<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	>

<channel>
	<title>Eenzame Uitvaart</title>
	<atom:link href="http://www.eenzameuitvaart.be/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.eenzameuitvaart.be</link>
	<description>gedichten om niet meer te vergeten</description>
	<pubDate>Sat, 24 Jul 2010 11:45:59 +0000</pubDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.7</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 10, C.B.U.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/07/24/eenzame-uitvaart-nr-10-bcu/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/07/24/eenzame-uitvaart-nr-10-bcu/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 24 Jul 2010 10:50:10 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Gedichten]]></category>

		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>

		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>

		<category><![CDATA[Joke van Leeuwen]]></category>

		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=188</guid>
		<description><![CDATA[C.B.U. is op 23 april 1957 geboren te Wilrijk en in ziekenhuis Stuivenberg overleden op 10 juli 2010. C.B.U werd begraven op vrijdag 23 juli 2010 op begraafplaats Schoonselhof.
Dichter van dienst was Joke van Leeuwen.
Op maandag 19 juli 2010 stuurde de uitvaartondernemer het mailtje dat melding maakte van twee Eenzame Uitvaarten: meneer R.P. die Jan [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote style="text-align: justify;"><p>C.B.U. is op 23 april 1957 geboren te Wilrijk en in ziekenhuis Stuivenberg overleden op 10 juli 2010. C.B.U werd begraven op vrijdag 23 juli 2010 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Joke van Leeuwen.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Op maandag 19 juli 2010 stuurde de uitvaartondernemer het mailtje dat melding maakte van twee Eenzame Uitvaarten: meneer R.P. die Jan Aelberts op donderdag 22 juli met een gedicht naar het graf begeleidde, en mevrouw C.B.U., die bij geboorte de naam had gekregen van een tragische opera, en de dag na meneer R.P. naar begraafplaats Schoonselhof zou worden gebracht. Uit de gegevens van het rijksregister die we doorkregen konden we opmaken dat meneer R.P. en mevrouw C.B.U. allebei woonachtig waren te Antwerpen Linkeroever, niet eens een hele lange straat van elkaar verwijderd, praktisch om de hoek van elkaar wonend, en dat ze bovendien op dezelfde dag overleden waren, dan wel elk in een ander ziekenhuis. Meneer R.P. zag voor het laatst de witte muren van ziekenhuis St-Vincentius, mevrouw C.B.U. die van ziekenhuis Stuivenberg. Meer gegevens kregen we niet doorgespeeld, en een korte zoektocht op Google leverde niets meer op.</p>
<p style="text-align: justify;">Waarom gingen ze elk naar een ander ziekenhuis, als ze uit dezelfde woonblok kwamen? Lag de één een tijd ziek te bed, en was de andere een noodgeval? Was het de hitte van de voorbije weken die zijn tol eiste? Met hoeveel minuten verschil, met hoeveel straten van elkaar verwijderd, waren ze in de dood verdwenen? Alles verdwijnt met hun namen mee het graf in.<span id="more-188"></span></p>
<p style="text-align: justify;">Joke van Leeuwen zit al op een bankje te wachten als ik de oprijlaan opstap, en één van de dragers zit op een ander houten bankje met een tas van Delhaize naast zich. De schreeuwerige kleuren van de draagtas vloeken bij de zwarte jas op zijn schoot en zijn smetteloze witte hemd. Wanneer ik beide aan elkaar voorstel vertelt de drager dat hij hier al een kwartiertje geleden is afgezet door zijn collega’s en dat ze er zo aankomen met mevrouw C.B.U.<br />
‘Bent u de stadsdichter,’ vraagt hij aan Joke.<br />
‘Neen,’ zegt ze. ‘Niet meer. Tot vorige jaar wel. Nu hebben we alweer een andere.’
</p>
<p style="text-align: justify;">We hoeven niet lang te wachten op de twee wagens van de uitvaartdienst. Vandaag zijn het twee busjes en komen we met vijf dragers ruim toe. Één busje vertrekt al naar perk R, ‘de gewone lijn’ zal de drager later vertellen. Terwijl de meeste mensen een concessie bestellen of kopen, komt de rest op ‘de gewone lijn’ te liggen; uitvaarten verzorgd door het OCMW, of mensen die geen concessie willen. Meestal zijn het graven zonder een zerk, maar met een eenvoudig houten kruis of een geschilderd smal bord dat als een pijl naar boven wijst.</p>
<p style="text-align: justify;">De drager zet zijn tas van Delhaize vooraan in de wagen bij mevrouw C.B.U. en Joke en ik maken al een paar passen in de richting van perk R, het is een kleine wandeling en er is geen lift voor ons. De drager fluit ons even kort terug en doet teken; hij zal met ons mee stappen maar dan moet het wel achter de wagen die ons tegen tien kilometer per uur zal vergezellen, of wij hem. Of mijn tasje met de twee potjes paarse bloemen in de wagen moet, vraagt hij. En neen, dat hoeft niet, zeg ik. Er komt een laatste wandeling voor mevrouw C.B.U., en voor dat kleine ommetje draag ik de bloemen graag zelf, het is niet zwaar, het hindert niet.</p>
<p style="text-align: justify;">Na vijf of tien minuten, dat wil ik kwijt zijn, zwijgend wandelen achter de brommende bestelwagen – als we niet links of rechts kijken zien we enkel uit op het achterruitje van de wagen -, komen we langs een bankje waarop twee bezoekers van de begraafplaats zitten. Hier komt het wel vaker voor dat een man zijn hond uitlaat, of een eenzame fietser een rondje langs de lanen maakt, tot zelfs twee wielertoeristen op een tandem, de begraafplaats is dan ook als een park aangelegd, maar deze twee bezoekers zaten op het bankje te praten. Bij de aanblik van onze kleine formatie achter de langzaam rijdende lijkwagen veren de man en de vrouw recht, vouwen de handen in elkaar voor de schoot en buigen licht het hoofd.</p>
<p style="text-align: justify;">Misschien is dat wel het mooiste gebaar dat ik voor mevrouw C.B.U. kon bedenken. Dat voor de dood van een volstrekt anoniem persoon twee onbekenden recht gaan staan en de laatste eer betuigen, uit een automatisme en het besef dat dit ritueel tot iedereen toebehoort. Dat mevrouw C.B.U. met haar eenvoudige kist in een onversierde bestelwagen, zonder een grote stoet rouwende mensen in de staart, genoeg respect en eerbiedwaardigheid afdwingt. Ik had het voor mevrouw C.B.U. niet mooier kunnen bedenken.</p>
<p style="text-align: justify;">Met de kist op twee schragen en de paarse bloemetjes op het deksel, gaat onze kleine dienst van start. De drager die het kleine ritueel al twee dagen leidt geeft het teken:<br />
‘Dan gaan we nu, samen, afscheid nemen van mevrouw C.B.U.’ Joke van Leeuwen draagt met luide stem haar gedicht voor:</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p><strong>VOOR CARMEN</strong></p>
<p>Ze gaven u het lied als naam, van ver<br />
die naam, van hier uw wieg, een naam met<br />
zwier, <em>l’amour est un oiseau rebelle.</em></p>
<p>Paste die wel of zat die als een pluimenhoed<br />
te scheef op de schedel, was die als hard<br />
gezongen en geen stem meer over.</p>
<p>U liep op Linkeroever langs wie meenden<br />
van waarheen, niet merkten welke<br />
benen schijnbaar dragen.</p>
<p>En wie zal daar op straat naar vragen zolang<br />
men niet valt. Te jong voor de dood, krast<br />
het dan. Dat lied van de overkant.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Met ‘En dan gaan we nu een laatste keer groeten’, sluiten we de korte dienst af. We buigen één voor één licht het hoofd. Terwijl de dragers de kist in de kuil laten zakken zie ik de paarse bloemen van meneer R.P. Ze staan in een kluitje aan zijn houten naambord, zacht in de grond gedrukt. Ik bedenk dat ik een volgende keer een schopje moet meenemen, om ze in te graven, net als de bloemen voor mevrouw C.B.U. die op het graf worden gezet.</p>
<p style="text-align: justify;">Als mevrouw C.B.U. zij-aan-zij naast meneer R.P. ligt, wandelen we terug naar de wagens. We zullen de wandeling opnieuw moeten maken. Zoals steeds sluit de drager ons kort wederzien af met immer dezelfde woorden: ‘Dan zullen we nu afscheid nemen.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/07/24/eenzame-uitvaart-nr-10-bcu/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 9, R.P.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/07/22/eenzame-uitvaart-nr-9-rp/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/07/22/eenzame-uitvaart-nr-9-rp/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 22 Jul 2010 18:10:25 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Gedichten]]></category>

