Mevrouw R.B. werd geboren op 8 september 1948 in Pepingen. Zij overleed op 18 november 2025 in woonzorgcentrum Hemelrijck in Mol waar zij sinds februari 2024 verbleef. De uitvaartplechtigheid vond plaats op 25 november 2025 om 13:00 uur op begraafplaats Nazareth in Turnhout.
++
Ik zit te wachten in een vergaderzaal terwijl mijn vergaderpartner iets te drinken haalt als mijn gsm rinkelt - een mij onbekend nummer uit de 014-zone. Heel even veronderstel ik dat het mijn neef is, die me een minuut eerder op Messenger een bericht stuurde over een stukje familiegeschiedenis waar we beiden naar speuren, en overweeg ik om op te nemen, maar daar komt de koffie al binnengewandeld. Ik druk op de rode bol op mijn telefoon - hij moet maar een bericht inspreken.
Een half uur later loop ik de vergaderzaal weer uit en hoor de Orange-stem melden dat ik "één nieuw spraakbericht" heb. De veronderstelde neef blijkt een dame van het OCMW te zijn die me op de hoogte brengt van de eerste Eenzame Uitvaart in Turnhout. Atypisch, normaal zou ik alleen en rechtstreeks door het Laatste-Reis-Bureau gecontacteerd worden.
Op de parking bel ik vanuit de auto het OCMW terug. Ik krijg een bandje aan de lijn dat mij vertelt dat de kantoren gesloten zijn. Ik start mijn wagen, schakel, vertrek en zal morgenvroeg opnieuw opbellen.
Nog voor ik een eerste keer voorrang aan rechts moet verlenen, zie ik de naam van de man van het Laatste-Reis-Bureau op mijn scherm verschijnen. Hij brengt dezelfde boodschap en laat weten dat mevrouw R.B. "volgende dinsdag om één uur in de namiddag begraven zal worden". Thuis aangekomen contacteer ik mijn Poule des Doods; Liesbeth Aerts zal de dichter van dienst zijn.
De volgende ochtend wordt het me duidelijk waarom ik door beiden gecontacteerd werd: mevrouw R.B. zette tijdens haar verblijf in woonzorgcentrum Hemelrijck in Mol - van februari 2024 tot bij haar overlijden - zelf een "korte levensloop" op papier. Dat document - twaalf pagina's gelijnd papier in het ronde handschrift van mevrouw R.B. - kwam, via het Huis van de Mens in Mol, bij het OCMW van Turnhout terecht. De dame die ik spreek, wil het graag aan ons bezorgen. Atypisch, dat we het levensverhaal van de eenzaam overledene op een zilveren schaal aangereikt krijgen. Het maakt mijn opdracht, om informatie over mevrouw R.B. te verzamelen voor Liesbeths gedicht, in ieder geval eenvoudiger.
++
"Geboren op 8 september 1948 in Pepingen, een dorp op zes kilometer van Halle bij Brussel, als laatste van 7 kinderen, waarvan nog 3 overlevenden - één broer en twee zussen.", zo begint mevrouw R.B. haar mini-autobiografie. Die eerste zin roept al meteen vragen bij mij op. Telt ze zichzelf mee bij de twee zussen of is ze een derde dochter die nog leeft? Wie waren de andere kinderen in het gezin die ze niet benoemt, waren het zonen of dochters? Maar vooral: hoezo, nog drie brussen in leven en toch een eenzame uitvaart?
"Dat er al jàren geen contact meer was.", krijg ik als verklaring. Misschien is het nomadische leven van mevrouw R.B. daar debet aan. "Tenslotte had ik al op circa twintig plaatsen gewoond, waardoor ik eigenlijk niet meer wist waar ik echt thuishoorde.", pent ze bij het einde van haar levensbeschrijving neer.
Over haar vroegste kinderjaren schrijft mevrouw R.B. niets. Ze springt van haar geboorte twaalf jaar verder in de tijd, naar haar humaniorajaren. Tussen haar twaalfde en achttiende liep ze school "op het Heilig-Hartinstituut in Halle waar ik 'talen' studeerde". Na de humaniora volgde ze de twee jaar durende regentaatsopleiding om daarna les te gaan geven op het instituut waar ze zelf school gelopen had.
Tijdens de eerste jaren van haar loopbaan woont ze nog bij haar ouders in, maar op haar drieëntwintigste gaat ze alleen wonen.
