<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Eenzame Uitvaart</title>
	<atom:link href="http://www.eenzameuitvaart.be/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.eenzameuitvaart.be</link>
	<description>gedichten om niet meer te vergeten</description>
	<lastBuildDate>Fri, 09 Dec 2011 14:32:55 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.2.1</generator>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 20, R.G.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/12/09/eenzame-uitvaart-nr-20-r-g/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/12/09/eenzame-uitvaart-nr-20-r-g/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 09 Dec 2011 12:36:26 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Andy Fierens]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=307</guid>
		<description><![CDATA[R.G. is op 10 augustus 1956 geboren te Merksem en in zijn woning in Antwerpen overleden op 25 november 2011. Zijn uitvaart vond plaats op begraafplaats Schoonselhof in de vroege ochtend van donderdag 8 december. Dichter van dienst was Andy Fierens. De stad Antwerpen deint langs alle kanten een beetje uit, vloeit over in buitenwijken [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p><strong></strong>R.G. is op 10 augustus 1956 geboren te Merksem en in zijn woning in Antwerpen overleden op 25 november 2011. Zijn uitvaart vond plaats op begraafplaats Schoonselhof in de vroege ochtend van donderdag 8 december. Dichter van dienst was Andy Fierens.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">De stad Antwerpen deint langs alle kanten een beetje uit, vloeit over in buitenwijken en havenkwartieren, of je botst stoemelings op de autostrade, de ring of de Schelde. Maar deze keer moet ik echt in de laatste straat van de stad zijn, met daarachter niets meer. Alleen velden, natuurgebied dat is gegroeid op de door olieraffinaderijen vervuilde grond, waarop ‘s zomers enkele festivals op worden georganiseerd. Men plant er de bouw van een voetbalstadion maar tot het zo ver is blijft dit straatje – eigenlijk niet meer dan een parking met een verzameling aan vuilcontainers en twee hoge appartementsblokken – een soort appendix van de stad. Je kan het gemakkelijk vergeten, of wegknippen.<span id="more-307"></span></p>
<p style="text-align: justify;">Op maandagochtend 5 december krijg ik bericht van de Firma dat er na een lange stilte weer een eenzame uitvaart zal plaatsvinden. Meneer R.G. werd door de politie in zijn appartement aangetroffen, hij was ongehuwd. De mail sluit gewoontegetrouw af met ‘verder geen gegevens bekend’.</p>
<p style="text-align: justify;">Na een antwoord van mijn kant met de mededeling dat dichter Andy Fierens een gedicht zal schrijven en de uitvaart zal bijwonen, krijg ik het contactgegevens van de betrokken hoofdinspecteur van de politie en het nummer van het proces-verbaal dat deze heeft opgesteld. De hoofdinspecteur is op maandag echter niet aanwezig, krijg ik te horen van één van zijn collega’s. En officieel mag deze ook niets mededelen over meneer R.G. of wie dan ook omwille van het beroepsgeheim.</p>
<p style="text-align: justify;">Ik had toch graag iets meer informatie verkregen over meneer G. Lag hij al lang op zijn appartement, waren er geen foto’s, hobby’s die meneer nog heeft gehad? De inspecteur van dienst belooft mijn vraag door te spelen aan de hoofdinspecteur en tipt me te rade te gaan bij de rechtbank om inzage te vragen in het proces verbaal. Maar ook daar zal ik bot vangen. Inzage in een dossier moet schriftelijk aangevraagd worden en een toestemming van de procureur des Konings kan tot vijf werkdagen op zich laten wachten.</p>
<p style="text-align: justify;">Ik weet ook niet of ik dat allemaal wel wil: alle details kennen omtrent zijn overlijden. Alleen wat karaktertrekken van R.G. zou handig zijn voor het schrijven van het gedicht, of een korte opsomming van eventuele hobby’s. Er is volgens mij een grens aan het wroeten in iemands leven om hem middels een gedicht een gezicht te geven, maar waar die lijn ligt is telkens weer aftasten.</p>
<p style="text-align: justify;">Ik besluit langs het appartement van de onfortuinlijke meneer G. te fietsen, misschien waren er nog buren in zijn plotse verdwijning geïnteresseerd. Via Google Street View, de net gelanceerde service waarmee je via je computer door de straten van een stad kan wandelen, bekijk ik ter voorbereiding de twee blokken al even. Aan het huisnummer kan ik afleiden dat R.G. op de derde verdieping woonde maar als ik in de hoogte scroll wordt de gevel vaag. Het cameraatje van Google filmde blijkbaar niet in de hoogte. Voor het gebouw loopt een in het zwart gesluierde Marokkaanse vrouw die een kinderwagen voortduwt. Ze kijkt verbaasd in de lens van Google maar haar gezicht is wazig. Dat moet zo van Google, we mogen niemand herkennen.</p>
<p style="text-align: justify;">Misschien wandelde meneer R.G. wel ergens rond, toen het wagentje van Google door Antwerpen reed. Werd hij gecapteerd wanneer hij een blokje om liep of naar de winkel ging en zo vereeuwigd met een screenshot in het decor van een straat. Zo weet ik dat als ik naar het adres van mijn ouders surf er een vrouw met geblurd gezicht kromgebogen de brievenbus leegmaakt. Ik weet dat het mijn moeder is want er zou nooit een wildvreemde hun brievenbus leegmaken. Maar ik kan onmogelijk alle straten in Google Street View afdweilen op zoek naar de mogelijke beeltenis van meneer R.G.</p>
<p style="text-align: justify;">Als ik aankom bij het appartement van meneer R.G. staat de gesluierde Marokkaanse vrouw uiteraard niet meer op de stoep. Wel heel veel andere vrouwen die allemaal kinderwagens voort duwen of jengelende kinderen meetrekken aan de hand. In de brievenbus van meneer R.G. ligt een reclameblaadje van Aldi bovenaan, ik kan het zien door de brede gleuf. Na te hebben aangebeld bij drie van zijn buren krijg ik bij de vierde pas gehoor. Ja, mevrouw weet dat meneer G. gestorven is. Wacht, zegt ze, ik kom even tot beneden.</p>
<p style="text-align: justify;">De buurvrouw blijft steeds op een tweetal meter bij me vandaan staan. Wanneer ik dichterbij wil komen, deinst ze achteruit. Ze loopt tegen de zestig aan, bedenk ik me.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Ja, meneer is overleden.’</p>
<p style="text-align: justify;">‘U kende hem niet?’ vraag ik.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Neen, hij was erg eenzaam,’ antwoordt ze.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Maar u heeft hem nooit gesproken?’</p>
<p style="text-align: justify;">‘Neen hij leefde teruggetrokken. Eenmaal per week kwam de poetsvrouw langs en die kreeg geen gehoor. Toen hebben ze de sociale dienst erbij geroepen en de politie. Hij is in zijn bed gevonden en was blijkbaar de dag ervoor gestorven,’ zegt de buurvrouw. Meer kom ik niet te weten. ‘s Avonds belt de hoofdinspecteur me op, hij heeft mijn boodschap goed ontvangen. Vriendelijk legt hij me uit dat meneer G. niet veel spullen bezat, enkel een tafel, wat stoelen, een zetel en een bed. De hoofdinspecteur kan weinig meer vertellen maar zegt volgende week het appartement opnieuw te bezoeken, ditmaal in gezelschap van de vrederechter. Maar dat is te laat.</p>
<p style="text-align: justify;">De dag voor de uitvaart keer ik met Andy Fierens nog eens terug naar het appartement. Onderaan is de Woonhaven gevestigd, de dienst die sociale woningen verleent en meneer R.G. gekend moeten hebben. Er staat echter een wachtrij van meer dan dertig personen maar bij toeval kunnen we iemand aanspreken die net het kantoor verlaat. Hij geeft ons het nummer van de persoon bij de sociale dienst die contact zou hebben gehad met meneer R.G. Maar als ik die wat later opbel herinnert hij zich alleen dat hij een sociale woning voor meneer G. heeft voorzien en men hem heeft helpen verhuizen. Zijn vorige woning was verwaarloosd geraakt.</p>
<p style="text-align: justify;">We weten, na alle vergeefse moeite, nog steeds erg weinig over meneer R.G. Dat hij sober leefde en naar een sociale woning was verhuisd, om daar zonder het bezoek van familie of vrienden te sterven. Op donderdagochtend 8 december, ik vertrek thuis wanneer het nog donker is en kom op Schoonselhof aan om vijf voor negen, is het zijn begraving en zullen we merken dat we op zulke momenten nog het best iets te weten komen over de persoon die we laatste groet brengen.</p>
<p style="text-align: justify;">Het is ongewoon vroeg voor een uitvaart, omdat ze er nog vier anderen hebben die dag doen ze deze voor de dag echt op gang is gekomen, en de sfeer is uitgelaten bij aankomst van de dragers aan de hoofdingang van Schoonselhof. De eerste man die uit de bestelwagen stapt vertelt dat ze met te weinig zijn om de kist te dragen die er zo aankomt in de lijkwagen.</p>
<p style="text-align: justify;">‘En dus hebben we een probleempje,’ zegt hij. ‘Meneer was nogal zwaar.’</p>
<p style="text-align: justify;">‘We moeten meedragen?’</p>