		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>

		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>

		<category><![CDATA[Jan Aelberts]]></category>

		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=181</guid>
		<description><![CDATA[R.P. is op 23 februari 1945 geboren te Vilvoorde en in ziekenhuis St-Vincentius overleden op 10 juli 2010. R.P. werd begraven op donderdag 22 juli 2010 op begraafplaats Schoonselhof.
Dichter van dienst was Jan Aelberts.
Voor meneer R.P. heb ik me niet meer kunnen scheren. Het schoot er van tussen de laatste dagen, zoals gewoonlijk, en in [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote style="text-align: justify;"><p>R.P. is op 23 februari 1945 geboren te Vilvoorde en in ziekenhuis St-Vincentius overleden op 10 juli 2010. R.P. werd begraven op donderdag 22 juli 2010 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Jan Aelberts.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Voor meneer R.P. heb ik me niet meer kunnen scheren. Het schoot er van tussen de laatste dagen, zoals gewoonlijk, en in de ochtend was er geen moment om het apparaat in de hand te nemen. Net voor de uitvaart was er nog net de tijd om een nette broek aan te trekken, een grijze kostuumbroek met een plooi, en er kon nog een wit hem glad gestreken worden. Met een nonchalante baard moest het dan maar, aan het graf. Met een nette broek en dito hemd, maar met de zomerse wildgroei in het aangezicht. Dat zou meneer R.P. vast niet erg vinden.<span id="more-181"></span></p>
<p style="text-align: justify;">In het laatste stukje met tram 24, met eindhalte Schoonselhof, heb ik de bloemenwinkels voor het uitkiezen. Het wordt ‘Van Den Nieuwenhof’, waar er drie plantenpotjes met paarse bloemen in een plastic draagtasje gaan. Als een purperen lijkwade, bedenk ik.<br />
‘Moeten ze eigenlijk veel water,’ vraag ik wanneer het briefje van twintig van eigenaar wisselt.<br />
‘Met dit weer, in de hoogzomer,’ antwoordt de vriendelijke bloemiste. ‘Met dit weer toch elke avond.’<br />
‘Maar het is voor op een graf,’ zeg ik. ‘Dus erg veel water zullen ze bij dit weer nooit krijgen.’<br />
‘Daar is geen enkele plant tegen bestand,’ zegt ze.<br />
‘Heide?’ vraag ik.<br />
‘Zelfs heide redt het niet.’ Waarop ze het wisselgeld in mijn uitgestoken hand legt: ‘Dat is dan twee plus twee euro, plus tien, en dat is dan twintig euro geweest.’<br />
‘Twintig euro geweest’, hoor ik terwijl ik de veertien euro in mijn hand natel. Hoeveel dagen zullen de bloemen het uithouden, voor wat het is geweest?
</p>
<p style="text-align: justify;">Als ik op het bankje aan de ingang van begraafplaats Schoonselhof wacht op de dichter Jan Aelberts en de uitvaartondernemer, zie ik op het grasveldje aan de overkant van de brede laan de mysterieuze trage dans van drie moslims die hun middaggebed uitvoeren richting Mekka. Voor ze starten drapeert één van hen zijn jasje over het gras, hij weet dat daar straks zijn knieën op moeten, waarna de drie zwarte mannen in een driehoekige formatie met hun neuzen één kant op gaan staan. De man die zijn jasje heeft opgeofferd staat vooraan en neemt het voortouw waarna de andere twee in één beweging volgen, weliswaar met enkele seconden vertraging. Ze buigen, vouwen de handen, gaan door de knieën, maken de foetushouding, raken met het voorhoofd de grond en komen weer recht. Wanneer de man van het jasje aan een tweede ronde begint, staan de achterste twee mannen al enkele seconden extra achter.</p>
<p style="text-align: justify;">Als de derde gebedsronde ingaat komt Jan langs de poort binnen, samen met een stoet wagens. Elke wagen voert afhankelijk van de capaciteit vier of zes moslims mee. Het zijn uitstekende carpoolers bij een uitvaart, blijkt. Als laatste volgt de lijkwagen met een onleesbare Arabische handelsnaam op. Er wordt wat heen-en-weer getoeterd en geroepen waarna de karavaan van wagens naar het juiste perk trekt.</p>
<p style="text-align: justify;">Niet veel later rijdt onze uitvaartondernemer ook de oprijlaan op. Jan en ik krijgen een ritje met de bestelwagen en de wagen waar meneer R.P. in ligt volgt in ons kielzog. Als we perk R naderen zien we het samentroepen van de bonte stoet, hoewel er geen consistentie lijkt te bestaan in het verloop van hun uitvaart. Terwijl we wachten op de vierde drager bekijken we het schouwspel. Iemand loopt te bellen, een ander morrelt wat aan het portier van zijn wagen, en her en der klitten kleine groepjes mensen samen, terwijl de meerderheid rond het graf staat gegroepeerd. Er is geen vrouw te bespeuren.</p>
<p style="text-align: justify;">De vierde drager lijkt niet op te dagen, er wordt even geopperd iemand van de andere uitvaart aan te spreken om te helpen dragen, maar dan wordt een rolwagentje gevonden op grasveld van perk R. Eens de kist door de drie mannen op het karretje is getild, moet het alleen nog maar over de pad van betonnen platen worden gerold, tot aan de kuil. Wanneer de kist daar op schragen wordt geplaatst, kan de uitvaart alvast van start gaan, waarna zij zouden wachten op de vierde man om de kist van meneer R.P. in het graf te laten zakken.</p>
<p style="text-align: justify;">Uiteindelijk hoeft het helemaal niet omslachtig te verlopen, net als Jan zijn gedicht wil aanheffen komt er een graver van de stad aan en hij zal na de korte dienst wel even helpen heffen. De drie potjes met bloemen komen nog op de kist te staan, waarna we een teken krijgen om ons laatste saluut te brengen:</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p><strong>En dan?</strong></p>
<p>Misschien richtte u, in uw laatste dagen<br />
zonder genade een waterpistool<br />
tot uw mond, haalde u de trekker over,<br />
zei u: ‘hout moet drogen voor het brandt.’</p>
<p>We hebben geen idee. Misschien<br />
lagen uw handen al dor geworden,<br />
opgeborgen in dat nieuwe land<br />
van lakens, vertakten ze zich<br />
tot vogelkooien, tot onbewoonbaar<br />
verklaarde daken. En misschien<br />
bewaakte achter het raam de zomer<br />
het lichtzinnige theater, het bloed,<br />
de kindermonden, pleisters.</p>
<p>Alles wat we van u weten ligt begraven,<br />
alles wat u zegt is dat we niks voorkomen,<br />
we de lippen vochtig houden<br />
tot de dood en dan?</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">We groeten meneer R.P., en dan gaat het snel, met vier dragers. De kist verdwijnt in het gat van de aarde en we wandelen langs het padje terug naar de wagens. Aan de boom voor het praalgraf van Hendrik Conscience nemen we afscheid, we slaan de lift met de bestelwagen naar de hoofdingang af, we lopen wel, dat is gezond, het is mooi weer, we hebben jonge benen.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Onder de boom vond ik laatst nog vijftig cent,’ zegt één van de dragers. ‘Fijn dat ze hier tegenwoordig ons drinkgeld achter laten.’<br />
In ‘De Leuvenaar’, de stamkroeg van de Eenzame Uitvaart aan de hoofdingang van begraafplaats Schoonselhof, heffen Jan en ik het glas op meneer R.P. Een witte hond die doof geboren is, en een zwarte poedel bewaken onze benen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/07/22/eenzame-uitvaart-nr-9-rp/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 8, H.V.I.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/07/16/eenzame-uitvaart-nr-8-hvi/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/07/16/eenzame-uitvaart-nr-8-hvi/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 16 Jul 2010 17:57:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Gedichten]]></category>

