slaapkamer, een enkele reis<br />
naar de kindertijd. Het besef dreef weg als een flatgebouw<br />
tussen de wolken. De schaduw van een eerste parachutist<br />
viel over de stad. Hij liet uw lichaam koud.</p>
<p>De eerste twintig dagen werd niemand gered.<br />
Er werd geleefd als in een poppenhuis waar niemand sterft<br />
en iedereen slaapt, waar iedereen kan ontwaken<br />
bij monde van de hoop, een profeet aan slappe koorden.</p>
<p>Ze heeft geklopt op de muren tot u<br />
gevonden werd, bij haar. Het stond later in de krant.<br />
Ze sprak van een pop in de slaapkamer, een enkele reis.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Het is muisstil op het kerkhof en er waait een snijdende koude wind tegen onze hoofden. Het weerbericht voorspelt dat dit de laatste winterprik is, volgende week zou het lente worden. Bert doet teken dat we mogen groeten en doet het even voor. Daarna wordt de kist neergelaten en lijkt Bert even te zeggen dat we nogmaals het hoofd mogen komen buigen aan het graf, wat we uiteindelijk doen. Na afloop schudden we handen met de dragers, en schrijft Bert zijn telefoonnummer op een papiertje. ‘Dat kan altijd van pas komen,’ zegt hij. Op de keerzijde staan de details van zijn volgende uitvaart waar de dragers en Bert gehaast naar vertrekken, bij opmerkingen staat: ‘Licht klassieke muziek’. ‘Vivaldi’, merkt Jan op. De vier seizoenen.</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p>Voor gedicht: Jan Aelberts<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/02/22/eenzame-uitvaart-nr-15-l-l/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

