Mevrouw C.V.N. werd geboren op 26 oktober 1943 in Elsene. Zij overleed op 19 januari 2026 in WZC Cleo in Antwerpen. De uitstrooiing vond plaats op ‘t Schoonselhof op dinsdag 27 januari om 12u00.
Een Facebookpagina met 66 vrienden waarvan twee BV’s: Guy De Pré en Petra De Sutter. Het is het eerste wat ik vind als ik haar naam google. Het profiel is behoorlijk leeg, er is maar één foto van een vrouw met een paarse bril op van meer dan 10 jaar geleden. Iemand reageerde daarop: mooi, ons C’tje.
10 jaar geleden was mevrouw C.V.N. dus nog “ons C’tje”. Nu sta ik in de kamer in woonzorgcentrum Cleo tussen een paar van haar laatste bezittingen: een draaimolen met voornamelijk foto’s van een man en ik herken ook C.V.N. aan haar paarse bril. Er zijn foto’s van een hondje en een van een kat met een kerstmutsje op. Er liggen twee uilenknuffels en een gebruikte haarborstel. In de kamer is de klok stil blijven staan op kwart voor acht.
Het komt niet vaak voor dat de kamer nog niet is leeggeruimd. De schilderijen zijn wel al van de muur gehaald: een tekening van een clown en een donker schilderij waarop een komeet inslaat. De komeet steekt er in 3D uit. Ik ben natuurlijk niet uitgenodigd door degene van wie de spullen zijn en dat voelt behoorlijk ongemakkelijk. Voorzichtig open ik de kast waarin kleurrijke kleding hangt. In een andere kast vind ik een doos met make-upartikelen. In een lade ligt een verjaardagskaart en twee agenda’s: een van 2021 en een van 2023. Ik blader door de agenda van 2021, ik durf niet goed te lezen wat er echt staat. Dit voelt te intiem. In de vluchtigheid zie ik wel allerlei boodschappenlijstjes staan. In het voorblad staan enkel nummers die je als nuttig of informatief kunt beschouwen. De agenda van 2023 is nooit ingevuld.
Mevrouw C.V.N. kwam zo’n twee jaar geleden hier in het woonzorgcentrum in Berchem te wonen. Ze werd overgeplaatst uit het ziekenhuis waar ze was opgenomen na een hersenbloeding. Toen mevrouw daarna in het wzc kwam, was er nog amper communicatie mogelijk. “Ze keek je aan, maar er was geen mimiek,” vertelt Liesbeth van de sociale dienst. Ze betreurt het dat ze me niet meer kan vertellen. Ze houden altijd een uitgebreide intake met de nieuwe bewoners, bij mevrouw C.V.N. was dit helaas niet mogelijk. De enige persoon die mevrouw nog heeft bezocht is de thuisverpleegster die haar jarenlang daarvoor had verzorgd.
In de gang van het woonzorgcentrum sta ik te praten met Liesbeth en Jacques, de hoofdverpleger. Naast ons staat een tafeltje ingericht voor C.V.N. Een kaars brandt naast een ingelijste foto van mevrouw C.V.N. waarop zij naast een lichtgevend hert zit. Het is een totaal ander beeld dan de foto’s in het molentje. Er lijkt zeker een decennium tussen te moeten zitten. Ze is wel herkenbaar aan de paarse bril. Er staat een lampje in de vorm van een vlinder die ze van het nachtkastje van C.V.N. hebben verplaatst. Kleuren passend bij mevrouw, besluiten ze. Jacques vult nog aan dat zijn collega geregeld met mevrouw C.V.N. naar buiten ging om wat schmink of kleding te kopen. Daarna was duidelijk leesbaar dat ze ontspannen was en fier op de spullen die ze gekocht had.
Het was geen plots overlijden. Mevrouw was al langere tijd niet meer goed. Ze had al twee eerdere luchtweginfecties overwonnen, maar deze strijd ging niet meer. De laatste week was vooral pijnbestrijding. Ze is langzaam en zacht ingeslapen.