		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>

		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>

		<category><![CDATA[Maarten Inghels]]></category>

		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=170</guid>
		<description><![CDATA[H.V.I. is op 5 november 1928 geboren en in haar woning te Wilrijk overleden op 21 juni 2010. H.V.I. werd begraven op dinsdag 6 juli 2010 op begraafplaats Schoonselhof.
Dichter van dienst was Maarten Inghels.
Op achtereenvolgens een klein kasbonnetje van de winkel waar ik die middag printerinkt had gekocht, mijn rittenkaart voor de trein en een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote style="text-align: justify;"><p>H.V.I. is op 5 november 1928 geboren en in haar woning te Wilrijk overleden op 21 juni 2010. H.V.I. werd begraven op dinsdag 6 juli 2010 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Maarten Inghels.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Op achtereenvolgens een klein kasbonnetje van de winkel waar ik die middag printerinkt had gekocht, mijn rittenkaart voor de trein en een fotokopieerkaart van de bibliotheek, pende ik in de nacht van maandag op dinsdag in een rokerige stamkroeg een gedicht neer voor mevrouw H.V.I. Het gedicht kwam in drie delen, met even veel consumpties, en de afzonderlijke stukjes papier die ik uit mijn portefeuille had gevist nummerde ik nauwkeurig om het overzicht te bewaren. Dat ik bij thuiskomst de snippers uit mijn broekzak ook weer in de correcte volgorde op de schrijftafel kon schikken, bleek van pas te komen. Het was een opeenvolging van lange regels, hier en daar waren woorden geschrapt, en een net handschrift had ik op dat uur en met het rokerige licht ook al niet in de vingers gehad. Bij het licht van een nachtlampje schreef ik alles keurig over op een vel papier, sorteerde de woorden nog, schrapte hier en daar iets, probeerde alles nauwkeurig te krijgen, tot ik ten slotte om viel van de slaap en enkel nog ‘I want you so (she&#8217;s so heavy)’ van The Beatles in mijn hoofd dreunde - het laatste nummer dat ik had horen spelen in het café.<span id="more-170"></span></p>
<p style="text-align: justify;">Eerder die avond had ik de uitvaartondernemer buiten de kantooruren proberen te bellen, maar na lang rinkelen werd ik doorgeschakeld naar de nachtwaker aan wie ik omslachtig mijn afwezigheid op de Eenzame Uitvaart probeerde uit te leggen. Uiteraard wist de nachtwaker weinig over de geplande uitvaarten, dat ik morgen maar eens terug moest bellen als het om een uitvaart voor die dinsdag betrof, om negen uur, als het kantoor weer open ging. Op dinsdagochtend, kwart na negen, belde ik de mevrouw op die maandagavond de uitvaart had doorgegeven om te zeggen dat ik tegen mijn plannen en tijdstekort in toch op de uitvaart aanwezig zou zijn. Tenslotte had ik die nacht nog een gedicht geschreven. Het was dan wel erg kort dag geweest, en ik zou na mijn afspraken van die ochtend hard op de trappers van mijn fiets moeten gaan staan om op tijd in het auditorium te zijn, maar ik beloofde het te proberen. Er zal anders niemand zijn voor mevrouw H.V.I., zei de mevrouw van de uitvaartdienst.</p>
<p style="text-align: justify;">Voorspreker Bert zal weer van de partij zijn, beloofde één van de dragers me wanneer ik buiten adem het koele auditorium binnenstapte. Maar het was nog een kwartiertje wachten op hem, Bert was nog buitenshuis voor een andere uitvaart. Ik zag de vier dragers met hun zware zwarte pakken en dito stropdas, de vijftig lege stoelen keurig in rijen van tien gezet en als laatste de kist van hetzelfde eenvoudige model dat ik in zijn soberheid herkende. De kist met mevrouw H.V.I. stond voor een groteske waterval die continu een rustiek geluid produceerde, de ruis van het water in een eeuwigdurende cyclus die door een mechanisch pompje in leven werd gehouden. Ik mocht op de eerste rij plaatsnemen. Ik koos de uiterste stoel links, net voor de kist van mevrouw V.I. Boven het watervalmeubelstuk groeiden enkele varens, en samen met de blokfluitcovers had ik genoeg om naar te kijken en te luisteren bij het wachten op voorspreker Bert. Die arriveerde niet eens zo heel veel te laat, maar moest eerst zijn handen wassen, zijn mapje met bezinningsteksten halen op de bovenverdieping, waarna we handen konden schudden en we het verloop van de uitvaart bespraken. Die was zoals steeds kort.</p>
<p style="text-align: justify;">Eerst werd het volume van de cd luider gezet waarbij de blokfluit schril op de voorgrond kwam, met een zeldzame trompet, en het geluid van de waterval naar de achtergrond werd gedrukt. Nadat het nummer was afgelopen, ik kon het originele nummer niet herkennen, drukte Bert op de pauzeknop en las hij een tekst voor. “Ons gevoelsleven is verschraald en verarmd”, zei hij. En: “We hebben meer dan ooit behoefte aan zachtmoedigheid, aan tederheid.” Gedurende het voorlezen keek Bert alleen naar mij, en niet naar de vier dragers die in de schaduw aan de zijkant van de zaal zaten, en bekroop me bij momenten het onbehagen van de eenzame toeschouwer.</p>
<p style="text-align: justify;">Dan kwam er weer een blokfluitnummer waarvan ik enkel het refrein – dat voor de gelegenheid instrumentaal was - kon herkennen, maar waarbij ik bijna zeker wist dat de titel ‘Een beetje liefde’ of iets in die trant was. Wanneer het nummer met een scherpe blokfluitfinale eindigde drukte Bert weer op stop, leidde me in en zei dat ik mocht plaatsnemen achter de katheder.</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p><strong>NIETS RAAKT U NOG AAN</strong></p>
<p>Stiller dan de mot in het gordijn worden we haast nooit<br />
maar uw diepdruk in het velours zwijgt rigoureus.<br />
Geen ruit in uw huis beslaat nog<br />
bij het staren naar de zwerfkat<br />
blazend naar de maan.</p>
<p>Niets raakt u nog aan<br />
of misschien reikt u vannacht accidenteel<br />
een worm de hand<br />
zoals u dat deed met een toevallige passant<br />
die de kabbelende pas in uw stap<br />
niet lichtvoetig vergat.</p>
<p>Van elke ster kennen we de naam<br />
zoals de maan als laatste man<br />
uw gedaantes onthield.<br />
Ik wil geloven dat hij vannacht<br />
enkel voor u een walsje draait.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Na mijn voordracht, die ik stamelend opdroeg aan H., ging Bert weer achter de katheder staan en schalde er weer een nummer door het akelig lege auditorium van het uitvaartcentrum. Zoals gewoonlijk bedacht ik hoe het zo had kunnen aflopen voor mevrouw H.I. Ze woonde in een woonwijk naast een drukke autoweg vol schreeuwerige autowinkels en meubelbedrijven, maar had twee parken in de buurt waar ze misschien een ommetje deed. Er was geen familie bekend, maar kwam ze nooit iemand tegen op straat?</p>
<p style="text-align: justify;">Bij de laatste noten van het nummer nam Bert weer het woord en kwam er nog een bezinningstekst over de kracht van woorden in de samenleving. Na het groeten van mevrouw H.I. kreeg ik te horen dat de teksten uit een van de talloze boekjes van Phil Bosmans kwamen. Toen Bert even naar boven liep om iets voor me te kopiëren en ik in de comfortabele zitruimte mocht wachten, zag ik door het raam achter me de dragers de kist van mevrouw V.I. in de auto laadden. In de wachtruimte om de hoek hoorde ik twee mensen de uitvaart van hun familielid bespreken, of welke koosnaampjes ze voor hun moeder of grootmoeder hadden. Bij het naar buiten gaan was de stoffige hitte benauwend en condoleerde een van de dragers me met het verlies.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/07/16/eenzame-uitvaart-nr-8-hvi/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 7, M.V.d.B.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/02/08/eenzame-uitvaart-nr-7-mvdb/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/02/08/eenzame-uitvaart-nr-7-mvdb/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 08 Feb 2010 01:05:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Gedichten]]></category>

