Mevrouw A.M.G. was geboren in Bernissart (provincie Henegouwen) op 9 juni 1947. Zij is overleden in Antwerpen, in het ZAS Cadix op 21 oktober 2025. De uitvaart heeft plaatsgevonden op donderdag 30 oktober 2025 om 14:00 aan de strooiweide van begraafplaats ’t Schoonselhof.
Op donderdagmiddag 30 oktober 2025 is het licht mild, de herfst op zijn zachtst. Zoals wel vaker heb ik een roos meegebracht, een rode deze keer. Mieke, de voorganger, legt de bloem bij aankomst aan de strooiweide De blauwe regen, op de urnezuil tegen de urne aan. Zij verwelkomt Stijn, de dichter, en mij en leest dan de volgende tekst voor die ze mooi vindt aansluiten bij de roos:
"In de grote tuin die de mensenwereld vormt,
je vindt er vele soorten bloemen in al hun kleurenpracht.
De prachtige roze roos en die lelie in het wit,
die bonte orchidee en ook de paardebloem in het geel
het vergeetmenietje in het blauw en de distel meer wat paars.
De mensen zijn als gras, zo zegt het oude boek,
ze bloeien als bloemen in het open veld,
dan waait de wind en ze zijn verdwenen.
Elke bloem bloeit op haar eigen wijze
en elk verdwijnt, op een tijd die niemand kent,
de een in de lente van het leven, een ander midden in de zomer,
weer een ander in de herfst, of zelfs in de winter.
Wij staan bij elkaar op hetzelfde veld,
we maken elkaar blij met onze kleuren,
en soms steken we elkaar met onze doornen.
De een laat vlug de kop hangen,
anderen zijn sterk en fier,
weer anderen lief en teer.
Elke bloem bloeit op haar eigen wijze,
en toont gul haar vorm en kleur
heel even, tot ze verdwijnt.
Wij mensen zijn als bloemen in de tuin van het leven.”
We weten omzeggens niets over mevrouw G. Zij is afkomstig uit een gemeente in de provincie Henegouwen, waardoor we er wellicht van uit mogen gaan dat ze in het Frans opgevoed was. Er zijn een zus en een nicht teruggevonden in het diepe Wallonië maar de zus liet weten dat ze zelf ziek is en dat ze helaas niet aanwezig kan zijn op de uitvaart.
Ik heb Bernissart in google maps opgezocht en op wikipedia heb ik gelezen dat er daar eind 19de eeuw in een steenkoolmijn skeletten zijn gevonden van dinosauriërs. Het zou gaan om een veertigtal dieren. De skeletten zijn overgedragen aan het natuurhistorisch museum in Brussel waar ik recent met mijn kleinzonen vol verwondering over de dino’s heb rondgestruind. Zou mevrouw G. daar ook ooit achteraan zijn gegaan, wetende dat in Brussel iets uit haar geboortegrond bewaard is?
In de dagen voor de uitvaart ben ik gaan wandelen in de straat waar mevrouw G. gewoond heeft, een rustige wijk in Berchem. Haar woning, een serviceflat me dunkt, ziet er netjes en onderhouden uit, het gebouw is grijs en strak, efficiënt. Ik bel aan bij een vijftal buren, onder en boven de flat van mevrouw G. Slechts één iemand beantwoordt de parlofoon. Zegt dat hij niets weet over de buurvrouw die gestorven is en verwijst me door naar de buur van het gelijkvloers. Ik bel nogmaals aan bij het gelijkvloers maar krijg spijtig genoeg geen gehoor. Ik had graag geweten wat voor vrouw A.M.G. geweest is. Wat is er gebeurd dat ze op haar 78ste naar het ziekenhuis is gebracht om daar te sterven? Al fietsend naar huis blijven de vragen boven mijn hoofd, als vogels in de lucht zweven.
Ook het uitvaartcentrum heeft geen informatie kunnen bemachtigen. Voorganger Mieke drukt de hoop uit dat het leven van mevrouw G. mooie, gelukkige momenten heeft gekend. Ze nodigt Stijn uit om zijn gedicht te brengen:
De hemel zingt hoog uit zijn laatste vogels, de wind
danst de bomen bloot, de herfst woelt de wereld om
en jij danst straks weer vrij met alles mee, niet langer
gekruisigd aan een houten lichaam, struikelend over
het manke ritme van een mensheid, maar opnieuw
mateloos en volmaakt, zoals toen je nog een licht
en eeuwig lied was.
Het gedicht ontroert. Misschien door de verrassende beelden als ‘de wind danst de bomen bloot’ en de daaropvolgende worsteling met een lichaam dat faalt. Iets wat iedereen vroeg of laat zal ervaren. Uiteraard en voor wie wil spreekt er een krachtige referentie aan het kruis van christus mee. Ook denk ik aan de lijdensweg die ik maar zelden zo raak heb verwoord gehoord: ‘struikelend over het manke ritme van een mensheid’.
Stijn draagt sereen voor, met een stem die zowel een kracht als een zekere mildheid op kan wekken. Ook M. en haar collega Niels danken Stijn voor de troostrijke verzen.
Niels neemt de urne op, en begeeft zich ongeveer naar het midden van de weide. Het is stil om ons heen, op de vink na dat zich ergens hoog in de lucht of een boomkruin af en toe zachtjes piepend laat horen. Mieke nodigt ons uit voor de laatste groet. Ze reikt me de roos aan die ik in het midden van de assen rechthoek neer mag leggen.
Eenzame Uitvaart is een prachtig initiatief.
Dank aan alle dichters die zich inspannen om het afscheid menswaardig te maken.
Elke keer weer de bevestiging: wij mensen, getuigen dat u heeft geleefd en nemen waardig afscheid. Een prachtige rite, dank aan het initiatief.
Speciale dank aan Stijn Vranken, als emotie een instrument was, is hij de virtuoos.