<p style="text-align: justify;">‘Dat zal een optie zijn. Vier dragers plus jullie twee maakt zes en dat zou moeten lukken.’ Dan komt de wagen met de kist aangereden. Verbeelden we het ons of zakt de achterkant van de wagen echt wat naar beneden?</p>
<p style="text-align: justify;">‘De smalste mag meerijden met de corbillard, de dikste met de bestelwagen.’ Stilzwijgend nemen we onze posities in. Als ik naast de twee andere dragers vooraan in de corbillard kruip merk ik op dat het de eerste maal is dat ik in zo’n wagen meerijd.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Het is niet erg om vooraan te zitten. Als je je in de laadbak bevindt heb je een probleem,’ merkt de chauffeur laconiek op. Vooraan zit het verduiveld krap voor de benen. Aangekomen op het perk waar meneer R.G. zal worden begraven staan de twee gravers al klaar. Er wordt beslist om het rolkarretje te gebruiken dat één van de gravers heeft ontworpen en gelast en hij wordt daar nogmaals uitvoerig voor gecomplimenteerd. De kist is zwaar tillen en geraakt met veel gedoe op het karretje.</p>
<p style="text-align: justify;">Aan de grafkuil aangekomen wordt met veel organisatie een plan uitgedokterd om de kist eerst op de schragen te krijgen, tijd te creëren voor het gedicht en de armen uit te laten rusten, om dan de kist naar zijn laatste bestemming te laten zakken. Als de combinatie van dragers en gravers de hachelijke onderneming start schiet Andy te hulp om de kist zonder slag of stoot op de steunen te krijgen. Mijn drie witte rozen in cellofaanfolie gaan op de kist.</p>
<blockquote><p><strong>EENZAAM, VERLATEN EN ALLEEN</strong></p>
<p>Men wist mij weinig te vertellen over jou, ik onthou je<br />
als een Crusoe wiens leven schipbreuk leed en die<br />
aanspoelde in een antwerpse flat. Je poetsvrouw<br />
heette Vrijdag. Verder kwam er geen kat.</p>
<p>55 jaren, herleid tot één wankele seconde die in het schip<br />
van zijn kist aanvangt te verdwalen in de tijd.</p>
<p>Wat kan ik nu nog doen? Ik heb je niets te bieden.<br />
Tenzij misschien – stel dat ik voor jou een ander bestaan<br />
verzin, een nieuwe kans. Fantaseren hoe het mooier kan,<br />
wie doet dat niet?</p>
<p>Voor mezelf bijvoorbeeld, denk ik dan: stel dat ik je vader<br />
was, dan nam ik je op mijn schoot. Als vriend gaf ik je<br />
mijn schouder. Als vrouw mijn trouwe mond.</p>
<p>Wie wil jij zijn? Hoeveel kansen heeft iemand nodig?<br />
Eén? Tien? Ik moet geen foto zien om te weten hoe het was,<br />
zo’n eiland op drie hoog, helemaal voor jou. Een kinderdroom.<br />
Maar in grote mensentaal betekent het eenzaam, verlaten<br />
en alleen.</p>
<p>“Waar ga je heen?” zal ik vragen als ik je tegenkom,<br />
deinend in een gedachte of een slapeloze nacht.<br />
En dan vaar ik een stukje met je mee.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Eén van de gravers pinkt een traan weg met zijn gehandschoende vinger en zegt hij het gedicht ontzettend ontroerend vindt. Er wordt instemmend geknikt maar de gedachten zijn toch vooral al bij meneer R.G. en zijn onvoorwachte gewicht. Een kist in buitengewoon formaat op schragen krijgen is al één zaak, deze met twee touwen naar beneden laten zakken is een veel gewaagdere karwei. Maar het lukt. We buigen nog een laatste keer het hoofd voor meneer R.G. waarna we het perk verlaten en de drager met het verzorgde witte baardje vertelt over een zaak in het verleden waarbij commotie was ontstaan bij het kisten van een zwaar persoon.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Ik moest in het ziekenhuis zijn om het lichaam op te halen. In het deurgat achter mij stonden drie verpleegstertjes die niet durfden binnenkomen. De persoon op tafel was zo zwaar dat ik al lachend opmerkte dat ze meneer toch echt wel eerst hadden mogen aflaten,’ vertelt hij. ‘Zoals een ballonnetje.’ Zijn collega’s lachen. Het is duidelijk een verhaal dat al lang meegaat.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Maar die verpleegsters waren zo gechoqueerd dat ze naar de directie stapten en toen is er veel trammelant ontstaan.’ Ik moet lachen.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Humor moet kunnen,’ zeg ik. Ik wordt uitgenodigd om weer plaats te nemen in de corbillard voor een lift naar de ingang van Schoonselhof. Met onze benen in een deuk vertelt de chauffeur verder over het begraven van ‘buitengewone maten’. ‘Lichamen die ze in de diepvries stoppen,’ vertelt hij. ‘Die passen achteraf soms niet meer in de kist.’</p>
<p style="text-align: justify;">‘Diepvries?’ vraag ik. De koelcel ken ik.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Als we personen hebben die al in ontbinding zijn kunnen deze niet in de koelcel maar moeten ze in de diepvries. Maar wanneer hun arm nog geplooid is dan steekt de elleboog te ver uit en past deze niet in de kist. En dan moeten we, alleen omdat de elleboog uitsteekt en het lichaam is bevroren, naar buitengewone kistformaten grijpen.’</p>
<p style="text-align: justify;">‘Dat wist ik niet,’ antwoord ik.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Soms vragen we om de lichamen voor ze in de diepvries gaan samen te binden zodat er niets uitsteekt en dan kunnen ze zo, hup, de diepvries uit en de kist in.’ Als we aan de uitgang komen rijden ze haast door en kan ik nog net zeggen dat ik niet mee ga naar de volgende uitvaart. Tot de volgende, zeggen ze. En: bedankt. Café De Leuvenaar is op dit vroege uur nog gesloten.</p>
<blockquote><p>Voor gedicht: Andy Fierens<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/12/09/eenzame-uitvaart-nr-20-r-g/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 19, A.V.D.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/23/eenzame-uitvaart-nr-19-a-v-d/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/23/eenzame-uitvaart-nr-19-a-v-d/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 23 Sep 2011 14:25:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Jan Aelberts]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=299</guid>
		<description><![CDATA[Mevrouw A.V.D. is geboren op 29 oktober 1919 en in RVT Vinck Heymans te Antwerpen overleden op 26 augustus 2011. Haar uitvaart vond plaats op 13 september 2011 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Jan Aelberts. Elke uitvaart kent dezelfde aanloop; een telefoontje van Maarten, wat later een e-mail met een handvol gegevens, meestal [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>Mevrouw A.V.D. is geboren op 29 oktober 1919 en in RVT Vinck Heymans te Antwerpen overleden op 26 augustus 2011. Haar uitvaart vond plaats op 13 september 2011 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Jan Aelberts.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Elke uitvaart kent dezelfde aanloop; een telefoontje van Maarten, wat later een e-mail met een handvol gegevens, meestal twee datums en verder niet zoveel. Als je in één van die e-mails zo’n leven samengevat ziet is een zeker idee van troosteloosheid moeilijk te onderdrukken. Ook van mevrouw A.V.D. is weinig bekend. Ze zou ooit een café gehad hebben en ze lachte graag, maar wie niet.<br />
Na zo’n e-mail volgt het schrijven van een gedicht, laat meestal, na het andere werk. <span id="more-299"></span>De dag van de uitvaart neem ik steeds de trein in Gent, volgt een treinreis van 44 minuten en een tramrit van 18 minuten, waarna ik om 14u55 aankom bij het Schoonselhof. De laatste halte van tram 24. Ver moet je de symboliek in Antwerpen nooit zoeken. Er is een weg die me gevaarlijk lijkt en aan de overkant is er een enkel café, de Leuvenaar, dat weinig indruk op me maakt, maar waar bij gebrek aan alternatieven na afloop toch soms een glas gedronken werd. Dit keer niet, tenslotte is Maarten met vakantie. Daarmee is ook het aantal aanwezigen op de uitvaart gehalveerd. Dragers en gravers niet meegerekend, uiteraard.<br />
De afwezigheid van Maarten maakt ook dat ik zelf een plantje meeneem uit Gent. De naam ervan ken ik niet, maar de bloemen zijn paars. Tussen Lokeren en Antwerpen-Zuid vraagt een vrouw van dertig – een schatting – naar de reden van dat plantje en ik vertel haar over de Eenzame Uitvaart en ze vindt het triest en mooi en wenst me veel succes. Vervolgens leest ze verder in een Dag Allemaal. Op de cover prijkt de baby van een wielrenner, een vrouw, ontevreden over haar maagring, en een dementerende Guido Horckmans.<br />
‘Hoe is het met Guido Horckmans?’, vraag ik de vrouw.<br />
‘Hij dementeert’, zegt ze.<br />
Of hoe essentie en banaliteit elkaar kruisen. Ik besluit snel het gesprek. Even later stap ik af in Antwerpen-Zuid, waar tram 24 al op me wacht. De lucht is grijs, het is een dag van niks. Wanneer ik 18 minuten later het Schoonselhof betreed begroet de zoon van de begrafenisondernemer me. Hij is nog jong, maar duidelijk is al dat hij het bedrijf ooit zal overnemen. Hij houdt van de stiel. Terwijl we de wagen in statige passen volgen, hebben we het over uitvaarten op zee. Die vinden plaats voor de kust van Oostende, op een oude vissersboot. Het is een mooie ervaring, zegt hij, en het is jammer dat niet meer mensen ervoor kiezen. De zee, het lijkt me een uitstekend graf.<br />