		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>

		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>

		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<category><![CDATA[Stijn Vranken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=159</guid>
		<description><![CDATA[M.V.d.B. is op 5 september 1936 geboren te Hamont en in het Sint-Vincentiusziekenhuis te Antwerpen overleden op 23 januari 2010. M.V.d.B. werd begraven op donderdag 4 februari 2010 op begraafplaats Schoonselhof.
Dichter van dienst was Stijn Vranken.
Ik zie de buurvrouw in het huis naast mij wel eens televisie kijken. Dat doet ze meestal de hele dag [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote style="text-align: justify;"><p>M.V.d.B. is op 5 september 1936 geboren te Hamont en in het Sint-Vincentiusziekenhuis te Antwerpen overleden op 23 januari 2010. M.V.d.B. werd begraven op donderdag 4 februari 2010 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Stijn Vranken.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Ik zie de buurvrouw in het huis naast mij wel eens televisie kijken. Dat doet ze meestal de hele dag door. Ze kijkt naar alle herhalingen van elke middelmatige soap, en neemt er de vertoningen van enkele saaie middagfilms nog bij. Zelden komt er bezoek. Dat het kon gebeuren, dat één van mijn vele buren eenzaam oud werd, om tenslotte onopgemerkt te sterven, was niet ondenkbaar.<br />
Meneer V.d.B. woonde in een troosteloos, grijs, appartement boven een ouderwetse kapperszaak in de straat die dwars op de mijne ligt. Ik kom er elke dag haast zeker twee maal voorbij gefietst of gewandeld. Nooit keek ik hoger op dan het interieur en het lelijke meubilair op de gelijkvloers - dat iemand er zijn haar had laten kappen had ik nog nooit gezien. Meneer V.d.B. kocht vast zijn brood bij onze bekende bakker op de hoek, de straathoek die we deelden, die onze twee straten met zijn pistolets en croissants verbindt. Het is eveneens perfect mogelijk dat ik achter hem in de rij stond bij het boodschappen doen in de Aldi-winkel. Dat we elk een krant kochten, maar samen de krantenzaak verlieten waarbij de een de deur voor de ander openhield, dat onze blikken kruisten.<span id="more-159"></span><br />
Maar geen van dit alles verandert iets aan het jammerlijke einde van meneer V.d.B. die onwel werd en op het laatst in het ziekenhuis moest verblijven. Daar is hij op zaterdag 23 januari overleden. Het Sociaal Centrum Oever gaf de opdracht tot begrafenis, aangezien het ziekenhuispersoneel geen familie vond. Het wordt me niet meteen duidelijk wie me nog iets over meneer V.d.B. kan vertellen. Wanneer ik op maandagochtend, om negen uur in de ochtend stipt, het Sociaal Centrum Oever bel antwoordt een meisje in gebrekkig Nederlands: ‘Ik niets weet, ik niets weet’.  Nadat ik de reden van mijn telefoontje nog eens vermeldt, voert ze meneer V.d.B. zijn naam in de computer waarna ze het telefoonnummer van een ander Sociaal Centrum dicteert. M.V.d.B. behoorde immers strikt genomen niet tot hun district en dus moest ik maar bij de juiste diensten aankloppen. Wanneer ik om tien na negen het andere Sociaal Centrum opbel verklaren ze beslist dat ik terug bij Sociaal Centrum Oever moet zijn, want ‘meneer was immers door iemand van Sociaal Centrum Oever ingevoerd in de computer’, zagen ze.</p>
<p style="text-align: justify;">Sociaal Centrum Oever heeft nu iemand anders aan het onthaal zitten, en ik word snel doorverbonden met Tatiana die de dood van M.V.d.B. heeft verwerkt. Meneer behoorde inderdaad niet tot hun district, vertelt ze, maar was bij leven helemaal geen vaste klant. Maar omdat na zijn overlijden geen familie werd gevonden, schakelde het ziekenhuis het OCMW in die de uitvaart verzorgt. Het Sociaal Centrum had nog naar familieleden gezocht, maar niet direct gevonden.<br />
Kortom, niemand wist ons iets over meneer V.d.B. te vertellen. We dragen alleen zijn naam bij ons, als Stijn Vranken en ik begraafplaats Schoonselhof betreden. Daar staat een wagen met vijf inzittenden te wachten op de uitvaartondernemer en de vier dragers. Deze keer is Bert er met zijn eigen kleine autootje weer bij. We stellen ons voor aan wat familie blijkt te zijn.<br />
‘Nog een broer en twee zussen,’ zegt de man die uitstapt en ons de hand schudt. ‘Ik ben de neef, en mijn vrouw is er nog bij.’<br />
‘Goed dat jullie er nog bij konden zijn,’ zeg ik, zo wordt het toch niet helemaal een eenzame uitvaart.<br />
‘M. wilde al tweeëndertig jaar geen contact meer met ons,’ vervolgt de man. ‘Wij hadden al talloze pogingen ondernomen.’<br />
We zwijgen.<br />
‘Wij hebben verschillende keren geprobeerd. In al die jaren. Maar hij wilde niet.’<br />
We spreken nogmaals ons genoegen uit over hun komst, en of het goed is dat we alsnog het gedicht voor M. voordragen, aangezien er gewag werd gemaakt van een eenzame uitvaart en hun komst niets veranderd aan onze intentie om ons respect te betuigen aan meneer V.d.B.<br />
De neef knikt instemmend; ‘Wij kunnen niet zeggen hier met veel genegenheid te staan. Wij komen uit respect, maar tweeëndertig jaar is lang.’
</p>
<p style="text-align: justify;">Even later staan we met zeven rond de kist. De ceremonieleidster benadrukt nogmaals het belang van een laatste groet te brengen, op de manier die ons het beste lijkt. Enkelen in het gezelschap raken de kist aan, anderen buigen licht hun hoofd of zeggen een laatste woord. Maar niet vooraleer Stijn zijn gedicht voor M.V.d.B. heeft voorgedragen:</p>
<blockquote><p><strong>EN VERDER</strong><br />
Voor M.V.d.B.  (1936-2010)</p>
<p>Zoals de stilte hier staat, netjes en gepast<br />
tussen hemel en aarde, zo stamelde zij jaren<br />
door je kamer. Althans dat dacht ik<br />
alvast wat onhandig om je naam heen.</p>
<p>En verder? Vroeg ik.<br />
Niets. O ja, en ook: Niemand.</p>
<p>Zoals wij hier staan, ongepast in onszelf.<br />
Het had niet dunner gekund. Zelfs de dood<br />
vindt hier niet veel aan. Alleen het vel<br />
moet nog geruimd.</p>
<p>Zo wankelt het woord aan de einder.<br />
Te laat als nooit tevoren.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Op de terugweg in tram 24 zie ik de volgende lijkwagen richting de begraafplaats rijden. Je kan jezelf alleen maar gerust stellen met de woorden van Reve: ‘Het is dan toch niet onopgemerkt gebleven’.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/02/08/eenzame-uitvaart-nr-7-mvdb/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr.6, R.L.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/12/11/eenzame-uitvaart-nr6-rl/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/12/11/eenzame-uitvaart-nr6-rl/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 11 Dec 2009 12:11:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Gedichten]]></category>

		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>

		<category><![CDATA[Andy Fierens]]></category>

		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>

		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=151</guid>
		<description><![CDATA[R.L. is op 19 februari 1950 geboren te Antwerpen en daar overleden op 2 december 2009. R.L. werd begraven op 10 december 2009 op begraafplaats Schoonselhof.
Dichter van dienst was Andy Fierens.
Wanneer in de Aldi achter mijn hoek de speculaas uit de rekken wordt gehaald, krijg ik een mailtje van de Firma. De Firma heft zijn [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote style="text-align: justify;"><p>R.L. is op 19 februari 1950 geboren te Antwerpen en daar overleden op 2 december 2009. R.L. werd begraven op 10 december 2009 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Andy Fierens.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Wanneer in de Aldi achter mijn hoek de speculaas uit de rekken wordt gehaald, krijg ik een mailtje van de Firma. De Firma heft zijn mails steeds op dezelfde manier aan, en sluit ze weer identiek af. Daartussen zit een opsomming van biografische gegevens zo uit het rijksregister geplukt. Veel gegevens zijn het nooit. Twee datums, de naam van een ziekenhuis of een rusthuis, eventueel een straatnaam.<span id="more-151"></span><br />
Deze mail maakt gewag van een eenzame uitvaart die ze hebben ontvangen van het Sociaal Centrum Veemarkt. Meneer heeft familie maar ‘deze doet volledige afstand van hem’. Meer afstand dan de dood kan ik soms niet bedenken. Ik bel Andy Fierens op die na zijn grimmige debuut ‘Grote smerige vlinder’ een mooi gedicht zal proberen te schrijven. Iets wat hij sinds zijn koerscorrectie tien jaar geleden niet meer deed, zei hij, maar nog wel kon. Hij heeft anderhalve dag om het gedicht voor meneer L. te pennen. Wanneer ik inhaak beslis ik om even langs meneer L. zijn oude straat te rijden, het is niet ver en bruikbare informatie voor het gedicht hebben we niet. Zijn brievenbus zit vol reclamefolders, en de versleten vitrage hangt voor het raam. Meneer L. woonde gelijkvloers. Als ik bij de buurman aanbel kan die me niets meer vertellen dan dat R.L. op zichzelf was, en alleen. En dat R.L. nog een broer had die tot aan zijn dood afgelopen zomer schuin over hem woonde. Sinds de dood van zijn broer was meneer L. steeds meer op café te vinden dan elders, zei de buurman nog. En dan werd hij ziek.
</p>
<p style="text-align: justify;">Wanneer Andy en ik ceremoniemeester Bert aan de ingang van de begraafplaats vinden, merken we naast een grote troep kraaien in een dode boom ook op dat er nog bezoekers voor de uitvaart zijn. Eerst twee vrouwen die zeggen verre familie te zijn, en dan duikt er nog een broer op van meneer L. Ceremoniemeester Bert is zoals steeds zijn hartelijke zelf, maar wordt toch wat ongeduldig; het is drie uur en de gravers wachten niet. Er is wat verwarring, men moet nog wachten op nog twee familieleden die ‘van ver komen’. Andy en ik duiken al bij Bert in zijn kleine vinnige autootje, met mijn lange benen mag ik vooraan, en in de spiegels zien we een Nederlandse wagen het kerkhof oprijden.</p>
<p style="text-align: justify;">Uiteindelijk kunnen we nog een kleine stoet vormen die van de wagens naar het graf wandelt. We hadden onze komst al voorgelegd aan de verre familie die onverwacht was opgedoken, maar Bert doet aan het graf de reden van ons bezoek nog eens uit te doeken. Dan is het Andy zijn beurt.</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p><strong>R.L. (1950 – 2009)</strong></p>
<p>was wekenlange regen voorbode van dit lot?<br />
had het zijn zaad sinds lang in jou gezaaid?<br />
of kwam het ongedacht, als iemand die je laat</p>
<p>voorgaan in een drukke bar. het leven heeft<br />
zijn wetten, de dood zijn rituelen. we zijn hier<br />
omdat we hier zijn. dat moet volstaan. tot we</p>
<p>vertrekken, om dezelfde vage reden. daartussen<br />
vullen we de dagen, het staren naar de slinger<br />
van de klok. wat zeg je als men vraagt waarom</p>
<p>je kinderen niet spreken of hoe het is, nu een broer<br />
uit zicht verdween. je slikt en staart, woorden lopen<br />
jankend van je weg. zie. zie dat blad daar aan die</p>
<p>boom, het wuift als een vermoeide hand, breekt niet<br />
van de tak maar laat langzaam los, valt niet, wiegt<br />
zachtjes naar de grond. het is december, bijna kerst</p>
<p>- geen vetes meer, geen tranen. hoe helder<br />
deze eerste nacht onder een bloedloze maan.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Bert rondt de begrafenis af met de mededeling dat wie het wil de kist kan groeten op de manier die hem het meest geschikt lijkt, niets is ongepast. Er wordt wat onwennig heen en weer geschuifeld, niemand maakt aanstalten, tot er toch middels een klein duwtje in de rug beweging komt in het gezelschap. Dan is het voorbij, de kist wordt hakkelend de kuil in gelaten en er lijkt een kleine reünie te ontstaan tussen de familieleden.</p>
<p style="text-align: justify;">Van Bert krijgen Andy en ik nog een kleine lift naar de uitgang van de begraafplaats. Aan de tramhalte in Hoboken is er nog café De Leuvenaar waar Andy en ik koffie en wijn nuttigen. Er wordt een eigenaardig biljartspel gespeeld en op het prikbord aan de toiletten hangt de mededeling dat er een ‘teerfeest’ wordt georganiseerd. Door het raam zie ik de wolken openbreken en een grote troep kraaien vliegt krijsend op.</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p>Voor gedicht: Andy Fierens<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/12/11/eenzame-uitvaart-nr6-rl/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr.5, H.D.R.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/11/05/eenzame-uitvaart-nr5-hdr/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/11/05/eenzame-uitvaart-nr5-hdr/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 05 Nov 2009 18:47:27 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Gedichten]]></category>

