De Eenzame Uitvaart van Meneer J.E. in Antwerpen

Dinsdag 11 augustus 2026
Antwerpen, 't Schoonselhof
Dichter van dienst: Rashif El Kaoui
Auteur verslag: Corinne Heyrman

Meneer J.E. werd geboren op 9 juli 1947 in Antwerpen. Hij is overleden gevonden op 1 augustus 2026 op 79-jarige leeftijd in Antwerpen. De asverstrooiing vond plaats op dinsdag 11 augustus 2026 om 10u op strooiweide Platanendreef op ‘t Schoonselhof.

In de hondenweide naast het hoge appartementsblok van de Luchtbal staat een herdershond naar me te kijken. Hij is alleen in de vlakke zon. Een vrouw met een schoothondje en een rollator komt naar me toe en wijst naar de Duitse herder: ‘Helemaal alleen, erg hè?’
Meneer J.E. had geen kinderen en is niet getrouwd geweest. Zijn zus overleed enkele jaren geleden en met de andere familie had hij al heel lang geen contact meer. In het appartementsblok kennen de meeste buren hem niet goed. ‘Van in de trappenhal,’ zegt een vrouw met een hoofdwonde tussen haar witte piekhaar. Ze vertelt dat ze J. vaak onderaan de trap zag zitten, de eerste keer dat ze hem zo zag had ze gevraagd of hij op iemand zat te wachten. ‘Ik heb nog een eigen autoke,’ had J. een beetje bozig geantwoord en hij voegde eraan toe dat hij op de trap even moest uitrusten nadat hij uit de auto naar het appartementsblok was gewandeld. De vrouw met de hoofdwonde kijkt me aan: ‘Het is hooguit tien meter van de parkeerplaats naar de trappenhal, en de winkel is ook maar een straat van ons vandaan.’ Toch ging hij steevast met de auto, zijn auto was zijn trots. De buurvrouw met de hoofdwonde en ik kijken naar de wagen, een blikken herinnering in het parkeervak. ‘Wat gaat er nu met die auto gebeuren?’ vraagt de vrouw zich luidop af.
Voor de auto staat ook een oude brommer, die was ook van J. ‘Daar hebben we hem nooit op zien rijden,’ zeggen meerdere buren die ik later spreek: een vrouw met een rollator en een vrouw met zuurstofpomp. Het appartementsblok is geen woonzorgcentrum, maar er wonen opvallend veel ouderen met lichamelijke problemen. Ook de twee vrouwen kennen hem van zijn tussenstop onderaan de trap en beamen dat het de afgelopen tijd niet goed ging met J. ‘Ik ben moe,’ zei hij als ze hem aanspraken. Hij was kortademig, slecht ter been, soms vergeetachtig.

‘Hij rookte vroeger tien tot twaalf pakjes sigaretten per dag,’ vertrouwt een bewoner van het appartementsblok naast dat van J. mij toe, waarna ik begin te hoofdrekenen en uitkom op een dagelijks sigarettenaantal waarbij je ‘s nachts moet wakker blijven om het te halen. De vrouw met de hoofdwonde raadde me aan om met deze man te spreken, als voorzitter van de buurtvereniging kent hij iedereen. ‘Ze noemen mij ook wel de burgemeester,’ fluistert de man in de trappenhal. Hij is naar beneden gekomen om met me te spreken, maar kan niet lang blijven. Met een iele stem vertelt hij me dat hij een week ervoor is aangereden in zijn wagen, door een andere wagen die door het rood reed. Zijn knie en schouder zijn blauw, hij heeft meerdere breuken en een kap in zijn gezicht. ‘Als ik veel praat, krijg ik op een bepaald moment geen lucht meer. Dan maakt mijn ademhaling een heel luid en raspend geluid,’ waarschuwt hij, waardoor ik mijn vragen snel en gericht stel.
De burgemeester kende J. als een losbol. Iemand met een gat in zijn hand. Zijn grote passie was modelbouwvliegtuigjes bouwen. ‘Daar ging al zijn geld aan op,’ vertelt de burgemeester en hij lacht, waarna hij zijn hand op zijn borst legt en kucht. Vanuit de trappenhal kijken we uit op de hondenweide, de Duitse herder zit er nog steeds. Een kale man met een oorbel komt uit de lift gestapt en vraagt aan de burgemeester of hij weet van wie de hond is.
‘Ik heb al eens rondgebeld,’ knikt de burgemeester, ‘hij is van een vrouw van enkele blokken verderop. Ze is haar sleutel binnen vergeten en heeft daarom haar hond daar gestationeerd, terwijl zij naar een oplossing zoekt. Rudy, geef hem anders wat water.’ De man met de oorring gaat terug te lift in, om later terug te keren met een bakje water voor de hond.