Op haar dertigste trekt ze in bij haar levenspartner R. Waar ze elkaar ontmoetten of hoe lang ze elkaar op dat moment al kenden, vertelt mevrouw R.B. ons niet. Ze wonen in een "klein hoevetje in het Maasdal, omringd door dieren en natuur" waar ze "veertien gelukkige jaren" beleven.
Over R. komen we niet veel te weten. Uit de context van het verhaal van mevrouw R.B. kan afgeleid worden dat hij veertien jaar ouder is dan haar. En in de kantlijn van haar handgeschreven levensloop noteert ze dat hij "astrologie, numerologie, meditatie, het spirituele pad, gezonde voeding en yoga" bestudeerde en beoefende.
Wanneer mevrouw R.B. na tien jaar lesgeven een sabbatjaar neemt "om na te denken wat ik ECHT wilde met mijn leven", blijkt dat ook haar interesses in die richting gaan. Ze opent een natuurwinkel en geeft - naar ik vermoed: gezonde - kooklessen.
Bij het einde van de jaren '80 kopen mevrouw R.B. en R. een huisje in het departement Charente-Maritime, aan de westkust van Frankrijk, om er een ‘bed & breakfast’ te beginnen. Maar dat plan gaat niet door omwille van niet nader benoemde "omstandigheden". "We bleven rustig in het Maasdal om er voor de vele dieren te zorgen: honden, poezen, kippen, geitjes en vogels. Vanaf toen zijn de dieren in mijn leven een grote passie geworden en mijn hele verdere leven gebleven."
Enkele jaren later wordt het huis in België verkocht. Mevrouw R.B. wil weg "uit het regenklimaat van België." Terwijl ze een nieuw huis in Frankrijk zoeken, wonen ze in een oude pastorij. In 1992 vertrekken ze naar Puy Chalvin – een dorpje op 1650 meter boven de zeespiegel, in de Alpen, ten westen van Briançon - waar R. "met eigen handen een huis opbouwde, met uitzicht op de bergen, met een prachtig klimaat, met een azuurblauwe hemel, alle dagen zon en zuivere berglucht." Eenmaal het huis opgetrokken is, volgen talloze reizen doorheen Frankrijk. Veertien jaar later verhuizen ze naar Chauffayer - iets lager en westelijker in de Alpen - naar een huis met een grote tuin, een hondje en "onnoemelijk veel poezen." Daar wonen ze gedurende acht jaren alvorens R. besluit, omwille van familiale redenen, terug te keren naar België.
"Geen haar op mijn hoofd had er ooit aan gedacht terug te gaan naar dat regenland, waar ik - zeker weten - nooit meer 'thuis' zou zijn.", aldus mevrouw R.B. die in Frankrijk achterbleef om er "voor de twintig poezen en het hondje te zorgen." Ze was "teleurgesteld, alleen, afgezonderd zonder auto en omringd door sneeuw. Bang ook - hoe ik dat zou klaarspelen?"
Twee jaar en vier maanden blijft mevrouw R.B., samen met haar katten, maar zonder haar levenspartner nog op haar berg zitten. Maar in 2013 kan R. haar toch overhalen om terug naar België te komen. "Met enorme pijn en onbeschrijfelijk verdriet moest ik vele poezen achterlaten - ik nam slechts vier poezen en een hondje mee en vertrok in een taxi." Begin januari 2014 arriveert mevrouw R.B. in Turnhout en installeert zich bij R. in het Turnhoutse Begijnhof.
"Gezellig!", noteert ze hierover. Maar ik kan me niet voorstellen dat iemand die jarenlang genoot van de weidsheid en vrijheid van de Alpennatuur zich thuis zou voelen in de piepkleine huisjes van het afgesloten en ommuurde mini-biotoopje dat het Begijnhof is. Ik zit er niet ver naast. Niet veel later ontdekt mevrouw R.B. een camping op de Baalse Hei en nauwelijks een half jaar na haar terugkomst in België en haar intrek in het benauwende Begijnhof koopt ze er een caravan "tussen twee vijvers en aan de rand van het bos." Omdat ze R. "niet wilde teleurstellen" trekt ze er pas de volgende lente in, met haar poezen, uiteraard, die "hun geluk niet genoeg konden uit-miauwen. Hun geluk was mijn geluk."