		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>

		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>

		<category><![CDATA[Lies Van Gasse]]></category>

		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=137</guid>
		<description><![CDATA[H.D.R. is op 30 juni 1923 geboren te Antwerpen en daar overleden op 27 oktober 2009. H.D.R. werd begraven op 4 november 2009 op begraafplaats Schoonselhof.
Dichter van dienst was Lies Van Gasse.
De witte roosjes gaan in een draagtasje, de rozenknoppen piepen net boven de rand uit, waarna het zakje aan mijn stuur hangt te bungelen. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote style="text-align: justify;"><p>H.D.R. is op 30 juni 1923 geboren te Antwerpen en daar overleden op 27 oktober 2009. H.D.R. werd begraven op 4 november 2009 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Lies Van Gasse.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">De witte roosjes gaan in een draagtasje, de rozenknoppen piepen net boven de rand uit, waarna het zakje aan mijn stuur hangt te bungelen. Er zullen al genoeg chrysanten staan, bedenk ik, twee dagen na Allerzielen. Het is een mooie dag om te fietsen. Maar als ik nog redelijk stabiel mijn straat uitrijd, dan wordt mijn evenwicht op de Britse Lei serieus beproefd. Het is maar een klein stukje naar de Amerika Lei waar ik alweer moet afslaan – de Brederodestraat in, dan steek je de singel en de ring over via de brug en dan steeds rechtdoor langs de Bernardse Steenweg, je kan niet missen -, maar op dat korte eind knallen er al drie herfstbladeren tegen mijn hoofd. Ik ben nooit een goed fietser geweest, altijd roekeloos, zwalpend, een gevaar voor het verkeer, maar op de Bernardse Steenweg krijg ik het pas echt benauwd.</p>
<p style="text-align: justify;">In de Brederodestraat krijg je nog beschutting van de verscheidene kapperszaken of barbieren, de shoarma- en pittatenten, enkele groenteboeren en de tapijtenloodsen of ijzerwinkels, maar op de Bernardse Steenweg heb ik de wind tegen. Nadat ik het zigzaggen en stuurtrekken heb opgegeven, zo halen de rozen voor meneer D.R. het anders nooit, geef ik het sleuren op en moet ik lijdzaam toezien hoe opnieuw drie trams me voorbijsteken. Ik heb spijt van mijn sportieve instelling inzake de trip, maar ik stamp nog even op de trappers voor meneer D.R. Uit mijn iPod klinkt ‘Liefde op doorreis’, de nieuwe van The Scene. Als ik een nummertje op de uitvaart kon laten afspelen, had ik voor meneer D.R. vast iets van Thé Lau gekozen. Maar aan het graf maken we zo weinig mogelijk lawaai, en het liefst houden we onze mond.</p>
<p style="text-align: justify;"><span id="more-137"></span></p>
<p style="text-align: justify;">De laatste dertig meter naar begraafplaats Schoonselhof leg ik zwaar hijgend af. Kortademig zet ik mijn fiets tegen de eerste boom aan de ingang en vind ik het busje van de uitvaartondernemer.<br />
‘Meneer D.R. had nog een zoon,’ vertelt Ann de ceremoniemeester van dienst. ‘Maar ze hadden al zestig jaar geen contact meer.’ Dat verhaal had ik van haar al in een mail toegestuurd gekregen. Na de informatie over geboorte- en sterfdatum en de straat waar meneer in woonde, een drukke multiculturele straat in Antwerpen, sloot Ann het bericht af met ‘verdere gegevens hebben we niet’. Ondertussen is dichter Lies Van Gasse gearriveerd. Met de tram; een uitstekende keuze.<br />
‘De zoon van meneer D.R. vond het goed dat we er een dichter bijhaalden,’ vervolgde de ceremoniemeester. ‘Dan gebeurde er nog iets.’
</p>
<p style="text-align: justify;">Mevrouw Ann en meneer wachten aan de hoofdingang nog even op de lange wagen die meneer D.R. brengt, en ik stel voor dat Lies en ik alvast naar perk U stappen. Tenslotte is het toch een hele wandeling. Schuin tegenover perk U lopen we nog even het ereperk R op waar ondertussen, sinds de laatste keer dat ik er was, Marcel Van Maele en Jef Nys zijn bijgezet.</p>
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">Na Ann komt eerst vierde drager Bert met een klein autootje redelijk vinnig aangereden. De natgeregende bladeren in de goot worden vakkundig herleid tot een bruingele pap. Dan komt de lange wagen alsnog als derde aan en wordt de kist met genoeg dragers naar de schragen naast het graf gebracht.</p>
<p style="text-align: justify;">De stoet is zoals steeds erg kort.</p>
<p style="text-align: justify;">Er wordt uitgelegd dat het gedicht mag worden voorgedragen waarna we even groeten op de manier die ons het best past. Zowel Lies als ik kiezen de kleine buiging, nadat ze eerst het gedicht heeft voorgedragen:</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p><strong>TWEE KOMMA’S</strong></p>
<p>U weet niet waarom ik opbied<br />
tegen uw afwezigheid.</p>
<p>Net als ik vraagt u zich af<br />
waarheen mijn zinnen gaan<br />
als uw ontbreken mij de weg wijst,</p>
<p>want net zo min als ik koos<br />
voor dit novemberhart<br />
met spatten op het pantser,</p>
<p>voor modderige lanen<br />
en herfstwind aan uw voordeur,</p>
<p>net zo min koos u.</p>
<p>Het is een traag hart<br />
en de wensen die het inslikt,<br />
worden pas later uitgespuwd.</p>
<p>&#8217;s Avonds strompelt u de deur in,<br />
waar u even op de stilte wacht<br />
voor u zich terugtrekt in haar kamers.</p>
<p>Een voorbijganger kijkt om.<br />
Huizen zuigen mensen aan.</p>
<p>Dan nacht. De hemel sluit.<br />
Uw stappen worden stiller.</p>
<p>Ik hoop dat het u dragen kan<br />
naar waar de zonnen schitteren.</p>
<p>Uw naam, twee komma&#8217;s,<br />
de bescheiden storm daartussen.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Na het voordragen, onze kleine buiginkjes en het zakken van de kist in de kuil krijg ik de keuze of de rozen op het graf moeten liggen of met de kist mee mogen gaan, met meneer D.R. Ik antwoord dat de bloemen boven de grond mogen uitbloeien. Lies laat haar in vier gevouwen velletje met het gedicht door één van de gravers op de kist leggen. Zo kan het met meneer D.R. onder de grond.</p>
<p style="text-align: justify;">Nadat alles zijn plek heeft gekregen, meneer D.R. zijn laatste rustplaats, gaat alles snel. De dragers schudden even hun schouders los, stappen weer in de auto en we nemen afscheid van de ceremoniemeester. Met drie auto’s rijden ze weer weg. Lies en ik wandelen naar de uitgang waar we onder een knotwilg gedag zeggen. In omgekeerde richting gaat het fietsen plots eens zo snel, en zo waai ik ongemerkt de stad weer in.</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p>Voor gedicht: Lies Van Gasse<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/11/05/eenzame-uitvaart-nr5-hdr/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr.4, J.K.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/10/02/eenzame-uitvaart-nr4-jk/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/10/02/eenzame-uitvaart-nr4-jk/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 02 Oct 2009 11:42:14 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Gedichten]]></category>