De ondernemer en zijn dragers, wat verderop vier gemeentelijke doodgravers, één ervan leunend op zijn spade en ik, we staan allemaal rond de kist van mevrouw A.V.D. Ik hoop dat ze een goed leven had. Vervolgens draag ik voor en buigen we. De kist wordt neergelaten en later toegedekt. Het naamloze plantje zal erbij worden gezet. Wanneer we het Schoonselhof verlaten breekt de zon door. Dat is vaker zo.</p>
<blockquote><p>Hier stapelt geen mens nog blonde wolken,<br />
dirigeert niemand een zwarte spreeuwendans,<br />
hier barst geen lach los in de verte<br />
die zich verspreidt over het land.</p>
<p>Hier is niemand die een vuist maakt<br />
naar de hemel<br />
of vloekend huiswaarts gaat.</p>
<p>Slechts de horizon gewassen<br />
in een starre, grijze lucht.</p>
<p>En u</p>
<p>verbeeld als kist, vier dragers,<br />
een stuk leven dat zich zo<br />
nog één keer opricht in wat woorden<br />
en zich dan tot grond bekeert.</p></blockquote>
<blockquote><p>Voor gedicht en verslag: Jan Aelberts</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/23/eenzame-uitvaart-nr-19-a-v-d/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 18, P.C.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/22/eenzame-uitvaart-nr-18-p-c/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/22/eenzame-uitvaart-nr-18-p-c/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 22 Sep 2011 09:24:05 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Begraafplaats Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=291</guid>
		<description><![CDATA[P.C. is op 5 oktober 1953 geboren en overleed in Antwerpen op 27 augustus 2011. Zijn uitvaart vond plaats op begraafplaats Schoonselhof op dinsdag 13 september 2011 om 14u. Er was niemand aanwezig. Net voor ik op vakantie wilde vertrekken kreeg ik van de uitvaartondernemer een melding van de asuitstrooing van meneer J.V.D., die had [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>P.C. is op 5 oktober 1953 geboren en overleed in Antwerpen op 27 augustus 2011. Zijn uitvaart vond plaats op begraafplaats Schoonselhof op dinsdag 13 september 2011 om 14u. Er was niemand aanwezig.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Net voor ik op vakantie wilde vertrekken kreeg ik van de uitvaartondernemer een melding van de asuitstrooing van meneer J.V.D., die had blijkbaar nog een laatste wilsbeschikking opgesteld. Toen ik achthonderd km verwijderd zat van Antwerpen kwam er nog een mail met informatie over de eenzame uitvaart van meneer R.C., in Charleroi geboren maar in Antwerpen overleden. Joke van Leeuwen en Stijn Vranken verzorgden respectievelijk deze uitvaarten met een gedicht. Het was zes maanden stil geweest rond De Eenzame Uitvaart, niemand leek eenzaam te sterven, wat goed nieuws was, maar dan ging ik op vakantie met een stapel nog te lezen boeken en liep het blijkbaar anders. <span id="more-291"></span>Van F. Starik had ik vooraf nog de leestip gekregen om ‘Rood’ van Uwe Timm te lezen, over een begrafenisredenaar die tobt over een nieuwe liefde, zijn politieke verleden en een overleden vriend. Onder een notenboom heb ik één passage onderstreept:</p>
<p style="text-align: justify;">“Neen, zei de oudste doodgraver, in de zomer is het meestal vrij rustig. Ik zeg altijd: als de dokters met vakantie zijn, hebben wij minder werk. Slechte tijden.”</p>
<p style="text-align: justify;">Natuurlijk zijn het geen slechte tijden, maar de grillige willekeur van de dood in bepaalde maanden verbaasde niet alleen mij maar ook de uitvaartondernemer. We hadden eerder al een mailconversatie gehad over de stilte tussen januari en de zomer, over het uitblijven van eenzame uitvaarten in het voorjaar, en dat al gedurende twee jaar. Maar uiteraard valt daar niets achter te zoeken, het is een merkwaardige vaststelling die weer mank loopt bij elke eenzame dode die in de rij wordt bijgelegd.</p>
<p style="text-align: justify;">En dan, nadat <a href="http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/06/eenzame-uitvaart-nr-16-j-v-d/">eenzame uitvaart nr. 16</a> en <a href="http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/13/eenzame-uitvaart-nr-17-r-c/">nr. 17</a> geregeld waren, verscheen er nog een mailtje van de uitvaartondernemer in mijn INBOX met de mededeling dat ik ‘misschien vroeger op vakantie had moeten gaan’. Er zouden nog twee extra uitvaarten worden ingelast op dinsdag 13 september. Eén om 13u45, die van meneer P.C., en één om 14u45, voor mevrouw A.V.D. Netjes ingepland, met een uurtje tussen, zodat de lijkwagen de tijd had om weer naar het centrum te rijden om de volgende kist in te laden. Bij de informatie over mevrouw A.V.D. staat er een telefoonnummer van het rusthuis Vinck Heymans waar ze is overleden. Na door de receptie te zijn doorverbonden met twee verpleegsters die mevrouw V.D. hebben gekend, de één al wat beter dan de andere, krijg ik een iets persoonlijker beeld van haar.</p>
<p style="text-align: justify;">Ze zou in Nederland geboren zijn als een plezante dame die graag grapjes maakte. In Antwerpen bezat ze twee bars, maar waar die zich bevonden of onder welke naam ze opereerde, wisten ze niet. Ze was gescheiden maar hield nog contact met haar schoonzus, tot deze enkele jaren geleden overleed. Ik belde de gegevens door naar Jan Aelberts die het gedicht zou schrijven en voorlezen op Eenzame Uitvaart nr. 19.</p>
<p style="text-align: justify;">Mijn provider liet ondertussen middels een tekstbericht weten dat mijn telefoonrekening tegen de maximumgrens van 100 euro opliep. Ik moet een bericht met een code naar een nummer sms’en, waarna ik weer volop gebruik zou kunnen maken van hun diensten. Het totaalbedrag zou op mijn factuur verschijnen. Ik stuurde de code en bereidde Eenzame Uitvaart nr. 18 voor. Er was immers al een tijd verstreken, de uitvaart kwam dichterbij, meneer P.C. had lang genoeg in de koelcel gelegen.</p>
<p style="text-align: justify;">Naar meneer P.C. was het lastiger zoeken. Er was dan wel een telefoonnummer van het Sociaal Centrum van de Antwerpse wijk Luchtbal, maar de assistente had meneer C. niet persoonlijk gekend, enkel zijn overlijdensdossier opgesteld. Op Google Maps zie ik dat hij niet ver van mij woont, maar langs zijn huis gaan kan ik niet. Volgens de sociaal assistente had meneer nog een vriend die in het ziekenhuis lag, maar ze wist niet of hij al op de hoogte was gebracht van het overlijden van P.C. Ik vroeg, omdat ik in het buitenland zat, of zij de vriend in het ziekenhuis op de hoogte kon brengen van praktische informatie omtrent de uitvaart op dinsdag 13 september, om 14u, op begraafplaats Schoonselhof. We namen afscheid aan de telefoon en ze beloofde dat ze het zou doen, de vriend opsporen, en me terugbellen indien ze hem verwittigd had.</p>
<p style="text-align: justify;">Dat telefoontje kwam er niet. Meneer P.C. ging een eenzame uitvaart tegemoet, zonder dichter of gedicht deze keer. Op dinsdag 13 september, om 14u, dronk ik een glas op hem, achthonder kilometer verderop. Op mijn hand tel ik de akelige nummers, zestien, zeventien, achtien en negentien. Ze volgen elkaar veel te snel op.</p>
<blockquote><p>Voor verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/22/eenzame-uitvaart-nr-18-p-c/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 17, R.C.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/13/eenzame-uitvaart-nr-17-r-c/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/13/eenzame-uitvaart-nr-17-r-c/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 13 Sep 2011 08:08:06 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>
		<category><![CDATA[Stijn Vranken]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=281</guid>
		<description><![CDATA[R.C. is op 12 maart 1929 geboren te Charleroi en overleden in Antwerpen op 29 augustus 2011. Meneer R.C. werd begraven op maandag 12 september 2011 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Stijn Vranken. Veel niet Vaag soms hoe het was, steeds duidelijker nooit hoe het zal. Veel weten wij niet. Hoeveel waarvan en [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>R.C. is op 12 maart 1929 geboren te Charleroi en overleden in Antwerpen op  29 augustus 2011. Meneer R.C. werd begraven op maandag 12 september  2011 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Stijn Vranken.</p></blockquote>
<p><span id="more-281"></span></p>
<blockquote><p><strong>Veel niet</strong></p>
<p>Vaag soms hoe het was, steeds<br />
duidelijker nooit hoe het zal.</p>
<p>Veel weten wij niet.</p>
<p>Hoeveel waarvan en voor wie,<br />
waarom en wanneer dan, wij,<br />
toeschouwers van het onzichtbare,<br />
verstokte bedenkers van de eeuwigheid.</p>
<p>Veel kunnen wij niet.</p>
<p>Enkele dagen dit lichaam besturen,<br />
deze aarde bestaan, daarop al eens<br />
de hemel beramen. En wachten, allemaal<br />
samen apart in kamers op elkaar of iets.</p>
<p>Of niet. Veel niet.</p>
<p>Geloven, reddeloos, en ongehoord<br />
ophouden.</p>
<p>&nbsp;</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Dit is een verslag van iets wat vooral niet gebeurd is.</p>
