Meneer G.H. werd geboren in Hamme (Oost-Vlaanderen) op 3 augustus 1955. Hij is gestorven in Z.A.S. Sint-Augustinus op 26 oktober 2025. Zijn uitvaart heeft plaatsgevonden op donderdag 13 november 2025 om 12:00 aan de strooiweide De wingerd van de begraafplaats ’t Schoonselhof in Antwerpen.
Op donderdag 13 november komen Moya en ik haast gelijktijdig aan bij de plaats van afspraak aan parking 2 van het crematorium. Marina, die als voorganger komt aangereden samen met collega Bart van het uitvaartcentrum verwelkomt ons.
Marina wil graag even de ceremonie doorlopen, teksten en het lied dat ik heb voorgesteld. De witte roos die ik heb meegebracht wordt op de urne gelegd die in de ceremoniewagen staat opgesteld. Met ons drieën stappen we achter de ceremoniewagen aan die bestuurd wordt door Bart.
Bij aankomst aan de strooiweide wordt de urne op de urnezuil geplaatst, daarop wordt de witte roos gelegd en dan leest Marina bij wijze van intro een fragment voor uit het alom bekende mooie lied De steen van Bram Vermeulen :
'Ik heb een steen verlegd in een rivier op aarde
Nu weet ik dat ik nooit zal zijn vergeten
Ik leverde 't bewijs van mijn bestaan
Omdat, door het verleggen van die ene steen
Het water nooit dezelfde weg zal gaan.'
Waarop ze na een korte pauze toelicht, dat ieder van ons, elke mens een steentje is in de rivier van het leven en daardoor – en hoe dan ook - mede de loop ervan bepaalt.
We weten bijzonder weinig over meneer G.H. die gestorven is in het ziekenhuis. De laatste jaren van zijn leven woonde hij op een serviceflat in de Boomgaardstraat in Berchem. Eerst tezamen met zijn vriendin die toen al ziek en zorgbehoevend was. Ruim anderhalf jaar heeft hij daar goed voor haar kunnen zorgen. Na haar overlijden ging meneer H. zelf snel achteruit en hij vereenzaamde, al hield hij wel contact met een buurman die ook een serviceflat betrekt.
Ik kom het te weten via een medewerkster van het zorgbedrijf die een bureau heeft in het gebouw van de serviceflats. Meneer H. was een trouwe fan van Elvis Presley en van Marilyn Monroe. Er hingen posters van zijn idolen aan de wand in zijn kamer, vertelt ze. Toen meneer H. opgenomen moest worden in het ziekenhuis heeft de buurman de zorg op zich genomen van de kat van meneer H., maar na diens dood is het huisdier naar het asiel gebracht. Laten we hopen dat er intussen al een nieuwe thuis gevonden is. Na het gesprek bel ik nog aan bij de buurman maar die geeft spijtig genoeg geen gehoor.
In overleg met het uitvaartcentrum zullen we tijdens de assenuitstrooiing ‘Are You lonesome tonight’ van Elvis Presley laten weerklinken. Maar eerst leest Moya het gedicht voor dat ze schreef voor meneer G.H. :
de kat die achterbleef
de buurman die de kat kent
de kat die weet wat niemand weet
hoe jouw verdriet klinkt, hoe je heupwiegt
op Elvis, hoe eenzaam de nacht
we kleden je aan, we boenen je schoenen
we scheren je kaken, we dragen je boven de tijd uit, terug
naar toen je een jongen, een knokige snaak nog
met een leven dat voor je lag als een
langgerekte uitnodiging en niet
deze stilte, deze kale kamer, de wonden
die de tijd vergat te helen
we dragen je het licht in, we zien je
zeggen: we hebben je gezien
en de kat wacht
en wacht en wacht en wacht
en dan springt de kat op het bed
en nu ligt de kat te slapen
in de holte die jouw lichaam daar achterliet
we heffen het einde op, de randen, de muren
het bitter, het koud, we fluisteren je naam
ga nu, laat je leiden, spoel dan aan
Ik luister naar het gedicht zoals het zich als een filmpje voor mijn geestesoog afrolt, in de vervlogen warmte van sepiakleuren.
Dan weerklinkt het lied van Elvis – Are you lonesome tonight – terwijl Bart zich met de urne naar het midden van de strooiweide begeeft en de assen daar rustig in een grijze rechthoek uitstrooit. Marina legt de witte roos in het midden ervan.
Het lied sterft uit. Aan de rand van de weide maken we samen nog een diepe buiging als laatste groet aan meneer G.H..
Bij het afscheid zijn we het erover eens hoe mooi de teksten en het liedje samengingen. Zou meneer G.H. niet eens geknipoogd hebben als hij Elvis aan zijn zijde had gehoord?