		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>

		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>

		<category><![CDATA[Maarten Inghels]]></category>

		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<category><![CDATA[Sint-Andrieskerk]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=123</guid>
		<description><![CDATA[J.K. is op 27 september 1955 geboren te Mayen (Duitsland) en overleden op Linkeroever op 15 september 2009.
Dichter van dienst was Maarten Inghels.
Mijn knalgele fiets sorteer ik in de daarvoor voorziene strook naast de Sint-Andrieskerk. Voor de hoofdingang staat het busje van de ondernemer, het kofferdeksel staat als een grote mond open, en de vier [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>J.K. is op 27 september 1955 geboren te Mayen (Duitsland) en overleden op Linkeroever op 15 september 2009.<br />
Dichter van dienst was Maarten Inghels.</p></blockquote>
<p>Mijn knalgele fiets sorteer ik in de daarvoor voorziene strook naast de Sint-Andrieskerk. Voor de hoofdingang staat het busje van de ondernemer, het kofferdeksel staat als een grote mond open, en de vier dragers staan erbij te kijken en te roken. Ik zie dat ik de eerste ben, de aanwezigheid van de koster buiten beschouwing gelaten – een gezette vrouw die met de talloze kerksleutels in haar hand rammelt. De meegebrachte chrysant zet ik naast het trapportaal zodat ik de handen vrij heb om ook een sigaret te rollen.</p>
<p><span id="more-123"></span><br />
Het waren 107 woorden in de krant, beginnend met: “De politie van Antwerpen kreeg dinsdag rond 8 uur een oproep binnen over een lijk aan het Frederiek Van Eedenplein op linkeroever. (&#8230;) Het slachtoffer, een 53-jarige Duitser, lag tussen enkele banken. Hij was al enkele weken dakloos.” Dat bericht stond ergens weggedrukt in een kolommetje, regionaal nieuws, waar er plek vrij was. De ondernemer nam twee dagen later contact met me op.</p>
<p>Paula van Kamiano komt aangestapt en begroet me hartelijk. Kamiano, een initiatief van de Sint-Egidiusgemeenschap, is een vaste waarde in het leven van wie in Antwerpen op straat moet leven. Op woensdag en zaterdag verzorgen ze een maaltijd voor de armsten en de zwaksten die in de stad leven. Vrij snel nadat ik had toegezegd om voor meneer K. het gedicht te schrijven nam Kamiano contact met me op. Zij hadden J.K. nog goed gekend, iemand die regelmatig kwam eten, en onder de daklozen werd gewaardeerd om zijn hulpvaardigheid en charme. Je kon hem haast iedere dag op de Groenplaats vinden waar hij de laatste jaren veel vrienden heeft weten sterven. Kamiano verzorgt een kerkelijke dienst in de Sint-Andrieskerk vlakbij de Groenplaats en het leek me onzinnig om me plots terug te trekken dus, spraken we af, zou ik het gedicht alsnog voorlezen op begraafplaats Schoonselhof waar de sympathiserende daklozen zonder hulp niet geraakten. Meneer K. had nog familie, waaronder twee zonen, in Duitsland wonen maar zij lieten weten niet aanwezig te zullen zijn. Bloemen zouden door hen worden besteld. Kamiano sloot de mail af met &#8216;daklozen worden niet oud.&#8217;</p>
<p>Één voor een druppelen enkele vrienden van J.K. de kerk binnen. Hubert, een van de beste vrienden, is er. Een vrouw met vier zakken klimt de trappen op met een boodschappenwagentje achter haar aan, de wieltjes tikken bij elke trede tegen het beton. Ze gaat helemaal achteraan zitten. Een andere man neemt met zijn digitaal toestel nog gauw enkele foto’s van het bonte gezelschap dat in de linkerbeuk zit. Na drie scherpe flitsen duwt hij het toestel in Hubert’s handen, gaat zelf weer zitten en orchestreert Hubert in positie om een foto van hem te nemen. Paula fluistert me in de rechterbeuk toe dat hij zoveel mogelijk uitvaarten bezoekt. Ik hoor het digitale piepje en een flits weerkaatst in de hoge gewelven. De vier vrouwen van Kamiano zetten bij het binnendragen van de kist het intredelied in, waarna psalm 23 wordt gezongen: “Voorspoed en zegen verlaten mij nooit, elke dag van het leven.” Naast de foto van meneer K. en mijn chrysant zijn er geen bloemen aangekomen om op de kist te leggen. De afscheidsviering wordt afgesloten met een kleine tien mensen. Tijdens de dienst zijn nog enkele mensen binnen gesukkeld.</p>
<p>Hubert rijdt mee in de auto van Paula. Door een ongeval in de Nationaalstraat zijn we onverwacht eerder op Schoonselhof dan de dragers die eerder waren vertrokken. De kleine stoet rijdt door naar perk U waarna de kist naar de kuil wordt gedragen. Één van de dragers zet nog een gebed in, Hubert begint te snikken en ik draag mijn gedicht voor:</p>
<blockquote><p><strong>AFSTAND</strong></p>
<p style="padding-left: 30px;"><strong><em>Voor J.K. (1955-2009)</em><br />
</strong></p>
<p>Er was u misschien het verkeerde deel<br />
van de aarde toebedeeld, u had uw huis<br />
vast met andere ramen voorgesteld maar</p>
<p>uiteindelijk gaat alle leven om een afstand:<br />
de lap vlees tussen twee ogen, de pendelende<br />
pas van land tot land, het gekruip van de dood<br />
over het plein dat te weinig hoeken kent.</p>
<p>Niet de honderdenzeven woorden in de krant,<br />
niet het reizende volk dat u vandaag eert,<br />
niet alle bezoek maakt het verschil,<br />
evenmin dit gedicht.</p>
<p>Misschien deed uw charmant accent<br />
het wel werd mij verteld, of was u<br />
het mooist met uw schaterlach die<br />
de roest tussen de gewrichten weg wast.</p>
<p>Het laatste ommetje bracht u op<br />
een andere oever vanwaar u naar<br />
het water staarde, eventueel<br />
een nieuwe comfortzone zocht.</p>
<p>Maar de knapste afstand was toch deze:<br />
onberoerd liet uw geslenter niet.</p>
</blockquote>
<p>In de auto terug vertelt Paula over meneer K. die binnenschipper was geweest. Over de vaart als metafoor voor de vrijheid, en hoe ongelukkig binnenschippers zich kunnen voelen aan wal. Hoe meneer K. die bewuste avond op zijn eentje naar Linkeroever trok, op een bankje ging zitten en waarschijnlijk naar de Schelde keek.</p>
<blockquote><p>Voor gedicht en verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/10/02/eenzame-uitvaart-nr4-jk/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr.3, R.H.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/08/27/eenzame-uitvaart-nr3-rh/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/08/27/eenzame-uitvaart-nr3-rh/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 27 Aug 2009 16:47:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Gedichten]]></category>

		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>

		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>

		<category><![CDATA[Begraafplaats Berchem]]></category>

		<category><![CDATA[Bernard Dewulf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=98</guid>
		<description><![CDATA[R.H. is op 21 februari 1923 geboren en overleden op 19 augustus 2009.
Dichter van dienst was Bernard Dewulf.
Enkele dagen nadat een inkomende mail van de begrafenisondernemer me meedeelde dat er een Eenzame Uitvaart op komst was, zag ik bij het boodschappen doen in de Aldi dat er een actie was. De chrysanten stonden in aanbieding. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote style="text-align: justify;"><p>R.H. is op 21 februari 1923 geboren en overleden op 19 augustus 2009.<br />
Dichter van dienst was Bernard Dewulf.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Enkele dagen nadat een inkomende mail van de begrafenisondernemer me meedeelde dat er een Eenzame Uitvaart op komst was, zag ik bij het boodschappen doen in de Aldi dat er een actie was. De chrysanten stonden in aanbieding. Een 3-stek voor 0,99,-. Ik kocht er twee. Typische grafbloemen, maar bij de vorige uitvaart vond ik de berg aarde maar een kale bedoening. Bij het eenvoudige houten kruis kon nog wel een bloemetje staan. Het zal wel aan mijn fatsoen liggen, dat ik nergens met lege handen wil toekomen, maar toen ik de twee potjes chrysanten in een doorschijnend plastic draagtasje stak bedacht ik dat R.H. het vast wel mooi had gevonden. Wat kleur op zijn graf. In de plaats van een grijze zerk die hij niet zal krijgen.<span id="more-98"></span></p>
<p style="text-align: justify;">Na een korte wandeling van de halte van tram 7 naar de begraafplaats van Berchem ben ik nog ruim op tijd. Bernard Dewulf stapt uit zijn auto, vest over de arm, zonnebril op. In de twintig minuten die volgen huppelt het gesprek naar alle kanten; van Josse De Pauw, naar opgroeiende kinderen. Van columns voor <em>De Morgen</em> naar het schrijven van een roman.  Bernard moet voor vier uur zeker weer door, zegt hij, want zijn zoon moet nog een lift krijgen om de trein te halen. Ik verzeker dat de uitvaart waarschijnlijk niet lang zal duren. Standaard vraag ik aan de dichter van dienst of het was gelukt om een gedicht te schrijven voor een onbekende. Weliswaar had ik van het rusthuis nog summiere gegevens gekregen, makkelijk schrijven is het niet. Naast de veelgebruikte ‘een erg gesloten iemand’, wisten we dat meneer H. van sport hield – meer bepaald van zwemmen en wandelen in de natuur -, en dat hij postzegels verzamelde. Wel vijf albums vol. Hij moet nog een erg actieve man zijn geweest. Er werd nog doorgegeven dat hij ongehuwd was, en kennissen noch familie had. Nadat het ondertussen al drie uur is geweest en we de lange zwarte wagen nog niet hebben zien passeren, wandelen we naar de overzijde van de begraafplaats waar de andere ingang zich bevindt. Aangekomen bij het bijgebouw vinden we om vijf na drie de ceremoniemeester Bert – die ik in januari al had ontmoet – en drie dragers. Aan de straatkant wachten ze samen met de graver van de  gemeente nog op hun vierde man. Die moet nog van een andere dienst komen die is uitgelopen. Wanneer hij arriveert gaat het snel; we werpen onze sigarettenpeuken in de berm, zetten de gsm’s op stil en ik neem mijn tasje met chrysanten bij de hand.</p>
<p style="text-align: justify;">De vier dragers haken per twee hun armen in elkaar en de kist wordt met een kleine stoet het kerkhof op gedragen. Vooraan loopt de graver, daarna de schommelende houten boot, dan Bert en achteraan bungelen Bernard en ik. Ik vraag me af of de dragers dikke epauletten onder hun jassen dragen, tegen de schouderpijn, of dat ze af en toe van kant wisselen. Met hun oren tegen de zijkant van de kist gedrukt komen de dragers aan bij de uitgegraven kuil en wordt meneer H. op twee schragen geplaatst. Mijn twee chrysanten krijgen een plaatsje op de kist. Ceremoniemeester Bert geeft me een teken dat het onze beurt is nu, en op mijn beurt knik ik naar Bernard die met vaste stem het gedicht voordraagt:</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p><strong>Voor R.H. (1923 - 2009)</strong></p>
<p>De eenzamen gaan zoals iedereen,<br />
maar er kleven postzegels aan hun lakens<br />
en zij stapten sprakeloos door de natuur.</p>
<p>We kunnen ze niet kennen, zoals talen,<br />
maar niemand loopt ze blind voorbij.<br />
We halen ze in in elk waaiend lichaam.</p>
<p>Soms zijn ze groot en beweeglijk,<br />
in elke omgang zijn ze benoembaar.<br />
Men komt ze tegen en groet hun naam</p>
<p>als een vriend, een vrouw of een holte.<br />
Ze zijn herkenbaar aan onze gebaren<br />
en bewegen zich onder elkaar als iedereen.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Er worden riemen onder de kist geschoven die door de handvatten worden gestoken, en nadat de schragen er van onderuit zijn gehaald draaien de dragers met een kleine zwaai de kist een halve slag om, dragen hem tot boven de kuil en laten het houten gevaarte gelijkmatig zakken. De vijf in pak buigen rond het graf en dan is het weer onze beurt. Na het groeten legt Bernard het gedicht dat op een in vier gevouwen vel staat in het graf. Bij de wandeling naar de auto besluiten we dat de begraafplaats van Berchem erg mooi is, en in die zin erg ‘gezellig’ aandoet. De graven staan dicht opeen, met hier en daar een boom ertussen. Intiemer dan begraafplaats Schoonselhof.  Bernard Dewulf zet me af aan het rode licht achter het oude justitiepaleis in Antwerpen. Vanaf die hoek is het voor mij nog maar vijf minuten wandelen. In stilte slenter ik naar huis. &#8217;s Avonds krijg ik een mail van Bernard. Zijn zoon heeft keurig de trein gehaald.</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p>Voor gedicht: Bernard Dewulf<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/08/27/eenzame-uitvaart-nr3-rh/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr.2, F.T.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/08/12/eenzame-uitvaart-nr2-ft/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/08/12/eenzame-uitvaart-nr2-ft/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 12 Aug 2009 10:43:23 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Gedichten]]></category>

