Mevrouw R.H. werd geboren op 14 september 1941 in Nieuwmunster en overleed op 22 februari 2026 in WZC Ten Boomgaarde in Sint-Michiels, Brugge. Haar uitvaart vond plaats op 3 maart 2026 om 11h30 op de begraafplaats van Sint-Pieters.
Ze
draagt de naam van een bloem. Helaas zijn de lijnen van haar leven zo
door haar ziekte vervaagd, dat niemand mij daar nog iets over kan
vertellen. Toen bleek dat haar man zeven jaar geleden door een val
uit een bus niet terug naar huis kon, is ze samen met hem in het WZC
opgenomen. Ze waren heel close en zorgend voor elkaar. Zij was al
dementerend. Zodoende nam hij het voortouw en volgde zij hem tot in
de kleinste beslissingen: wat ze zouden eten, aan welke activiteiten
ze zouden deelnemen... Ze hadden elkaar leren kennen op een veldfeest
in hun dorp Nieuwmunster. Hij was er beenhouwer, zij familiaal
helpster. Kinderen zijn er nooit gekomen.
Toen hij stierf en zij alleen achterbleef, kleurde haar dementie steeds meer paranoia. Ze werd overgebracht naar een andere afdeling, waar ze erg geliefd was. In de hal staat haar foto ingelijst. Ze draagt een witte trui met bloemen, is keurig gekapt, en haar blik is naar iets links buiten beeld gericht.
Ze
is geboren aan het begin van de tweede wereldoorlog in een klein
polderdorp, waar in de middeleeuwen ‘schapen op schorren liepen’
dicht wiki voor mij. De naam Nieuwmunster is afkomstig van
Niemonstra, wat zoveel als Nieuw Klooster betekent. Het zou verwijzen
naar de burcht van de ‘tempeliers van Slijpe’, een religieuze
ridderorde, in het leven geroepen om de pelgrims naar het Heilig Land
te beschermen. Als ik dat lees gaan bij mij enkele fantasmatische
deuren open van spijkerbroek en kruistochten. Hoe heeft mevrouw R.H.
haar dorp beleefd?
Wat zou haar man over haar verteld
hebben, of de mensen voor wie zij zorgde? Had ze kinderen gewild of
niet en waarom wil haar zus niet komen naar haar begrafenis? ‘Ze
konden wel haar kamer komen leeghalen!’ zegt een zorgkundige bits.
‘Ze wou graag in de kerk begraven worden’, weet iemand anders. Ik
hoor het aan als de losse blaadjes van de bloem die ze was.
Op
de dag van de begrafenis schijnt de zon en staan de krokussen in
volle bloei. Ik pluk er één uit mijn tuin voor mevrouw R.H. Ook
langs de oprit van de begraafplaats groeit een lange strook uitbundig
geel. Ik herken twee verzorgenden van het WZC. ‘De
begrafenisondernemer zei dat we niet mochten komen van de familie’,
zegt een van hen, ‘maar wie kan ons dat beletten dat wij hier zijn?
Dit is belangrijk voor ons.’ Verder weten ze nog te vertellen dat
mevrouw R.H. een wilsbeschikking had. Ze had het liefste een
katholieke dienst gewild en naast haar man begraven worden. Bovendien
was ze niet onbemiddeld om dit te realiseren. Waar
liep het fout?
Na een inleidend woord van de
begrafenisondernemer, lees ik het gedicht van Delphine die verhinderd
werd om te komen:
Beste R.H.,
Je ging naar een feest en werd verliefd op een beenhouwer
Droeg je een gekkobroche en een sober paars kleed?
Koket tot op het eind, de broche raakte zoek
Je maalde er niet om
Maar de zus waarmee je in onmin leefde
Het knaagde aan je
Het bleef aan je knagen
Tot alles brij, moes, verwarring en fictie werd
Paranoia en angstaanvallen
Maar ook: visioenen, inzichten, vergiffenis
Door niemand neergepend, geen kinderen
Slechts haastige verzorgers met hypotheken, eczeem,
Gefnuikte dromen en Dalmatiërs met verlatingsangst.
Je viel ten prooi aan dementie
Maar niemand nam de moeite
Om te vragen aan je man: 'Hoe was R.H. vroeger?
Las ze graag boeken over circusmensen?
Speelde ze schuiftrompet? Hield ze van Ava Gardner?
Kende ze de regels van Karate?
Was ze een schaamteloze petomaan?
Kon ze opvallend goed dieren tekenen?'
Ja
Schapen uit het hoofd en de exotische amfibieën
Die je in oude encyclopedieën vond
Zwart-witte foto's van giftige kikkers en ingetogen varanen
De kleuren verzon je
Of kwam je ze tegen in je dagdromen?
Nu mag je voorgoed rusten
Het hiernamaals is een zachte romige jungle
Schapen, gekko's en pijlgifkikkers leven er vreedzaam samen
Je toegewijde tedere beenhouwer wacht je op
In het hiernamaals speel je schuiftrompet
Karate komt van pas wanneer God op je zenuwen werkt
Je moet niet wedijveren met een meute kribbige engelen
Engelen bestaan niet.
Jij bestond
Jij blijft bestaan
In
dit gedicht, na dit gedicht.
Daarna
wordt de kist weggereden om even verder in een kuil te verdwijnen.
Een verzorgende pinkt een traantje weg. Ze houden elkaar vast, kijken
de kist na en wuiven mevrouw R.H. uit met hun liefdevolle frasen:
-
We zullen haar missen, ze was zo’n
schatje.
-
Het was een mooi gedicht.
- ja,
wil
je aan Delphine zeggen dat het een mooi gedicht was?
- We hadden
snoep moeten meenemen om op haar kist te gooien.
- ja, van die
krokodilletjes, daar was ze gek op.