De spullen die ik op haar kamer vond, werden destijds gebracht door de thuisverpleegster. Vermoedelijk hadden zij en C.V.N. een goede band en weet zij me meer te vertellen. Liesbeth en Jacques gokken dat de foto’s in het molentje misschien van haar ex-man zijn. Er waren ook twee urnes met assen van vermoedelijk haar hondjes die de uitvaartonderneming heeft opgehaald om mee te verstrooien. Toen C.V.N. uit het ziekenhuis werd overgebracht stond er op het formulier dat er twee dochters zouden zijn geweest, maar daar is nooit iets van gezien of gehoord.
Ik contacteer Cavell, de serviceflat waar C.V.N. eerder woonde. “Niet zo lang hoor, maar twee jaar,” zegt de vrouw me aan de telefoon. “Ze was erg op zichzelf en kwam moeilijk uit haar woorden, maar ik herinner me haar zeker. Haar hele kamer stond vol met prullaria, daar was ze verzot van. Katjes, poezen, namaakpoezen. Van die pluchen dingen ook overal.” Op de kamer van mevrouw C.V.N. zag ik uiltjes, foto's van een hond en een kat en veel van één man. Er zijn allerlei puzzelstukjes die nog ontbreken, maar de medewerker van Cavell kan me niet veel verder helpen. Ze heeft mevrouw nooit horen spreken over familie. Niet over de man van wie zij gescheiden is, en ook nooit iets over eventuele dochters.
Dan werp ik een lijn uit naar de thuisverpleegster, die C.V.N. dus ook al verzorgde voordat ze in Cavell kwam wonen. De thuisverpleegster is aan het werk, maar maakt even tijd vrij om me telefonisch te woord te staan. Ze spreekt over C.V.N. als een sterke dame. In het begin hielp ze haar vooral met boodschappen te doen. C.V.N. woonde jarenlang op een flat in Berchem voor ze naar Cavell ging. De thuisverpleegster had het idee dat mevrouw een bewogen leven had. C.V.N. is veel op vakantie geweest naar bijvoorbeeld Turkije en andere zonnige oorden. Ze meent zich te herinneren dat mevrouw ook een zwarte band had in een vechtsport. Maar de laatste jaren ging haar spraak veel verder achteruit. C.V.N. was nog maar moeilijk te verstaan dus de thuisverpleegster weet een aantal dingen niet met zekerheid te zeggen. Een dochter zou er inderdaad zijn geweest, maar ook daar weet de thuisverpleegster helaas niets over.
De man op de foto’s zou ook een goede vriend van C.V.N. kunnen zijn geweest. Ze had veel van van zijn spullen gekregen na zijn overlijden. Mevrouw C.V.N. had heel erg veel gerief. Op de vensterbank stonden in elk geval twee grote pluche beren die niet konden worden verhuisd naar Cleo. Mevrouw C.V.N. had zeker een verzamelwoede.
De thuisverpleegster weet me wel een nieuwe richting op te sturen. Ze vertelt me dat er een vrouw was met wie destijds veel contact was en die C.V.N. haar tweede moeder noemde. Ze zal mijn gegevens aan haar doorgeven. De thuisverpleegster weet niet of zij ooit op bezoek is geweest in Cleo. Zelf is ze in het begin een keer geweest, maar mevrouw C.V.N. was zo snel achteruit gegaan en dat vond ze ontzettend moeilijk om te zien. Ze werkt graag als thuiszorg vertrouwt ze me toe, maar ze zou niet kunnen werken in een rusthuis.
Er gaat bijna een dag voorbij waarbij ik me het hoofd breek over de ontbrekende puzzelstukken. Ik probeer de facebookpagina nog eens uit te pluizen, maar ook de namen van op de verjaardagskaart vind ik er niet terug. Dan word ik gebeld door een vrouw met de naam Zora.