		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>

		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>

		<category><![CDATA[Jan Aelberts]]></category>

		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=88</guid>
		<description><![CDATA[
F.T. is op 21 februari 1928 geboren en thuis overleden op 3 augustus 2009. Dichter van dienst was Jan Aelberts.

Nadat een vorige uitvaart, waarvoor ik al een dichter had ingeschakeld, toch geen eenzame uitvaart zou worden, op het laatste moment dook er gelukkig nog familie op, was er nu meer zekerheid. Meneer F.T. werd door [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote>
<p style="text-align: justify;">F.T. is op 21 februari 1928 geboren en thuis overleden op 3 augustus 2009. Dichter van dienst was Jan Aelberts.</p>
</blockquote>
<p style="text-align: justify;">Nadat een vorige uitvaart, waarvoor ik al een dichter had ingeschakeld, toch geen eenzame uitvaart zou worden, op het laatste moment dook er gelukkig nog familie op, was er nu meer zekerheid. Meneer F.T. werd door de politie aangetroffen in zijn woning waarna de buren verklaarden dat het een eenzaat betrof. Ongehuwd, geen kinderen. Iemand die nooit bezoek kreeg.</p>
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">Na het weekend zou meneer begraven worden op begraafplaats Schoonselhof, in de middag, kreeg ik per mail van de begrafenisondernemer aan. Er dook een probleem op omdat ik enkele uren later op die dag een vliegtuig had te nemen in Charleroi. Ik zou het nooit halen, aangezien men al wekenlang de versmalling van de E19 Antwerpen-Brussel aankondigde, en bijhorende files op de alternatieve route: de lelijke Boomsesteenweg met zijn ontelbare stoplichten. Na enkele telefoons en mails kom ik met de begrafenisondernemer overeen de uitvaart te vervroegen naar half tien in de ochtend. Omdat dit nog maar de tweede uitvaart is die we verzorgen, en er nog wat smeer in de communicatie met het uitvaartcentrum moet komen, wil ik geen verstek geven. Dichter Jan Aelberts antwoordt bevestigend op de vraag dat weekend nog een gedicht te schrijven voor F.T. Er zijn weinig tot geen gegevens bekend.</p>
<p style="text-align: justify;"><span id="more-88"></span></p>
<p style="text-align: justify;">De avond voor de uitvaart slaat het weer om. De aanhoudende hittegolf van die week krijgt een regenachtig karakter dat niet zal stoppen tot ik op het vliegtuig zal stappen. Als ik na een onrustig nacht hondsvroeg opsta lijkt het gestopt te zijn met miezeren, maar het weer blijft grijs. Op tram 24 richting Schoonselhof is het verdacht rustig. Snel wissel ik nog wat tekstberichtjes met Aelberts die vanuit Gent de trein naar Antwerpen nam. Ik schrijf dat hij best in het station van Berchem afstapt en een taxi naar de begraafplaats neemt. De doden huizen een heel eind buiten de stad.</p>
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">Nadat Jan de taxi-chauffeur betaald heeft, we gelijktijdig sigaretten opsteken, ik even met de begrafenisondernemer heb getelefoneerd, blijkt dat we aan de verkeerde ingang van Schoonselhof staan. Die van het crematorium, en naar de andere ingang waar de begrafenis doorgaat is toch een kwartier loopafstand. Daar aangekomen blijkt de kleine stoet al onderweg te zijn naar perk U. Uitgeteld en genoeg gejogd voor een week kan ik de begrafenismedewerker teken doen dat we er zijn, en op zijn beurt gaat hij in een drafje naar het graf en maant de graver tot stoppen. Die wilde net de kuil gaan dichtgooien.</p>
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">Met drie staan we aan de voet van het graf. De begrafenisondernemer met zijn mooie zwarte pak, mantel en dito stropdas, doet teken dat we een laatste groet aan meneer F.T. kunnen brengen. Naast de kuil die gelijkmatig rechthoekig is afgegraven ligt een grote hoop zand, waarin naast de schop ook al het bruine kruisje staat. ‘F.T. 2009’ staat er in het wit op geschilderd. Geen geboortejaar. Jan leest zijn lange gedicht voor, met ietwat trillende stem en met gebogen hoofden luisteren we:</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p><em>Voor F.T. (1928 – 2009)</em></p>
<p>Hij bestaat niet meer zoals hij eerst bestond, blauw doorbloed<br />
kortademig en met open mond kwijlde hij zijn vuisten nat, bereid<br />
om ze te heffen voor een koningsdroom, een heldendaad zoals<br />
het eerste lopen dichter bij bestormen staat dan alle andere dagen.</p>
<p>Om hem heen verslikken jongens zich in hun jeugd, happen landen<br />
koortsig naar oorlog, breken alle kalveren hun poten van extase<br />
aan de voet van hun overgave. Ze branden langzaam op tot wolken.</p>
<p>Maar alles dooft ook weer. Elk woord laat zich zonder verzet<br />
vervangen door zwijgzaamheid en zinderende straatlantaarns.<br />
En in het canvas van de televisie dansen de jongens verder in kleur.</p>
<p>Ook dat is vrede.</p>
<p>Dan pas staat de eenzaat op met gebalde vuisten, als een reus<br />
gewapend met stilte en een verbeten glimlach tussen de kaken.<br />
Ergens halverwege de scherpte van een polaroid volgt hij de goten,<br />
bestaat hij zomaar, zonder reclame voor bereikbaarheid,</p>
<p>altijd en overal. Als een slaaplied voor het ontbreken<br />
kruipen twee gebalde vuisten tegen zijn lichaam aan.</p>
<p>Ook dat volstaat.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Nu kan je naar eigen geloof de laatste groet brengen, suggereerde de uitvaartmedewerker, aarde op de kist werpen behoort ook tot de opties. Hij stelt de lichte buiging voor, een beweging die hij voordoet door een lange knik te maken met zijn hoofd en het bovenlichaam mee te laten hangen. Daarna loop ik naar de berg aarde en steek mijn hand tot aan de pols erin. Een doffe klap van het zand op de kist van een goedkoop model volgt. De kist is redelijk smal vanonder en breed vanboven. Gouden bouten op het deksel.</p>
<p style="text-align: justify;">Wanneer we uit perk U komen staat de bejaardenhelpster ons op te wachten. Ze is met haar kleine autootje gekomen dat staat te blinken naast de lange slee van het uitvaartcentrum. Zij heeft meneer T. jarenlang aan huis verzorgd. Toen ze van het OCMW vernam dat meneer overleden was, wist ze dat niemand aanwezig zou zijn, dus kwam zij maar. Ze vertelt dat F.T. werd gevonden met de kat liggend op zijn buik, die twee wilden geen afscheid nemen. Lang geleden had de verzorgster beloofd een goede thuis voor zijn dierbare poes te zoeken wanneer hij er niet meer zou zijn. Zij had de kat nu in huis genomen.</p>
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">‘Een mooi verhaal,’ zeg ik tegen Jan, langs de brede lanen op weg naar de tramhalte. ‘Dat had je kunnen verwerken in je gedicht.’ Een grote reiger vliegt over.<br />
‘Als we het vroeger hadden geweten,’ antwoordt Jan.<br />
De bejaardenverzorgster rijdt ons in haar kleine autootje voorbij en wuift even. Zwijgend wandelen we verder.</p>
<blockquote>
<p style="text-align: justify;">Voor gedicht: Jan Aelberts<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p>
</blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/08/12/eenzame-uitvaart-nr2-ft/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr.1, J.V.L.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/01/29/eenzame-uitvaart-nr1-jvl/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/01/29/eenzame-uitvaart-nr1-jvl/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 29 Jan 2009 13:00:31 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
		
