Mevrouw G.V. werd geboren in Brugge op 1 augustus 1929 en overleed in het Woonzorgcentrum Sint-Jozef in Brugge op 16 juli 2026. Haar uitvaart vond plaats op 22 juli 2026 om 12u30 op de parkbegraafplaats van de Blauwe Toren in Brugge.
Het is zondag kort na de middag als ik het woonzorgcentrum bezoek waar G. tien jaar heeft gewoond. De cafetaria is nog leeg maar een vrijwilliger wijst mij de weg naar haar afdeling. Veel kom ik niet te weten. Ik kijk even door het raam van haar ontruimde kamer en naar haar foto die aan de deur hangt en ik bedenk: het zal je maar gebeuren dat je sterft als iedereen met vakantie is of in weekend. Alsof eenzaam sterven nog niet eenzaam genoeg is. Maar als ik de volgende dag telefoneer naar het woonzorgcentrum, komt G. helemaal tot leven. Ik krijg een mooie foto van haar uit 2022 toegestuurd, genomen door een professionele fotograaf die haar raak heeft weten te portretteren, met rechts van haar een boeket oranje-gele rozen, op de vensterbank snoepjes, achter het gordijn een grote Chinese vaas en links van haar een antieke stoel. De muur achter haar is diepgroen en dat geeft het tafereel een chique en warme uitstraling. G. heeft kort gekapt wit haar en kijkt uit het raam, een fiere dame met klasse en zelfvertrouwen en dat blijkt ook uit wat ze mij toevertrouwen: dat ze graag op zichzelf was, dat ze wist wat ze wou, dat ze zich graag liet dienen, dat ze met haar kwakkelende gezondheid had gekozen voor euthanasie. Dat betekende niet dat ze niet sociaal was geweest, want toen het woonzorgcentrum FC De kampioenen speelde, figureerde ze als Carmen. Ze was bediende geweest in een grote fabriek. Ze had veel gereisd. Ze was vier keer getrouwd of verloofd geweest. Toen haar laatste man op een dag niet opdaagde in het rusthuis, hebben ze hem thuis dood gevonden. Er volgden lange jaren zonder bezoek, want kinderen of familie had ze niet. Ze hield van haar tv-programma’s, van snoep, van meezingers en opera, van bloemen en dieren en in het bijzonder van honden. Ze sponsorde het dierenasiel. Een hond was haar hartenwens, een hond om te aaien terwijl ze zich hoe langer hoe eenzamer voelde. Een ware hondenvriend, dat zal Delphine Lecompte graag horen, dacht ik nog.
We staan aan de strooiweide omheen de urne als Delphine haar gedicht voor G. leest.
Beste GV,
De liefde is een rebelse vogel, een weerspannige spreeuw
Niemand kon jou temmen, het zwijgen opleggen: nee
Je was frivool en gulzig: beminnen,
Reizen, snoepen, en zingen
In overvloed: 'L'amour est un oiseau rebelle'
Prénom Carmen.
Je had een fiere, stoere, solitaire 'streak'
Maar die keer toen er een feest was in het rusthuis
Met als thema FC De Kampioenen
Toen besloot je om toch deel te nemen
De rol van de woeste felle kokette
Oneerbiedige baldadige ontwapenende Carmen zat je als gegoten
Al was er een pijnlijke leegte in je armen
Die teder een onzichtbaar hondje wiegden: Nero
Je droeg een rode pruik,
En er lag een pluchen dalmatiër in je rollator
Ik had hem graag tot leven gewekt voor jou.
Wie waren jouw dutsen en boelekes?
De Maltezers, Yorkies, rottweilers, teckels en poedels
Die onderdak vonden bij jou?
Want troost nam toch vooral de vorm aan
Van de asielhonden waarover jij je ontfermde
Toen je noodgedwongen je zelfstandigheid moest opgeven
Bleef je de asieldieren trouw: elke maand schonk je geld
Aan de Sloebers, Rakkers, en Prutsen
Die de taal niet hadden om jou te bedanken
Uit naam van de aanbiddelijke mormels zeg ik: 'Bedankt, Engel van de gedumpte sukkelachtige honden!'
Iedereen mag weten dat je aanzienlijke sommen schonk
Aan verschillende noodlijdende dierenasielen
Andere mensen potten, hamsteren, sparen,
Verzamelen hagedisbroches, fagotten en busten van Horatius,
Kopen smakeloze porseleinen poemabeelden, puzzels van de Matterhorn,
En wufte opzichtige blazers,
Duwen geld in de vuistjes van verwende kleinkinderen
Of zijn simpelweg gierig
Maar jij hebt werkelijk het verschil gemaakt.
In de naam van de briard
En de bloedhond
En de heilige beesten:
Amen.
De strooiweide is dor en droog en haar as blijft afgetekend liggen, wachtend op regen en nieuw leven. De mevrouw van de uitvaartzorg legt een fleurig bloemstuk neer en een toegewijd personeelslid van het woonzorgcentrum een oranje-gele roos: de laatste bloemen voor G. Ze zou over enkele dagen 97 worden.