<p style="text-align: justify;">Wat wel. Een ruime hoeveelheid wind stond op z’n plaats, ietwat voortvarende wolken dreven voorbij, en het wilde natuurlijk regenen, maar wist niet goed hoe hard. Een typisch Belgische voormiddag van het genre zozo.</p>
<p style="text-align: justify;">Dan wij. Paraat. De vorm in z’n hemd. Beleefd en met respect en wat nog al. Links de kloeke dragers van de eeuwigheid in spaanderplaat, rechts de zwartgenagelde dichters van het laatste gat. Daartussen en tegen de wind in wachtend op zijn rol: ondergetekende, souffleur van de zoveelste stilte.<br />
Figuranten rond een onbekende hoofdrolspeler. De hele slotscène duurde exact zeven minuten. Cut.</p>
<p style="text-align: justify;">R.C. Tweeëntachtig jaar. Geboren in Charleroi, in eigen bed overleden te Antwerpen, Lange Lozanastraat. C. Een naam met West-Vlaamse roots, zo blijkt. Charleroi, West-Vlaanderen, er vallen probleemloos verhalen te verzinnen. Mij is het al eender. En dan natuurlijk Google Maps, sattelietbeeldmodus. Lange Lozanastraat nummer zoveel. Enter. Het levert zoals gewenst weinig op: het dak van een groot appartementsblok. Kamers op elkaar. Meer dan voldoende.<br />
Ik had in de omgeving van zijn laatste woonplaats op zoek kunnen gaan naar meer sporen. Een café. Een kapper. Een bakker. Verhalen, vlekken. Ik heb het niet gedaan. Geen enkel behoefte aan de laatste roddelrandjes van iemands bestaan. Dit draait niet om zijn leven. Dit draait zelfs amper om zijn dood. Dit draait om de dood, in één van zijn meest grijnzende, door onszelf geschapen gedaantes. De tekst moet koud zijn, beslis ik alweer. Zacht, maar koud.</p>
<p style="text-align: justify;">Misschien nog dit: op de bodem van de put lag een bedje van stro.</p>
<blockquote><p>Voor verslag: Stijn Vranken, 12 september 2011</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/13/eenzame-uitvaart-nr-17-r-c/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 16, J.V.D.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/06/eenzame-uitvaart-nr-16-j-v-d/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/06/eenzame-uitvaart-nr-16-j-v-d/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 06 Sep 2011 20:06:09 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Joke van Leeuwen]]></category>
		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=270</guid>
		<description><![CDATA[J.V.D. is op 26 januari 1932 geboren te Antwerpen en daar overleden op 25 augustus 2011. Meneer J.V.D. werd uitgestrooid op dinsdag 6 september 2011 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Joke van Leeuwen. Ik vervang de onvervangbare Maarten die op vakantie is. Het lukt me niet van tevoren bij de buren van de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote><p>J.V.D. is op 26 januari 1932 geboren te Antwerpen en daar overleden op 25 augustus 2011. Meneer J.V.D. werd uitgestrooid op dinsdag 6 september 2011 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Joke van Leeuwen.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Ik vervang de onvervangbare Maarten die op vakantie is. Het lukt me niet van tevoren bij de buren van de heer J.V.D in zijn serviceflat aan te kloppen. Wel bel ik naar het OCMW-centrum dat de uitvaart doorgaf. De vrouw die ik aan de lijn moet krijgen is op verlof, een andere doet zeer haar best en is uiterst vriendelijk en behulpzaam, maar kan niet meer over hem vertellen dan wat ik al weet.<span id="more-270"></span></p>
<p style="text-align: justify;">De heer J.V.D moet een wilsbeschikking hebben gehad, want hij wil gecremeerd worden. Dit is de tweede keer dat ik een asverstrooiing meemaak, ook de allereerste Eenzame Uitvaart was een asverstrooiing. Toen stond ik tegen de koude harde wind in voor te lezen. Nu druilt de regen. Een kille septemberdag.</p>
<p style="text-align: justify;">Ik besluit op weg naar het crematorium langs het dienstencentrum te rijden waar hij woonde. Het is een redelijk modern gebouw, er zitten negenenvijftig woningen in en het ligt dichtbij een winkelcentrum.</p>
<p style="text-align: justify;">Terwijl ik op het Schoonselhof met een bosje witte rozen de aankomst van de begrafenisauto opwacht, blijkt die er al te zijn. Achterin staat de kleine urn met veel ruimte eromheen. Wanneer de auto zich in beweging zet en ik er samen met een man van de begrafenisonderneming achteraan loop, komt er nog  iemand. Het is de naaste buurman van de heer J.V.D. Met ons drieën betreden we het plein voor het strooiveld. Ik breng mijn gedicht (waaraan ik hier één regel heb veranderd).</p>
<blockquote><p><strong>GEDICHT VOOR J.V.D (1932-2011)</strong></p>
<p>Gekregen als begin: een voornaam, achternaam.<br />
Zo leren lopen op twee benen. Vanzelf wordt wie<br />
een leven heeft eerst groot, dan oud. Hij was<br />
verpleger voor zijn brood, zeg aan wiens bed.</p>
<p>Zijn namennaam, die langzaam dunne code werd,<br />
zal ik die eens hard roepen op dit gras?<br />
Of in een brievenbus met toch alleen reclame?<br />
Tegen het licht in de lantaarnpalen?</p>
<p>En dan vertalen naar bekend van toen en daar?<br />
Of schrijven in het zand, bij eb, met een gejut stuk hout?<br />
(Dan neemt de vloed hem mee, de zee van namen in<br />
waar hoge golven ze dag in dag uit herhalen.)</p>
<p>&nbsp;</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Ik eindig met het noemen van zijn naam. Dan wordt de as uitgestrooid, in een rechthoek, ik leg er mijn roosjes op en we brengen een laatste groet. Wanneer we op de terugweg zijn, komt er nog iemand aangefietst, het is de overbuurman van de heer J.V.D.. Hij was de verkeerde kant op gestuurd. We besluiten nog eens mee te gaan zodat ook hij de laatste eer kan bewijzen. Hij kende de heer J.V.D. een jaar en er was een prettig contact. Terwijl hij weer op zijn fiets stapt loop ik met de andere buurman terug. Die is twee jaar jonger dan J.V.D., zegt hij. En hij vertelt dat J.V.D. in de verpleging werkte, in het Stuivenbergziekenhuis. Hij had geen kinderen, hij zou een zuster in Amerika hebben, maar dat is niet zeker. Hij klaagde nooit, ze hadden niet het idee dat er wat met hem was. Opeens werd hij met een ambulance opgehaald en niet veel later hoorden ze van zijn dood.</p>
<p style="text-align: justify;">Als ik de weg op rijd, zie ik de naaste buurman in de drenzende regen naar de tram wandelen. Ik bied hem een lift aan, ik weet nu waar hij woont. Hij vertelt dat hij op scheepswerven in de metaal werkte. Hij  kende de heer J.V.D. al vijf jaar, en het was een vriendschappelijk contact.</p>
<p style="text-align: justify;">Wat goed dat die twee er waren, dat geeft toch het gevoel dat hij weliswaar geen familie om zich heen had, maar wel naaste buren op wie hij kon rekenen.</p>
<blockquote><p>Voor gedicht en verslag: Joke van Leeuwen</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/09/06/eenzame-uitvaart-nr-16-j-v-d/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 15, L.L.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/02/22/eenzame-uitvaart-nr-15-l-l/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/02/22/eenzame-uitvaart-nr-15-l-l/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 22 Feb 2011 14:15:48 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Jan Aelberts]]></category>
		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=254</guid>
		<description><![CDATA[L.L. is op 9 augustus 1938 geboren te Kapellen en overleed in zijn woonst te Antwerpen op 11 februari 2011. Meneer L.L. werd begraven op maandag 21 februari 2011 op begraafplaats Schoonselhof. L.L. laat een echtgenoot na die lijdt aan dementie Dichter van dienst was Jan Aelberts. ‘Vrouw (72) 3 weken opgesloten bij lijk van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote style="text-align: justify;"><p>L.L. is op 9 augustus 1938 geboren te Kapellen en overleed in zijn woonst te Antwerpen op 11 februari 2011. Meneer L.L. werd begraven op maandag 21 februari 2011 op begraafplaats Schoonselhof. L.L. laat een echtgenoot na die lijdt aan dementie<br />
Dichter van dienst was Jan Aelberts.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">‘Vrouw (72) 3 weken opgesloten bij lijk van haar man’ kopte de voorpagina van de Gazet van Antwerpen op 15 februari. Ik stond in een broodjeszaak en bladerde door naar pagina 2 waar het achtergrondverhaal de volledige pagina kreeg. De vrouw leed aan dementie en heeft meer dan drie weken opgesloten gezeten bij het lichaam van haar overleden man in hun appartement. Bij het artikel stond een grote foto van het appartementsgebouw, opnieuw één van de grote sociale woonblokken die men in de rand van Antwerpen vindt. Op dat moment vermoedde ik niet dat het om een eenzame uitvaart zou gaan, er was immers nog zijn vrouw, die volgens de krant Celine heette, en in het nieuwsitem in het Nieuws van die avond kwamen ook enkele getuigenissen van bezorgde buren aan het woord.<span id="more-254"></span></p>