Ik vraag me af hoe lang ik nog heb voordat de burgemeester zijn beloofde luide en raspende geluid zal maken. Een aftelklok waarvan ik de cijfers niet kan zien geeft een gehaastheid aan het gesprek. Ook hij moet die druk voelen, want op zeer korte tijd vertelt hij alles wat hij weet over J.: dat hij taxichauffeur was, dat hij de hele dag de televisie aan had staan, dat zijn moeder een huisje bezat aan de oude kant van de Luchtbal en dat op J.’s naam had gezet, waardoor er een familieruzie ontstond tussen hem en zijn broer en zus. Dat J. iemand was die iedereen wou helpen als hij kon en dat er daardoor veel van hem geprofiteerd is. De burgemeester klopt nog eens op zijn borst en zegt dat hij nu echt terug naar boven moet. Net als de andere buren zou hij graag naar de uitvaart komen, maar zal het niet lukken door fysieke beperkingen.

Voordat ik de Luchtbal weer verlaat, ga ik nog even bij de Duitse herder kijken. Er zijn al meerdere buurtbewoners naar hem toe gekomen. Zijn baasje heeft haar sleutel nog niet terug, maar de herder kijkt me geruststellend aan. Er wordt voor hem gezorgd. Ik kijk op naar het appartementsblok van J. Alle mensen die ik sprak, hadden een kwetsuur. De mensen in deze buurt staan elk voor hun eigen uitdagingen en toch voel ik sinds ik hier ben een grote sociale controle. De ‘burgemeester’ woont in eenzelfde appartement. Een hond alleen wordt meer dan opgemerkt.

Op dinsdagochtend lopen Rashif, de ceremoniemeester en ik in stilte achter de rouwauto aan. Het is al warm, het belooft een hete dag te worden. Ik deel mijn onderzoek, waarna Rashif zijn gedicht voordraagt. Ik vraag me af wat J. van onze woorden zou vinden.

De meter loopt, taxi-man,

Vervoer mij over wegen, gij weet mijn bestemming.

Het is ook de uwe, zolang de meter loopt.

Teug nog een keer, dat de tabak behaaglijk kraakt

aan uw lippen.

Neem later adem in het trappenhuis,

Nu loopt de meter nog, beter nog breng mij

veilig, druk niet te hard op uw gaspedaal.

Gij kent al het stratenplan.

Ik ben verdwaald op uw achterbank.

Ons leven ligt in uw handen aan het stuur.

Al is uw bol nog zo los op zijn sokkel,

glijdt de tijd doorheen het gat in uw hand.

Gij kent beter de wegen dan ik.

Ik zal niet van u profiteren,

stuur u geen blokjes, noch hoekjes om,

strooi geen suiker in uw de tank, want we rijden al zo zoet.

Iedereen heeft immers een autoke nodig,

wij zijn gericht verloren, gene schrik.

Laat de schade die we later hebben in te halen louter van blik.

Profiteren dat doen de anderen al.

De meter loopt nog, taxi-man.

We zijn bijna thuis.

Daar zijn ongeopende dozen vol dromen.

Waar elke set compleet is en er geen enkel stukje ontbreekt.

We zijn er bijna.

Na het gedicht legt Rashif een sigaret bij zijn urn. De uitvaartverzorger strooit de assen uit en legt de sigaret in het gras. Een ongebruikte sigaret in de strooiweide. Een onopvallend groot gebaar.

Reacties

Andere uitvaarten van deze dichter

  • De Eenzame Uitvaart van Mevrouw S.G. in Antwerpen
    Mevrouw S.G. werd geboren op 21 april 1963 in Leuven. Ze overleed op 27 april 2026 op drieënzestig jarige leeftijd in woonzorgcentrum Gitschotellei in Borgerhout. De uitvaart vond plaats op 5 mei op 14u00 op strooiweide de Herder op het Schoonselhof. Dichter van dienst was Rashif El Kaoui.
  • De Eenzame Uitvaart van Meneer R.V.R. in Antwerpen
    Meneer R.V.R. werd geboren in Deurne op 13 augustus 1934. Hij is gestorven in Deurne op 24 oktober 2025. De uitvaart vond plaats in Antwerpen, aan de strooiweide De wingerd van begraafplaats ’t Schoonselhof op donderdag 13 november 2025 om 12:30. Dichter van dienst was Rashif El Kaoui.
Contact

VONK & Zonen

Maarschalk Gerardstraat 4 - 2000 Antwerpen

email hidden; JavaScript is required

Op de hoogte blijven van nieuwe verslagen en gedichten?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief
Ondersteund door:
made by