Mevrouw M.V.D.V. werd geboren op 29 januari 1949 in Schilde. Ze werd op 16 juni 2026 dood aangetroffen in haar woning te Borgerhout. Haar lichaam was enkele weken in bewaring en werd daarna vrijgegeven door het parket. De asverstrooiing vond plaats op donderdag 23 juli 2026 om 13u00 op strooiweide De Wingerd op het Schoonselhof.
Misschien is er een bonk geweest. Het was warm en na enkele dagen was er een geur. Op dinsdag 16 juni 2026 besluit de benedenbuurvrouw een kijkje te nemen. Ze klopt aan maar er wordt niet opengedaan. Mevrouw M. was eigenlijk altijd thuis. Als mevrouw van huis was zou ze de deur op slot hebben gedaan. De buurvrouw voelt en merkt dat de deur een beetje los zit. Ze slaat alarm waarna politie en ambulance arriveren.
Mevrouw M. lag vlak achter de voordeur met daarbij een stoel. De situatie wordt als opmerkelijk en dus verdacht geregistreerd. De deur wordt verzegeld. Het lichaam wordt voor een maand in bewaring gehouden terwijl het onderzoek loopt.
Nu kan ik de situatie schetsen, maar zelfs dat leek dagenlang niet mogelijk. Wanneer het lichaam wordt vrijgegeven, word ik gecontacteerd omdat er geen nabestaanden zijn geregistreerd. De volgende ochtend spring ik op mijn fiets richting Borgerhout. Het adres is niet ver van de ring, niet ver van het Rivierenhof. Het is een brede en lange straat die ergens overgaat in een andere gemeente. Het is nog vrij vroeg, maar ik voel de zon stevig op mijn kuiten branden als ik voor de deur van het gebouw sta. Ik traceer de zon, die vermoedelijk de hele dag vol op het gebouw lijkt te schijnen en ik vraag me af of de hitte bij het overlijden een rol speelde. Het adres dat ik meegekregen heb, heeft een busnummer. Nu ik voor de bel sta zie ik dat er nog drie andere appartementen zijn. Ik bel aan bij mevrouw M.V.D.V. Het originele naamplaatje is naar beneden gezakt. Er is een nieuwe geprinte naam met doorzichtige tape opgeplakt die het niet lang meer vol zal houden. Het doet me vermoeden dat mevrouw er al een hele tijd woonde. Enkel bij de bovenste bel krijg ik gehoor. De man die opneemt kende mevrouw alleen van in de gangen. Hij weet dat de benedenbuurvrouw haar heeft gevonden, op al mijn andere vragen krijg ik geen antwoord. Hij legt prompt de parlofoon op. Ik blijf nog even staan wachten in de hoop dat de man naar beneden komt. Dan probeer ik de naastgelegen panden, maar ook daar lukt het me niet om informatie te verkrijgen. Ze kenden de vrouw niet, doen niet open, zijn niet thuis, of begrijpen mijn vraag niet. Bij de buren in hetzelfde pand laat ik een briefje achter in hun postbus met de vraag mij te contacteren.
Dagen verstrijken waarin ik allerlei instanties probeert te contacteren. De maatschappelijk werker van het CAW die de uitvaart heeft aangevraagd weet niets meer dan basale gegevens. Ik bel naar Slachtofferhulp, die op het formulier van de uitvaartondernemer vermeld stond om een reden die ik en de persoon aan de telefoon niet goed kunnen thuisbrengen. “Is er familie? Niet? Nee want ja daarvoor zijn wij beschikbaar.”
Ik word in de wacht gezet en er wordt nog eens rondgevraagd, maar de politie heeft hen ook niets meer verteld. Het dichtsbijzijnde politiekantoor neem niet op. Een wijkagent is niet bereikbaar, maar ik verstuur een mail met ijdele hoop.
Mevrouw heeft een naam die vele mensen hebben. Verschillende zoekopdrachten op het internet leveren niets op. Op nieuwswebsites vind ik ook geen melding van een gevonden lichaam op die dag in die regio. Er is dus verder niemand op de hoogte van het overlijden van mevrouw M. Meer dan basale gegevens kan ik niet door doorgeven aan Yousra die het gedicht gaat schrijven.
Een paar dagen voor de uitvaart krijg ik alsnog telefoon. Het is Katrijn, de benedenbuurvrouw die mijn briefje heeft gevonden. Ze is de eerste en enige die me wat meer kan vertellen over wat er gebeurd is op die 16 juni. Katrijn vertelt me dat ze dus niet naar binnen is gegaan, maar direct de instanties verwittigde, omdat ze gezien de situatie zeker wist dat mevrouw zou zijn overleden. Katrijn kwam haar vooral tegen in de gang en sloeg dan een babbeltje. Ze weet dat M. hartpatiënt was en steeds slechter ter been werd. Ze bood altijd aan om de boodschappencaddy naar boven te tillen, wat M. weigerde, tot Katrijn besliste het maar gewoon te doen. Katrijn vertelt me ook meer over de reden waarom het lichaam in bewaring was. Ze vermoedt dat de stoel bij de deur er misschien stond om uit te rusten als mevrouw de trap op had gelopen. Of dat ze misschien met de stoel naar de deur is geschuifeld toen ze voelde dat haar hart het begaf. De politie heeft Katrijn verder niet op de hoogte gebracht van het onderzoek, de deur is al wekenlang verzegeld.
