Meneer J.R. was geboren in 1957. De uitstrooiing van de as heeft plaatsgehad op dinsdag 2 juli, op begraafplaats Blauwe Toren in Brugge. Dichter van dienst was Frederik Lucien De Laere.
Hoe kan het dat zo’n sociale man toch een eenzame uitvaart krijgt? Dat is de vraag die mij bezig houdt nu Marlies van Vierkant tegen eenzaamheid en ikzelf de betrokken diensten van het OCMW en Thuiszorg hebben gehoord. Ze spreken van een enthousiaste, een grappige en een correcte man. Hij had een goede band met zijn hulpverleners en verzorgenden die allen met een warm hart over hem vertellen: een fijne, aangename man. Zelfs toen hij in december in het ziekenhuis opgenomen was met een depressie (zet het raam open en ik spring erdoor), had hij nog een mooie connectie met een medepatiënte met beginnende dementie.
Hoe komt het dat iemand met zoveel sociale vaardigheden toch geen contact meer had met de mensen uit zijn verleden: zijn moeder, zijn dochter, zijn halfbroer…? Waarom zijn er ook geen vrienden meer van de biljartclub waar hij speelde tot dat onmogelijk werd omwille van de rugpijn?
Sinds die opname in het ziekenhuis had in hem het idee postgevat dat hij euthanasie wou en zo is woensdag uiteindelijk geschied, in alle eenzaamheid, hij wou er niemand bij. Zijn huur was opgezegd, zijn huis geleegd, alleen de begrafenis bleek niet op voorhand geregeld te kunnen worden. Aan de vooravond nam hij nog met enkele kwinkslagen afscheid van zijn verzorgenden.
Hij was karig met informatie over zijn verleden. Hij had in een drukkerij gewerkt, was buschauffeur bij De Lijn geweest tot hij Parkinson kreeg. Hij had stormachtige liefdes gekend maar ook weer verloren. Een rijkgevuld tumultueus impulsief leven, zo wordt het omschreven. Hij had zelfs even op straat geleefd. Maar zelfs op straat had hij zich beter gevoeld dan in zijn appartementje in Sint-Andries waar hij gevangen zat tussen vier muren en door zijn ziekte hoe langer hoe meer geïsoleerd raakte. Hij tekende wat, hij had er talent voor. Noch Manchester City, noch Club Brugge of Blokken konden zijn eenzaamheid en zijn pijn opheffen. Hij had niemand meer behalve, driemaal in de week, Familiezorg. Dat kan een tv-toestel niet veranderen. Dat kunnen sigaretten niet oplossen.
Hij was graag uitgestrooid op zee. “Dan kan ik op reis gaan”, zei hij. Weg van tussen die muren, weg uit dat lichaam dat hem gevangen hield om het avontuur dat zijn leven was geweest, verder te zetten na de dood.
Het is een hete zomerdag, te mooi voor een begrafenis. We staan op de strooiweide van de begraafplaats Blauwe Toren rond de urne met twee hulpverleners en een oude geliefde van J. Het is hartverwarmend omdat de uitvaart daardoor in extremis minder eenzaam wordt. Op het laatste nippertje vraagt L. aan de begrafenisondernemer een beetje as om alsnog de laatste wens van J. te kunnen vervullen. Frederik leest zijn gedicht voor.
Je was graag onder de mensen,
was menselijk en warm,
omarmde je naasten
tot op het laatst,
tot je wens werd vervuld
om het raam te openen
en in een andere wereld te springen.
Je was graag gezien,
ging in overdrive met je liefdes,
kon je nauwelijks nog bedwingen.
Je raakte in uiterste staat,
overleefde op straat, impulsief,
als dief in de nacht,
als vrijheidsstrijder.
Je was graag op reis gegaan
maar je werd getroffen
door een schofferende ziekte.
De biljart werd een marteling,
noodgedwongen bracht je de dagen door
tussen vier muren en sleet de uren
met de herinnering aan vele verre vrienden.
Het is windstil. Zijn as wordt langzaam en met veel eerbied uitgestrooid. De begrafenisondernemer tekent een slang in het gras en legt er de viooltjes bij die zijn oude geliefde heeft meegebracht. Het was mooi, eenvoudig en sereen.
Er worden nog herinneringen opgehaald, er wordt bedankt over en weer. Even later barst over Brugge een warmteonweer los.
Dit raakt mij nog meer dan anders. Niet de eerste viool spelen, maar de laatste viooltjes laten spelen in een leven dat gestrooid wordt in aarde en in zee, waar de zon ondergaat om alles na de nacht te boven te komen...
Als ik met woorden of nabijheid ietsje kan betekenen voor Eenzame uitvaart in Brugge, lees ik het graag. Luc vandenabeeleluc@telenet.be
Hier krijg ik toch weer kippenvel van... Mijn vader stierf anderhalf jaar geleden. Hij had 27 jaar Parkinson. We waren er bij, thuis, zijn geliefde vrouw, mijn broer, schoonzus en ik, zijn kleinkinderen. Wij weten hoe Parkinson mensen gevangen zet. Het verhaal van Frederik ontroert mij des te meer. Ook mijn vader was een biljarter...