<p style="text-align: justify;">Toch kreeg ik enkele dagen later een mailtje van de uitvaartondernemer dat meneer L.L., door de buren kortweg Lou genoemd, een burgerlijke begraving kreeg dankzij tussenkomst van het OCMW. In het mailtje heette zijn vrouw plots niet meer Celine maar krijgt ze een andere naam toebedeeld. Ik informeerde of zijn echtgenote, ondanks haar ziekte, de begrafenis niet ging bijwonen en of niemand zich had aangediend als nabestaanden, maar het antwoord was kort en bondig; niemand had interesse getoond op de uitvaart aanwezig te zijn. Naderhand werd het ook wel duidelijk dat iemand die door haar vergevorderde dementie niet merkt dat haar man al drie weken dood was, ook niet het besef of de noodzaak zal hebben te rouwen aan het graf. Ik vraag me af waar de echtgenote met de twee namen nu naartoe is, wat er nog in haar hoofd spookt, of ze in een helder moment nog aan Lou kan denken.</p>
<p style="text-align: justify;">Uit het archief diep ik het artikel uit de krant weer op. Men ontdekte het tragische verhaal door de ongeruste buren die de deur van het appartement hadden ingebeukt. Ze hadden eerder al ’s nachts geklop gehoord maar beseften niet dat de vrouw op die manier de aandacht probeerde te trekken. Voor de televisiecamera getuigt een buur dat hij eerder al eens was gaan aanbellen bij meneer Lou maar dat hij mevrouw had horen roepen dat ze de deur niet open kreeg. De buurman dacht daardoor dat alles in orde was en voegde eraan toe dat Lou de enige was waartegen hij nog eens praatte bij het ledigen van de brievenbus. Dat mevrouw het appartement niet kon verlaten had voornamelijk te maken met het speciale slot waarmee de buitendeur was uitgerust, dat moest verhinderen dat de demente vrouw wegliep. Het parket werd ingeschakeld en het labo kwam ter plaatse maar niets wees op kwaad opzet, zei de woordvoerder. Het gaat om een tragische gebeurtenis, benadrukte hij.</p>
<p style="text-align: justify;">Men vraagt zich af hoe de vrouw kon overleven, in die laatste weken. Het rolwagentje vol boodschappen stond onaangeroerd in de gang, en niets wees erop dat mevrouw had gegeten. Bij aankomst in het appartement besefte ze niet wat er aan de hand was en sprak ze over een pop die in de slaapkamer lag, zonder te beseffen dat het haar echtgenoot was die naast het bed lag. Na de getuigenissen van de buren schakelt de nieuwslezer over naar een gelijkaardig tragisch verhaal in Antwerpen uit het verleden, dat van <a href="http://www.eenzameuitvaart.be/2010/11/17/eenzame-uitvaart-nr-13-n-v-k/" target="_blank">Nguyen Van Kham</a>, waarbij de organisatie Familiehulp in enkele seconden mag vaststellen dat de vereenzaming in onze maatschappij sterk toeneemt.</p>
<p style="text-align: justify;">Ik stuur een berichtje naar Jan Aelberts en vraag of hij beschikbaar is om een passend gedicht voor meneer L.L. te schrijven. Later zal ik hem nog de artikels die over meneer L.L. zijn verschenen doorsturen en eraan toevoegen dat Lou zijn enige hobby en vrije tijd het herstellen van oude computers was. Maar voornamelijk stond hij in voor de verzorging van zijn vrouw, ze waren onafscheidelijk. Die oude computers stonden verzameld in de kelderruimte van het appartementsgebouw, maar dieven stalen een week na de lugubere vondst de inboedel.</p>
<p style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">Na het aankopen van drie plantjes witte heide wandel ik begraafplaats Schoonselhof op waar reeds een busje van de uitvaartondernemer stationair draait. Twee dragers warmen zich in de wagen op, ze knikken naar mij. Op het busje staat een fleurige rode roos geschilderd. Ik ben een half uur te vroeg maar algauw draait het rode autootje van Bert het park op en mag bij hem in de wagen wachten op het lijk, zegt hij.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Ik mag toch lijk zeggen’, vraagt hij. ‘Sommigen vinden dat misschien oneerbiedig, maar zo heet het nu eenmaal.’ Enkele minuten later arriveert ook de lijkwagen en is het wachten op Jan, die liet weten dat hij vertraging had met de trein. Bert vertelt over de tijd voordat hij als gepensioneerde ceremoniemeester werd bij de uitvaartonderneming, hij was aangesloten bij de gebroeders Norbertijnen en later werkte hij in dienst van een parochie in Antwerpen bij een priester die nu wordt getipt als nieuwe bisschop.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Hij werkt in de lijn van aartsbisschop Léonard,’ zegt Bert. ‘Iets waar ik minder voeling mee heb.’</p>
<p style="text-align: justify;">‘Conservatief,’ merk ik op.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Behoudsgezind,’ zegt hij. ‘Liever zeggen we behoudsgezind.’</p>
<p style="text-align: justify;">Op het radiootje in de wagen zie ik dat Jan om 13u58 arriveert. ‘Perfect op tijd,’ zegt Bert. We laten hem instappen en rijden naar het perk. Bij de ronde punten die overal zijn aangelegd op begraafplaats Schoonselhof zal Bert zich aan de verkeersregels houden, belooft hij, en tegen de wijzers van de klok in rijden. Zo geeft hij aan de lijkwagen een kans om ons in te halen en voorop te laten rijden, maar de lijkwagen blijft ondanks onze geste achter onze auto rijden.</p>
<p style="text-align: justify;">Als we aankomen bij het perk wordt de kist op vier schouders naar het graf gedragen en op schragen gezet. Bert doet teken dat Jan zijn gedicht mag voordragen:</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p>Ze sprak van een pop in de slaapkamer, een enkele reis<br />
naar de kindertijd. Het besef dreef weg als een flatgebouw<br />
tussen de wolken. De schaduw van een eerste parachutist<br />
viel over de stad. Hij liet uw lichaam koud.</p>
<p>De eerste twintig dagen werd niemand gered.<br />
Er werd geleefd als in een poppenhuis waar niemand sterft<br />
en iedereen slaapt, waar iedereen kan ontwaken<br />
bij monde van de hoop, een profeet aan slappe koorden.</p>
<p>Ze heeft geklopt op de muren tot u<br />
gevonden werd, bij haar. Het stond later in de krant.<br />
Ze sprak van een pop in de slaapkamer, een enkele reis.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Het is muisstil op het kerkhof en er waait een snijdende koude wind tegen onze hoofden. Het weerbericht voorspelt dat dit de laatste winterprik is, volgende week zou het lente worden. Bert doet teken dat we mogen groeten en doet het even voor. Daarna wordt de kist neergelaten en lijkt Bert even te zeggen dat we nogmaals het hoofd mogen komen buigen aan het graf, wat we uiteindelijk doen. Na afloop schudden we handen met de dragers, en schrijft Bert zijn telefoonnummer op een papiertje. ‘Dat kan altijd van pas komen,’ zegt hij. Op de keerzijde staan de details van zijn volgende uitvaart waar de dragers en Bert gehaast naar vertrekken, bij opmerkingen staat: ‘Licht klassieke muziek’. ‘Vivaldi’, merkt Jan op. De vier seizoenen.</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p>Voor gedicht: Jan Aelberts<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/02/22/eenzame-uitvaart-nr-15-l-l/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 14, A.A.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/01/21/eenzame-uitvaart-nr-14-a-a/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/01/21/eenzame-uitvaart-nr-14-a-a/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 21 Jan 2011 15:49:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Bernard Dewulf]]></category>
		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=249</guid>
		<description><![CDATA[A.A. is op 6 juni 1947 geboren te Cannes in Frankrijk en overleed in haar woonst te Antwerpen op 6 januari 2011. Mevrouw A.A. werd begraven op dinsdag 18 januari 2011 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Bernard Dewulf. Het jaar is nog niet lang ingezet of er rolt al een mailtje van de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote style="text-align: justify;"><p>A.A. is op 6 juni 1947 geboren te Cannes in Frankrijk en overleed in haar woonst te Antwerpen op 6 januari 2011. Mevrouw A.A. werd begraven op dinsdag 18 januari 2011 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Bernard Dewulf.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Het jaar is nog niet lang ingezet of er rolt al een mailtje van de begrafenisondernemer binnen. Renée wil ‘vooreerst haar wensen overbrengen voor het Nieuwe Jaar’. Als het gehoofdletterd is, moet het wel een goed jaar worden, maar dan komt het: “om dit jaar te beginnen heb ik een eenzame uitvaart”. Mevrouw A.A. heeft nog net het nieuwe jaar vol verse beloftes gehaald, maar is op drieënzestigjarige leeftijd overleden. De politie vond mevrouw A.A. in haar appartement en er werden geen identiteitsdocumenten gevonden, meer weten we niet. Volgens het OCMW zijn er geen kinderen en heeft niemand contact gezocht om te informeren naar de uitvaart.<span id="more-249"></span></p>
