Mevrouw R.B. werd geboren op 29 januari 1960, geboorteplaats onbekend en overleed in AZ Sint Jan op 9 mei 2025 in Brugge. Haar uitvaart vond plaats op 15 mei 2025 om 14u30 op de begraafplaats van Blauwe Toren.
In de inkomhal van het WZC zitten negen
groene kikkers met kroontjes. Het is stralend weer en ik wacht op de
maatschappelijk assistente met wie ik een afspraak heb. Mevrouw R.B heeft hier immers haar laatste jaren gewoond.
Tania? Ze wenkt en leidt me gezwind door het gebouw,
loodst me naar een kring zorgkundigen. Hun ochtenshift zit er op. Wat
kunnen ze mij vertellen over mevrouw R.B? Ze was nog jong toen ze
getroffen werd door een CVA wat haar getekend
heeft voor de rest van haar
leven: halfzijdig immobiel en verbaal beperkt. Vaak hield
ze het op een ‘ja’ en ‘nee’ dan wel in een oneindig aantal
varianten. Ja! ja-a? jaaaach, jawadde… resoneert iemand. Verder
krijg ik bijzonderheden te horen die iemand zowel typeren als
verhullen. Ze wou alle deuren dicht, deed daarom
steevast haar ronde om alle
deuren te sluiten en ook al sprak ze niet veel, ze was niettemin
‘zeer aanwezig’, ‘zat graag met Francine en Rosa aan tafel’,
hield van zoetigheden, kreeg een praline van de kapper, rookte toen
ze hier pas was. Echt? Ja, tot ze er niet meer om vroeg. Was ze
vergeten dat ze rookte?
Het eerste contact met hulpverlening
vindt plaats in 2020 wanneer haar stiefzoon haar thuis aan tafel
treft naast haar pas overleden man. Ze lijkt de situatie niet te
kunnen inschatten, zit er misschien al enkele dagen, wordt opgenomen.
Het ene kortverblijf volgt het andere op tot ze tenslotte een vaste
verblijfplaats vindt in het WZC, ook al is ze amper 60 jaar.
Haar
dossier beschrijft vooral sociale en financiële interventies
(waaraan zo’n 200 hulpverleners meeschrijven), daar ze de
wezenlijke zaken over haar leven zelf niet meer kan vertellen. Was
haar man de schatbewaarder van haar woorden? Of liever: van haar
zwijgen, van haar alledaagse gewoontes en choreografieën. Wat
overhaalde hem om voor haar te zorgen? En hoe zou hun gezamenlijke
leven er hebben uitgezien? De kamer van mevrouw R.B biedt uitzicht op
de flat waar ze eerder met hem woonde. Ik weet niet eens of ze zich
daar bewust van was, zegt de maatschappelijk assistente.
Nog enkele ijkpunten: mevrouw R.B.
trouwt een een eerste maal in ‘78, een scheiding volgt in ‘85.
Zat de CVA hier voor iets tussen? Er is sprake van drie kinderen.
Maar als we dieper in het digitale labyrint van het dossier duiken,
blijkt er slechts één dochter te zijn met een kleindochter. Tja,
bij een man kunnen we in de kruispuntenbank zien wie de kinderen zijn
maar bij een vrouw niet, deelt de maatschappelijk assistente mij mee.
Wat er ook van zij, er is geen contact meer met dochter noch
stiefzoon.
Op de dag van de uitvaart is het koud en
winderig. Enkel de bloesems verraden een warmer seizoen. Ik moet
helaas verstek geven. Frederik en Marlies, coördinator van Vierkant Tegen Eenzaamheid vertellen mij de volgende dag dat er nog één
iemand aanwezig was, een hulpverlener van het WZC, die ook een kort
getuigenis bracht. Deze benadrukte dat mevrouw R.B over een geheel
eigen vocabulaire beschikte dat vooral uit mimiek en gebaren bestond,
zoals bijvoorbeeld kushandjes die ze gretig uitdeelde.
Ik
vis het gedicht van Frederik uit mijn mailbox, plak het onderaan dit
verslag en hoor zijn stem wanneer ik het lees. Iets valt
hem toe. Het blijft vallen, zonder
gewicht en zonder vorm, steeds
meer naarmate hij verder leest… . Op het eind van zijn gedicht ligt
een tapijt van...
Kushandjes.
Zij
sprak in tongen of antwoordde karig
met een ja of een nee.
Meestal overheerste het stilzwijgen
en
sloot de schelp zich,
eerst tijdelijk en dan voor altijd,
met
een batterij aan geheimen.
Haar helften manifesteerden zich
te pas en te onpas, doorheen woelig
water
of tijdens de stilte voor de storm.
Gehavend zocht zij naar lafenis,
een hekel had zij aan lafheid
en
halfslachtigheid,
steeds was er die zoektocht
naar eenheid
in de verdeeldheid.
Zij deed deuren dicht,
het was een
daad van bevestiging
en bekrachtiging van haar bestaan,
een voortdurend trachten
om bij te benen,
van betekenis te
zijn,
van twee naar een te gaan.
Het raakt me steeds weer, het verhaal van iemand dichtbij in afstand en toch zo alleen, of net niet helemaal. Met nogmaals dank voor de mensen in de zorg. "... een leven proberen op te bouwen van twee naar één... " Zo mooi en zo herkenbaar.