Het wordt een lang telefoongesprek waarbij ik een deel van het leven van mevrouw C.V.N. te weten kom. Zeker twintig jaar lang waren zij en Zora bevriend. Mevrouw C.V.N. was jarenlang Zora’s buurvrouw en voelde voor haar als familie - ze is in tranen nu ze weet dat ze is overleden. Over het verre verleden van C.V.N. kom ik niet veel te weten. “Er is inderdaad een dochter die nu in Canada woont ofzo, en een man van wie ze gescheiden is.” De precieze details worden me niet duidelijk maar er werd gerommeld met geld. Veel geld. “Zij was een van de rijkste vrouwen, maar is als de armste geëindigd."
Zora en C.V.N. spraken niet over het verleden want daar zat heel veel verdriet. Ook van de zwarte band in vechtsport weet Zora niets. “Ik geloof inderdaad dat ze uit het Brusselse kwam, maar ik ken haar van de Nationalestraat." Zora heeft daar al 22 jaar een wafelhuis. C. kwam daar iedere dag. Of beter: C’tje, zo noemt Zora haar steeds. “Ik heb heel veel herinneringen aan haar. Ik weet dat ze jarig is op 26 oktober.” C’tje had één hondje: Rocky, maar geen tweede. De andere urne moet die van haar vriend F. zijn geweest en dat was niet haar geliefde. F. viel op mannen en droeg soms wat excentrieke kledij, sommige mensen lachten daarom. F. moet ook degene zijn op al de foto's. Als er een partner was geweest dan had Zora dat zeker geweten. C’tje heeft altijd voor F. gezorgd, zeker ook toen hij ziek werd. Toen hij stierf aan een tumor, organiseerde C’tje een koffietafel voor hem. Iedereen was altijd welkom bij C’tje. Ook alle sukkelaars en clochards, C’tje was ontzettend vrijgevig en behulpzaam. Ze kon goed luisteren en trakteerde veel. Vroeger was ze heel rijk en gekend. Ze was altijd verzorgd en netjes gekleed. Ze was drietalig en had ontzettend veel spullen, ook allerlei chique bontjassen. Toen C’tje moest verhuizen zijn al die spullen weggegeven. C’tje had een groot en goed hart. Daar hebben sommige mensen misbruik van gemaakt. Uiteindelijk belandde ze onder bewindvoering. Zora heeft C’tje nog meermaals bezocht in het ziekenhuis samen met haar hondje Snoepje die ook ontzettend van C’tje hield. “Nadat C’tje gevallen was ging ze steeds verder achteruit. Nog meer toen die hersenbloeding kwam…” In het woonzorgcentrum is ze nooit op bezoek geweest. Ik begrijp van Zora dat het te moeilijk was. Haar moeder was juist overleden, en de thuisverpleegster had ook gezegd dat C’tje haar waarschijnlijk niet zou hebben herkend.
Zora heeft zich vaak afgevraagd of C’tje nog leefde. Ook allerlei mensen in de straat vroegen hoe het met haar was en Zora moest antwoorden: ik weet het niet.
Ik geef de datum en plaats van de uitvaart door, maar Zora weet niet zeker of ze op de uitvaart zal geraken, omdat ze haar zaak moet openhouden. Wel stuurt ze me via e-mail enkele foto’s door.
De meeste foto’s zijn gemaakt in 2015. Ik zie allerlei vastgelegde momenten van Zora samen met C’tje. Op een wat recentere foto na, zijn het allemaal beelden van zeker zo’n tien jaar geleden. C.V.N. staat overal lachend op, meestal met paarse bril en allerlei sieraden. “Madam Bijou” zo noemde Zora haar ook. Ik zie ook een aantal foto’s samen met F. aan tafel met familie van Zora.
De foto’s toon ik ook aan Moya die voor C.V.N. een gedicht zal schrijven. Moya is onder de indruk van alle informatie die ik bijeen heb verzameld. Ik betreur het dat het voor een groot deel vaag blijft, maar ben blij met het beeld dat we ook hebben kunnen vinden: mevrouw C.V.N. een vrolijke, sterke, nette, vrijgevige vrouw flanerend door de Antwerpse binnenstad.