<p style="text-align: justify;">Dat is meteen ook wat Bernard Dewulf vraagt als we elkaar treffen op begraafplaats Schoonselhof, op onze vast plek aan het bankje bij de ingang, waar de lijkwagen van de uitvaartondernemer reeds stationair draait, wachtend tot ons selecte clubje van dichter en verslaggever compleet is. Hoe we weten wanneer een uitvaart eenzaam is, vraagt Bernard. Wanneer er geen contact gezocht wordt dus. Wanneer niemand de hoorn van de haak neemt en vraagt wanneer mevrouw of meneer of zus of broer begraven wordt. Of ze kunnen komen en om hoe laat. Of er een dienst wordt verzorgd. Er was deze week nog een andere eenzame uitvaart doorgespeeld, maar deze was die ochtend geannuleerd, of beter: er is een achternicht opgedoken die de ceremonie wilde invullen naar de laatste wensen. Dan trekken we ons terug. Dat er over mevrouw A.A. niemand was komen informeren is enigszins vreemd. Volgens het register was zij handelaarster, zelfstandige van beroep, dus moet zij misschien een winkeltje gehad hebben, een handel, moet zij klanten hebben gehad, misschien vaste en erg goede en misschien was daar wel een vriendschap uit gegroeid.</p>
<p style="text-align: justify;">Tijdens de vijf minuten wachten leer ik één van de nieuwe dragers kennen, een jonge man, ik schat even oud als ikzelf, die sinds enkele maanden in dienst van de firma werkt. Hij vloekt omdat hij zijn gerolde sigaret aan de verkeerde kant is beginnen roken waardoor het vloeitje begint te lossen en het papier aan zijn lip blijft kleven. We hebben het over de lijkwagen die hij deze week nog een grondige poetsbeurt gaf. Het lijkt de rolls-royce onder de lijkwagens wel, merk ik op. ‘Dat is zo’, zegt hij. ‘Heeft heel veel paardenkracht.’ De wielen komen tot aan mijn knieën. De wagen heeft de lengte van een kleine limousine waardoor achter de chauffeur nog drie zitplaatsten extra konden gebouwd worden, waarna er ruimte is voor de kist. De plaatsen achter de chauffeur dienen om de familie te vervoeren, nu zijn ze ingenomen door de dragers die zich warm houden. Mevrouw A.A. wordt in een klassewagen naar haar laatste rustplaats gereden.</p>
<p style="text-align: justify;">Als iedereen gereed is om de voettocht naar het perk te ondernemen vertrekken we, ceremonieleider Bert loopt met Bernard en mij mee. De plantjes die ik kocht – heide, het lijkt een gewoonte te worden – bungelen in een plastic draagtasje mee. De rolls-royces rijdt langzaam, trager dan anders, we bumperkleven haast waarop Bert zegt dat we beter meer afstand houden gezien de smerige rook die uit de vier uitlaatstukken komen. Af en toe loopt Bert opzij langs de wagen waarna het raampje naar beneden schuift en hij enkele woorden wisselt met de chauffeur. Wanneer we het perk naderen moeten we even halt houden, er is nog een uitvaart op het perk aan de gang en we moeten hen even de ruimte gunnen. De lucht trekt grijs samen, benauwd. Echt begrafenisweer, zeg ik. Maar het is wel gestopt met regenen. Als we bij het perk halt houden wordt de lijkkist op het karretje gedragen en naar de kuil gerold waar hij op schragen wordt geplaatst. Er is al een tijd niets meer gezegd en Bert doet teken dat Bernard meteen mag overgaan tot het voordragen van het gedicht:</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p><strong>ZO DUS<br />
</strong><em>Voor A.A. (1947-2011)</em><strong> </strong></p>
<p>Men zegt dat u geboren werd, maar niemand weet waarheen,<br />
en een leven later levenloos werd aangetroffen in een kamer,<br />
maar niemand weet waarna.</p>
<p>Men zegt dat u gehandeld hebt, maar niemand weet waarin.</p>
<p>Men zegt dat aan uw dode naam geen papieren lagen,<br />
noch van hier of elders, noch van ons of iemand anders,<br />
noch een stempel van uw dagen.</p>
<p>Zo kan het dus verlopen, het gerucht van een gerucht<br />
van een bestaan. De deuren en uw lichaam waren uw getuigen,</p>
<p>dat het zo dus is gegaan:</p>
<p>onder ons maar in haar eigen naam is een vrouw oud geworden<br />
en het is de duiven en de ramen niet ontgaan.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Als vanouds gaat het daarna erg snel met het neerlaten van mevrouw A.A. De aarde op dit perk is verzopen, overal staan diepe plassen. Bert komt bij het schudden van onze handen vertellen dat men nu met stro moet werken, rond en in de kuil, zodat mevrouw A. het droog heeft. Wanneer Bernard en ik als laatste het perk verlaten, trippelen de twee gravers het paadje op met in hun kielzog de graafmachine. Modder scheppen. Maar mevrouw A.A. houdt het droog.</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p>Voor gedicht: Bernard Dewulf<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p></blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2011/01/21/eenzame-uitvaart-nr-14-a-a/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 13, N.V.K.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/11/17/eenzame-uitvaart-nr-13-n-v-k/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/11/17/eenzame-uitvaart-nr-13-n-v-k/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 17 Nov 2010 09:52:46 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Maarten Inghels]]></category>
		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=232</guid>
		<description><![CDATA[Nguyen Van Kham is op 1 september 1954 geboren te Thakhek in Laos en werd in zijn woonst te Antwerpen op 4 november 2010 gevonden, hij was vermoedelijk anderhalf jaar geleden overleden. Nguyen Van Kham werd begraven op dinsdag 16 november 2010 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Maarten Inghels. Nooit eerder kreeg meneer [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote style="text-align: justify;"><p>Nguyen Van Kham is op 1 september 1954 geboren te Thakhek in Laos en werd in zijn woonst te Antwerpen op 4 november 2010 gevonden, hij was vermoedelijk anderhalf jaar geleden overleden. Nguyen Van Kham werd begraven op dinsdag 16 november 2010 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Maarten Inghels.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Nooit eerder kreeg meneer Nguyen Van Kham zoveel aandacht, en dat pas twee jaar na zijn overlijden. Na vergeefs een jaar aanmaningsbrieven sturen om de achterstallige huur te innen, klopte de deurwaarder op 4 november op zijn deur en trof hij het gemummificeerde lijk van meneer Van Kham aan. Nguyen Van Kham was bijna twee jaar geleden overleden, de onderburen hadden even last gehad van een kwalijke geur op de gang maar die verdween weer en ze leefden nietsvermoedend verder. Pas wanneer men met de bankafschriften in de hand meneer Kham zijn geld miste, is men op zoek gegaan naar de oorzaak.</p>
<p style="text-align: justify;">De bootvluchteling die net 54 jaar was, werd een nieuwsbericht op televisie, in de kranten, en later op de avond werd zijn dood nog eens belicht in een duidingsprogramma waarbij men een passend filmpje toonde over ‘de eenzaamheid in Antwerpen’. Een lijkschouwer kwam vertellen hoe een lijk op natuurlijke wijze gemummificeerd geraakt. De buurvrouw werd gehoord. In alle berichtgeving kwamen ook de maatschappelijk werkers aan bod, die inspanningen verrichten om het contact te verhogen tussen de bewoners van de sociale woonblokken. Zo geldt er in twee woonblokken die op elkaar uitkijken de afspraak dat de gordijnen opengaan wanneer je opstaat, zo weten de bewoners of er iets niet pluis is bij hun overbuur. Het is de nieuwe manier van goedendag zeggen op straat. In Antwerpen bestaat er ook de Gemeenschap van Sant’Egidio, een katholieke vereniging die warme maaltijden voorziet voor daklozen en minderbedeelden. Zij riepen na een herdenkingswake van meneer Nguyen Van Kham op tot meer solidariteit, we moeten betere buren worden van elkaar.<span id="more-232"></span></p>
<p style="text-align: justify;">Meneer Van Kham was een kraaknette man, getuigde buurvrouw Jenny. Omwille van het taalverschil hadden ze geen contact, erkent ze wel. Samen een koffie drinken zat er niet in. Even tot boven lopen, evenmin. Meneer Van Kham woonde vier hoog en had de verdieping jarenlang voor zich alleen. Omdat ze hem al een tijd niet had gezien, veronderstelde ze dat hij op vakantie was naar een verre bestemming, of een ongeluk had gehad en in het ziekenhuis lag, of plots verhuisd was, zonder dat iemand zijn plaats innam. Ze filterde wel zijn post van de reclame en hield deze keurig bij. Als niemand je bij leven opmerkt, gebeurt het ook niet bij je dood.</p>
<p style="text-align: justify;">Voor ik tram 24 zou nemen naar begraafplaats Schoonselhof, moest ik mijn schoenen nog poetsen voor meneer Van Kham. De vorige dag was ik ook op Schoonselhof, was ik de graven van alle eerdere eenzame uitvaarten gaan bezoeken, wanneer ik het graf van meneer A.D.S. vond, de laatste in rij. Zijn graf lag overladen met bloemstukken, rozen en kransen. Bij zijn uitvaart daagde echter niemand op. Voor ik verder ging wilde ik graag te weten komen wie er na zijn dood nog zo bekommerd was, van wie al die bloemen kwamen, vanwaar dit nobele gebaar kwam. Toen ik links naast de bloemen, tussen het graf van meneer A.D.S. en meneer M.N.P. die we ook hadden weggedragen wilde stappen naar het hoofdeinde, het eenvoudige naambord, zakte ik weg in de zompige aarde die zich eerst als erg solide ondergrond voordeed. Ik zakte tot aan de enkels in de modder, en geraakte pas met weinig elegante bewegingen weer weg. Pas wanneer ik op het droge kwam kon ik op het lint van één van de kransen lezen dat de bloemen van ‘dos amigos’ kwamen, zijn Spaanse vrienden, die hij nog had, maar die niet te bereiken waren voor de uitvaart. Mijn schoenen kon ik vergeten, ik was blij dat meneer A.D.S. meer eer was toegewezen dan we aanvankelijk hadden gedacht.</p>
