Meneer A.V.E. werd geboren op 7 december 1954 te Zandvliet. Hij verbleef een lange tijd in woonzorgcentrum Bilzenhof in Antwerpen. Hij overleed daar op 15 april 2026 in het ziekenhuis. De uitvaart vond plaats op donderdag 30 april om 11u00 op strooiweide De Wingerd op het Schoonselhof.
Het is maandagochtend wanneer ik Barry aan de telefoon heb. Hij heeft net zijn ronde gedaan en kan me nu even te woord staan. Barry is een van de hoofdverplegers en had een heel goede band met meneer V.E.. De band was zo goed dat Barry meneer als plaaggeest durft te omschrijven. Barry werd door hem geregeld in zijn zij gepord, omdat meneer wist dat hij daar niet goed tegen kon. “Hey boer!” riep Barry vaak naar meneer. Soms keken mensen dan wat vreemd op. Barry wist dan te vertellen dat meneer daadwerkelijk boer is geweest. Toen hij nog in Zandvliet woonde, moet hij zowat alle dieren hebben gehad: koeien, kippen en varkens. Naar verluidt slachtte hij die ook zelf.
“Hey boer, hoeveel kost een koe nou eigenlijk?,” als Barry die vraag stelde, dan begon meneer te vertellen.
“Groot of klein, jong of oud, zwanger…wat voor een wil je?”
Barry schetst het beeld van een lieve man die vaak in zijn stoel zat. Jaren geleden kwam meneer in het wzc in het centrum van Antwerpen te wonen, omdat hij niet meer voor zichzelf kon zorgen. Meneer was altijd wel in de gang of in de leefruimte, maar hij had niet heel veel contact met de anderen. Hij was wat meer op zichzelf. Meneer ging wel graag mee met de animatie, zo eens naar de markt of naar de zoo. Ook tijdens de uitstapjes, wist hij altijd goed te eten. Er zat zogezegd geen stop op. Snoep, yoghurt, niets specifieks, alles eigenlijk. Meneer at gewoon heel erg graag. Hij was ook een fervent roker, maar omwille van gelimiteerde budgetten had hij ook gelimiteerde sigaretten. Hij kreeg die op vaste momenten, en daartussen zat hij in zijn stoel te wachten. Uiteraard probeerde hij altijd toch eerder een sigaret te verkrijgen. Na het roken nam hij weer plaats in zijn stoel tot hij een volgende kreeg.
Van de uitvaartonderneming vernam ik dat er nog een broer zou zijn met wie hij geen contact had. Voor zover Barry weet, heeft meneer in die jaren ook nooit van iemand anders bezoek gehad.
Het is niet veel dat ik over meneer te weten ben gekomen. Toch probeer ik me een beeld te vormen van de man in andere tijden op zijn boerderij in Zandvliet. Wanneer ik er iets over probeer op te zoeken, zie ik nostalgische schetsen, vergeelde foto’s, facebookpagina’s met beelden van weleer. De oude tijden. Van meneer is hoegenaamd geen spoor te vinden op het internet. Ik vermoed dat voor een deel van zijn leven als boer, hij misschien toch goed gekend moet zijn geweest. Hij heeft vast allerlei mensen op zijn erf gehad. Ongetwijfeld was het ook toen een man die veel op zichzelf was. Wellicht lopen er nog verdere generaties dieren van hem rond op een veld in Zandvliet. Van verdere familie, vrienden of kennissen geen spoor.
Op donderdag 30 april verzamelen we op het Schoonselhof. Op onze afgesproken plek staan allerlei mensen. Wanneer er auto’s arriveren, hoop ik dat er toch nog mensen zijn voor meneer. Maar al de mensen stappen van de parking door richting het crematorium. Ze komen allemaal voor een andere uitvaart die doorgaat op hetzelfde moment. Samen met voorganger Mieke en chauffeur Eddy wachten we Stijn op die voor meneer V.E. het gedicht heeft geschreven. Om stipt 11u00 wandelen we met ons drie naast elkaar achter de rouwauto aan richting de strooiweide.
Het veld is zonovergoten en er staat een felle wind. Mieke leest een korte tekst voor en benadrukt hoeveel het betekent dat wij hier nu staan. Dan nodigt ze Stijn uit om zijn gedicht te lezen.
Ik heb goed nieuws: nog gulziger dan je ooit mens was
kan je nu alles zijn.
Het sterven is natuurlijk wel wat gedoe, een lijf kleeft aan je:
het willen, het doen, zelfs het eenzame laten is verslavend.
Maar ik hoor dat je zelfs je laatste adem dwars doorheen
een glimlach uitblies. Dat is alvast een goed begin.
Je zal snel wennen aan al het worden dat je wacht, de
vruchtbare verwarring tot hemel en aarde en wat weet ik al.
Een schilfer licht, een boom borrelend in de bodem, wat kip,
een ei, een verse noot in de grap van dit verhaal -
jij bent het straks allemaal, overal, in alles lurkend aan dit
nooit dovende leven. Maar eerst de lente, wees nu maar eerst
gulzig de lente.
We brengen een laatste groet. Eddy stapt met de urne tot midden in het veld. In stilte staan we daar, enkel omringd door fluitende vogels en stevig wuivende bomen. We kijken naar hoe Eddy met precisie de as verstrooid. Als laatste gebaar legt Mieke er nog een bloem bij van iemand die er heel veel had.
Wat een schitterend gedicht. Dank.