Een paar dagen later staan Moya en ik samen te wachten in de inkomhal van het crematorium op het Schoonselhof. Zo dadelijk worden we opgehaald door de uitvaartonderneming. Het weer is zo druilerig dat we nog even blijven schuilen.
Dan stopt er een taxi voor de draaideur. Er stappen twee mensen uit. Van een herken ik het gezicht van de foto’s, maar nu tien jaar ouder. Zora is er samen met Jos, die C’tje ook goed gekend heeft van in het wafelhuis. “Mijn schoondochter werkt nu. Ik heb een taxi genomen om hier te zijn. C’tje was als een moeder voor mij.”
De voorganger deelt paraplu's uit en neemt ons mee naar buiten waar we de rouwauto volgen richting de strooiweide. Zora is afkomstig uit Servië en heeft nog niet eerder een uitstrooiing meegemaakt. Ze vertelt me dat er daar diverse rituelen zijn in de weken na een begraving waarbij mensen samenkomen om te eten. In haar geloof wordt gezegd dat wanneer het regent, de overledene zelf huilt en verdrietig is om het afscheid. De voorganger zegt dat er hier gezegd wordt dat de regen met ons meehuilt.
Zo staan we rond de urne op de zuil: de voorganger, Zora en Jos, Moya en ik.
De voorganger heet ons welkom. Ik vertel over mijn bezoek aan Cleo. Ik bedank hen voor de goede zorgen voor mevrouw C.V.N. en de diverse puzzelstukken die ze me aanreikten. Ik verduidelijk dat ik in de zoektocht om ze bijeen te leggen, Zora op het spoor ben gekomen. Zo hebben we een beter beeld gekregen van C.V.N. en wordt er afscheid genomen door mensen die belangrijk voor haar waren. Zora vult aan wat voor lieve vrouw C’tje was. Dan leest Moya haar gedicht:
precies de juiste wolken
precies het juiste groen in het gras
precies het juiste licht in de lucht
de lengende dagen dragen een vrouw
over de randen van het hier
over de randen van haar lichaam
en van haar haperende hoofd
naar toen ze nog glansde, toen ze nog gul
en gezellig tussen spullen en beren
tussen kleren en clowns en katten van steen
wat te drinken, wat te eten
precies de juiste wolken
precies de juiste regen
precies de juiste kleuren, kijk daar
het paars van haar bril
en van haar lievelingsschoenen
waarmee ze ooit trots en tevreden
door de stadse straten liep
precies de juiste wolken
precies de juiste bomen
precies het juiste ruisen, hoor
het snorren van haar hond
het praten van haar vriend
hoor ze klagen over het kleine
en lachen om elkaars grappen
de lengende dagen dragen een vrouw
de pijn voorbij, de dood voorbij
alleen nog licht nu en wind en wolken
precies de juiste wolken
Vandaag strooien we niet alleen de as uit van mevrouw C.V.N. maar ook van haar vriend F. en hondje Rocky. Zora vraagt of het wat verderop kan worden uitgestrooid bij de palmbomen die hier in het midden van de weide staan. “C’tje hield van planten, die stonden ook nog tussen al haar gerief,” zegt Zora. De regen tikt stevig op onze paraplu’s, op de weide, het stof van de assen stuift ertussen tot alles is neergedwarreld op het gras. “Mooi," besluit Zora. “C’tje, Rocky en F. voor altijd samen.”
De uitvaartonderneming heeft de urnes die bij C.V.N. op de vensterbank stonden bewaard en geeft ze mee aan Zora. Ik bedank haar en Jos om afscheid te komen nemen. Zora nodigt mij en Moya uit langs te komen in de Nationalestraat; ze zou ons graag een keer op een wafel trakteren.
Wat een mooi gedicht. Het haalt de zwaarte uit de dood.
Dankjewel Moya.