<p style="text-align: justify;">Met nette schoenen kwam ik aan de hoofdingang van de begraafplaats voor de uitvaart van Nguyen Van Kham en groette ik Bert, de ceremonieleider. Er stonden al zo’n twintig mensen op een kluitje bij elkaar, onverwacht opgedoken sympathiserende mensen, in alle groottes, leeftijden en kleuren. Er trok een felle mist op over de graven, je kon niet ver zien, het was spookachtig wit. Het duurde niet lang of de eerste twee fotografen kwamen aan, later zouden er nog opduiken in gezelschap van een journalist. Twee kranten en de openbare omroep kwamen het laatste eresaluut voor meneer Van Kham vastleggen, alsof hij bij leven al een wereldster was. Later zal het publiek voor de fel gemediatiseerde uitvaart aangroeien tot een dertigtal mensen. Het staat in schril contrast met de eenzaamheid van meneer Van Kham toen hij stierf, of met de andere eenzame uitvaarten waar het muisstil was.</p>
<p style="text-align: justify;">Ik groet Paula, van de Gemeenschap van Sant’Egidio, die haar steun komt betuigen en rode rozen heeft meegebracht die algauw worden uitgedeeld onder de aanwezigen. Men komt rozen tekort. Bloemstukken en kransen gaan samen met mijn twee potjes purperen heide in de lijkwagen, op de kist geschikt. Van Paula kom ik te weten dat de aanwezigen met het Aziatische uiterlijk meneer Van Kham als kind nog hebben gekend, ze hebben foto’s uit die periode bij. Nochtans sprak meneer Van Kham hun taal niet. Blijkbaar hebben zij later erge ruzie met meneer Van Kham gehad, die uit zijn sloffen was geschoten, waarna het contact resoluut werd verbroken voor lange tijd. Nguyen Van Kham trok zich bij leven terug en zou zelden buiten komen. Deze oude bekenden nemen nu wel het fototoestel in de hand en fotograferen elkaar in diverse poses voor de lijkwagen, de kist, en later het graf. Wanneer de stoet die langer is dan verwacht in gang wordt gezet, cirkelen de fotografen als paparazzi rond het bonte gezelschap. Ze staan steevast in de graskant, lopen tien meter voorop om zich dan om te draaien en de rouwenden te fotograferen.</p>
<p style="text-align: justify;">Bij perk U aangekomen worden eerst alle bloemstukken door de vier dragers naar de verse kuil gedragen, het gezelschap wacht gedwee, een telefoon gaat en iemand neemt luid op, waarna we achter de kist het perk opstappen. Als de kist op schragen staat en het geroezemoes is verstomd, dankt Bert de aanwezige mensen voor hun komst en doet hij teken dat ik tot het voorlezen van het gedicht voor Nguyen Van Kham mag overgaan. Ik stok af en toe bij het voordragen en mijn benen trillen.</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p><strong>ZOVEEL AANDACHT WAS U<br />
VAST NIET GEWEND</strong><em><br />
Voor Nguyen Van Kham (1954 – 2010)</em></p>
<p>De rivier Mekong was een naad tussen<br />
uw oude stad en een ander niemandsland,<br />
toch viel u een bestemming te beurt<br />
door meer onbekendheden begrensd.</p>
<p>Met de bankafschriften in de hand<br />
vermoeden we dat u hier heeft geleefd<br />
onder ons, vier hoog, in een verlopen<br />
kalenderjaar als een kraaknette vent.</p>
<p>Waar generaties Egyptenaren jaren tobden<br />
over het procedé, werd u een mummie<br />
op zichzelf, onwel geworden en liggend<br />
naast uw bed, van het leven afgewend.</p>
<p>Zeven minuten zendtijd op de televisie,<br />
uw vertrek werd geduid in het journaal,<br />
een column op pagina twee in de krant,<br />
zoveel aandacht was u vast niet gewend.</p>
<p>Ongemakkelijk zijn we van uw verdwijning,<br />
uit verontwaardiging worden we plots<br />
betere buren, uw buurvrouw Jenny had<br />
koffie gewild als ze uw taal had gekend.</p>
<p>Wij hebben gefaald, geef ik met grif toe, pas<br />
bij het ontbreken van uw geld u opgemerkt.<br />
Zelfs met uw jarenlange zwijgen over de dood<br />
heen, hadden we moeten weten wie u bent.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Na het voorlezen van het gedicht leg ik het papier op de kist, zodat het straks mee het graf in kan. Ceremoniemeester Bert doet teken dat iedereen rustig zijn tijd mag nemen om afscheid te nemen en te groeten. De Aziatische groep heeft het duidelijk moeilijk met dit bizarre vertrek van meneer Van Kham en als halverwege het rituele groeten de rij wachtenden is geslonken komt ook buurvrouw Jenny aan de beurt. In een blauwe anorak stapt ze met stevige passen naar voor en haalt een handgeschreven brief uit haar binnenzak. Ze doet teken aan Bert dat ze nog iets wil zeggen, iets voordragen, een woordje dat ze heeft voorbereid. Ze steekt van wal met een mondige ‘Dag buurman’ waarna ze een monoloog uitstort over de sociale welvaartsmaatschappij en kritiek uit op de sociale woonblokken waarin zij en meneer Van Kham het huis hebben gedeeld, en de schuldeisers die steeds aan de verkeerde kant van de deur stonden. Ze worden vergeten, zegt ze met luide stem. Het uiten van haar opinie over de teloorgang van de solidariteit in deze maatschappij lijkt wat misplaatst bij het stilstaan van het leven van meneer Van Kham, maar ze besluit met de wens dat Nguyen Van Kham nu op een plek rust die socialer aandoet.</p>
<p style="text-align: justify;">Nadat iedereen op zijn manier heeft kunnen groeten, wordt de kist neergelaten en gaan alle flitsen van de camera’s. Daarna klontert het gezelschap uit elkaar, de aanwezige pers stelt de mensen nog enkele vragen, waarna iedereen huiswaarts keert, te voet of met de wagen, in de mist die als een dikke sluier over de begraafplaats ligt.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/11/17/eenzame-uitvaart-nr-13-n-v-k/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Fototentoonstelling Judith Dekker</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/10/26/fototentoonstelling-judith-dekker/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/10/26/fototentoonstelling-judith-dekker/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 26 Oct 2010 11:12:53 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[CC De Kern]]></category>
		<category><![CDATA[Fototentoonstelling]]></category>
		<category><![CDATA[Judith Dekker]]></category>
		<category><![CDATA[Peter Holvoet-Hanssen]]></category>
		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=217</guid>
		<description><![CDATA[De Eenzame Uitvaart is een literair project waarbij dichters voor eenzaam gestorvenen een persoonlijk gedicht schrijven en dit op de uitvaart komen voordragen. Het is een laatste saluut aan mensen die meestal uit de boot vielen tijdens hun leven en dan ook zonder aanwezigheid van familie of vrienden worden begraven. De Nederlandse, maar in Antwerpen [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: justify;"><em><a href="http://www.eenzameuitvaart.be/wp-content/uploads/2010/10/10100-Dekern-afficheeenzameuitvaart.jpg"><span id="more-217"></span></a></em></p>
<p style="text-align: justify;"><em><a href="http://www.eenzameuitvaart.be/wp-content/uploads/2010/10/10100-Dekern-afficheeenzameuitvaart.jpg"><img class="aligncenter size-large wp-image-219" title="10100-Dekern-afficheeenzameuitvaart" src="http://www.eenzameuitvaart.be/wp-content/uploads/2010/10/10100-Dekern-afficheeenzameuitvaart-723x1024.jpg" alt="" width="536" height="758" /></a></em><em></em></p>
<p style="text-align: justify;"><em>De Eenzame Uitvaart</em> is een literair project waarbij dichters voor eenzaam gestorvenen een persoonlijk gedicht schrijven en dit op de uitvaart komen voordragen. Het is een laatste saluut aan mensen die meestal uit de boot vielen tijdens hun leven en dan ook zonder aanwezigheid van familie of vrienden worden begraven.</p>
<p style="text-align: justify;">De Nederlandse, maar in Antwerpen wonende, fotograaf Judith Dekker maakte over de reeds verzorgde Eenzame Uitvaarten een sobere en integere reportage die het midden houdt tussen een impressie en een eerbetoon aan de overledenen. De fototentoonstelling zal vanaf 2 november, Allerzielen, te bekijken zijn op Schoonselhof, te Wilrijk.</p>
<p style="text-align: justify;"><strong><em>Judith Dekker</em></strong>, een Nederlands fotograaf wonende te Antwerpen, maakte eerder al bij het stadsgedicht ‘Achter een vierkante vitrine’ van Ramsey Nasr een fotografische interpretatie. Deze &#8211; eveneens &#8211; vierkante foto’s werden aan het de Coninckplein geëxposeerd. De serie toonde een variatie aan aspecten die de stad Antwerpen rijk is, in de voor Judith Dekker karakteristieke stijl. Trefwoorden om haar fotografie te beschrijven zijn: melancholisch, intuïtief, sfeervol en persoonlijk.</p>
<p style="text-align: justify;">De fototentoonstelling wordt geopend op 2 november, om 14u in het kasteel op het Schoonselhof te Wilrijk. Coördinator van de Eenzame Uitvaart Maarten Inghels leidt in, waarna enkele dichters van de Eenzame Uitvaart hun gedicht voordragen. Stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen maakt van de gelegenheid gebruik om zijn nieuwe stadsgedicht voor te stellen.</p>