In de herfst van 2016 sterft levenspartner R. en komt mevrouw R.B. "er helemaal alleen voor te staan - met 2 huizen en veel poezen." Ze omschrijft zichzelf als een "gelukzak met veel verdriet" die heen en weer blijft trekken tussen de stad en de natuur tot het financieel niet meer mogelijk is om de caravan aan te houden. "Een nieuw afscheid." De meeste katten verhuizen naar een nieuwe "poezenmoeder", mevrouw R.B. en één enkele kat blijven "alleen achter op het Begijnhof." Niet veel later sterft ook haar laatste kat. "Mijn dierenhoofdstuk was afgesloten.", noteert mevrouw R.B. in "immens verdriet en eenzaamheid."
++
Na een zware val in het Begijnhof komt mevrouw R.B. begin 2024 in woonzorgcentrum Hemelrijck in Mol terecht waar ze tot bij haar dood zal verblijven.
Een personeelslid van het woonzorgcentrum bevestigt ons dat mevrouw R.B. echt iemand was die dol was op het buitenleven en de natuur en dat ze een hekel aan regen had, maar des te meer hield van de zon. En van poezen, uiteraard.
In het woonzorgcentrum was mevrouw R.B. een beetje een atypische bewoner. Heel erg op zichzelf, slechts soms aanspreekbaar en een beetje onberekenbaar. Zoals katten. Verder wilde ze – onder geen beding! – een foto van zichzelf bij de deur van haar kamer en hield ze niet van tomatensoep. Wel van rauwe groenten.
++
Wanneer de uitvaartplechtigheid op dinsdag om 13:00 uur begint, is het grijs, koud en druilerig in België. Er moeten paraplu’s open getrokken worden. Zelf vlieg ik op dat tijdstip, voor de job-die-de-rekeningen-betaalt, op circa tienduizend meter hoogte boven Frankrijk naar warmere oorden – “misschien wel dwars door haar dierenhemel”, e-mailde Liesbeth me eerder op de dag. Wanneer ik voor vijftien minuten - zo lang of kort schat ik dat de plechtigheid zal duren - mijn muziek uitzet, mijn lectuur weg leg en uit het vliegtuigraampje tuur om er in gedachten bij te zijn, beeld ik me in dat ik het huisje van mevrouw R.B. en R. in de Alpen zou kunnen zien als ik heel goed kijk.
Omdat ik er als Turnhoutse coördinator zelf niet bij kan zijn, vervoegt Lotte Lola - nationaal coördinator van De Eenzame Uitvaart - Liesbeth voor de gelegenheid bij de uitvaart. Bij de ingang van de begraafplaats treffen ze niet enkel iemand van het Laatste-Reis-Bureau, maar blijken ook de dame van het OCMW en haar collega, iemand van het Huis van de Mens in Mol en drie bekenden van op de camping aanwezig te zijn waardoor de eenzame uitvaart iets minder eenzaam wordt.
Met een onverwachte en atypische stoet van acht personen achter de wagen met de urne gaat het naar de uitstrooiweide waar Liesbeth haar gedicht voorleest. De assen van mevrouw R.B. worden uitgestrooid onder een boom – een geschikte plek, volgens de dame van het OCMW – en een van de campingkennissen legt er vijf rozen bij. Iedereen is het er over eens: Liesbeth heeft mevrouw R.B. en haar enorme liefde voor de natuur, de Alpen en haar poezen treffend beschreven in het gedicht.
geen tomatensoep, wel rauwe groenten
en buitenlucht veel buitenlucht
geur van groen - de Franse Alpen hoog in de ochtend
vielen jou als een vriend om de hals
je was thuis in dat onmetelijke, wist je daar
vanzelf te vinden
hoe beklemmend dan die late kamer
waarvan, alsjeblief! geen foto op de deur
van jij voor iedereen zichtbaar
maar voor jezelf voorgoed verloren
het werd een oefening, in Mol diegene
te zijn in de zetel, aan tafel, in groep
en tegelijk jouw hunker naar ginder buiten
steeds weer de trekkracht van het bos, de velden
een spinnende kat in de zon – je wist wat dat waard was
het werd een wachten
op je laatste terugkeer
naar zon weer vol op je gezicht
een plek in de dierenhemel
resten ons: kattenpootjes op het netvlies
Wat een ontroerend levensverhaal.
Die vrouw hield van vrijheid en van de natuur.
Het gedicht typeert haar heel waardig