Verder vertelt Katrijn me dat M. graag tv keek. Die stond voor het raam en als Katrijn thuiskwam dan zwaaide M. altijd naar haar. Het appartement van mevrouw was erg somber met weinig meubels. M. heeft nog met haar mama in de straat gewoond. Misschien woont M. er al haar hele leven lang. Later verneem ik van de wijkagent nog dat M. enig kind was en op vijftienjarige leeftijd haar vader verloor. Haar moeder is in 2011 overleden. Het is niet geweten hoe lang M. in het appartement woonde. Vroeger had ze in ieder geval wel een tuin. Ze miste die enorm, maar ze keek wel graag naar de bloemen die in het tuintje van Katrijn groeide. Voordat Katrijn erin trok, woonde er een koppel waarmee M. goed bevriend was. Na hun overlijden is M. vermoedelijk in volledige eenzaamheid terechtgekomen.
Katrijn vraagt of ze ook naar de uitvaart mag komen. Ik ben blij dat ik haar heb kunnen bereiken en dat ze mee afscheid komt nemen van mevrouw. Ze vertelt dat ze een tekstje heeft geschreven voor M. en dat ze ook haar partner zal meenemen.
En zo staan we een paar dagen later samen rond de urn. Het ontroert me dat we hier staan met vier mensen van rond de dertig om samen met de uitvaartverzorgers afscheid te nemen van mevrouw M. Als ik kort wat heb verteld over mijn zoektocht naar het leven van mevrouw M. vraag ik aan Katrijn om haar tekst voor te lezen:
Wat ik het liefst aan u zag is hoe u vaak klaar stond aan het raam
om te zwaaien wanneer ik laat thuis kwam
altijd bereid voor een babbeltje in de gang
bezorgd als ik weer eens te veel op mijn fiets meenam
hoe u liefdevol kon vertellen over uw moeder en de tuin
en mij tips gaf over het onkruid
Een sterke vrouw die zo gewend was om alles alleen te doen
dat we zelfs uw boodschappen niet de trap op mochten dragen
tot uw benen het niet meer verdroegen, wij het niet meer vroegen
en gewoon de tassen naar boven droegen.
het is zo jammer dat u de bloemen in de tuin niet meer heeft zien bloeien
ik kan u vertellen dat ze nog nooit zo mooi hebben gestaan
Als ik iets leerde van u is het om je buren te koesteren
zeker zij die naasten missen
een gehaaste babbel op de gang die ik graag had willen wisselen
voor een koffie in mijn vrije tijd
helaas kwam die van u te vroeg
en als er iets is wat ik anders zal doen
is het tijd maken voor mijn buren
zodat dat mijn naasten de dood niet alleen hoeven te verduren
We zijn een moment stil en onder de indruk, en met de meerdere teksten die met liefde en aandacht zijn geschreven voor mevrouw M. voelt het als gezamenlijk en warmhartig afscheid.
Dat er van je leven weinig geweten is
dat ze zonder antwoord blijven
de vele vragen
of je hebt liefgehad bijvoorbeeld
wat je anders zou doen mocht je de kans,
of je bekend was met spijt of verdriet,
de bergen verkoos of de kust
of geen van beide misschien.
Of je gelooft dat de eenzaamheid mensen uitkiest
of zij haar en wat je zou vinden van die vraag,
retorisch of eerder ongepast.
Wat je te zeggen had over geluk,
welk gerecht je zou kiezen op je laatste dag en wie
dan bij je aanschuiven mag,
en of je überhaupt iets had met poëzie,
een gedicht als het deze,
zoniet, M., vergeef me
dat van je leven zo weinig geweten is,
en de vragen vragen blijven
maar als ik zou mogen hopen of raden
zou ik zeggen:
dat het veel was, je leven, en vol
dat het een leven lang een leven was en volkomen
het jouwe
Als we een laatste groet hebben gebracht, deelt de vrouw van de uitvaartonderneming mee dat ze toestemming heeft gekregen om de sieraden die M. droeg aan Katrijn mee te geven. “Ik denk dat M. niets liever gewild zou hebben,” zegt ze terwijl ze de oorbellen en horloge aan Katrijn overhandigd. We nemen afscheid en bedanken elkaar om aanwezig te zijn om dit moment samen vorm te geven.
Terug thuis tref ik mijn buurvrouw. Ze is vrolijk aan het spelen met mijn eenjarige dochter. Nu de opvang zomersluiting heeft, sprong ze bij zodat ik de uitvaart kon bijwonen. Het vertederende beeld bevestigd mooi hoe waardevol een goede buur is.