<p style="text-align: justify;">Een project i.s.m. CC De Kern, Antwerpen Boekenstad, OCMW Antwerpen &amp; De Eenzame Uitvaart.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/10/26/fototentoonstelling-judith-dekker/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Eenzame Uitvaart nr. 12, A.D.S.</title>
		<link>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/10/14/eenzame-uitvaart-nr-12-a-d-s/</link>
		<comments>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/10/14/eenzame-uitvaart-nr-12-a-d-s/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 14 Oct 2010 14:10:33 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Maarten</dc:creator>
				<category><![CDATA[Gedichten]]></category>
		<category><![CDATA[Verslagen]]></category>
		<category><![CDATA[Andy Fierens]]></category>
		<category><![CDATA[Antwerpen]]></category>
		<category><![CDATA[Schoonselhof]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.eenzameuitvaart.be/?p=206</guid>
		<description><![CDATA[A.D.S. is op 28 november 1946 geboren te Sao Vicente, Kaapverdische eilanden en overleden in zijn woonst te Antwerpen op 30 september 2010. A.D.S. werd begraven op maandag 11 oktober 2010 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Andy Fierens. Sao Vicente, het eiland waarop meneer A.D.S. het leven zag, is 227 vierkante kilometer groot. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<blockquote style="text-align: justify;"><p>A.D.S. is op 28 november 1946 geboren te Sao Vicente, Kaapverdische eilanden en overleden in zijn woonst te Antwerpen op 30 september 2010. A.D.S. werd begraven op maandag 11 oktober 2010 op begraafplaats Schoonselhof.<br />
Dichter van dienst was Andy Fierens.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">Sao Vicente, het eiland waarop meneer A.D.S. het leven zag, is 227 vierkante kilometer groot. Of hij lang op het eiland met zijn kleurrijke huisjes, de internationale haven Porto Grande en de enige vlieghaven van Kaapverdië is gebleven, weten we niet. Als gelukzoeker is hij van het eiland gevlucht, als je geen visser bent is er waarschijnlijk weinig om handen. Misschien nam meneer A.D.S. lang geleden de boot naar Portugal, of eerst de catamaran naar een naburig eiland, misschien heeft hij nog gewacht op de uitbreiding van de luchthaven, op de verlenging van de startbaan die internationale vluchten mogelijk maakte. We weten erg weinig over meneer A.D.S., de politie trof hem in zijn woonst aan, de televisie flikkerde nog, wat voor programma aan stond weten we niet.<span id="more-206"></span></p>
<p style="text-align: justify;">Dichter van dienst, Andy Fierens, zal in het weekend voor de uitvaart langs meneer D.S. zijn appartement fietsen. De eerste poging mislukt, Andy heeft zich van huisnummer vergist en staat in de lange troosteloze straat, die een verbindingsas vormt tussen de ring en het hart van Antwerpen, aan de verkeerde kant. We telefoneren even en overleggen. In het leegstaande, vervallen gebouw, kan meneer D.S. onmogelijk gewoond hebben, of het zou in erbarmelijke omstandigheden geweest zijn. Het misverstand is snel verholpen, bij een tweede poging vindt Andy Fierens zo’n honderd huisnummers verder de juiste appartementsblok aan de kant van de ring, aan de rand van de stad. Bij toeval ontmoet Andy de onderbuur die meneer D.S. heeft gevonden, of beter, de hulpdiensten heeft ingeschakeld.</p>
<p style="text-align: justify;">‘De onderbuur rook een vreemde geur in de trappenhal,’ vertelt Andy aan de telefoon. ‘De geur was het sterkst aan de deur van A.D.S., waarna de buur de politie heeft gecontacteerd.’ Die troffen meneer D.S. aan voor de televisie die nog aanstond, de geur was blijkbaar niet te harden. ‘De onderbuur is toevallig vrijwilliger in het naburig ziekenhuis en heeft navraag gedaan hoe lang het duurt eer een lijk zulks een penetrante geur vrijgeeft,’ gaat Andy verder aan de telefoon. ‘Twee tot drie weken, verklaarde men.’ De onderbuur had blijkbaar ook nog aan de politie gevraagd of het om een oud model van televisie ging, want dat er dan een riant brandgevaar was, als het toestel drie weken was blijven spelen. ‘Er kwam wel af en toe nog iemand langs volgens de onderbuur,’ vertelt Andy. ‘Maar de afgelopen weken had men niemand aan zijn deur gezien.’ De officiële datum van overlijden is de dag dat men meneer D.S. heeft aangetroffen in zijn woonst, eigenlijk heeft hij drie weken minder lang geleefd.</p>
<p style="text-align: justify;">Nog geen twee uur na de eenzame uitvaart van meneer M.N.P. die ochtend, ontmoeten Andy en ik de dragers opnieuw aan de ingang van begraafplaats Schoonselhof, in een al iets warmere herfstzon. Deze keer wachten we niet lang aan de middendreef die het park in twee splijt, maar volgen we stapvoets de lijkwagen die aan dertig kilometer per uur het traject naar perk U aflegt. Ik zie de metalen houdertjes die aan de zijkanten van de wagen zijn bevestigd, bestemd voor vlaggetjes om de wagen te versieren, om iemand te eren met twee kleine lapjes stof, en wil vragen wanneer of wie gebruik maakt van de optie ‘met vlaggetjes’, maar houd mijn mond. Toch komt er een conversatie op gang tussen de uitvaartmedewerker en mij, niet over zijn nakende vakantie, niet over de herfstkoude die in onze botten kruipt, maar over het feit dat meneer D.S. drie weken in zijn appartement lag zonder dat iemand hem vond.</p>
<p style="text-align: justify;">‘De geur kan je niet ontkennen, het is te specifiek’ zegt hij. ‘Als je zo iemand gaat ophalen blijft de penetrante reuk nog een dag in je neus zitten, het kruipt in je kleding, in alles. Je krijgt het niet weg.’ Hij vertelt dat hij gestopt is, met in zulke gevallen de mensen op te halen, enkel in noodgevallen wil hij nog wel eens iemand afleggen, maar voor nu is het genoeg geweest. In het geval van meneer D.S., antwoord ik, had men toch had kunnen opmerken dat het niet zomaar om een paar vuilniszakken in de trappenhal betrof, dat men toch onraad had moeten ruiken, als de geur zo specifiek was.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Tja,’ antwoordt hij.</p>
<p style="text-align: justify;">Ik vraag wat er met meneer D.S. zijn appartement zal gebeuren, waar gaan zijn persoonlijke spullen naartoe? Wie komt er nog in? Wie is zijn laatste bezoek?</p>
<p style="text-align: justify;">‘Gespecialiseerde firma’s komen dit in opdracht van de politie leeghalen. In zulke gevallen gaat alles naar de vuilnisbelt, omwille van de geur,’ verklaart hij. ‘De persoonlijke spullen worden waarschijnlijk door de politie in beslag genomen, die verder zoeken naar nabestaanden.’ Ik stel mij voor dat meneer D.S. waarschijnlijk enkele souvenirs van zijn leven had, een foto op de schouw van een verre vriend, of misschien een postkaart van Kaapverdië. Dat er enkele vreemde mannen in schoonmaakpak zijn appartement zullen ontsmetten, zijn fauteuils wegbrengen, zijn persoonlijke herinneringen in een zuurvrije archiefdoos steken.</p>
<p style="text-align: justify;">Als onze kleine formatie het perk heeft bereikt, blijkt dat er maar drie dragers zijn en wordt de kist op het karretje het perk op geduwd. Bij elk contact dat de vier kleine wieltjes van het karretje met de betonnen blokken maakt, die het pad naar perk vormen, krijgt de kist een kleine tik. Het gevaarte is moeilijk te bedienen door alle schokken, maar we geraken toch aan de kuil waar de kist nog even op schragen wordt gezet voor onze korte dienst. De purperen heide staat al klaar en Andy krijgt teken meteen over te gaan op het voordragen van het gedicht voor meneer D.S.</p>
<blockquote style="text-align: justify;"><p><strong>A. D. S. (1946 – 2010)</strong></p>
<p>met een naam zo mysterieus en warm<br />
stond je lotsbestemming in de sterren:<br />
ontdekkingsreiziger, van zuid naar noord.</p>
<p>als lava uitgespuwd door de krater<br />
in o Porto Grande of van São Pedro<br />
opgestegen naar een beter leven.</p>
<p>jij, fiere nazaat van avonturiers en slaven.<br />
van bovenwinds eiland naar Europa en<br />
vastgelopen aan de rand van een stadsader.</p>
<p>‘s nachts blinkt het raam, je uitkijkpost bij<br />
de plek waar je gevonden werd in het licht<br />
van de tv die in al zijn talen de stilte brak.</p>
<p>bij zonsopgang herkent men de contouren<br />
van een gezicht in de Monte Cara. daar zal<br />
ik je groeten, aan de voet een muntstuk laten</p>
<p>voor de overtocht.</p></blockquote>
<p style="text-align: justify;">We groeten en nemen afscheid van de dragers. ‘Ik vind het toch het allermooist als de kist met de overledene naar het graf wordt gedragen door vier dragers,’ zeg ik. &#8216;Dat hij op iemand zijn schouders wordt weggedragen.&#8217; De drager knikt instemmend.</p>
<blockquote style="text-align: justify;">
<p style="text-align: justify;">Voor gedicht: Andy Fierens<br />
Voor verslag: Maarten Inghels</p>
</blockquote>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.eenzameuitvaart.be/2010/10/14/eenzame-uitvaart-nr-12-a-d-s/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

