Mevrouw G.T. werd geboren in Sint-Kruis op 14 december 1929 en overleed er in het Woonzorgcentrum Ter Zuylen op 27 juli 2026. Haar uitvaart vond plaats op zaterdag 1 augustus 2026 om 14u op de parkbegraafplaats van de Blauwe Toren in Brugge.
Het is veel te heet en veel te zomers om te sterven maar daar houdt de dood geen rekening mee, wel integendeel. Het is vakantie en dus zijn er jobstudenten aan het werk die met jeugdig enthousiasme aan hun werkende leven zijn begonnen. Ze hebben G. nauwelijks gekend maar de ergotherapeut die haar wel goed kende, zal mij de volgende dag bellen. Zij spreekt in warme bewoordingen over G. en vertelt allerlei zaken die verschillende facetten van G. doen oplichten. Zij was hardhorig en introvert, levend in haar eigen stille bubbel, al zat ze liever in de living tussen de mensen dan alleen op haar kamer. Ze was verkoopster geweest in de Innovation, had het daarmee te maken? Ook een verkoopster loopt tussen de klanten maar hoort er niet bij, heeft een andere status en rol, draagt een naamplaatje, loopt anders gekleed, koopt niet zomaar kleren waar anderen bij aanwezig zijn. Ze kwam tot leven in één op één contacten, bijvoorbeeld als haar handen werden verzorgd en gemasseerd of haar nagels gelakt, als haar haar werd opgestoken in een dot, samengebonden in een paardenstaart of gevlochten (elke verzorgende haar eigen frivoliteit en G. liet het graag gebeuren), als ze in de buurt, háár buurt, een uitstap met de rolstoelfiets kon maken. G. was een stille genieter, altijd dankbaar voor de verwennerijen die ze kreeg. Ze was lang geleden gescheiden en had geen kinderen of verwanten maar als ik de ergotherapeut hoor spreken, krijg ik het gevoel dat ze mensen aan zich wist te binden, zoals ze wist hoe ze haar Duitse Schepers moest trainen om er wedstrijden mee te winnen. Vroege socialisatie als pup is cruciaal en zorgt ervoor dat een volwassen Duitse Scheper vriendelijk en sociaal kan zijn met andere honden, dat moet ze zeker hebben geweten. Ze breide veel, zegt men mij, en ik vraag mij af voor wie de wollen sjaals, mutsen en truien bedoeld zouden zijn geweest. Ze pendelde, maar alleen als ze op haar kamer was. Met een gewichtje, de pendel, hangend aan een touw wou ze haar vragen beantwoord zien door subtiele bewegingen die werden gestuurd door haar eigen onderbewustzijn. Ze deed het niet op vraag van anderen en ze liep er zeker niet mee te koop. Welke vragen zou ze hebben voorgelegd? Zou ze hebben willen weten hoe lang dit leven van haar nog moest duren? 96 jaar, het was voor haar goed geweest. Er stond een foto van een vrouw in haar kamer, maar niemand die me weet te zeggen wie dat was. Elk leven blijft een raadsel.
Als ik al die zaken meld aan Delphine, antwoordt zij: ‘Wow! Wat een vrouw.’
Op de uitvaart is toch een personeelslid van het woonzorgcentrum en een achternicht van een achternicht opgedaagd. Samen staan we rondom de urne wanneer ik het portret van G. schets en Delphine haar gedicht leest. We hebben plots een piepklein publiek gekregen voor onze literaire reconstructie waarvan wij hopen dat het G. recht doet.
Beste G.T.,
Je werkte in een chique winkel: zijden foulards,
Decadente peignoirs, frivole dassen, bedwelmend
Reukwater, opzichtige sieraden en satijnen bh's gleden
Over je mooi verzorgde handen
Thuis gaven diezelfde mooi verzorgde handen aaitjes
En commando's aan schrandere imposante herdershonden
Wolven haast
Ze waren hoffelijker, trouwer en ruimhartiger
Dan de meeste klanten van die o zo chique winkel.
Het klikken van de hakken in de winkel
Werd het tikken van de breinaalden
Om de verveling te verdrijven
Geen truitje voor een aandoenlijk kind,
Geen wanten voor een hitsige geliefde,
Geen muts voor een warrig grappig nichtje,
Geen kousen voor een strenge idealistische zus.
Soms liet je langzaam een pendel bewegen
Alsof de toekomst ruiste, je zocht
Geen lust, luxe, faam, wagens, alpaca's of verre reizen
Slechts kleine heldere troostrijke antwoorden
Op zeurderige somberte en knagende eenzaamheid.
In het rusthuis bleef je vaak op je kamer
Je werd solitair, nors, melancholisch en doof
In je hoofd klonken nog: de hunkerende gutturale grom
van een baldadige herdershond die half schuldbewust
Half provocerend een aan flarden gescheurde pluchen fazant
Aan jou liet zien, het slurpende wanhopige geluid
Van een hondentong die de bodem van zijn drinkbak heeft bereikt,
Het knisperende pragmatische inpakpapier,
De ritselende vulgaire bankbiljetten,
Het driftige vijlen van de nagels, het voorspelbare geruststellende
Gehijg van opgewonden honden die worden uitgelaten
Voor de zoveelste keer, honden wandelen altijd voor het eerst
Tenminste: als je hun onstuitbare atavistische geestdrift mag geloven.
Op het eind werden de slingerbewegingen van je pendel trager
Aarzelend, weifelend, kolkend, hortend
Stil
Het grommen verstomde
De toekomst was op
Het verleden was al bij al rijk geweest
De rijkdom school vooral in de vacht van je loyale pientere herdershonden.
Nu ben je verenigd met je honden
Geen last meer van dwingende kijvende klanten
Geen brij meer van drammerige ambetante hopeloosheid
En je handen?Je handen worden nu verzorgd door vriendelijke bekoorlijke
Cherubijnen.
De verstrooiing heeft plaats in de schaduw van de hoge populieren. Een witte roos wordt uit het boeket gehaald en op de plek gelegd waar haar as is neergevallen. De witte roos, liggend in het schrale gras, is als een oog dat ons aankijkt en ziet vertrekken. Eenzaamheid bestaat in vele gradaties en G. is daar een milde vorm van.