Meneer D.C. werd geboren in Turnhout op 1 december 1984. Hij overleed op 1 oktober 2026 in Brugge. De uitstrooiing van de as vond plaats op woensdag 7 oktober 2026 om 13:30 uur op begraafplaats Nazareth in Turnhout.
“Na overleg is beslist dat wij geen toelichting geven over betrokkene.” Mijn onderzoek naar de eenzaam overledene, die dakloos was en geen contact meer had met zijn familie, begint bij instanties die weinig over zijn leven kunnen of willen vertellen.
Op 16 september 2026 wordt meneer D.C. door OCMW Turnhout doodziek aangetroffen bij het station. Zij willen een ambulance voor hem bellen, maar hij weigert dat pertinent. Hij komt wel langs op het kantoor om een referentieadres bij het OCMW aan te vragen. Daarna verdwijnt hij volledig uit beeld.
Het OCMW van Turnhout kan me weinig meer vertellen. Wel weet men dat meneer D.C. twee tienerdochters heeft met wie hij geen contact meer heeft. Zij verwijzen mij door naar meester Simons. Meester Simons laat weten dat hij in december 2025 aangesteld werd als collectief schuldbemiddelaar van meneer D.C., maar dat hij hem nooit ontmoet heeft. Hij brengt mij in contact met meester Van Dijck, de bewindvoerder van meneer D.C. Meester Van Dijck zelf is niet beschikbaar wanneer ik hem contacteer. Maar de dame van het advocatenkantoor die ik spreek, omschrijft meneer D.C. als “een vriendelijke man die zijn afspraken altijd goed opvolgde en nakwam”. Zij vermeldt ook “een opname in een psychiatrisch ziekenhuis”, maar meer informatie heeft zij helaas ook niet. Wel verwijst zij mij door naar het OCMW in een andere gemeente “waar hij ooit een traject van een jaar doorlopen heeft.” Daar laat men mij echter weten dat “na overleg is beslist dat…”
Het is inmiddels dinsdagmiddag. Ik had gehoopt dat deze instantie enkele van mijn vermoedens over meneer D.C. zou kunnen bevestigen. Maar die hoop valt in het water. Liesbeth moet het gedicht schrijven met slechts een handjevol feiten en weinig aanknopingspunten. Ik heb nog wat informatie gevonden op afgeschermde sociale media - meneer D.C. was vroeger vrachtwagenbestuurder; zelf omschreef hij dat met gevoel voor humor als "een bestuurlijke functie" - maar veel houvast biedt die niet.
De weerberichten voorspellen dat het einde van de nazomer er snel aan komt, maar op de dag van de uitvaart krijgen ze nog geen gelijk. De zon blaakt en de warmte hangt tussen de bomen en boven de graven. Ze staat in schril contrast met mijn nare voorgevoel: deze keer zal er werkelijk niemand anders aanwezig zijn dan Liesbeth, de man van het Laatste-Reis-Bureau en ikzelf. Bij vorige uitvaarten vonden we altijd wel iemand die liet weten aanwezig te zullen zijn: een buur, een verzorgende, een toevallig ontdekt familielid of een oude vriend. Maar deze keer spraken we alleen ambtenaren en advocaten, mensen zonder persoonlijke band met meneer D.C. en dus zonder vanzelfsprekende reden om aanwezig te zijn.
Liesbeth en ik verwachten niemand, dus zijn we erg verrast wanneer iemand uit een groepje van zeven personen die komen aanlopen ons vraagt of we van het Laatste-Reis-Bureau zijn. “Dit zijn de dochters van D. Ik ben hier voor hen”, zegt hun moeder, de ex-partner van meneer D.C., terwijl ze naar de twee jongedames knikt. Ik slik mijn verbazing weg en condoleer hen met het verlies van hun papa. De anderen blijken kennissen van meneer D.C. te zijn. Ze kennen hem van Kunsthart, een sociaal-artistiek project van CAW Turnhout voor mensen met een psychische kwetsbaarheid, een verslavingsproblematiek of een situatie van dak- of thuisloosheid - meneer D.C. vinkt alle drie de vakjes aan. Wanneer we achter de wagen van het Laatste-Reis-Bureau naar de strooiweide wandelen, sluiten zich nog twee personen bij de Kunsthart-vrienden aan.
Mijn voorgevoel bleek fout. De negen mensen die samen met ons plaatsnemen rond de urne van meneer D.C. maken onze aanwezigheid op deze uitvaart eigenlijk overbodig. Daar ben ik hen dankbaar voor. Ik vraag de dochters en vrienden of iemand nog iets wil zeggen voordat Liesbeth haar gedicht voordraagt. Ze luisteren liever met mij mee.
een truckchauffeur met bindingsangst
alsof dat niet kan, alsof niet iedereen
vroeg of laat op de loop gaat voor liefde
of wat is het anders dat u wegdreef
en waar naartoe?
naar vrijheid die lijkt op veiligheid, op troost
die zich aandient als krachtig stoten die geen vragen duldt
die zich als een wurgslang om u heen slingert
wanneer u zonder haar verder wil
die slaat en klopt in uw bloed en in uw hersenen
tot u die vrijheid wordt die van u bezit neemt
u verteert van binnenuit
geen andere kan nog bij u geraken, u die zich niet geeft
tenzij aan het peilloze diep waarin u kan slapen noch waken
waarin u vastzit volgens de wetten van nood en dwang
u kwam hier dan aan uw einde, in Brugge die Schone
waar in het park onder het gebladerte
al bloemenpracht kiemt voor in de lente
u hield altijd al van contrast
Na een laatste groet aan meneer D.C. kiezen zijn dochters een plekje op de strooiweide voor de as van hun papa. Ook de man van het Laatste-Reis-Bureau leest nog een korte tekst voor en tekent daarna een grijze rechthoek in het gras.
De dag na de uitvaart spreek ik met Mieke, de coördinator van Kunsthart. Het project ging in oktober 2025 van start, meneer D.C. nam er sinds november aan deel. Hij werkte er graag met teksten - "In het leven zijn er geen vergissingen, enkel belangrijke lessen", is een citaat van meneer D.C. dat ons in het oog springt - en zette zich actief in bij de organisatie van tentoonstellingen; de foto hieronder toont een geëxposeerd werk waar meneer D.C. tekstueel aan meewerkte.
Kunsthart lag meneer D.C. na aan het hart. Het bood hem de motivatie om, zoals hij het zelf verwoordde, “een ander spoor in te slaan”. In januari 2026 nam meneer D.C. tijdelijk afstand van het project om aan zijn verslavingsproblematiek te werken. Enkele maanden later keerde hij terug, maar niet veel later volgde een herval.
Mieke kent ondertussen ook alles over de transportsector. Meneer D.C. vertelde veel en met veel passie over zijn vroegere beroep.
De week waarin het OCMW van Turnhout meneer D.C. doodziek bij het station aantrof, was ook de week waarin hij voor het laatst bij Kunsthart werd gezien. Binnenkort organiseert Mieke nog een Kunsthart-herdenking voor meneer D.C.; hij krijgt dan een in-memoriam-bordje in de tuin van het CAW-gebouw.
Nog enkele dagen later zie ik op de webstek van het Laatste-Reis-Bureau dat circa 15 mensen het rouwregister voor meneer D.C. tekenden. Een iemand schrijft dat meneer D.C. hem "ooit een stap in de goede richting deed zetten", dat hij dat "nooit vergeten" is en meneer D.C. "daar dankbaar voor blijft".
Zo jammer dat meneer D.C. die goede richting zelf niet hervond.
Zo ontregeld, deze goede mens