		<category><![CDATA[Gedichten]]></category>

		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>

		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>

		<category><![CDATA[Joke van Leeuwen]]></category>

		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=70</guid>
		<description><![CDATA[J.V.L.
Dichter van dienst: Joke van Leeuwen
Ik heb een uurtje vooraf afgesproken met de begrafenisondernemer. We moeten nog een aantal zaken overlopen, over hoe het zou zijn; een Eenzame Uitvaart, hoe de dichters het best hun gedicht konden bijdragen, en ook belangrijk: hoeveel uitvaarten er zogenaamd eenzaam zijn.
‘Toch zeker vijf à zes per maand,’ zegt hij; [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>J.V.L.<br />
Dichter van dienst: Joke van Leeuwen</p></blockquote>
<p>Ik heb een uurtje vooraf afgesproken met de begrafenisondernemer. We moeten nog een aantal zaken overlopen, over hoe het zou zijn; een Eenzame Uitvaart, hoe de dichters het best hun gedicht konden bijdragen, en ook belangrijk: hoeveel uitvaarten er zogenaamd eenzaam zijn.<br />
‘Toch zeker vijf à zes per maand,’ zegt hij; ‘maar de ene maand hebben we er twee, de andere zes.’ Ik moet slikken en bedenk dat het getal dicht bij de vijftig komt die het OCMW van Antwerpen als ruwe schatting opgaf. De begrafenisondernemer loopt springerig door zijn kantoor en steekt nog een sigaret op. Ik vertel hem dat ik bij wijze van voorbereiding het eerste seizoen van Six Feet Under heb gezien, de Amerikaanse serie over een nogal eigenaardige familie begrafenisondernemers die nog steeds worstelen met de dood én het leven, waarmee ze elke dag geconfronteerd worden. Hij moet hard lachen.</p>
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">Ik laat hem de handgeschreven brief lezen die ik eerder die week per post kreeg. Frans F. bericht daarin over een gewezen collega van hem en tevens familie van Fidel Castro; de oude zeeman Rodolfo Mendez. Rodolfo woonde op een klein appartementje op Linkeroever maar in 2004 kreeg Frans de verjaardagswensen die hij voor Mendez opgestuurd had terug. Rodolfo bleek door een gaslek in zijn kamer langzaam en pijnlijk gestorven te zijn. Op zijn begrafenis waren twee buren aanwezig. Rodolfo was een eenzaat. Fans schreef voor het graf van Rodolfo het gedicht ‘Schoonselhof U 38’: “<em>Rodolfo Quevodo Mendez, maat, / alleen twee zeelui bij je grenenkist: / een Griekse en een Hondurese buur</em>”, waarbij Frans in zijn brief wenst dat het gedicht zijn laatste rustplaats kent in het project ‘de Eenzame Uitvaart’.<span id="more-70"></span></p>
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">De begrafenisondernemer vouwt de brief weer dicht en lijkt overtuigd te zijn van het nut van de Eenzame Uitvaart.<br />
‘Mijn neef runt een dierencrematorium,’ zegt hij; ‘daar worden de dieren soms met meer egard behandeld. We spreken nog steeds over mènsen.’  We zijn allemaal nabestaanden, ook van wie we bij het leven vergeten zijn. Zijn secretaresse brengt een derde tas koffie en we beginnen over de eerste eenzame uitvaart. De ceremoniemeester Bert wordt erbij gehaald, hij leidt steeds de dienst in het auditorium van het begrafeniscentrum.
</p>
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">‘Meestal verzorgen we een kerkelijke dienst, tenzij in de laatste wilsbeschikking een bezwaar wordt gevonden. Nu, de dienst is erg sober. Er worden een paar teksten voorgedragen en we groeten,’ zegt Bert.<br />
‘Vaak is de persoon dan al gecremeerd, zodat de urne na de dienst naar de begraafplaats wordt gebracht om te worden uitgestrooid,’ vervolgt de begrafenisondernemer. Bert vindt ons idee om bij elke Eenzame Uitvaart een dichter een persoonlijk gedicht te laten schrijven, erg mooi. Hij stelt voor om in de toekomst de dichter aan het woord te laten in de dienst .
</p>
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">Dan is het tijd om ons naar Schoonselhof te begeven om de eerste Eenzame Uitvaart te verzorgen. Ik heb om kwart voor twee aan de parking van het crematorium met Joke van Leeuwen afgesproken, die het eerste uitvaartgedicht wilde schrijven. Eerder die week kreeg ik melding van de begrafenisondernemer van het overlijden van J.V.L, toevallig dezelfde initialen als Joke. De begrafenisondernemer wist erg weinig te vertellen over J.V.L. dus moest ik naar het rusthuis telefoneren waar ze de laatste jaren heeft doorgebracht. Na enkele wachtmuziekjes wordt ik doorverbonden met de persoonlijke verpleegster die me enkele karaktertrekken en anekdotes kan vertellen. Het voelt raar aan om door de telefoon het leven van een onbekende te overlopen, even lijkt het alsof ik haar al jaren ken.</p>
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">Michaël Vandebril en Joke van Leeuwen staan al op de parking te wachten, als we met de auto het domein opdraaien. We schudden handen en overlopen nog even hoe de eerste uitvaart zal verlopen. Dan rijdt de lange grijze auto voor, waarna we er in een mager rijtje achter lopen. De dragers hebben hun zwarte slipjassen aan en vouwen de handen op de rug. Hoewel het maar de tweede strooiweide is, lijkt de dreef erg lang. Er steekt een felle wind op waardoor we allemaal bijna buigend achter de kist lopen, tot we aan de juiste strooiweide komen. De wagen stopt, waarna de urne in stilte naar de strooiweide wordt gedragen, om daar op een sokkeltje te worden gezet. Hun gebaren verraden routine, hoewel ze verzekerden dat het ook ver hen steeds een integere uitvaart is. Een van de dragers fluistert dat het de geschikte moment is voor het gedicht. Joke gaat aan de urne staan, en de rest schuifelt dichterbij zodat de harde wind ons niet belet om haar woorden te horen. Ze moet het papier waarop het gedicht staat stevig vasthouden.</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p><strong>Voor JVL</strong></p>
<p>U heeft geleefd, uw voeten zijn gegroeid,<br />
raakten de aarde aan, tot ze verbaasd om<br />
wat niet wilde op de plankjes van de rolstoel<br />
bleven staan. Uw handen tastten naar uw tas<br />
waarin uw wereld en uw zakdoek zat,<br />
uw ogen naar de man die ooit dichtbij u was,<br />
naar wie u hielpen, naar het licht dat u begroette.</p>
<p>Waar u nu ook mag zijn waar u niet bent,<br />
we zullen weten dat u heeft geleefd en liefgehad<br />
en dat daar de gordijnen open moeten.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">Na het voorlezen vouwt Joke van Leeuwen het papier op en één voor één groeten we een laatste keer J.V.L. Eén van de uitvaartmedewerkers orchestreert ons in een rijtje langs de weide, waarna de drager de assen uitstrooit. De wind doet onze ogen prikken. Aan de overzijde van de weide zie ik dat een andere uitvaart in gang wordt gezet. Het is een dubbelzinnig contrast tussen de stoet van dertig mensen die achter de wagen wandelen, en het rijtje van zes die een Eenzame Uitvaart verzorgen. Wanneer de drager met de lege urne terugkeert lijkt het alsof de wind even een korte opstoot krijgt, het stof uit het gras tilt. In stilte wandelen we terug.</p>
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">
<blockquote>
<p style="text-align: justify;">Voor gedicht: Joke van Leeuwen<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p>
</blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2009/01/29/eenzame-uitvaart-nr1-jvl/feed/</wfw:commentRss>
		</item>
	</channel>
</rss>
